Artikelen van Ander Europa

De verkiezingsnederlaag van Die Linke

2 dagen 2 uur ago

door Herman Michiel 15 oktober 2021   Bij de Bondsdagverkiezingen van 26 september behaalde Die Linke een barslecht resultaat. Voor de partij stemden nog 2,3 miljoen mensen, 2 miljoen minder dan in 2017. Volgens analisten zouden van deze 2 miljoen er 820.000 voor de SPD gestemd hebben, 610.000 voor de Grünen en 520.000 zouden niet zijn gaan stemmen.[spacer size="20"] [caption id="attachment_21119" align="aligncenter" width="600"] FIG. 1 : Aantal kiezers van Die Linke bij de Bondsdagverkiezingen sinds 2009.[/caption]   De score van 4,9% van de uitgebrachte stemmen was net iets onder de kiesdrempel van 5%, maar omdat er toch drie direct verkozenen waren (via het Duitse systeem van de aparte verkiezing van één mandaat per kieskring, de zgn. Erststimme) was de drempel volgens de kieswetgeving niet van toepassing. Die Linke zal dan op het nippertje toch met 39 verkozenen in de Bondsdag vertegenwoordigd zijn, weliswaar 30 minder dan voorheen. Traditioneel ligt het electoraal zwaartepunt van Die Linke wel in het gewezen Oost-Duitsland, en in Thüringen en Mecklenburg-Vorpommern werd inderdaad nog meer dan 11% gehaald (en 8,5% in Brandenburg), maar het gemiddelde van 9,8% voor de vijf ex-DDR Länder is ook maar de helft van het resultaat van 2017. Het uiterst rechtse Alternative für Deutschland (AfD) verliest wel wat, maar blijft zeer sterk in oostelijk Duitsland.   [caption id="attachment_21120" align="aligncenter" width="600"] FIG. 2: De verliezen van Die Linke situeren zich vooral in het oosten van Duitsland; hoe donkerder de kleur, des te groter het verlies (in procentpunten).[/caption] Verkiezingsresultaten van linkse partijen, waar ook in Europa of daarbuiten, laten geen linkse ziel onberoerd. Als het dan ook nog over de belangrijkste lidstaat van de Europese Unie (EU) gaat, kunnen ontwikkelingen aldaar ook een bredere betekenis hebben. Men moet dit ook zien in de ‘bevragende’ fase waarin zowat elke linkse partij zich momenteel bevindt. Welke strategie in een algemeen neoliberale context waarin rechts, en steeds vaker: uiterst rechts, blijken te gedijen? Er zijn pogingen in links-populistische richting zoals Podemos in Spanje. In Frankrijk probeert Mélenchon de kiezer te bekoren met een staats-soevereinistisch verhaal. De Nederlandse SP lijkt met een soort nationale egelstelling de welvaartsstaat te willen beschermen tegen de kwaadaardige invloeden van buitenaf. Wat Die Linke betreft zijn er verschillende stromingen aanwezig, met verschillende ideeën over wat de partij moet doen. Maar het was uiteindelijk een beperkte groep van de leiding die van de bereidheid tot regeringsdeelname het electorale uithangbord maakte. In wat volgt zullen we achtereenvolgens de mening over het verkiezingsresultaat van de leiding van Die Linke, van verschillende stromingen binnen de partij en tenslotte van linkse commentatoren en organisaties buiten de partij bespreken.   De leiding van Die Linke [caption id="attachment_21128" align="alignleft" width="225"] Wissler (l) en Bartsch (r)[/caption] Op de partijdag in het voorjaar verkoos Die Linke met het oog op de Bondsdagverkiezingen een nieuwe partijraad (Parteivorstand, 44 leden) en een tweekoppig voorzitterschap, het vrouwenduo Janine Wissler en Susanne Hennig-Wellsow. Wissler werd gezien als een vertegenwoordiging van de meer linkse vleugel, terwijl Hennig-Wellsow tot de ‘realisten‘ gerekend wordt die aansturen op regeringsdeelname, in de Länder en zo mogelijk in de Bondsrepubliek zelf. De verkiezingscampagne werd evenwel geleid door een klein team, en de partijraad kwam de hele tijd niet bijeen. Twee ‘Spitzenkandidaten’ stonden in het voetlicht: partijvoorzitter Janine Wissler  en Dietmar Bartsch, mede-fractievoorzitter in de Bondsdag. Alhoewel het verkiezingsprogramma uitdrukkelijk stelt dat deelname aan een regering die aan privatiseringen, de afbouw van sociale voorzieningen en openbare diensten doet uitgesloten is, en men natuurlijk niet vooraf weet welke coalitie uit de bus zal komen , stond de campagne in het teken van de regeringsbereidheid van Die Linke. De regeringsdeelname zou in het kader zijn van een rood-rood-groene (‘rrg’) coalitie (SPD – Grünen – Die Linke). De voorstanders daarvan binnen Die Linke zagen zich gesterkt door de hoge scores die de Grünen een tijdlang kregen in de polls, en later als de SPD een opmerkelijke opgang maakte en de christendemocratische CDU/CSU voorbijstak. De ‘regerings-Linke’ zag haar kans schoon en pakte begin september, drie weken voor de verkiezingen, uit met een afgezwakte versie van het verkiezingsprogramma, het ‘Sofortprogramm’. Daaruit waren de ‘aanstootgevende’ punten verdwenen die volgens de SPD en haar Spitzenkandidat Scholz in de weg stonden voor een eventueel ‘rrg’. Het betreft vooral de verwerping door Die Linke van de NATO en van de buitenlandse inzet van Duitse soldaten. Bij de voorstelling van het Sofortprogramm zei Bartsch nog dat “het beste voor de wereld, Europa en Duitsland een centrumlinkse coalitie zou zijn”. Als de intentie van een rood-rood-groene coalitie al ooit zou bestaan hebben buiten de hoofden van Bartsch en anderen, daar was natuurlijk geen sprake meer van als de verkiezingsresultaten bekend raakten. Ook rekenkundig komt rrg niet aan een meerderheid. De protagonisten van regeringsdeelname en het Sofortprogramm blijken echter geen mea culpa te slaan. Hennig-Wellsow ziet “geen tegenstelling tussen regeringswerk en bewegingspolitiek”; het helpt immers niet “aan de tuinafsluiting te blijven staan en wat commentaar te geven”. In de toekomst moet Die Linke “klaar en duidelijk laten weten dat we een moderne linkse partij zijn die bereid is verantwoordelijkheid op te nemen.” Van Wissler, de andere covoorzitter van de partij, was bekend dat ze geen grote voorstander is van rrg, maar blijkbaar vond ze het niet opportuun daarover tussen te komen. Gregor Gysi van zijn kant (één van de drie rechtstreeks verkozenen en boegbeeld van Die Linke in oostelijk Duitsland) bestrijdt dat het debacle met de regeringsambities van Die Linke te maken heeft (“ dat vinden alleen de tegenstanders ervan”). De hele discussie rond de NATO irriteert hem; "de ontbinding van de NATO staat niet in ons verkiezingsprogramma" [1]. Voor Dietmar Bartsch is niet de verkiezingscampagne als dusdanig de reden voor het debacle, maar ligt de oorzaak dieper, onder andere bij de verdeeldheid van de partij die vaak aan de oppervlakte kwam.  Ook het Linke europarlementslid Martin Schirdewan betreurt dat er nu geen meerderheid is voor een “progressief alternatief waarin Die Linke de sociale correcties had kunnen aanbrengen”. Deze uitspraak uit de mond van de covoorzitter van Verenigd Links in het Europees parlement heeft een grotere dan alleen Duitse draagwijdte… Er zijn nog meer aanwijzingen dat de voorstanders van regeringsdeelname geen lessen trekken uit hun premature ambities. In een artikel in het blad Sozialismus gedateerd 6 september, de dag waarop het Sofortprogramm verscheen, schrijven Joachim Bischoff en Gerd Siebecke enthoesiast over de wenselijkheid van een ‘progressive Koalition’. Drie weken later bespreken ze in hetzelfde blad de verkiezingsresultaten, en wijzen op diverse reële problemen in Die Linke, maar over het eigengereid optreden van de campagneleiding en het regeringstropisme wordt gezwegen. Er was een eerste discussie op 2-3 oktober binnen de partijraad, die sinds de verkiezing ervan in februari voor de eerste maal bijeenkwam. Van een diepgaande analyse is natuurlijk nog geen sprake. Er was nogal wat misnoegen toen Bartsch al na korte tijd de vergadering verliet. Het verslag van de debatten zou ook te weinig ingaan op de discussie over regeringsdeelname als kern van de campagne. Iedereen is er het wel over eens dat de partij een zware klap kreeg en dat er een grondig debat moet gevoerd worden over het waarheen met Die Linke. De parlementaire inkrimping heeft ook financiële gevolgen; er moet rekening gehouden worden met drie  miljoen  euro minder inkomsten. We overlopen nu enkele reacties vanuit de verschillende stromingen binnen Die Linke.   Sozialistische Linke (SL) De Sozialistische Linke (SL) is een stroming binnen Die Linke die zichzelf ook voorstelt als de ‘vakbondsgeoriënteerde stroming’ en het ‘linkse centrum van de partij’. Ze richt zich tot ‘links socialistische, links sociaaldemocratische en hervormingscommunistische’ leden; deze stroming zou zo ‘n 800 leden tellen. Reeds op 1 oktober had de SL een uitgebreid standpunt over het ‘catastrofale’ verkiezingsresultaat. Men zou misschien kunnen verwachten dat vanuit een vakbondstandpunt het nastreven van concrete resultaten op het gebied van sociale politiek ertoe neigt dat men zo dicht mogelijk bij het staatsbestel wil komen. Dit is nochtans niet het geval. SL stelt heel duidelijk: links regeren gaat maar als de omstandigheden ernaar zijn. Er moet een dynamiek in de samenleving zijn die onze standpunten ondersteunt, “ook in onderscheid met mogelijke coalitiepartners”. SL gelooft duidelijk niet dat die dynamiek aanwezig was, en betreurt dat er geen offensievere stellingname tegenover SPD en Grünen was over allerlei thema’s (belastingen, pensioenen, bezuinigingspolitiek, defensie, buitenlandse politiek, Afghanistan…) Socialistisch Links denkt ook dat de partij zich te weinig richt tot werkenden, werklozen, gepensioneerden, mensen met een lage scholingsgraad (“Een partij alleen nog voor academici?”).  Volgens analyses gingen SPD en Grünen erop vooruit bij vakbondsleden, Die Linke daarentegen verloor er kiezers. Volgens SL moet Die Linke een ‘socialistische massapartij’ worden, verankerd bij jong en oud, in stedelijke en landelijke gebieden, bij autochtonen en migranten. Daartoe moeten de belangen van de meerderheid in het middelpunt gesteld worden. Er moet in de partij plaats zijn voor ‘gewone mensen’, en niet alleen voor activistische radicalen. Over de rol van de omstreden Sahra Wagenknecht blijft SL op de vlakte. Enerzijds is men van oordeel dat personaliteiten belangrijk zijn voor een partij, en Wagenknecht is misschien wel het bekendste gezicht van Die Linke. Maar anderzijds zorgde ze met ‘Aufstehen’ (een mislukte poging tot het opzetten van een beweging rond of buiten Die Linke), de publicatie van een omstreden boek tijdens de verkiezingscampagne en eigengereide verklaringen voor verdeeldheid binnen de partij en verwarring er buiten. In een boekhoudkundige overweging meent SL dat Wagenknecht netto toch meer mensen naar de partij leidde dan eruit.   Marx21 Dit is een marxistische kring rond het tijdschrift met dezelfde naam; in tegenstelling tot de Sozialistische Linke is het geen erkende stroming. Een 300-tal leden zouden achter het initiatief staan. In zeven ‘thesen’ (hier in het Engels beschikbaar) wijst Marx21 in de eerste plaats naar de poging om een rood-rood-groene coalitie te vormen, en daarvoor het eigenlijke partijprogramma te verloochenen. “Door de poging een verkiezingsfront te vormen met SPD en Grünen verloor de partij de kans om deze agressief aan te vallen.” Marx21 erkent dat veel mensen een ander soort regering willen, en dat de partij hier moet op ingaan; de mogelijkheid van deelname aan een linkse regering mag ook niet uitgesloten worden, maar dit moet gebeuren op basis van de verdediging van een links programma, niet door de kritieken al tijdens de campagne in te slikken. Marx21 verwerpt ook het idee, sterk benadrukt door Sahra Wagenknecht, dat de partij te ver afgegleden is van de gewone werknemer en gepensioneerde, en zich te veel richt op migratie, racisme, ecologie, enz. These 5 snijdt een belangrijk, vaak onderbelicht punt aan. Zoals Fig. 2 al illustreerde, situeert het verkiezingsdebacle zich vooral in het voormalige Oost-Duitsland. Een andere statistiek (Fig. 3) bevestigt dit: in het Oosten loopt het ledental van de partij systematisch terug, terwijl het zich in het Westen hersteld heeft en bijna terug op het niveau van 2007 zit.   [caption id="attachment_21123" align="aligncenter" width="600"] FIG. 3 Ledenaantal van Die Linke in het Oosten en Westen van Duitsland[/caption]   Marx21 stelt ook vast dat regeringsdeelname geen garantie is voor sociale politiek. De deelstaat Bremen wordt door een rrg- coalitie bestuurd, maar daar worden, tijdens een pandemie en met steun van Die Linke, toch 440 bedden geschrapt in overheidsziekenhuizen. En in 2002 werd Berlijn bestuurd door een SPD-Linke coalitie, die wel verantwoordelijk was voor de privatisering van 70.000 appartementen. Voor Marx21 is de conclusie dat Die Linke een nieuwe start moet nemen (‘reboot’) en oppositie niet als iets nutteloos beschouwen. De partij moet de motor worden van verzet en tegenmacht.   Antikapitalistische Linke (akl) De akl, die een duizendtal leden zou hebben, is officieel erkend binnen de partij en staat open voor uiteenlopende linkse strekkingen, ook voor niet-partijleden. Ze staat kritisch tegenover het parlementarisme en is uitgesproken antimilitaristisch (Tobias Pflüger is er een bekende woordvoerder van, maar werd niet herkozen). Op de partijraad van 3 oktober verwoordde Thies Gleiss het standpunt van akl. De kiescampagne, erop uit om ten allen prijzen een ‘linkse regering’ te vormen was een breuk met het partijprogramma. Bartsch’ motto, “we moeten de SPD uit haar CDU-gevangenschap halen” kwam neer op campagne voeren voor de SPD. Dit verwarde vele kiezers, waarvan velen dan op SPD of Grünen stemden. In de analyse die akl- Noordrijn-Westfalen maakte (het meest bevolkte bondsland) wordt gesteld dat de sociale kant van de klimaatpolitiek onvoldoende belicht werd, dat er geen campagne gevoerd werd tegen Hartz4, en dat de campagne eenzijdig gericht was op de figuur van Sahra Wagenknecht; zij en vijf anderen werden in NRW verkozen, maar dat is maar de helft van wat het was in 2017. Enigszins verwant met akl is het Kommunistische Plattform (KPF), eveneens antikapitalistisch en antimilitaristisch, maar minder kritisch over het stalinistisch verleden van de DDR. In een korte reactie op de verkiezingen wijst KPF op de voorzichtigheid waarmee SPD en Grünen behandeld werden door de campagneleiders, die van regeringsdeelname de hoofdtonaliteit maakten. Dat hierbij de partijstandpunten over de NATO en de inzet van de Bundeswehr vergeten werden, was voor KPF natuurlijk ook een stap te ver. Er wordt ook de vraag gesteld of zoveel compromisbereidheid wat het militaire betreft door kiezers ook niet zou doorgetrokken worden naar de (on-)standvastigheid rond sociale politiek.   Bewegungslinke De Bewegungslinke werd pas in 2018 opgericht, maar de stroming is sterk vertegenwoordigd in de huidige partijraad. Ze willen een brug vormen tussen de partij en buitenparlementaire bewegingen (maar stonden niet achter Sahra Wagenknechts Aufstehen-beweging). In een analyse van het verkiezingsresultaat wordt de uitslag vooral gezien als een uiting van de crisis waarin de partij zich bevindt. “We moeten ons fundamentele vragen stellen: wat was er fout in de partij van het verleden, hoe moet de partij van de toekomst eruit zien?” Er wordt niet ingegaan op de regeringsgerichte campagne, maar wel nogal uitgebreid op de voorgeschiedenis van Die Linke. Deze ontstond als fusie tussen een sterke oostelijke pool , de PDS (Partij van het democratisch socialisme) en ‘ontgoochelde SPD ers’ in het Westen. Het initiële succes steunde vooral op de oostelijke pool, maar die is ondertussen verzwakt, onder andere met een verouderend electoraat. Anderzijds zijn in recente jaren nieuwe leden toegestroomd, vaak jongeren uit antiracistische en andere bewegingen, klimaatactivisten, mensen uit de pleegzorg. De partij heeft zich daar onvoldoende aan aangepast; de uitdaging is nu om een ‘nieuwe partij‘ te laten geboren worden.

+++

Als we de reacties van de toch wel diverse stromingen binnen Die Linke samen beschouwen, blijken alle (misschien met uitzondering van de Bewegungslinke) het oneens te zijn met de teneur die de campagne aannam door haast onvoorwaardelijk aan te sturen op een coalitie met SPD en Grünen. Dat is toch wel een krasse vaststelling! Op het ogenblik dat een partij haar meest  opgemerkte publieke verschijning maakt, wordt ze het minst door haar vertegenwoordigende instanties geleid. Zoals vermeld kwam ook de partijraad niet één keer bijeen tijdens de campagne; het goedgekeurd partijprogramma werd door de campagneleiding zomaar vervangen door het ‘Sofortprogramm’… Maar dit is een euvel dat niet alleen bij Die Linke aangetroffen wordt. In de Britse Labour Party is het de vaste praktijk, en eigenlijk in alle burgerlijke en sociaaldemocratische partijen hebben de leden weinig of niets te zeggen over verkiezingscampagnes en de partijlijn in het algemeen. Op dit vlak is Die Linke zeker niet de slechtste. Doordat georganiseerde stromingen toegelaten zijn, kunnen uiteenlopende standpunten aan bod komen. Het is in dit verband opvallend dat - niettegenstaande interne onenigheid van verschillende zijden naar voren komt als negatief bij het verschijnen van de partij - dit niet leidt tot pleidooien voor de afschaffing van de diversiteit. Daar kunnen de uit de Nederlandse SP geroyeerde linkse jongeren alleen maar van dromen! Misschien hadden de partijinstanties ook meer op hun strepen moeten staan. Als de campagne de wending nam die we kennen, had dan de partijraad niet kunnen ingrijpen? De snelle en geëngageerde reacties op het verkiezingsdebacle wijzen ook op meer betrokkenheid bij de partij dan elders vaak het geval is. De Antikapitalistische Linke wijst er bijvoorbeeld op  dat het algemeen verkiezingsresultaat niet kan geïnterpreteerd worden als achteruitgang van links in de Duitse samenleving; SPD en Grünen krijgen er samen meer stemmen bij dan Die Linke er verliest. Als de verwachtingen van de kiezer in een ander beleid zonder resultaten zullen blijven, zal de nood aan een echt links alternatief wel duidelijker worden, aldus akl. Ook het eclatant succes van het Berlijnse referendum om de vastgoedspeculanten te onteigenen toont aan dat brede lagen in de bevolking ontvankelijk zijn voor radicale maatregelen.   Reacties buiten de partij Men moet geen (actief) lid zijn van een partij om toch te hopen dat ze vooruitgaat, en om zich zorgen te maken in het andere geval. Reacties op de verkiezingsnederlaag van Die Linke vanuit bewegingen, geëngageerde academici en individuele kiezers bewijzen dat heel wat mensen hun hoop stelden in Die Linke. Weinige dagen na 26 september gaven een reeks vooraanstaande vredesmilitanten een gemeenschappelijke verklaring uit waarin ze hun teleurstelling uitten over de loop die genomen werd met de antimilitaristisch standpunten van de partij. Hun besluit: er is maar één alternatief: hard, consequent en programmagetrouw oppositiewerk als de enige weg terug naar politieke identiteit en geloofwaardigheid bij de kiezer. In de Duitse uitgave van Jacobin geeft Klaus Dörre, professor sociologie in Jena, zijn visie op de afgang van Die Linke. De partij had een eersterangsrol moeten spelen bij de hoofdopdracht van deze tijd, een radicale omwenteling naar duurzaamheid, ze had daarover een goed programma, maar daarover was bij het publiek optreden niets te horen of te zien. Dat was ook het geval in verband met de NATO en buitenlands optreden; de partij was de enige die indertijd tegen de deelname aan de militaire interventie in Afghanistan was, een kwestie die volop aan bod kwam tijdens de verkiezingscampagne. Maar door de rood-rood-groene obsessie was ook hiervan niets te horen. De geloofwaardigheid van de partij werd ook erg aangetast door partijconflicten die volop naar buiten kwamen. Wagenknecht beschuldigde de partij om zich van de gewone mensen af te keren [en publiceerde in april 2021 een boek met ondertitel “Mijn tegenprogramma”], maar voerde de lijst aan in Noordrijn-Westfalen... En als ze de verdediging van de welvaartstaat koppelt aan kritiek op migratie, zoals de Deense sociaaldemocraten, bewijst ze een heel slechte dienst aan een partij die gaat voor antiracisme en solidariteit. Oskar Lafontaine van zijn kant had openlijk opgeroepen om niet voor die Linke te stemmen, wegens zijn conflict met de lijstaanvoerder in Saarland. Voor Dörre is het duidelijk: “In plaats van samen te werken in een links mozaïek waarin veel stromingen hun plaats hebben, komt de partij naar buiten over als een verzameling vechtende sekten, die elk denken de waarheid in pacht te hebben.” Een andere professor sociologie, de alombekende Wolfgang Streeck, becommentarieert ook uitgebreid de Duitse verkiezingen, maar over Die Linke zegt hij alleen dat de partij 'bijna dood' is. Dat is wel erg weinig voor een auteur die anders nooit om een scherpe commentaar verlegen is. Als een van de bekendste medestanders van Sahra Wagenknecht’s Aufstehen-beweging zou enige reflectie hierover niet ongepast geweest zijn. De economisch geograaf Christian Zeller (Univ. Salzburg) ging in Sozialistische Zeitung uitvoerig in op het Sofortprogramm zodra het verscheen begin september. ”Met SPD en Grünen voor een sociaal-ecologische politieke omwenteling, echt waar?” titelt hij een stuk dat brandhout maakt van het idyllische beeld van de linkse coalitie die op het gebied van klimaat, coronabestrijding en ontwapening een nieuwe weg zou inslaan onder de goede zorgen van Die Linke. Dit zijn maar een paar reacties van buiten de partij zelf, en er zijn zeker ook standpunten die de ‘realistische’ koers van de campagneleiding verdedigen. Toch heb ik de indruk dat er in Duitsland nog een aanzienlijk links kritisch potentieel is dat zal wegen op de bezinningsperiode die nu geopend is binnen Die Linke. Men kan alleen maar hopen dat de bittere ervaring van 26 september de aanzet is tot meer fundamentele inzichten in wat een linkse partij hoort te zijn en te doen.   En wat hoort dan een linkse partij te doen?   Een fundamentele vraag waarop niet “het” juiste antwoord bestaat. Maar laat ons toch dit in overweging nemen. Vooreerst zijn successen of mislukkingen bij verkiezingscampagnes voor een radicaal-linkse partij niet het absolute criterium voor de juistheid van strategie. Voor zover die partij haar bestaansreden ziet in het streven naar een andere, socialistische maatschappij, betekenen burgerlijke verkiezingen maar één van de pogingen om mensen te winnen voor het alternatief project. Wie voor dit project ijvert, moet er de beste troeven voor op tafel leggen. Die zijn er, en dit bleek ook in de Duitse context. Alleen Die Linke verzette zich van meet af aan tegen de politiek van de NATO. Alleen Die Linke legt het verband tussen de kapitalistische productiewijze en de klimatologische catastrofe die zich aankondigt. En alleen Die Linke heeft zich consequent verzet tegen het humanitair en politiek schandaal dat Fort Europa heet. Dát zijn de troeven van een antikapitalistische partij, maar ze baten niets als men ze niet uitspeelt, in naam van een gefantaseerd ‘links front’ waarin men alleen de pispaal zal zijn.   Voetnoten [1] Blz 137 van het verkiezingsprogramma: "Wir fordern die Auflösung der NATO und ihre Ersetzung durch ein kollektives Sicherheitssystem unter Beteiligung Russlands, das Abrüstung als ein zentrales Ziel hat." ('We eisen de ontbinding van de NATO en de vervanging ervan door een collectief veiligheidssysteem onder  deelname van Rusland, met ontwapening als centrale doelstelling;'). Bovendien stelt het verkiezingsprogramma dat Die Linke 'in elke politieke configuratie' en onafhankelijk van het al dan niet uittreden van Duitsland uit de NATO, zal opkomen voor de uittrede uit de militaire structuren van de NATO en het verlaten van het oppercommando ervan.  
Herman Michiel

De instrumentalisering van het antisemitisme

5 dagen 14 uur ago

12 oktober 2021 - Op 13-14 oktober komt in het Zweedse Malmö het Internationaal Forum over de Herinnering van de Holocaust en de Bestrijding van het Antisemitisme bijeen. Het Forum richt zich tot staatslieden, ngo’s, experten in de bestrijding van het antisemitisme, en ze zullen zoeken naar nieuwe wegen om mensen bewust te houden van de gruwelen van de Holocaust en om het antisemitisme een halt toe te roepen. Er zullen toespraken zijn  van de Zweedse Eerste Minister Stefan Löfven, de Israëlische president Yitzhak Herzog, de voorzitter van het Europees Roma-Forum Miranda Vuolasranta, de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, VN-secretaris generaal Antonio Guterres, EU-voorzitter Charles Michel, en andere vooraanstaanden. Het lijkt op het eerste zicht een nogal staats, ceremonieel gebeuren, maar als dit ook maar iets kan bijdragen tot het uitroeien van het antisemitisch gif kan men het alleen maar toejuichen. Helaas, het forum is een succes van de zionistische lobby en het Israëlisch apartheidsregime in hun streven om elke kritiek op de Israëlische politiek voor te stellen als een daad van antisemitisme. Deze lobby slaagde erin een omschrijving van ‘antisemitisme’ te laten aannemen door tientallen Westerse regeringen en autoriteiten, waardoor steun voor de Palestijnse zaak, boycot van producten uit de bezette gebieden(de BDS-beweging  [1])  en protest tegen het apartheidsregime heel vlug het stempel ‘antisemitisch’ en zelfs ‘terroristisch’ krijgen. Dit propagandistisch succes van de zionistische lobby is bekend als IHRA, de International Holocaust Remembrance Alliance. De definitie van antisemitisme die door de IHRA wordt gehanteerd [2] is vrij vaag en er lijkt op het eerste zicht niets verdachts aan de hand. Maar de vage definitie wordt verduidelijkt door elf ‘voorbeelden’, waarvan een aantal bijzonder listig zijn. Zo is er sprake van antisemitisme “als aan het Joods volk het recht op zelfbeschikking wordt ontzegd omdat men bv. beweert dat het bestaan van de Staat Israel een racistische onderneming is.” Beweren dat er sprake is van racisme omwille van de ongelijke behandeling van Joden en Palestijnen komt dus neer op antisemitisme… In een ander voorbeeld wordt een overdreven focus op Israël ook al een vorm van antisemitisme: “Met twee maten meten, in die zin dat van de Staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd.” Als de democratische Verenigde Staten hun belangen met militaire middelen verdedigen kan men niet zeggen van die andere democratische Staat, Israël, dat hij zich misdraagt als er ‘belangen’ verdedigd worden in Gaza of de Westelijke Jordaanoever of Oost-Jeruzalem… Het was ook door het voorbehoud dat toenmalig Labourleider Jeremy Corbyn maakte tegen de IHRA-definitie dat de onzinnige beschuldigingen van antisemitisme tegen hem geuit werden. Tegen deze manipulatie van de strijd tegen het antisemitisme werd al uit diverse hoeken geprotesteerd, ook vanuit progressief-Joodse zijde. Ook nu, op de vooravond van het  Malmö Forum, waarschuwen een aantal academici, velen actief in onderzoek naar het antisemitisme, in een open brief aan de congresdeelnemers dat de politieke instrumentalisering van het antisemitisme de geloofwaardigheid van de strijd ertegen ondermijnt. Ze vragen de IHRA-definitie te laten vallen, ten voordele van een evenwichtiger omschrijving van het antisemitisme, zoals in de  Jerusalem Declaration on Antisemitism van april 2021, opgesteld door academici uit Israël, Europa en de Verenigde Staten [3]. Het is onwaarschijnlijk dat de Europese Commissie hier oren zal naar hebben. Voor haar is de IHRA definitie een “nuttig instrument, in het bijzonder voor onderwijs en opleiding van leraars, ngo’s, overheden en media”.   [1] Zie hierover  BDS-Nederland. [2] “Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.” [3] Zie ook In sharp disagreement with IHRA, new definition insists BDS is not anti-Semitic.    
Herman Michiel

Duitse vredesactivisten: Het debacle van Die Linke was voorspelbaar

1 week 2 dagen ago

7 oktober 2021  

De nederlaag van Die Linke bij de Duitse parlementsverkiezingen van 26 september geeft aanleiding tot heel wat commentaren, waarop we binnenkort terugkomen. Hierbij alvast het standpunt van enkele vooraanstaande Duitse vredesactivisten. Uit het Duits vertaald door Ander Europa.

 

  Het debacle van Die Linke was voorspelbaar. Wat leren we hieruit? 5 oktober 2021   In de verkiezingscampagne deed Die Linke alsof de door haar gezochte "rood-rood-groene" coalitie reeds bestond en alsof Die Linke niet alleen een echt linkse coalitie kon garanderen, maar ook de SPD een beetje socialer kon maken en de Groenen consequent ecologisch. Ongeveer een miljoen van hun kiezers gaven er echter de voorkeur aan hun stem plusminus fifty-fifty aan de twee originelen te geven. In plaats van mee te regeren in een weinig begeesterend verband, met misschien een post voor een staatssecretaris, is de stem van de linkse oppositie gehalveerd. De verstandige gedachte: Verandering begint met oppositie, komt van de voorganger van Die Linke, de PDS. Als oppositiekracht had Die Linke haar nut, ze hield alternatieven levend, en werd daarom door velen verkozen. Als regeringspartij in de wachtkamer, bereid om fundamentele standpunten op te geven, met name over de NAVO, heeft zij zichzelf overbodig gemaakt. Als Die Linke zich wil herpakken, d.w.z. de weg naar zichzelf wil terugvinden, moet zij zichzelf niet opnieuw uitvinden, zoals men nu pleegt te zeggen, maar ze moet haar weg terugvinden naar haar programma, naar oppositie en tegenspraak. Of zij daartoe de kracht zal vinden is een open vraag. Nochtans, de linkse thema’s kan men van de straat plukken, als ze al niet sinds lang geschreven staan in het nog steeds geldige partijprogramma:
  • De vredeskwestie (en het lidmaatschap van de NAVO) was jarenlang door Die Linke voorgehouden als het doorslaggevende obstakel voor regeringsdeelname. Het vasthouden aan dit standpunt was het handelsmerk van de partij. Door er consequent aan vast te houden werd een brug geslagen naar de sociaal-politieke focus van de partij. In plaats van 2% van het bruto nationaal product te bestemmen voor herbewapening en gigantische nieuwe wapensystemen - wat alle partijen die nu onderhandelen over een mogelijke coalitie als vanzelfsprekend accepteren - zou dit voor Die Linke een centraal punt van interventie zijn geweest.
  • Want hier liggen de middelen voor een rechtvaardiger samenleving en voor een economische herstructurering die de productie van maatschappelijk nuttige goederen mogelijk maakt. Hier ligt ook de sleutel tot een sociaal-ecologische transitie. Dit zou een einde maken aan de reeds gigantische verspilling van hulpbronnen en de broeikasgasverontreiniging ten gevolge van de wereldwijde imperiale militaire aanwezigheid op militaire bases, op zee en in de lucht, zelfs zonder directe oorlogsvoering.
  • Buitenlandse missies zullen het kenmerk van de Bundeswehr blijven. Deze is niet voor niets omgedoopt van "verdedigingsleger" tot "interventieleger". Hieruit spreekt duidelijk de wil tot (imperialistische) interventie. Dit gebeurt deels met een beroep op VN-mandaten, deels met een beroep op EU-mandaten wat tegen het internationaal recht ingaat. Het inroepen van VN-mandaten vindt dan plaats in het kader van zogenaamde blauwhelmmissies, waarvan de taakomschrijving allang is ontaard in een omslag naar het interventionisme van de grote westerse mogendheden. Vroeger werden bij blauwhelmmissies alleen kleine en neutrale staten betrokken, om zo de belangen van de grote mogendheden op afstand te houden. En bij die missies waren wapens alleen voor zelfverdediging.
  • Alleen de consequente kritiek op het heersende kapitalisme en de herstructurering van de maatschappij in de richting van een economie die gericht is op de belangen van het volk (huisvesting, gezondheid, milieu), en het afwijzen van de enorme bewapeningsuitgaven, die op zijn best onproductief zijn, maken dergelijke dringend noodzakelijke hervormingen in de richting van een humane en socialistische maatschappij mogelijk. Ze zijn een voorwaarde voor een goed leven.
  • Als klap op de vuurpijl voor de vredespolitieke argumentatie was er de laatste dagen van de verkiezingscampagne de vlucht van de NAVO-macht uit Afghanistan, die de juistheid bevestigde van de twintig jaar oude analyses en eisen van Die Linke over deze oorlogsdeelname en over andere buitenlandse interventies. Deze ‘voorzet’ uit de actualiteit werd echter niet als argument te baat genomen. En de partij was niet zichtbaar of hoorbaar als oppositiekracht bij de grote thema's, zoals de coronapandemie, de klimaatverandering of de confrontatie met Rusland en China.
Het lijkt misschien bitter, maar er is maar één alternatief: hard, consequent en programmagetrouw oppositiewerk is de enige weg terug naar politieke identiteit en geloofwaardigheid bij de kiezer. Gelukkig kon de status van parlementaire fractie behouden blijven dank zij de drie dapperen die in Berlijn en Leipzig rechtstreeks verkozen werden; dat is een troef voor een zichtbare en effectieve oppositiepolitiek. 05.10.2021 Berlin, Bremen, Düsseldorf, Edermünde, Essen, Frankfurt/Main, Hamburg   Ondertekenaars:
  • Reiner Braun, Berlin, International Peace Bureau, campagne Stopp Air Base Ramstein,
  • Wolfgang Gehrcke, Berlin, gewezen Bondsdaglid voor Die Linke,
  • Kristine Karch, Düsseldorf, mede-woordvoerder van het internationaal netwerk „No to war-no to NATO“, campagne Stopp Air Base Ramstein
  • Dr. Karin Kulow, Berlin, vorser Nabije Oosten en Islamstudies
  • Ekkehard Lentz, Bremen, woordvoerder Bremer Friedensforum
  • Pascal Luig, Berlin, NaturwissenschaftlerInnen-Initiative Verantwortung für Frieden und Zukunftsfähigkeit e.V. (NatWiss), Kampagne Stopp Air Base Ramstein
  • Willi van Ooyen, Frankfurt/M,. activist van de vredes- en sociaal forumbeweging, Bundesauschuss Friedensratschlag, Ostermarschbüro
  • Dr. Norman Paech, Hamburg, jurist, Prof. em. politieke wetenschappen en publiek recht
  • Karl Heinz Peil, Frankfurt/M. Friedens- und Zukunftswerkstatt e. V., redacteur van het ‘Friedensjournal’
  • Christiane Reymann, Berlin, auteur,
  • Dr. Werner Ruf, Edermünde, Kasseler Friedensforum, lid van de gespreksgroep ‘vredes- en veiligheidspolitiek van de Rosa-Luxemburg-Stiftung
  • Bernhard Trautvetter, Essen, medestichter van het netwerk Schule ohne Bundeswehr NRW, woordvoerder van het Essener Friedensforum, VVN-BdA, GEW
 
Herman Michiel

Wat zal overblijven van een wereldwijde belasting voor multinationals?

1 week 3 dagen ago

6 oktober 2021 – Op 8 oktober onderhandelen zo ‘n 140 landen over een wereldwijde belasting op multinationale bedrijven. Dit gebeurt binnen de schoot van de OESO, en het initiatief is bekend als BEPS (“Base Erosion and Profit Shifting”; m.a.w. het afbrokkelen van de belastingsgrondslag, en het verplaatsen van de winst naar fiscaal gunstige oorden).  Over plannen in die richting is er sinds vele jaren sprake, maar iets concreets kwam er tot dusver niet uit de bus. Toen de nieuwe Amerikaanse president Biden in april aankondigde zich hiervoor te zullen inzetten leek er een kentering op komst. Zelfs de Europese Unie – die altijd voorstellen in die richting had afgedaan als ‘buiten de competentie van de Unie’ – moest wel een standpunt proberen in te nemen. Ondertussen was binnen de G7, de club van de rijkste landen, het oorspronkelijk idee van een belasting op multinationals van minimaal 21% al afgezwakt tot 15%. Maar ook dat was voor sommige lidstaten nog te veel. Zoals bekend maakte Ierland met zijn 12,5% (en allerlei fiscale ‘deals’) zich tot de Europese uitvalsbasis van Amerikaanse internetgiganten als Google, Apple of Facebook; Dublin leek niet bereid om zijn ‘concurrentieel voordeel’ uit handen te geven. Ook Hongarije (9%) zette zich schrap. Nogal grappig is dat Paschal Donohoe, de Ierse minister van financiën, ook de voorzitter is van de eurogroep, en dus de vergaderingen leidt met zijn Europese collega’s van de eurozone waar dergelijke aangelegenheden besproken worden. Toch zei Ierland onlangs dat het er vertrouwen in heeft de tax deal te zullen ondertekenen. Druk vanuit de EU? Wie weet, maar waarschijnlijker is dat de deal, na talloze formele en minder formele besprekingen, zo afgezwakt is en zoveel sluipwegen toelaat dat de ondertekening nog weinig om het lijf heeft. Een globaal akkoord eind oktober in de schoot van de G20 is dus niet onmogelijk, maar lijkt niet echt meer iets om naar uit te kijken. De besprekingen draaien rond twee ‘pijlers’. Pillar Two gaat over de minimale belastingsvoet die moet toegepast worden op multinationale ondernemingen, en zoals reeds vermeld lijkt er een compromis in de maak over 15%. Daarnaast is er Pillar One, waardoor een deel van de belastingsopbrengst zou terugvloeien naar het land waar de inkomsten gegenereerd werden, en dus niet enkel ten goede zou komen aan het belastingsterritorium waar het bedrijf (of zijn postbus …) juridisch gevestigd is. Dit lijkt ook de mogelijkheid in te houden om eindelijk de internetgiganten hun deel te doen afdragen. Dit lijkt misschien een te schuchter, maar dan toch een reëel begin van een eerlijker belastingsheffing. Maar de duivel steekt in de details, zoals Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz schreef. Er zijn allerlei beperkingen en voorwaarden waardoor een eventueel akkoord een schaamlapje dreigt te worden waarachter bedrijven, neoliberale regeringen en internationale organisaties zich kunnen verschuilen. We vernoemen een paar van deze duivelse ‘details’ zoals ze naar voor komen uit het compromis dat in de maak is. [1]
  • Het wereldwijd gemiddelde van het officieel belastingstarief op multinationals ligt momenteel rond 25%. Het voorgestelde tarief van minimaal 15% zou dus wel eens het wereldwijde maximumtarief kunnen worden. Of zoals Thomas Piketty schreef in Le Monde (13-14 juni 2021): bedrijven zouden nog steeds hun winsten kunnen plaatsen in belastingsparadijzen, en ook al wordt er dan 15% op geheven, de oligarchen zullen nog steeds veel minder belasting betalen dan de gewone sterveling.
  • Het motto van de eerste pijler is dat winsten belast worden waar die gerealiseerd worden, dus waar de economische activiteit plaats heeft. Een goed beginsel, maar… Dit principe wordt alleen toegepast op multinationals met een omzet van minstens 20 miljard €, en minstens 10% winstmarge. Daar zouden naar schatting slechts 100 grote bedrijven voor in aanmerking komen, en alleen een gedeelte (20 à 30%) van de ‘residuele winst’ (boven de 10%) zou gaan naar de landen waar de winst werd gerealiseerd!!
  • Een bijzonder pervers gevolg van de 10%-drempel is dat bijvoorbeeld Amazon van de regel zou vrijgesteld worden. Weliswaar was er in 2020 een omzet van 386 miljard $, maar de winstmarge bedroeg ‘slechts’ 6,3%. Washington zorgt voor zijn giganten!
  • Bijna nog stuitender is dat ook extractieve bedrijven, scheepvaart en gereglementeerde financiële diensten niet onder Pillar One zouden vallen. Men kan hier de hand in zien van de lobby’s van de mijnbouw (lees: roofbouw in het Zuiden), de grote reders en natuurlijk de financiële sector, de Londense City. De verantwoording is dat banken al zeer gereglementeerd zijn (!), dat de mijnbouw niet direct op de consument gericht is en bovendien perspectieven biedt aan ontwikkelingslanden... Les excuses sont faites pour s’en servir!
  • De ‘minimale’ heffing van 15% waarvan sprake in de tweede pijler is ook alleen van toepassing op multinationals met een omzet van minstens 750 miljoen €. Het is niet duidelijk of de ‘kleintjes’ dan bijvoorbeeld aan een tarief van 10 of minder procent zullen belast worden.
  • Er blijven heel wat vragen. Zo spreekt de OESO zich uit tegen tegen ‘eenzijdige maatregelen’ van overheden. Betekent dit dat een overheid een multinationals opererend op haar grondgebied niet aan 20 of 25 % kan belasten? De vraag is ook waar geschillen kunnen beslecht worden. Er zou een globaal fiscaal Hof moeten zijn, maar ziet men hierover al ooit een akkoord ontstaan binnen de Verenigde Naties?
Wat er uiteindelijk uit de bus zou komen valt af te wachten. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat het beter zal zijn dan wat nu te voorzien valt. (hm)   [1] Ik maakte gebruik van de nieuwsbrief (oktober 2021) van Kairos Europe (Wallonie-Bruxelles) die gedeeltelijk aan de tax deal gewijd is, en het artikel How the US got the upper hand in the OECD tax reform proposals in Euractiv.    
Herman Michiel

Europese ‘zwarte lijst‘ van belastingsparadijzen een lachertje

1 week 4 dagen ago

6 oktober 2021 -  Gisteren bogen de Europese ministers van financiën zich over de zogezegde zwarte lijst van belastingsparadijzen. Die wordt halfjaarlijks herzien, en staten of territoria die op het gebied van belastingsinning hun leven beteren kunnen van de lijst verdwijnen, terwijl anderen er kunnen aan toegevoegd worden. Maakt u echter geen illusies: op de zwarte lijst komt geen enkele EU-lidstaat voor, Luxemburg niet, Nederland niet, Ierland niet… Het criterium dat de EU-ministers hanteren (het Europees parlement heeft hierover geen zeggenschap) is immers niet of een fiscale reglementering aanzet tot belastingsontduiking of ontwijking, maar of men voldoende ‘transparant’ is en bereid tot het doorgeven van informatie. Op de zwarte lijst komen bijgevolg de zogenoemde “non-cooperative territories”. Maar ook dat wordt aan de wijsheid van de Europese financieminsiters overgelaten. Het is bijvoorbeeld merkwaardig dat beruchte belastingsparadijzen zoals Guernsey, Jersey en de Britse Maagdeneilanden niet op de lijst stonden, maar sinds Groot-Brittannië de EU verliet wordt de druk groter om ze er toch aan toe te voegen. Maar wat de Europese ministers gisteren beslisten is haast surrealistisch. Terwijl de kranten nog bol staan van nieuws over de Pandora Papers, besliste de ministerraad om de Seychellen van de lijst te schrappen, net een naam die veelvuldig voorkomt in de onthullingen over belastingsconstructies. Of toch niet zo surrealistisch? Een van de namen die in de papers opduikt is die van de Nederlandse minister van financiën Wopke Hoekstra… In een reactie schrijft Chiara Putaturo, de belastingsexpert van Oxfam:

"De zwarte lijst van de EU moet belastingparadijzen bestraffen. In plaats daarvan worden ze met rust gelaten. Het besluit van vandaag om Anguilla, de enige overblijvende jurisdictie met een belastingtarief van nul procent, en de Seychellen, die in het middelpunt van het laatste belastingschandaal staan, van de zwarte lijst van de EU te schrappen, maakt er een lachertje van. Terwijl het onderzoek naar de Pandora Papers aan het licht bracht hoe de superrijken gebruik blijven maken van belastingparadijzen om belastingen te ontduiken, wordt de gewone man gevraagd de rekening te betalen voor de invordering van Covid-19.”

Een uitgebreider analyse door OXFAM vindt u hier.    
Herman Michiel

Mélenchon: nog meer economisch nationalisme

1 week 6 dagen ago

4 oktober 2021 – In Gevechtsvliegtuigen als Europees project hadden we het over Jean-Luc Mélenchon, leider van de grootste linkse partij in Frankrijk La France Insoumise (LFI), die het resoluut opneemt voor de Franse wapenindustrie, in casu Dassault. Hij hekelt Europese samenwerking voor de ontwikkeling van een ‘zesde generatie’ gevechtsvliegtuig (FCAS), niet omdat het een geldverslindend, vredebedreigend project is, maar omdat “wij”, Fransen dus, “het enige land zijn - en we moeten het blijven - , dat in staat is om een vliegtuig van dit type te bouwen van begin tot eind. Omwille van redenen die ik niet begrijp heeft Macron beslist dat ook dit project door Frankrijk samen met Duitsland moet uitgevoerd worden. Daar hebben wij geen nood aan. Wij [!] hebben de Rafale gecreëerd, en we [!] deden dat alleen, en dat is het beste gevechtsvliegtuig ter wereld. Wij [!] beschikken over de technologie, de ingenieurs, de arbeiders om dergelijk vliegtuig te maken. We [!] staan dus een gunst toe aan de Duitsers [door ze te laten meewerken] Maar deze laatsten willen altijd maar meer.” Op zijn blog ontsteekt Mélenchon opnieuw in een Franse colère, nu omdat de motoren voor de nieuwe lanceerraket Ariane 6 niet in Frankrijk maar in Duitsland zullen geproduceerd worden, zoals Ariane-Group op 23 september aankondigde. Het is één zaak de tewerkstelling te verdedigen (er zouden een honderdtal arbeidsplaatsen mee gemoeid zijn), het is een heel andere om een eerder beperkte kwestie op te blazen tot een conflict tussen twee naties: “L’Allemagne continue son pillage de la France !” titelt Mélenchon [“Duitsland gaat voort met zijn plundering van Frankrijk”]. En volgens de leider van LFI is het verlies van deze 100 arbeidsplaatsen “een catastrofe voor Frankrijk “ want dit betekent “op termijn de vernietiging van een exceptionele kennis die nuttig is voor onze macht en bijgevolg voor onze onafhankelijkheid”. Men kan zulke standpunten een specificiteit vinden van het zelfbewuste ‘republikeinse’ Frankrijk, of misschien een poging om het extreemrechtse soevereinisme de loef af te steken, maar wie het heeft over de strijd tussen Frankrijk en Duitsland, en niet die tussen arbeid en kapitaal, wie chauvinisme verkiest boven internationalisme, keert de rug naar de basisprincipes van het links emancipatorisch antikapitalistisch project. (hm)    
Herman Michiel

De politiestaat kent geen grenzen

2 weken 2 dagen ago

30 september 2021 - Om hun acties te organiseren deden Franse activisten van Youth for Climate beroep op de versleutelde e-maildienst Protonmail van het Zwitserse bedrijf Proton Technologies AG. De bedrijfsslogan boezemt vertrouwen in: “ProtonMail is email that respects privacy and puts people (not advertisers) first. Your data belongs to you, and our encryption ensures that.” In september 2020 hielden de activisten in Parijs een klimaatkamp, waarbij het thema “ons de straat terug toe-eigenen” actief ondersteund werd door de bezetting van leegstaande gebouwen. Ze wilden daarmee protesteren tegen de ‘gentrificatie’ (eenzijdige gerichtheid op welstellende bewoners) en vastgoedspeculatie in Parijse wijken. De politie ging de sporen na van de “illegale bezetters van privaat eigendom” en vond op sociale netwerken een reeks e-mailadressen. Maar wie zat daarachter? Door de versleutelde communicatie was dat niet zomaar te achterhalen. Maar de politiestaat kent geen grenzen, en ook al behoort Zwitserland niet tot de Europese Unie, via Interpol werd Protonmail opgedragen om gegevens te verschaffen over de betrokken klanten. Daarop werden verschillende razzia’s gehouden in Frankrijk en zeven activisten aangeklaagd wegens huisvredebreuk. Hun proces vindt in februari 2022 plaats. Het vrijgeven van informatie van klanten door een bedrijf dat prat gaat op de privacy van zijn diensten is natuurlijk een smet op de reputatie ervan, maar in een verklaring zegt Protonmail dat het geen keuze had wegens de wettelijk bindende opdracht die het kreeg van de Zwitserse overheid. (hm) Bronnen: InfoSperber, Reporterre, Basta, Paris-luttes.info.    
Herman Michiel

De Duitse parlementsverkiezingen 2021

2 weken 4 dagen ago

door Herman Michiel 28 september 2021   De Bondsdagverkiezingen van 26 september 2021 werden zowel voor als na die datum als van uitzonderlijk belang bestempeld. Er is vooreerst het feit dat het vernieuwd parlement ook een nieuwe kanselier zal moeten kiezen, aangezien Angela Merkel na 16 jaar geen nieuw mandaat opneemt. Bovendien bestaat er over de coalitie die na 26 september uit de bus zal komen veel meer onzekerheid dan gewoonlijk. In het voorbije jaar toonden de polls opmerkelijke zwenkingen, met een spectaculaire instorting en daarna gedeeltelijk herstel van Merkel’s christendemocratische CDU/CSU, een even spectaculaire opgang gevolgd door een even grote neergang van de Grünen, en een opmerkelijke inhaalbeweging van de sociaaldemocraten tijdens de zomer, waardoor de SPD als koploper eindigde (zie grafiek 1). Het is zo goed als zeker dat er geen heruitgave van de Große Koalition (‘GroKo’) van CDU en SPD komt, en dat anderzijds de Grünen in een coalitie met de SPD zullen zitten, naar verwachting samen met de liberale FDP.   [caption id="attachment_21062" align="aligncenter" width="700"] Grafiek 1: Stemintenties van oktober 2020 tot september 2021[/caption] Ook de Europese bureaucratie kijkt wat zenuwachtig uit naar wat er in Berlijn zal uit de bus komen. Als grootste en toonaangevende lidstaat is Duitsland één pool van de Frans-Duitse as, zoals bekend de locomotief van het Europees gebeuren. Binnen die locomotief was de verstandhouding de laatste tijd niet zo rimpelloos meer. Terwijl niemand moet twijfelen aan de Duitse trouw aan het Atlantisch bondgenootschap en Washington, ziet president Macron heel wat voordelen - onder andere voor de Franse wapenindustrie - in een meer autonome militaire opstelling van de Europese Unie. Maar Brusselse schrik voor een aardverschuiving in Berlijn is uit den boze, want SPD, Grünen en FDP zijn even ‘goede Europeanen’ als de CDU. Zelfs een rood-rood-groene coalitie (SPD+Grünen+Die Linke) waar af en toe sprake van was, en in de CDU-kiespropaganda als een dreigend gevaar voor de stabiliteit van het land werd voorgesteld, zou daar weinig aan veranderd hebben. Toch zal Europees centrum-links en centrum-rechts met genoegdoening vastgesteld hebben dat Die Linke nog verder ineengeschrompeld is. Overigens was de Europese Unie helemaal geen thema bij de Duitse verkiezingen. Of zoals satiricus Sonneborn opmerkte: In Europa spreekt iedereen over de Duitse verkiezingen, maar in Duitsland spreekt niemand over Europa.   Resultaten Grafiek 2 toont het percentage stemmen uitgebracht op de verschillende partijen. Het betreft de zogenaamde Zweitstimme, waarmee voor een partij gekozen wordt. De zetels in de Bondsdag worden verdeeld evenredig met het aantal van deze behaalde ‘tweede’ stemmen’, en in volgorde van voordracht op de lijst. Toch kan de kiezer ook zijn voorkeur geven aan een welbepaalde kandidaat in de eigen kieskring via een zgn. Erststimme. De kandidaat in de kieskring (er zijn er in totaal 299) met de meeste stemmen is rechtstreeks verkozen en krijgt prioriteit bij de verdeling van de zetels volgens het aantal Zweitstimme. [efn_note]Zie hierover ook de Factsheet van het Duitsland Instituut. [/efn_note]   [caption id="attachment_21063" align="aligncenter" width="700"] Grafiek 2: Stemverdeling. Bij elke balk in de achtergrond het resultaat van de vorige Bondsdagverkiezingen van 2017. De christendemocratische score is die van CDU en CSU samen.[/caption]   De zetelverdeling is als volgt:   [caption id="attachment_21064" align="aligncenter" width="700"] Grafiek 3: Zetelverdeling in de Bondsdag. De kolom ‘Diff. Zu 2017’ geeft winst of verlies t.o.v. 2017. Meestal worden de zetels van CDU en haar Beierse zusterpartij CSU samengeteld, wat het christendemocratisch totaal op 196 brengt.[/caption] De christendemocraten halen het slechtste resultaat in de hele naoorlogse periode en verliezen een vierde van de zetels. De SPD daarentegen kan haar zetelaantal met een derde verhogen, maar kan het spectaculaire kiezersverlies sinds het begin van deze eeuw niet goedmaken. De Grünen worden de derde sterkste partij en verdubbelen ruim hun aanwezigheid in de Bondsdag. De liberale FDP gaat iets vooruit en is met 11,5% de vierde grootste partij. Het uiterst rechtse AfD gaat achteruit, maar blijft boven de 10%. Die Linke haalt een barslecht resultaat. Kreeg de partij in 2009 nog 11,9% van de stemmen, met de huidige 4,9% haalt ze de kiesdrempel van 5% niet. Dat ze toch 39 afgevaardigden naar de Bondsdag kan sturen is omdat er via de Erststimmen drie rechtstreeks verkozenen zijn; een clausule in de kieswetgeving heft in zulk geval de kiesdrempel op. Volgens een ARD-analyse zou een half miljoen vroegere kiezers naar Grün getrokken zijn, en nog iets meer naar SPD; kopstukken van Die Linke hebben er tijdens de campagne inderdaad veel aan gedaan om zich als de linksere broers van deze partijen voor te stellen. Hoe kan men de sterk wisselende kiesintenties van het voorbije jaar verklaren? Het is alleszins een feit, en niet alleen in Duitsland, dat de grote centrumformaties die traditioneel het politieke toneel beheersten, vandaag op heel wat minder aanhang kunnen rekenen dan in het verleden. De Duitse stembusresultaten van de voorbije 70 jaar (Grafiek 4) spreken boekdelen. Scores van 40 en zelfs 50% voor CDU/CSU en SPD zijn vandaag tot de helft herleid. Er is de opkomst van Groenen, maar ook van extreemrechts (10% voor het Duitse AfD, vergelijkbaar met Marine Le Pen’s Rassemblement National in Frankrijk).  Wisselvallige, en soms moeilijk te interpreteren stembusresultaten hebben ook veel te maken met wat Thomas Decreus de ‘spektakeldemocratie’ noemt. De mediatieke performance van de politieke acteurs verdringt het inhoudelijk debat, en dan kan een fout woord of een ongepaste geste zware gevolgen hebben, zoals dat ook bij beurskoersen het geval is. Al is Olaf Scholz een grijs figuur, hij maakte in tegenstelling tot zijn rivalen geen ‘fouten’. En het getuigt van mediatiek talent dat een partij die de Hartz-hervormingen en de minijobs op haar actief heeft zich als sociale voorvechter kon opwerpen als verdediger van een minimumloon van 12 €… Over de neergang van Die Linke zullen we het hier nu niet hebben. Er komt hopelijk een grondig debat in de partij over de interne functionering, de rol van verkiezingsdeelnames, de taken van een antikapitalistische partij en een strategie om de werkende klasse te winnen voor socialistische oplossingen. We komen hier later nog wel op terug.   Nieuwe kanselier, andere coalitie, ander beleid? Alhoewel de verkiezingen van 26 september gingen over de samenstelling van de Bondsdag, de Duitse wetgevende vergadering, verliep de hele campagne vooral rond de kwestie van de nieuwe kanselier, het hoofd dus van de uitvoerende macht. De meeste debatten draaiden rond de drie belangrijkste kandidaat-kanseliers: Olaf Scholz voor de SPD, Armin Laschet voor CDU/CSU en Annalena Baerbock voor de Grünen. Aangezien de SPD als winnaar uit de verkiezingen kwam, zou Scholz traditiegetrouw de nieuwe kanselier worden, maar Laschet, de kandidaat-opvolger van Merkel, vindt dat hij daar evenveel recht op heeft (wat wettelijk gezien klopt, er is geen constitutionele regel die het kanselierschap toekent aan de grootste partij; het komt erop aan om door de Bondsdag als dusdanig verkozen te worden.) Deze complicatie kan leiden tot nog langere coalitieonderhandelingen, maar men mag er redelijkerwijze van uitgaan dat Olaf Scholz de opvolger wordt van Angela Merkel. En aangezien Scholz zelf aangaf dat hij voorstander is van een coalitie met Grünen en liberalen, is het waarschijnlijk dat er binnen afzienbare tijd in Berlijn een SPD-Grüne-FDP regering komt, een zogenaamde ‘verkeerslicht’-coalitie, genoemd  naar de kleuren van de drie betrokken partijen. Wat valt daarvan te verwachten? In de spektakeldemocratie is het spektakel afgelopen als de verkiezingen achter de rug zijn; het heet dan een politieke deugd om 'saai' te zijn. Misschien komt er nog een act Scholz-Laschet rond het kanselierschap, maar daarna gaat men over tot de orde van de dag, de continuïteit in het beheer van de kapitalistische samenleving. Scholz kondigde zelf al aan: hij gaat voor een pragmatische regering. Verwacht dus vooral geen aardverschuivingen. Scholz heeft er alles aan gedaan om even pragmatisch over te komen als Angela Merkel, naar verluidt nam hij daarvoor zelfs haar gebaren (de ‘Merkel Raute’) over. Dat houdt in de eerste plaats in: de grote exportmachine ‘Standort Deutschland’ op het goede spoor houden, het concurrentievermogen op peil en de lonen in toom (de eis van een minimum uurloon van 12 € ligt nog altijd 2 € lager dan wat Belgische en Nederlandse bonden eisen). Wat met de budgettaire orthodoxie? De SPD heeft er zich nooit een tegenstander van getoond, en legde hoogstens wat andere accenten. En als Christian Lindner, het liberale kopstuk minister van financiën zou worden zoals hij het naar verluidt wenst, zou het een waardige opvolger van de in Griekenland beruchte Wolfgang Schäuble zijn. Lindner is voorstander van de ‘Schuldenbremse’, wil de belastingen verlagen met 88 miljard €, en de solidariteitsbijdrage (‘Soli’, vanaf een inkomen van 74.000 € per jaar) afschaffen.  Scholz zelf kwam als minister van financiën in opspraak wegens lichtzinnig omspringen bij het financieel geknoei  in de Cum-Ex en Wirecard zaak, zodat een echt antifraudebeleid ook niet meteen op het programma staat. Een tweede belangrijke vraag is: zou de nieuwe coalitie een halt kunnen toeroepen aan de toenemende militarisering van de Europese Unie en de rol van de Bondsrepubliek daarin? Het antwoord is helaas: neen. Scholz zelf stelde als eis aan Die Linke dat ze, om toe te kunnen treden tot een (hoogst hypothetische) rood-rood-groene coalitie, haar verzet tegen de NATO en het buitenlands militair optreden van Duitsland zou opgeven; hij is ook voor een verhoging van het legerbudget. De NATO-trouw en het militaristisch denken van de Grünen is zelfs nog meer uitgesproken dan dat van de SPD. Grünen worden niet gehinderd door enige herinnering aan een Oost-West ontspanningspolitiek zoals die door voormalig SPD-leider Brandt beoefend werd; de ‘dreiging’ uit Moskou moet voor de Grünen krachtig beantwoord worden. Onder die omstandigheden moet het niet verbazen dat de catastrofale afwikkeling van het militair optreden in Afghanistan, nochtans in volle verkiezingsperiode, geen thema was van de campagne. En voor de Grünen was de fel stijgende energiefactuur voor de gezinnen evenmin een reden om het over de sociale aspecten van een energietransitie te hebben.   Het Berlijns referendum Samen met de Bondsdagverkiezingen had in Berlijn (één van de 16 Duitse deelstaten) een referendum plaats dat was afgedwongen door de huurderscollectieven, zoals Deutsche Wohnen & Co enteignen. Het referendum gaat over de onteigening van delen van de kapitalistische woonmarkt, als antwoord op de steeds nijpender huisvestingsproblematiek. (‘Deutsche Wohnen’ is een beursgenoteerd bedrijf dat in Berlijn alleen al meer dan 100.000 woningen bezit). Deze collectieven hadden een eerste overwinning behaald waarbij de Berlijnse Senaat de huurprijzen voor vijf jaar bevroor. Maar het Duits Grondwettelijk Hof verklaarde in april 2021 deze maatregel ongrondwettig. De huurderscollectieven zetten daarop een campagne in om via een referendum de onteigening af te dwingen; dat vereiste het verzamelen van 175.000 handtekeningen op een korte termijn, uitdaging die met succes bekroond werd. En op het referendum van 26 september stemden meer dan een miljoen Berlijners (56,1%) voor deze onteigening.     Het referendum is niet bindend, maar de Senaat, die na 26 september door de SPD aangevoerd wordt, kan zich moeilijk aan de druk onttrekken. De weg is nog lang, maar met vastberaden collectieven zoals deze in Berlijn is het doel niet onbereikbaar. Misschien was dit nog een van de beste ontwikkelingen op 26 september 2021…    
Herman Michiel

Geen kroon voor het Europese coronabeleid

3 weken 1 dag ago

24 september 2021 - Onderzoeksjournalisten van Investigate Europe vroegen zich af hoe vaccinproducenten erin geslaagd zijn om bij de laatste contracten van de Europese Commissie hogere prijzen af te dwingen dan eerder. Daardoor ligt de prijs aanzienlijk hoger dan wat het EU-onderhandelingsteam verleden jaar aan het Europees Parlement voorgespiegeld had: maximaal 5 à 15 € per dosis. Maar Pfizer verhoogde bij zijn laatste contract de prijs met 25%, en die bedraagt nu 19.50 €; Moderna’s vaccin kost nu 21.60 €, 13% meer dan in het eerste contract. Wat een fabuleuze winstmarges hiermee moeten gemoeid zijn toont volgende grafiek:   Neem het geval Pfizer. De productiekost van het vaccin wordt geschat op 1.18 $, het werd in een eerste contract met de EU verkocht aan 18.20 $ en in het recentste aan 22.86 $. Dat betekent een winstmarge van ruwweg 1800%! In totaal zou de EU misschien al voor 31 miljard € bovenop de productieprijs betaald hebben, aldus een schatting van The People’s Vaccine. Maar waarom kan een machtig economisch blok als de EU niets beters bedingen dan deze woekerprijzen? Hoe werd onderhandeld, welke waren de uitgangspunten, wie is misschien verantwoordelijk? Het viel de onderzoekers zeer moeilijk om hierover enige opheldering te verkrijgen. De EU stelde een zevenkoppig onderhandelingsteam aan, maar op twee na zijn de namen niet bekend. Één van die twee is Richard Bergström, vaccincoördinator van de Zweedse regering. Hij vindt dat de EU een goede ‘deal’ kon sluiten, want, zo gaat het argument, “de bedongen prijzen zijn veel lager dan wat de ‘markt’ en de ‘analisten’ als gangbaar beschouwen. De verkoopsprijs van medicamenten wordt immers niet afgeleid van de productieprijs, maar gebaseerd op de value” Die value is een eufemisme voor de prijs die kan afgedwongen worden afhankelijk van de situatie, en ligt volgens Bergström zelfs boven de 100 € !! Kijk eens aan, wat een goeie job dat de EU voor ons deed! De EU heeft alles gedaan om haar onderhandelingen met Big Pharma aan de openbaarheid te onttrekken. Het duurde maanden alvorens Corporate Europe Observatory (CEO, een ngo die de lobbying in de EU onderzoekt) inzage kreeg in een aantal documenten, maar die waren zodanig bewerkt met de censuurstift dat er weinig uit op te maken is. Investigate Europe kon toch iets meer vernemen van een van de onderhandelaars. Volgens deze waren de prijzen eigenlijk al vastgelegd door de lucratieve contracten die Trump afsloot met de sector; daarbij kwam de hoogdringendheid om zich in vaccins te bevoorraden. Net zoals de Zweedse onderhandelaar spreekt ook de Europese Commissie van een succes. In haar State of the Union waaide Commissievoorzitter von der Leyen zichzelf en haar ploeg wierook toe met de woorden: “We hebben het goed gedaan, want we hebben het op zijn Europees gedaan.” Maar die Europese manier van doen zegt veel over de zo geroemde ‘waarden’ ervan. De EU verzette zich, samen met de andere westerse mogendheden, tegen de tijdelijke opheffing van het patentrecht op de coronavaccins. Beloften om bij te dragen in het COVAX-fonds om ook armere landen toe te laten hun bevolking in te enten bleven tot nog toe ondermaats. Er zouden slechts 42 miljoen dosissen aan Afrika bezorgd zijn, en niet de 700 miljoen zoals beloofd. Daarentegen legde de EU de hand op 4,6 miljard dosissen, voor een bevolking die tien keer zo klein is. In een recent rapport schrijft Amnesty International dat van de 5,76 miljard doses die wereldwijd zijn toegediend, een schamele 0,3% naar lage-inkomenslanden zijn gegaan en meer dan 79% naar hogere-midden- en hoge-inkomenslanden. Het hele rapport van Investigate Europe kan u hier (in het Engels) nalezen. Dit is onderdeel van een wijder project rond corona en zijn maatschappelijke implicaties. (hm)    
Herman Michiel

Is een Europees Gele Hesjes-moment in zicht tegen de gasprijs?

3 weken 4 dagen ago

22 september 2021 - Kreeg u van uw gasleverancier ook het bericht dat het voorschot ongeveer zal verdubbelen wegens de toegenomen gasprijs? Het ‘goede’ nieuws is dat u niet alleen bent, want er komen grote prijsverhogingen in heel Europa. Ook ‘goed’ nieuws is als u dit wel een tegenvaller vindt, maar weet dat u dit zult kunnen betalen. Slecht nieuws is evenwel dat miljoenen mensen in Europa dit niet zullen kunnen, en tegen een koude winter ankijken. In een persmededeling maakt het Europees Vakverbond (EVV) melding van 3 miljoen werknemers binnen de EU die te weinig verdienen om deze winter hun verwarmingsfactuur te kunnen betalen. De cijfers zijn gebaseerd op data van Eurostat, en zijn een onderschatting van het reële aantal. De alarmerendste cijfers komen uit Cyprus en Bulgarije, waar meer dan 40% van de laagverdieners (‘working poor’) een te klein inkomen hebben om zich te kunnen verwarmen. Dat is ook het geval in Litouwen (34,5%), Portugal (30,6%) en Griekenland (28,7%), maar eveneens in Italië (26,1%).  De cijfers voor België en Nederland zijn respectievelijk 8,4% en 6,5%. Het EU-gemiddelde is 15%, wat staat voor meer dan 2,7 miljoen werknemers en hun gezin. Voor het EVV is dit een gelegenheid om opnieuw de eis te stellen van decente lonen, wat vertaald wordt in minimaal 60% van het mediaan loon [efn_note] De “mediaan” is verwant aan het “gemiddelde”, maar niet hetzelfde. Xe nemen het voorbeeld van 5 personen, die resp. 1000, 2000, 2500, 3500 en 11000 euro verdienen. Samen verdienen ze 20000 euro, dus een gemiddelde van 20000/5 of  4000 euro. De mediaan echter is 2500, want er zijn er even veel die méér verdienen dan 2500 als minder. De mediaan is minder gevoelig aan extremen; vervangt men in het gegeven voorbeeld het inkomen van 11000 euro door een van 1000.000 euro, dan blijft de mediaan dezelfde, het gemiddelde stijgt echter naar 201.800 euro). [/efn_note] en 50% van het gemiddelde. Dat is een terechte minimale vereiste, maar wat ontbreekt zijn eisen in verband met de socialisering van bedrijven die instaan voor de voorziening in basisbehoeften, zoals energie, huisvesting, mobiliteit enzovoort. Is het toelaatbaar dat winst het criterium blijft om te voorzien in dergelijke elementaire noden? De vraag stellen is ze beantwoorden. De Franse Gele Hesjes ontketenden een sociale mobilisatie wegens de verhoging van de benzineprijs. Nu is het tijd voor een Europese gele hesjesbeweging tegen een nog veel sterkere verhoging van de verwarmingsfactuur. (hm)    
Herman Michiel

De strategie van de EU in de Indische en Stille Oceaan

3 weken 6 dagen ago

20 september 2021 Verschenen  op 17 september 2021 op German Foreign Policy (*) Nederlandse vertaling door Ander Europa Met dank voor de toelating tot publicatie  

Brussel dringt aan op een grotere militaire aanwezigheid van de EU in de Indische en de Stille Oceaan. Washington en Londen bewapenen Australië tegen China. Frankrijk woedend over schrappen van een miljardencontract.

  De EU-Commissie presenteert haar nieuwe strategie voor de Indo-Pacific, en dringt er bij de EU-lidstaten op aan hun militaire aanwezigheid in de Indische Oceaan en de Stille Oceaan te vergroten. De Unie moet niet alleen haar economische betrekkingen in de regio uitbreiden - vooral met tegenstanders van China - maar we moeten ook meer havens aandoen en meer gezamenlijke oefeningen houden met de oeverstaten, aldus het op 16 september in Brussel gepresenteerde document. De EU zou ook "maritieme gebieden van belang in de Indo-Pacific" moeten definiëren en bijzonder nauw - ook militair - moeten samenwerken met haar regionale partners. Dit is in feite het doel van de huidige reis van het Duitse fregat Bayern naar Azië en de Stille Oceaan. Het zal binnenkort aankomen in Australië, dat zojuist een nieuw anti-China pact heeft gesloten met de VS en het Verenigd Koninkrijk, het AUKUS Pact (Australië – UKUS). Dit  voorziet Australië, de militaire samenwerkingspartner van Berlijn, van nucleaire onderzeeërs voor operaties tegen China. Hierdoor escaleren ook interne Westerse conflicten: Canberra heeft een aankoopcontract van 56 miljard euro met Parijs opgezegd.   Van Oost-Afrika tot de eilanden in de Stille Oceaan In haar document  EU Strategy for cooperation in the Indo-Pacific roept de EU-Commissie op tot een resolute uitbreiding van de betrekkingen met de oeverstaten van de Indische en de Stille Oceaan. De regio herbergt drievijfde van de wereldbevolking en produceert 60% van het mondiale BBP, aldus het document.[1] Daarom is de EU voornemens haar betrekkingen met de regio te intensiveren. Voor de lidstaten van de EU is de Indische Oceaan een "toegangspoort", nauwere samenwerking met de oeverstaten is gewenst. De EU streeft ook naar nauwere samenwerking met de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN), alsook met de eilandstaten in de Stille Oceaan. De "overzeese landen en gebieden" in de Indische Oceaan en de Stille Oceaan, die onder controle staan van EU-lidstaten, spelen ook een belangrijke rol. Dit zijn door Frankrijk gedomineerde gebieden, waarvan sommige door de Verenigde Naties officieel zijn aangewezen als gebieden die moeten worden gedekoloniseerd. Onafhankelijkheidsbewegingen tegen het Franse koloniale bewind zijn in sommige van deze gebieden nog steeds actief.[2] Volgens het strategiedocument is de EU voornemens met China samen te werken in overeenstemming met haar eigen belangen, zoals op economisch gebied.   [caption id="attachment_21039" align="aligncenter" width="700"]                                                                                             Wikipedia, CC BY-SA 4.0 [/caption]   Tegen China De nieuwe strategie voor de Indo-Pacific is er echter vooral op gericht de EU in de Indische Oceaan en de Stille Oceaan tegenover de Volksrepubliek China te positioneren. Er moeten vrijhandelsakkoorden worden gesloten met landen die reeds vijanden van China zijn, zoals Australië en India, of die de EU hoopt naar zich over te halen in de machtsstrijd tegen China, zoals Nieuw-Zeeland en Indonesië. Brussel streeft naar "digitale partnerschapsovereenkomsten" met Japan, Zuid-Korea en Singapore en naar versterking van de digitale samenwerking met India. De EU-Commissie is geïnteresseerd in uitgebreide samenwerking met de landen van het "QUAD"-pact ("Quadrilateral Security Dialogue"), een alliantie gebaseerd op de gemeenschappelijke rivaliteit met China, bestaande uit de VS, Japan, Australië en India.[3] In het document wordt ook melding gemaakt van "groene allianties" en samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, en wordt opgeroepen tot een intensievere uitvoering van de "connectiviteitspartnerschappen", met name met Japan en India. Zij moeten worden uitgebreid tot de ASEAN-landen en eventueel tot het westelijk deel van de Indische Oceaan - d.w.z. verschillende Afrikaanse landen. De Commissie wil haar economische betrekkingen met Taiwan intensiveren.   "Maritieme gebieden van belang" In de strategie voor de Indo-Pacific wordt uitgebreid aandacht besteed aan de uitbreiding van de militaire samenwerking. Brussel zal voortaan niet alleen meer militaire adviseurs inzetten bij EU-delegaties in de regio Azië en de Stille Oceaan, maar is ook van plan de zogenaamde kaderdeelnameovereenkomsten (Framework Participation Agreements) uit te breiden, waardoor de respectieve deelnemende landen betrokken kunnen worden bij gezamenlijke "crisisoperaties". In het kader van een dergelijke overeenkomst heeft Zuid-Korea in 2017 een oorlogsschip gestuurd om deel te nemen aan de "operatie Atalanta" van de EU voor de Hoorn van Afrika. Er bestaan al kaderdeelnameovereenkomsten met Australië, Nieuw-Zeeland en Vietnam. De EU is van plan haar marineaanwezigheid in de Indische Oceaan en de Stille Oceaan te intensiveren en streeft ernaar haar havenaanlopen en gezamenlijke manoeuvres uit te breiden. Een voorbeeld hiervan is de huidige cruise van het Duitse fregat Bayern in Azië en de Stille Oceaan, dat zopas de haven van de Pakistaanse metropool Karachi verliet op weg naar de militaire basis van de VS in het midden van de Indische Oceaan bij Diego Garcia - na gezamenlijke manoeuvres met een aantal aangrenzende staten. [4] De EU zal met name nagaan of het mogelijk is "maritieme gebieden van belang in de Indo-Pacific" tot stand te brengen en met de oeverpartners in gesprek te gaan   Nucleaire onderzeeërs en kruisraketten Australië, waar de Bayern na een bijtankstop op Diego Garcia naar op weg is, heeft zojuist een nieuw pact gesloten met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië - gericht tegen China. Het AUKUS-defensiepact is voorlopig gericht op de bewapening van Australië. De marine van het land zal worden uitgerust met kernonderzeeërs - waardoor Australië het zevende land ter wereld wordt dat kernonderzeeërs heeft, naast de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en India. Deze onderzeeërs zijn sneller dan onderzeeërs met dieselmotoren, hebben een veel grotere actieradius en bieden aanzienlijke voordelen voor oorlogsoperaties in de enorme ruimte van de Indische en de Stille Oceaan. In het kader van het AUKUS-pact streven de drie deelnemende landen ook naar nauwe samenwerking op het gebied van cyberspace en kunstmatige intelligentie (AI), die beide belangrijke implicaties hebben voor de oorlogsvoering van de toekomst. Canberra zal ook Tomahawk-kruisraketten ontvangen, waarmee het land doelen op lange afstand kan aanvallen. Dit versterkt het agressiepotentieel van de westerse mogendheden aanzienlijk - en toont aan hoe hoog de militaire spanningen snel kunnen oplopen in deze regio, waar de EU in de toekomst meer actief wil worden.   Rivaliteit binnen het Westen Tegelijkertijd heeft het AUKUS-pact geleid tot hevige spanningen binnen het Westen. Om de nucleaire onderzeeërs aan te schaffen, moest Australië een contract opzeggen dat het al in 2016 met Frankrijk had gesloten, voor 12 dieselonderzeeërs. Parijs verliest daardoor een contract van 56 miljard euro aan de Brits-Amerikaanse concurrentie. Bijzonder pikant in deze affaire is, naar verluidt, het feit dat "Frankrijk destijds door de VS onder druk was gezet om de Barracuda kernonderzeeërs niet aan Australië te verkopen"[5], waardoor de tijdrovende ontwikkeling van een diesel-elektrisch aangedreven onderzeeër noodzakelijk werd. Canberra daarentegen heeft deze vertraging aangegrepen om het contract met Parijs op te zeggen, terwijl Washington van zijn kant de technologie voor nucleaire aandrijving levert, die de Fransen in 2016 niet in de onderzeeërs mochten inbouwen. De boze Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Yves Le Drian, noemde dit een "steek in de rug", en kondigde aan dat "dit niet het einde van dit verhaal is voor onze regering."[6] Deze uiterst omvangrijke onderzeeërdeal werd gezien als het centrale element in het aanhalen van de Frans-Australische militaire samenwerking.   (*) German-Foreign-Policy.com wordt gerealiseerd door een groep onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” Voor de vertaling maakten we ook gebruik van de gratis versie van DeepL.   [1] Deze en volgende citaten komen uit het genoemde document, "European Commission: The EU strategy for Cooperation in the Indo-Pacific. Joint Communication to the European Parliament and the Council." JOIN(2021) 24 final. Brussel, 16.09.2021. [2] De Verenigde Naties vermelden onder andere Nieuw Caledonië en Frans Polynesië als Non-Self-Governing Territories, die moeten gedekoloniseerd worden. Mayotte behoorde ooit tot de Comoren, maar werd ervan – met zwakke excuses - gescheiden tijdens de Franse dekolonisatie. De Comoren vragen nog steeds de terugkeer van Mayotte, maar tevergeefs. Antikoloniale onafhankelijkheidsbewegingen strijden ook nu nog voor de bevrijding van Nieuw Caledonië en Frans Polynesië uit de Franse koloniale overheersing. [3] Zie ook  Gemeinsam gegen China. [4] Zie ook Illegally Occupied Islands en "Eine gewisse Doppelmoral". [5], [6] Friederike Böge, Jochen Buchsteiner, Till Fähnders, Thomas Gutschker, Majid Sattar, Michaela Wiegel: Ein Deal entzweit den Westen. Frankfurter Allgemeine Zeitung 17.09.2021.    
Herman Michiel

Gespin van pro-Israëlische lobby in de EU

1 maand ago

16 september 2021 – “De Europese Unie blijft miljoenen investeren in het onderwijssysteem van de Palestijnse Autoriteit zonder deze te vragen om op te houden met het indoctrineren van kinderen tot haat en moord”, aldus een bericht van het Israëlisch ministerie van buitenlandse zaken. En afgaande op diverse reacties vanuit Europese instellingen lijkt er hier iets zeer zorgwekkends aan de hand te zijn. De Hongaarse Eurocommissaris voor Nabuurschap en Uitbreiding Várhelyi vroeg de zaak te onderzoeken; diplomaten van de 27 lidstaten bogen zich over de kwestie en meer dan twintig Europarlementsleden schreven in juni een brief [efn_note] De meesten behoren tot de groep van de christendemocraten; daarnaast een aantal liberalen (Renew), Conservatieven en één sociaaldemocraat. [/efn_note] aan Commissievoorzitter von der Leyen waarin ze zich zeer verontrust voelen over het misbruik van Europese geld. Ze zijn ook misnoegd omdat een studie die de EU over de zaak besteld had niet openbaar gemaakt werd, maar wel uitlekte in het Duitse magazine BILD. Wie echter een gezond wantrouwen behoudt tegen het gespin van de zionistische lobby gaat beter te rade bij Martin Konecny van de onafhankelijke NGO European Middle East Project (EuMEP). In een opiniestuk in EUobserver legt hij uit hoe de vork in de steel zit. Als de geruchten over antisemitische standpunten in  Palestijnse schoolboeken toenamen, liet de Europese Commissie een studie uitvoeren door het Georg Eckert Institute, dat gespecialiseerd is in de analyse van schoolboeken. In 150 onderzochte boeken vond het instituut inderdaad twee als antisemitisch te karakteriseren uitingen. Maar terwijl de zionistische lobby (en BILD) deze analyse voorstelt als een duidelijke bevestiging van het antisemitisch gehalte van EU-gesponsorde Palestijnse schoolboeken, stelt EuMEP het volgende vast:
  • de studie wijst erop dat die statements in de nieuwe edities aangepast of verwijderd werden;
  • normaal doet het Georg Eckert Institute een tweezijdig onderzoek, bijvoorbeeld de voorstelling van Duitsland in Franse schoolboeken en omgekeerd van  Frankrijk in Duitse. Dit was nu niet gebeurd, de voorstelling van de Palestijnen in Israëlische schoolboeken komt er niet in voor. Een vroegere Amerikaanse studie die dat wel deed vond gelijkaardige niveaus van vooringenomenheid.
  • De studie bevestigt helemaal niet dat de Palestijnse schoolboeken aanzetten tot haat of geweld; er zijn “betwistbare trends, zoals het weglaten van Israël op Palestijnse landkaarten, of een positieve voorstelling van de Palestijnse gewapende strijd in het verleden, maar dat zijn fenomenen die men ook in de Israëlische samenleving en in de schoolboeken terugvindt.”
Zeer terecht merkt Martin Konecny op dat de EU zich bezighoudt met bijkomstigheden, terwijl de Israëlische overheid er geen geheim van maakt om met de illegale bezetting verder te gaan en in mei van dit jaar nog Gaza bestookte, met dodelijke slachtoffers en vernieling van infrastructuur tot gevolg. Dat hier niet een andere, pro- Palestijnse, lobby aan het woord is blijkt uit Konecny’s verwijzing naar echte problemen bij de Palestijnse Autoriteit, zoals het schrappen van de verkiezingen in mei, en het steeds meer autoritaire optreden tegen dissidenten. (hm)   NB: een lezer verwijst in een reactie naar een filmpje over schoolboeken in Israel. U vindt het hieronder. Over de geïnterviewde Nurit Peled-Elhanan, zie Wikipedia.    
Herman Michiel

Reisdienst Europees Parlement onderworpen aan US embargo tegen Cuba

1 maand ago

13 september 2021 – Tilly Metz is een  europarlementslid van de Luxemburgse groene partij. Ze leidt de delegatie van het Europees Parlement voor de relaties met Centraal-Amerika. In die hoedanigheid had ze een reis aangevraagd naar Cuba, wat door de parlementaire instanties goedgekeurd werd. Maar toen de reis geboekt werd bij CWT, de interne reisdienst van het parlement, ging het fout. CWT, dat voor zijn diensten maandelijks een 140.000 € ontvangt, liet weten dat ze de reis niet kon boeken wegens het Amerikaans Cuba-embargo. CWT is inderdaad een Amerikaans bedrijf, ontstaan door een reeks overnames, waarin ook de restanten van de Belgische Wagons-Lits betrokken waren. Sinds 2006, na overnames door de Amerikaanse investeringsbank JP Morgan Chase, valt het onder de bepalingen van het embargo tegen Cuba, door John Kennedy ingesteld in 1962. In een brief aan David Sassoli, voorzitter van het Europees Parlement, toont Metz zich erover verbaasd dat gekozen werd voor een dergelijk bedrijf als reisdienst van het parlement. Maar eigenlijk komt dit niet uit de hemel gevallen. In 2014 moest CWT bijvoorbeeld een boete van zes miljoen $ betalen aan de Amerikaanse schatkist omdat de Franse tak van het bedrijf reizen naar Cuba had georganiseerd. Een dergelijke aderlating zou geen tweede keer voorkomen… Officieel is de Europese Unie tegen de Amerikaanse blokkade van Cuba. Maar zoals wel vaker in de EU neemt de spreidstand tussen theorie en praktijk ook hier vervaarlijke vormen aan. Begin dit jaar was er een grote rel rond Alberto Navarro, de EU-ambassadeur in Cuba. Vertegenwoordigers van de Europese christendemocraten, liberalen en conservatieven eisten zijn ontslag, want hij was “de hoge functies die hij bekleedde onwaardig”. Zijn schandelijke misdaad? Hij had een brief gestuurd naar de Amerikaanse president John Biden, met het verzoek het embargo tegen Cuba op te heffen en zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van het land. Een dergelijke brutaliteit is natuurlijk onverenigbaar met de hoge waarden van de Unie en haar streven naar ‘strategische autonomie’ …  (hm)    
Herman Michiel

Naar een Parlementaire Linke Partij?

1 maand 1 week ago

door Herman Michiel 9 september 2021   In Groot-Brittannië spreekt men van de Parliamentary Labour Party, de PLP, om de parlementsleden van Labour aan te duiden. Deze naamgeving geeft de indruk dat de PLP een soort ‘partij in de partij’ is, en alhoewel die bijklank niet intentioneel is bevat ze veel waarheid. Veel parlementsleden van Labour hebben hun eigen agenda, die zich weinig aantrekt van het partijprogramma, en haast uitsluitend gericht is op de eigen verkiezing of herverkiezing. Sommigen zouden er zelfs hun eigen partijvoorzitter voor aan de muur nagelen, zoals Jeremy Corbyn moest ondervinden. Zo erg is het niet gesteld met Die Linke, de radicaal linkse partij in Duitsland, maar er zijn verontrustende tekenen die wijzen op een afdrijven in die richting. Een jaar geleden al berichtten we over de eigengereide standpunten waarmee Dietmar Bartsch, co-voorzitter van Die Linke fractie in het Duits Parlement, naar buiten kwam en tot grote verontwaardiging leidden bij de Duitse vredesbeweging. Bartsch deed lacherig over de antimilitaristische en anti-NATO programmapunten van Die Linke (“Die Linke zal de NATO niet ontbinden, dat zou een grove overschatting zijn.”) De achtergrond van deze en gelijkaardige verklaringen (zoals de vraag naar de versterking van de politie)  is de bereidheid van een aantal kopstukken van Die Linke om zoveel water in de wijn te doen dat ze een aanvaardbare coalitiepartner worden in een Duitse regering. Uitgesproken nu, een paar weken voor Duitse Bondsdagverkiezingen van 26 september, herhaalt Bartsch zijn sussende woorden richting SPD en Grünen: die anti-NATO standpunten moeten met een korrel zout genomen worden en mogen geen beletsel vormen om Die Linke regeringsverantwoordelijkheid te laten opnemen. In  een gesprek voor de radio op 3 september gaf hij weliswaar de mislukking van de NATO in Afghanistan toe, maar vond dat Die Linke toch niet eerst de terugtrekking van Duitsland uit de NATO zal eisen alvorens besprekingen te beginnen over een regeringscoalitie. Dat Bartsch zich zo ver waagt op het pad van de ‘persoonlijke interpretatie’ van het partijprogramma heeft er alles mee te maken dat de kiesintenties voor 26 september de laatste weken flink door elkaar geschud werden. De laatste peilingen geven aan de conservatieve CDU/CSU - de partij van bijna-gewezen kanselier Merkel - nog maar 20%, terwijl de SPD op 25% zou mogen rekenen. De Grünen boeten een stuk in op vroegere vreugdesignalen (21 à 23%), maar met 17% is een ‘rood-rood-groene’ coalitie (SPD – Die Linke – Grünen) niet totaal uitgesloten. Dat houdt in dat Die Linke de mankerende stemmen levert voor een meerderheid, alhoewel de polls daar niet op wijzen, en zelfs de vraag gesteld wordt of de partij de kiesdrempel van 5% haalt. Hoe twijfelachtig dit perspectief ook is, Bartsch en-andere-realo’s in Die Linke willen hun regeringsdroom veiligstellen en plooien zich naar één van de voorwaarden die de SPD, bij monde van hun kanselierskandidaat Scholz, stelt aan coalitiepartners: versterking van de NATO. Dit is voor de Grünen in ieder geval geen enkel probleem .en Bartsch probeert zijn mogelijke coalitiepartners van hetzelfde te overtuigen.  Ook op andere punten probeert Bartsch zijn ingebeelde coalitiepartners gerust te stellen: natuurlijk zijn we voor een sterker Europa, natuurlijk moet er een stevig begrotingsbeleid zijn… Bartsch is er zich wel van bewust dat het antimilitarisme en het verzet tegen de NATO diep ingeworteld zijn bij een groot deel van Die Linke, en probeert daarom een regeringsdeelname te kaderen in de strijd voor een socialer beleid (lonen, pensioenen, belastingen…). Dat het kneusje van een rood-rood-groene coalitie daar weinig kans zou voor hebben lijkt niet bij hem op te komen. SPD en Grünen zijn namelijk de partijen die onder Gerhard Schröder het Hartz IV programma met zijn minijobs en sociale afbouw doordrukten. Op het beleid van rood-rood-groen zal Die Linke hoogstens een marginale invloed hebben, maar ondertussen haar geloofwaardigheid bij de linkerzijde in Duitsland te grabbel gooien, en door het inslikken van de antimilitaristische standpunten haar rol van politiek verlengstuk van de vredesbeweging verliezen. Eén vogel maakt geen lente, en omgekeerd betekent één opportunist niet de afgang van een partij. Maar Bartsch is geen alleenstaand geval. Tot in 2019 werd de Bundestagfractie van Die Linke naast Bartsch ook geleid door Sarha Wagenknecht, het meest mediatieke kopstuk van de partij. Tegen alle democratische regels in en zonder enig intern debat deed ze een poging om van Die Linke een ‘beweging’ – “Aufstehen” - te maken met zeer bedenkelijke uitgangspunten (bedreiging van de welvaartsstaat door immigratie, bewondering voor de ordoliberale principes van Ludwig Erhard…). Aufstehen werd een flop, maar toonde ook hier aan dat machtsmisbruik van vooraanstaande partijkopstukken, in het bijzonder parlementsleden, niet het monopolie zijn van de Britse Labour Party. PLP als Parlementarische Linke Partei? Nein, danke!   Toegevoegd op 10 september 2021: Het eerder rechtse Politico denkt dat een rood-rood-groene coalitie niet zo denkbeeldig is. Men vindt er ook actuele prognoses van de verkiezingen van 26 september, en een beschouwing over mogelijke coalities.  
Herman Michiel

EU: coalities van oorlogsvrijwilligers

1 maand 1 week ago

7 september 2021 Verschenen  op 6 september 2021 op German Foreign Policy (*) Nederlandse vertaling door Ander Europa Met dank voor de toelating tot publicatie  

Berlijn en Brussel plannen een nieuwe EU-interventiemacht van 5.000 of meer soldaten. De Duitse minister van defensie, Kramp-Karrenbauer pleit voor "coalitions of the willing."

Berlijn en Brussel willen de nederlaag van het Westen in Afghanistan gebruiken om aan te dringen op de oprichting van een nieuwe EU-interventiemacht. "Bijna niets" werd gedaan om het besluit van de VS om zich terug te trekken uit de Hindoekoesj tegen te gaan, vanwege het gebrek aan onze militaire capaciteiten", klaagde de Duitse minister van Defensie Annegret Kramp-Karrenbauer (AKK). We kunnen alleen "winnen", als de EU "op gelijke voet met de VS komt". Even daarvoor had Josep Borrell, EU-commissaris voor buitenlands beleid, in een gastbijdrage er vooral voor gepleit dat de Unie – naast haar “centrale militaire vaardigheden” zorgt voor een “bijzonder krachtige interventiemacht" (first entry force). Momenteel wordt binnen de EU gesproken over een eenheid van 5.000 soldaten, naar het model van de "Spearhead"-eenheid van de NAVO, terwijl ook een uitbreiding tot 20.000 man wordt besproken. In november zou een besluit moeten genomen worden. Weerstand daartegen komt er vooral van de Oost- en Zuidoosteuropese lidstaten die VS-gezind zijn. [Noot van de vertaler: Ook Zweden, dat geen lid is van de NATO, is tegen.]   Het strategisch kompas van de EU Reeds op 6 mei, tijdens hun eerste persoonlijke bijeenkomst na hun Covid-19 online-vergaderingen, bespraken de ministers van Defensie van de EU de snelst mogelijke oprichting van een inzetbare, zeer slagkrachtige, EU-interventiemacht. Het debat kwam op gang tijdens de bespreking van het "Strategisch Kompas", een poging om de zeer uiteenlopende belangen van de EU-lidstaten op het gebied van buitenlands en militair beleid rond een gemeenschappelijke noemer te consolideren. Tot nu toe hebben de uiteenlopende belangen een uitbreiding van de militaire missies van de EU in de weg gestaan. Dat is één van de redenen waarom de gevechtsgroepen van de EU - snel inzetbare troepen van 1.500 soldaten, waarvan er twee 6 maanden per jaar oproepbaar zijn - nooit op missie zijn gestuurd. Het strategisch kompas is gebaseerd op een uniforme dreigingsanalyse, overeengekomen door de inlichtingendiensten van de afzonderlijke lidstaten en hun tegenhanger in de EU, het Inlichtingen- en Situatiecentrum van de Europese Unie (EU IntCen), zonder openbaar toezicht of enige vorm van democratisch debat. [1]. Het Strategisch Kompas zal op 16 november worden besproken en mogelijk worden goedgekeurd, zei EU-commissaris voor Buitenlands Beleid, Borrell.[2]   Een "First Entry Force" Volgens diverse berichten.[3] hebben veertien EU-lidstaten - waaronder de “militaire zwaargewichten van de Unie", Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje - het voorstel gedaan in een gezamenlijke discussienota voor de oprichting van een snelle inzetbare strijdmacht van ongeveer 5000 soldaten. De nieuwe snelle inzetbare strijdmacht zou aanvankelijk moeten bestaan uit "een legercomponent ter grootte van een brigade en een marinecomponent". Op lange termijn zouden "luchtmacht- en ondersteuningseenheden kunnen worden toegevoegd." Het is opgevat als een "eerste interventiemacht", beschikbaar voor een "onmiddellijk missiescenario op korte termijn". De omvang van de eenheid van 5.000 is volgens insiders georiënteerd op NAVO's "Spearhead", die was gevormd in de nasleep van de escalatie in het conflict met Rusland over Oekraïne in 2014. Een hooggeplaatste functionaris van de Europese Dienst voor extern optreden (EEAS) zou hebben gezegd dat het doel van 5000 soldaten "ambitieus" is, maar haalbaar als de huidige EU-gevechtsgroepen zouden worden opgenomen. Intussen wordt er zelfs gesproken over een snel inzetbare troepenmacht van tussen de "5.000 - 20.000" soldaten.[4]   Centrale militaire capaciteiten Berlijn en Brussel maken momenteel gebruik van de nederlaag van het Westen in Afghanistan om opnieuw druk uit te oefenen. Momenteel zijn de EU-lidstaten in Oost- en Zuidoost-Europa gekant tegen de oprichting van een nieuwe interventiemacht. Hun betrachting, zoals met name van Polen en de Baltische staten – is gericht op een bijzonder sterke militaire samenwerking met de Verenigde Staten, en een zo exclusief mogelijke focus op de NAVO. Ook met dit in het achterhoofd prees de EU-commissaris voor Buitenlandse Zaken Josep Borrell in zijn gastbijdrage in de NY Times van 1 september de "first entry force" van de Unie waarover nu wordt gesproken. Om een meer capabele bondgenoot te worden, aldus Borrell, moet Europa meer investeren in zijn veiligheidscapaciteiten. Naast de uitbreiding van de cruciale militaire capaciteiten, zoals luchttransport en bijtanken, strategische verkenning en installaties in de ruimte, hebben we strijdkrachten nodig die capabeler, beter inzetbaar en meer interoperabel zijn, aldus de commissaris voor Buitenlandse Zaken. Hij voegde er nog aan toe dat er al inspanningen in die richting worden gedaan. Het gaat om het vermogen om "onder moeilijke omstandigheden een luchthaven te beveiligen", zoals onlangs in Kabul.[5]   "Op gelijke hoogte met de VS" Tijdens de bijeenkomst van de ministers van Defensie van de EU, een dag later, op 2 september, reageerde de Duitse minister van Defensie Annegret Kramp-Karrenbauer met een lange tweet. "De nuchtere waarheid over Afghanistan", aldus Kramp-Karrenbauer, "is dat wij, Europeanen, bijna niets hebben gedaan tegen het besluit van de VS om ons terug te trekken, vanwege het gebrek aan eigen capaciteiten." "De belangrijkste vraag voor de toekomst" van het buitenlands en militair beleid van de Unie is hoe "onze militaire capaciteiten" collectief kunnen worden ingezet. Met betrekking tot het huidige verzet van de oostelijke en zuidoostelijke lidstaten benadrukte de minister dat het er om gaat "het westelijke bondgenootschap in zijn geheel te versterken". Als de Unie "op gelijke voet met de VS" kan worden versterkt, "dan zullen we winnen". Concreet suggereerde zij de vorming van een coalition of the willing : samenwerkingen tussen afzonderlijke EU-staten, die zich ad hoc zullen verenigen voor concrete militaire interventies. Kramp-Karrenbauer wees er uitdrukkelijk op dat dit is toegestaan onder toepassing van artikel 44 van de Europese Verdragen.   Prioriteiten regionale oorlogsvoering Om beter tegen het verzet in Oost- en Zuidoost-Europa te kunnen optreden, introduceert Kramp-Karrenbauer naast haar voorstel om bijvoorbeeld "gezamenlijk collectieve Special Forces op te leiden en belangrijke capaciteiten te organiseren, zoals luchtbruggen en satellietbewaking," nu ook "regionale veiligheidsverantwoordelijkheden" in de discussie. Afhankelijk van hun belangen zouden de oostelijke en zuidoostelijke EU-landen zich vooral kunnen concentreren op militaire voorbereidingen voor een mogelijk gewapend conflict met Rusland, terwijl de zuidelijke EU-leden zich meer zouden kunnen richten op oorlogen in de Arabisch-Islamitische wereld. Zoals de zaken er nu voor staan, zou Duitsland als scharnier tussen de twee partijen kunnen fungeren. Ondanks het feit dat artikel 44 van de Europese Verdragen bepaalt dat individuele EU-leden "coalities van bereidwilligen" kunnen oprichten, is momenteel nog steeds een gezamenlijk EU-besluit vereist voor militaire missies. Daarom blijft de mogelijkheid bestaan om desgevallend krachtenopslorpende oorlogen van andere lidstaten te voorkomen - zelfs als die bijvoorbeeld in het belang van de VS zijn. Maar Matej Tonin, de minister van Defensie van Slovenië - het land dat momenteel het EU-voorzitterschap waarneemt - sluit een overgang naar de klassieke meerderheid voor EU-oorlogen in de toekomst niet uit.[6]   (*) German-Foreign-Policy.com wordt gerealiseerd door een groep onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” Voor de vertaling maakten we ook gebruik van de gratis versie van DeepL.   [1] Zie ook  Panzerverkäufe und Bedrohungsanalysen. [2] Nikolaj Nielsen: euobserver.com 03.09.2021. [3] Thomas Gutschker: Die Sprache der Macht lernen. Frankfurter Allgemeine Zeitung 07.05.2021. [4] Christoph B. Schiltz: Nach dem Afghanistan-Debakel wirbt Deutschland für eine "Koalition der Willigen". welt.de 02.09.2021. [5] Josep Borrell Fontelles: Europe, Afghanistan Is Your Wake-Up Call. nytimes.com 01.09.2021. [6] Nikolaj Nielsen: euobserver.com 03.09.2021.    
Herman Michiel

Het tijdperk van straffeloosheid

1 maand 2 weken ago

3 september 2021 Verschenen  op 30 augustus 2021 op German Foreign Policy (*) Nederlandse vertaling door Ander Europa Met dank voor de toelating tot publicatie  

Westerse strijdkrachten hebben duizenden burgers gedood en oorlogsmisdaden begaan in Afghanistan. Voor ze zich definitief terugtrokken is vrijwel niemand voor het gerecht gebracht. Journalisten van German Foreign Policy tonen ook de Duitse betrokkenheid daarbij aan.  

  Nu de westerse troepen zich eindelijk terugtrekken uit Afghanistan, komt er ook een einde aan twee decennia van dodelijke westerse aanvallen op burgers en de systematische oorlogsmisdaden van het Westen in de Hindoekoesj. Tegen de tijd dat het terugtrekkingsakkoord van de VS met de Taliban in februari 2020 werd afgerond, waren volgens de VN jaarlijks honderden burgers gedood door luchtaanvallen van westerse strijdkrachten en operaties van Special Forces - minstens 559 in 2019. Talloze omstanders werden gedood bij drone-aanvallen van de VS. Volgens documenten die door een klokkenluider zijn uitgelekt, was soms slechts één op de tien slachtoffers van drone-aanvallen een "doelwit" dat door het Amerikaanse leger was aangewezen om te worden vermoord. Informatie die nodig was voor drone-aanvallen is ook door Duitse diensten aan het Amerikaanse leger verstrekt, waaronder informatie die door de CIA is gebruikt voor de ontvoering van verdachten en hun marteling. Australische Special Forces vermoordden weerloze burgers als inwijdingsritueel. Westerse oorlogsmisdaden bleven meestal onbestraft - tot op de dag van vandaag.   Burgerslachtoffers Westerse strijdkrachten in de Hindoekoesj (berggebied in het noordoosten van Afghanistan) hebben bij hun operaties regelmatig grote aantallen burgerslachtoffers gemaakt, tot het einde toe. Volgens de slachtofferstatistieken van de Verenigde Naties zijn in 2018 van de 3.804 burgers die tijdens de oorlog in Afghanistan zijn gedood, er ten minste 1.185 toegeschreven aan aanvallen van verschillende regeringsgezinde strijdkrachten en ten minste 406 aan operaties die door westerse strijdkrachten zijn uitgevoerd. In 2019 stijgt het aantal door westerse troepen gedode burgers tot ten minste 559. Een daling kon pas worden geconstateerd nadat de VS in februari 2020 een terugtrekkingsakkoord met de Taliban hadden gesloten. De westerse strijdkrachten hebben herhaaldelijk luchtaanvallen uitgevoerd, die door het grote aantal slachtoffers onderwerp van internationale media-aandacht zijn geworden. In juni 2007 bijvoorbeeld werden tot 80 mensen gedood - de meesten burgers - bij de laatste van een lange reeks luchtaanvallen in de provincie Helmand.[1] Op 5 mei 2019 werden minstens 30 - maar waarschijnlijk 60 of meer - burgers gedood bij luchtaanvallen op vermeende drugverwerkingsinstallaties. Terwijl de VS beweren dat de slachtoffers Taliban waren, spreekt de VN van de dood van burgerarbeiders, vrouwen en kinderen.[2]   "Het werd getolereerd"  De lijst kan worden uitgebreid. Ook de gerichte luchtaanval op een groot aantal burgers op 4 september 2009, op bevel van de Duitse kolonel Georg Klein, valt eronder. De bom trof honderden mensen die zich rond een vastgelopen olietanker hadden verzameld om benzine te tappen voor hun gezinnen. Meer dan honderd burgers werden gedood. Klein had het bevel tot de luchtaanval gegeven tegen de uitdrukkelijke waarschuwingen van een Amerikaanse piloot in, die erop wees dat de verzamelde menigte duidelijk geen opstandelingen waren.[3] Behalve bij luchtaanvallen zijn er ook vaak burgers gedood bij operaties die werden uitgevoerd door - vaak Amerikaanse - speciale eenheden. Verwijzend naar uitgebreide interviews met Duitse veteranen van Afghanistan, meldde de Potsdamse militair historicus Sönke Neitzel onlangs uitzonderlijk hoge aantallen burgerslachtoffers. "Als er tijdens operaties van de US Special Forces driedubbel zoveel burgerslachtoffers vielen, werd dat getolereerd."[4] Troepen van het Duitse Commando Special Forces (Kommando Spezialkräfte, KSK) waren regelmatig op missie in de Hindoekoesj. Of en, zo ja, hoeveel burgerslachtoffers er vielen bij hun missies is onbekend, vanwege de strikte geheimhoudingspolitiek van de Duitse regering rond hun missies.   ‘Collateral damage’: negen op de tien Amerikaanse drone-aanvallen, die onder president Barack Obama drastisch zijn uitgebreid, hebben talrijke burgerslachtoffers geëist. Het Bureau of Investigative Journalism, gevestigd in Londen, dat al jaren systematisch drone-aanvallen analyseert, somt nu meer dan 13.000 van deze aanvallen in Afghanistan op. Het aantal slachtoffers wordt geschat tussen de 4.100 en ruim 10.000, het aantal bewezen burgerslachtoffers tussen de 300 en 900.[5] Volgens onderzoek van het online platform The Intercept zou dit een onderschatting zijn. Al in oktober 2015 had The Intercept gemeld - zich beroepend op documenten die door een klokkenluider waren verstrekt - dat van januari 2012 tot februari 2013 slechts 35 van de meer dan 200 slachtoffers van de Amerikaanse dronecampagne in het noordoosten van Afghanistan als doelwit van de VS waren vermeld. In de loop van vijf maanden bedroeg het aandeel onbedoelde drone-slachtoffers bijna 90 procent.[6] In juni werd Daniel Hale, de klokkenluider die een blik in de afgrond van de Amerikaanse drone-moorden had geworpen, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en negen maanden.[7] Gegevens die de voorbereiding van de drone-targeting mogelijk maken - zoals de mobiele telefoongegevens van verdachten - waren ook door Duitse diensten aan de Amerikaanse eenheden verstrekt. Duitsland is dus betrokken bij de moorden van de VS met drones.[8]   Moord als initiatieritueel Onder het grote aantal burgerslachtoffers tijdens de gevechten zijn er ook opzettelijke, ongegronde moorden. Zo wordt in een onderzoeksrapport dat in het najaar van 2020 werd gepubliceerd, beschreven hoe leden van de Australische Special Forces ten minste 39 Afghanen totaal willekeurig hadden vermoord. Op een video wordt bijvoorbeeld gedocumenteerd hoe een Australische soldaat een Afghaanse burger die in een maïsveld lag, vermoordde met drie schoten van dichtbij. Volgens het onderzoeksrapport maakten deze moorden op ongewapende burgers, zonder dat er sprake was van een gevechtssituatie, deel uit van een inwijdingsritueel voor nieuwe leden van de Australische speciale eenheden, om hun zogezegde gevechtsgeschiktheid te bewijzen. Dit is een praktijk die bekend staat als "blooding".[9] Amerikaanse militairen zijn ook beschuldigd van moorden buiten de gevechtssituatie. Militair historicus Neitzel meldde bijvoorbeeld dat volgens verslagen Duitse soldaten, waaronder de meest geharde onder de KSK-troepen, "geschokt" waren over hoe "Amerikaanse soldaten nonchalant vertelden hoe zij Taliban-gevangenen hadden geëxecuteerd."[10] Er zijn duidelijke bewijzen dat Britse Speciale Troepen ook Afghaanse burgers hebben vermoord.[11] Westerse soldaten werden vrijwel nooit geconfronteerd met de consequenties van hun willekeurige moorden.   Ontvoeringen en folteringen Last but not least is er zo goed als geen opheldering, laat staan bestraffing, van de sinds de herfst van 2001 talrijke gevallen van ontvoering van verdachten naar folterkamers, in het kader van de "oorlog tegen het terrorisme". Deze praktijk heeft ook Afghanistan getroffen, waar personen die - al dan niet terecht - werden beschuldigd van terroristische activiteiten van de jihad, gevangen werden genomen, naar kerkers werden ontvoerd en bruut werden gemarteld. Volgens bevindingen van het Internationaal Strafhof (ICC) kan duidelijk worden aangetoond dat ten minste 54 personen door leden van de Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan zijn gefolterd, mishandeld en onderworpen aan seksueel geweld. Van ten minste 24 personen kan worden aangenomen dat zij door leden van de CIA aan dezelfde misdrijven zijn onderworpen, aldus het ICC.[12] Duitsland is bij een aantal van die gevallen betrokken. Duitse diensten verschaften de VS niet alleen informatie die leidde tot de ontvoering en gevangenneming, zelfs van Duitse burgers; maar ambtenaren van Duitse inlichtingendiensten - Federale Inlichtingendienst (BND), Federaal Bureau voor de Bescherming van de Grondwet (VS) - alsmede van het Federaal Bureau voor Strafrechtelijk Onderzoek (BKA) hadden de ontvoerden in de martelkamers in Afghanistan ondervraagd, onder wie Khaled el-Masri uit Ulm,[13] en Ahmad S. uit Hamburg.[14] Murat Kurnaz, uit Bremen, heeft gerapporteerd dat hij niet alleen gevangen was genomen en gemarteld, in een VS-kamp in Kandahar, maar zelfs geslagen door Duitse KSK-soldaten, hetgeen door het Duitse leger en de regering wordt ontkend. Andere, meer onbevooroordeelde getuigen hebben Kurnaz' versie echter bevestigd.   (*) German-Foreign-Policy.com wordt gerealiseerd door een groep onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” [1] Jason Burke: 'Up to 80 civilians dead' after US air strikes in Afghanistan. theguardian.com 01.07.2007. [2] UNAMA Special Report: Airstrikes on alleged drug-processing facilities. Farah, 5 May 2019. Kabul, oktober 2019. unama.unmissions.org. [3] Zie ook  Die Bomben von Kunduz. [4] Sönke Neitzel: Deutsche Krieger. Vom Kaiserreich zur Berliner Republik - eine Militärgeschichte. Berlin 2020. pag. 547. [5] Strikes in Afghanistan. thebureauinvestigates.com. [6] Jeremy Scahill: The Assassination Complex. theintercept.com 15.10.2015. [7] Chip Gibbons: Daniel Hale Went to Prison for Telling the Truth About US Drone Warfare. jacobinmag.com 05.08.2021. [8] Zie ook  Proposed for Killing. [9] Matthew Doran: Afghanistan war crimes report released by Defence Chief Angus Campbell includes evidence of 39 murders by special forces. abc.net.au 19.11.2020. Zie ook  Bilanz von 18 Jahren. [10] Sönke Neitzel: Deutsche Krieger. Vom Kaiserreich zur Berliner Republik - eine Militärgeschichte. Berlin 2020. S. 547. [11] Panorama Investigation: War crimes scandal exposed. bbc.co.uk 17.11.2019. [12] Situation in Afghanistan. Summary of the Prosecutor's Request for authorisation of an investigation pursuant to article 15. International Criminal Court. 20 november 2017. [13] Zie ook  Wer ist "Sam", der deutsche Foltergesandte? [14] Hans Leyendecker: "Hochkonkret" oder "abstrakt"? sueddeutsche.de 01.11.2010. [15] Brite bestätigt: KSK misshandelte Kurnaz. tagesspiegel.de 24.01.2008.    
Herman Michiel

Brochure “A militarised Union” beschikbaar

1 maand 2 weken ago

2 september 2021 -  Op 7 juli meldden we  dat de knappe brochure over de militarisering van de Europese Unie gratis kan aangevraagd worden bij de Rosa Luxemburg Stichting, die samen met de koepel van vredesorganisaties ENAAT de brochure uitgeeft. Wie een aanvraag deed kreeg de brochure waarschijnlijk pas onlangs in de bus. Er was immers vertraging bij het drukken, en dan kwam er de vakantieperiode. Maar nu is er een flinke voorraad in de Brusselse afdeling van de Stichting, en u kunt ze nu vlot bekomen. Daartoe surft u naar de RLS-site,  onderaan vindt u de knop “Add to cart”, als u meer dan één exemplaar wil past u het aantal aan, en drukt op de knop. Bovenaan de pagina ziet u nu “Shopping cart”, klik erop, u vult uw naam en adres in (zorg dat straatnaam en huisnummer vermeld zijn) en verzend. Organisaties die meer dan vijf exemplaren willen gelieve een mail te sturen naar info.bruessel[at]rosalux.org . (hm)      
Herman Michiel

Een kleine excursie in het Belgisch klimaatplan

1 maand 2 weken ago

door Herman Michiel 1 september 2021   We hebben op Ander Europa al aanzienlijk wat artikelen gewijd aan de Europese klimaatplannen. Om het even of je deze plannen ambitieus vindt of een onvoldoende geeft, het is duidelijk dat het echte werk in de lidstaten moet gebeuren en dat een Europese financiële stimulans hierin niet de doorslaggevende factor is. Ook wie zich maar om zeer praktische redenen bekommert om de klimaatpolitiek - hoe zal ik me nog mogen verplaatsen of verwarmen? wat zal het me kosten?  - moet kijken wat het nationaal beleid daarover zegt. En zeker wie het lot van de planeet nauw aan het hart ligt zal de plannen van zijn regering kritisch bekijken, maar zich ook afvragen hoe je zelf een positieve bijdrage kunt leveren. Het waren zowel praktische als meer ‘bevlogen’ bekommernissen die me wat dieper lieten snuffelen in de Belgische klimaatplannen. We hebben thuis nog maar een jaar een nieuwe (benzine-)wagen, tweedehands weliswaar maar toch goed voor het equivalent van een half jaar pensioeninkomsten. De gasgestookte condensatieketel is nu vijf jaar in dienst, en kostte toch ook verschillende maanden pensioen; de verwachting was wel dat hij zeker nog een jaar of tien zou meegaan, net zoals de wagen trouwens. Maar zowel de gezinswagen als de centrale verwarming werken met fossiele brandstof, en produceren jaarlijks een boel CO2…

  Zes en een halve ton CO2, en dat met een tweekoppig gezin! De totale uitstoot is natuurlijk nog een stuk groter: elektriciteit, voedselvoorziening, openbaar vervoer, enzovoort [efn_note] Eurostat geeft voor 2019 een gemiddelde CO2-uitstoot per persoon van 8,4 ton voor de hele EU-27, 10,6 ton voor België, 11,1 ton voor Nederland 5,2 ton voor Zweden. Het gaat in feite over CO2-equivalent, dit wil zeggen dat het effect van andere broeikasgassen, zoals methaan, omgerekend wordt naar een gelijkwaardige hoeveelheid CO2. [/efn_note].  Valt het dan toch niet te overwegen om het spaarboekje - waarop je jaarlijks toch verlies lijdt - aan te spreken en naar alternatieven uit te kijken?   Een elektrische wagen kopen? Zoals bekend is een belangrijk element van het Europees klimaatplan het uitbannen van benzine-en dieselwagens, ten voordele van auto’s met elektromotor. Vanaf 2035 mogen personenwagens op fossiele brandstof niet meer verkocht worden [efn_note] Dit geldt niet voor vrachtwagens en touringcars, waarvoor tegen die tijd nog geen alternatief zou ontwikkeld zijn. [/efn_note]. Nederland en België vroegen trouwens, samen met een aantal andere lidstaten, de Europese Commissie om dat verbod reeds in 2030 in te voeren. Maar wie overweegt zijn spaarcenten in een elektrische wagen te investeren, niet om prestigeredenen maar door echte betrokkenheid bij de klimaatproblematiek, zou dan toch willen zeker zijn dat het iets uithaalt. Een voor de hand liggende vraag is: wat baat het elektrisch te rijden als de elektriciteit zelf niet op een duurzame wijze geproduceerd wordt? Ja, elektrisch rijden is ecologisch veel beter dan met fossiele brandstof, zelfs als de elektriciteitsproductie op niet-hernieuwbare wijze gebeurt. Dat zegt bijvoorbeeld ook een onverdachte bron als Greenpeace. De reden is dat een elektrische motor véél efficiënter is dan een ontploffingsmotor, waar veel energie verloren gaat als warmte. “Zelfs in Polen, waar vooral steenkool wordt gebruikt voor de elektriciteitsproductie, bedraagt de totale CO2 besparing van een elektrische wagen nog steeds rond de 30%”, lezen we in het rapport De elektrische auto:een rEVolutie of slechts een kiezel op de weg? van de Vlaamse ingenieursvereniging ie-net. Maar hoorden we niet dat de batterijen voor elektrische wagens duur en zwaar zijn, veel energie vereisen voor hun productie, en een nieuwe jacht op zeldzame grondstoffen zullen veroorzaken? Dezelfde ingenieursstudie stelt dat de kostprijs tussen 2015 en 2020 meer dan halveerde, dat er wereldwijd veel onderzoek is naar alternatieve batterij-ontwerpen [efn_note] Zo is er de experimentele solid state batterij, die tot 80% oplaadt in een kwartier. [/efn_note]. Het lithium dat in de meeste batterijen gebruikt wordt, zou gemakkelijk recycleerbaar zijn, en dat zou ook steeds meer het geval zijn met kobalt. Het gevaar voor nieuwe ‘extractivistische’ rooftochten in het globale Zuiden is zeker niet denkbeeldig, maar zou door een gepast overheidsbeleid kunnen beperkt worden. De ontwikkelingskoepel 11.11.11 en de Bond Beter Leefmilieu bijvoorbeeld deden daarover onlangs aanbevelingen aan de Belgische overheid. Volgens de genoemde ingenieursstudie blijft de elektrische auto wat CO2-uitstoot betreft bij verre te verkiezen, en wordt het batterij-nadeel ruimschoots gecompenseerd als men het totaalplaatje maakt over de hele levenscyclus van een wagen (Fig. 1)   [caption id="attachment_20961" align="aligncenter" width="700"] Fig. 1 Huidige CO2-uitstoot per gereden kilometer van benzinewagen (links, ‘petrol’), diesel (2de van links) en van elektrische auto in diverse landen; erboven de minder-uitstoot in percent t.o.v. de benzine/dieselwagen. De oranje streep geeft de prognose voor 2030. De uitstoot wordt berekend over de hele levenscyclus, en bevat zowel die tijdens het rijden (grijs), bij de constructie van de auto (donkerblauw) en van de batterij bij de elektrische wagen (lichtblauw). De verschillen per land komen voort uit de verschillende wijze waarop de elektriciteit gemiddeld geproduceerd wordt: met steenkool zoals in Polen (-29%), met een groot aandeel (40%) hydropower zoals in Zweden, of voor 70% met kerncentrales zoals in Frankrijk.[/caption]   Elektrische wagens kunnen dus een positieve rol spelen in de strijd tegen de klimaatopwarming. Maar met deze technische vaststelling is de kous natuurlijk niet af. Sociaal-politiek rijzen een pak vragen, waarvan men redelijkerwijze mag verwachten dat een overheid er antwoorden op heeft, of toch volop bezig is die te formuleren. Als we ons beperken tot het personenvervoer moet men zich bijvoorbeeld afvragen:
  • Welk percentage van de geplande broeikasgasreductie hoopt de overheid in België te bereiken via de invoering van de elektrische wagen? Volgens de Europese klimaatafspraken moet België zijn ‘niet-ETS-uitstoot’ (bouw, transport, landbouw, en alle andere sectoren die niet deelnemen aan de markt voor emissierechten) met 35% verminderd hebben tegen 2030. Welke fractie hiervan moet in België bereikt worden met de elektrische wagen?
  • Hoe hoopt de Belgische overheid deze doelstelling te bevorderen en te bereiken?
  • Elektrische wagens betekenen een grotere vraag naar elektriciteit. Volgens de reeds vermelde ingenieursstudie is de gemiddelde elektriciteitsconsumptie van een elektrische wagen ongeveer gelijk aan die van een modaal Belgisch gezin (dat niet elektrisch verwarmt), zo een 3500 kilowattuur per jaar. Het is dus belangrijk te weten hoeveel elektrische wagens er zullen rijden, en een antwoord te bieden op de bijkomende elektriciteitsnoden. Gezien er in het Koninkrijk België de laatste jaren al een paar keer gewaarschuwd werd voor mogelijke stroomonderbrekingen in de winter, en gezien de geplande kernuitstap mag men hier een helder en realistisch toekomstscenario verwachten. Bovendien bepaalt de aard van de bijkomende elektriciteitsproductie de eventuele vermindering in broeikasgasuitstoot (cfr. fig. 1).
  • Een groot probleem van de elektrische wagen is de lange oplaadttijd. Wie er een heeft zal die liefst thuis opladen, en dat zal in heel veel gevallen bij de thuiskomst na de werkdag zijn. Het elektriciteitsnetwerk dreigt bijgevolg overbelast te raken op bepaalde periodes van de dag. Welke aanpassingen aan het elektriciteitsnetwerk dringen zich bijgevolg op?
  • De beste wagen blijft nog altijd deze die men niet gebruikt, of beter gezegd: de wagen die niet moet geproduceerd worden. Bovendien, alle voorspellingen over de prijsdaling van de elektrische wagen ten spijt, zal deze ook in de toekomst het budget van heel veel gezinnen te buiten gaan. En de Belgische wegen zitten nu al overvol. Wat zijn bijgevolg de overheidsplannen in verband met openbaar vervoer?
  Welke rol voor de overheid? Op zoek naar antwoorden op deze vragen lijkt het logisch te gaan kijken in het Belgisch klimaatplan 2021-2030 , het voorstel dus dat België eind 2019 indiende bij de Europese Commissie om - net zoals de andere lidstaten - aan te geven hoe de afgesproken klimaatdoelstellingen in de komende jaren zullen bereikt worden. Hola, een kanjer van 619 bladzijden, daar moet zowat alles in staan! Arme Nederlanders, hun plan telt slechts 172 bladzijden! Helaas, wie ook maar eventjes de Belgische joekel inkijkt stelt vast dat het kaf is dat uit de ministeriële papiermolens viel. Men is in feite al vanaf de eerste zin gewaarschuwd: “België is een federale staat, waar de beslissingsbevoegdheid wordt gedeeld tussen de Federale staat en drie Gewesten”. Men heeft er niets beters op gevonden dan gewestelijke documenten in de mixer te gooien, er wat federaal bindmiddel aan toe te voegen en het geheel voor te stellen als het Belgisch klimaatplan. Men heeft zelfs niet de moeite gedaan om dat te verhelen. Zo tref je in het Belgisch ‘federaal’ klimaatplan zinnen aan als “We pleiten bij de federale overheid voor meer investeringen in de infrastructuur…”; deze ‘we’ komt blijkbaar uit een Vlaams ministerie. Een ‘federale’ bijdrage is dan bijvoorbeeld een zinsnede als “Daartoe zal de regering een visie ontwikkelen voor de ontwikkeling van het openbaar vervoer tegen 2050.” [efn_note] Persoonlijke noot: dat is hoopvol uitkijken naar mijn 99e verjaardag! [/efn_note]. Was de Duitse bondsrepubliek (16 deelstaten) op zijn Belgisch te werk gegaan zou er waarschijnlijk een klimaatplan van 3000 of 4000 bladzijden uit voortgekomen zijn… Dat deze miskleun niet door de beugel kon voor de Europese Commissie was dan ook volledig te verwachten. Het Belgisch amateurisme wordt in zeer diplomatieke bewoordingen als volgt gerapporteerd in een Nederlands overheidsdocument: “[H]et Belgische energie- en klimaatbeleid oogt voor een Nederlander veel rommeliger dan het Nederlandse. (…) Omdat het Belgische beleid minder helder uitgewerkt is dan dat in de andere hier behandelde landen beschrijven we het minder diepgaand dan dat van de eerder behandelde landen.” Voor mijn heel beperkt onderzoekje naar de elektrificatie van het wagenpark kon ik uit het zogezegde Belgisch klimaatplan wel een paar weetjes afleiden. Zo zal de Vlaamse overheid zich vanaf 2021 elektrische wagens mogen permitteren, maar een precieze doelstelling voor CO2-reductie is er in Vlaanderen nog niet omdat er nog geen akkoord is met de andere overheden [efn_note] In administratieve taal luidt dit: “In afwachting van een intra-Belgische verdeling van de Belgische niet-ETS-doelstelling van -35% is de precieze doelstelling voor Vlaanderen momenteel nog niet gekend “.  [/efn_note]. In Wallonië denkt men dan weer dat het aandeel van elektrische wagens in het Waals gewest 19% zal bedragen in 2030, maar een gelijkaardige tabel voor Vlaanderen ontbreekt. Grasduinend in het document leer ik ondertussen ook dat de Vlaamse overheid de openbare busmaatschappij De Lijn wil ‘deconsolideren’, wat inhoudt dat de private sector betrokken wordt in de aankoop van nieuwe bussen zodat de kost buiten de Vlaamse begroting blijft. Een milieumaatregel is dat niet, maar misschien dacht men om zo de Europese Commissie te vermurwen met deze blijken van privatiseringsdrang? Het was dus geen goed idee om het Belgisch klimaatplan als informatiebron in te roepen. Nu was het misschien zo dat de Belgische overheid in tijdnood zat om op tijd haar plannen aan de Europese instanties voor te leggen? Die indiening gebeurde inderdaad op de valreep, de allerlaatste dag van 2019. Intussen was ik ook op nogal tegenstrijdige berichten gestoten. Zo vermeldt de reeds vermelde ingenieursstudie dat de voorziene verbruiksstijging van elektriciteit ten gevolge van de elektrische personenwagen 1,7% zou bedragen (400.000 wagens) volgens de inschattingen van het Federaal Planbureau, maar 6,5% (1.500.000 wagens) volgens de inschattingen van Synergrid, de federatie van de netbeheerdersbedrijven voor elektriciteit en aardgas in België. Maar 1,7% versus 6,5%, dat is een verschil van 400% ! En ik stel ook vast dat het Planbureau een aandeel van slechts 5% elektrische wagens verwacht tegen 2030, terwijl het Waals gewest, zoals vermeld, spreekt van 19% op haar wegen. Zelfs als geen enkele Vlaming of Brusselaar een elektrische wagen koopt zou het Belgisch wagenpark in 2030 al voor meer dan 6% uit elektrische bestaan… Maar de Belgische overheid moet toch een of andere prognose hebben over het aantal elektrische wagens dat hier binnenkort zal rondrijden, laadpalen zoeken en de vraag naar elektriciteit verhogen? Aha, er is de site Klimaat.be, die fier aankondigt “De Belgische federale site voor betrouwbare informatie over klimaatverandering”. We surfen onmiddellijk naar “Beleid en maatregelen voor uitstootverlaging”, vervolgens “De periode 2021-2030” en we worden verwezen naar… het Belgisch klimaatplan. Een beetje wanhopig, en zonder veel illusies, stuur ik bijgevolg op 24 augustus een mail naar het federaal ministerie voor economie met de vraag waar ik informatie vind over de overheidsprognoses in verband met de elektrificatie van het wagenpark, de implicaties voor de stroomvoorziening en het netwerk, enzovoort. Groot was mijn verbazing als ik al op 25 augustus een antwoord in mijn mailbox vond, met een verwijzing naar “een studie van onze transmissienetbeheerder Elia,waarin u een antwoord zal vinden op het merendeel van uw vragen”. Het gaat over de Adequacy- en flexibiliteitsstudie voor België 2022 - 2032; Elia is het beursgenoteerd bedrijf dat het volledig Belgisch hoogspanningsnet beheert en ook deels in Duitsland actief is. De aandeelhouders zijn onder andere gemeentelijke holding’s, Belfius Insurance en bv. ook Fernand Huts’ Katoen Natie. Dat terzijde natuurlijk. Het moet gezegd, de Eliastudie is overzichtelijk, goed gedocumenteerd en ik had weinig moeite om hun scenario voor de elektrificatie van het wagenpark terug te vinden. Elia moest daarbij wel zelf een aantal knopen doorhakken, want ook zij vonden (pag. 46) dat het Belgisch klimaatplan “geen exacte cijfers vermeldt over elektrische wagens en warmtepompen”. Maar due to the increasing ambitions of the Belgian government gaan de auteurs ervan uit dat in 2032 er 1,8 miljoen elektrische wagens op de Belgische wegen zullen rijden en zich regelmatig aan een stopcontact zullen aanbieden. Dat zijn er nog 300.000 meer dan in de genoemde Synergrid-schatting en meer dan vier keer zoveel als het Planbureau voorzag. (Niet zo verbazend misschien aangezien 5 à 6% van uw elektriciteitsfactuur voor Elia bestemd is. Maar ook dat helemaal terzijde.) De implicaties voor het stroomdistributiesysteem  hangen dan verder af van hypotheses in verband met het laden: iedereen tijdens de avonduren (sterke pieken als gevolg) of volgens meer gesofistikeerde voorzieningen.   Belgische klimaatklungelei Hoe kun je nu ook maar iets zinnigs zeggen over het Belgisch klimaatbeleid als er eind 2021 nog geen enkele optie genomen is in verband met strategieën die binnen 10 jaar een serieuze bijdrage tot de strijd tegen de klimaatopwarming moeten geleverd hebben? Bekijk nog eens de grafiek van wat in een minimaal scenario vereist is; wie daarmee nog niet bezig is in 2021 zegt in feite dat hij het helemaal niet van plan is. Ik had het hier over de elektrische auto, een belangrijk deel van de officiële strategie. Een ander deel is de decarbonisatie van de huisverwarming, waar opnieuw elektriciteit de sleutel voor zou zijn (vervanging van stookolie en aardgas door elektrisch aangedreven warmtepompen) maar eveneens de vraag naar elektriciteit zal doen toenemen. Als de Belgische overheid de Elia-studie beschouwt als haar toekomstplan (zoals het ministerie van economische zaken toch suggereert) kijkt ze uit op een uiterst strak programma. Alleen al de kernuitstap van 2025 vereist de vervanging van ongeveer een derde van de huidige capaciteit. De bijkomende vraag (transport, verwarming) en een iets betere veiligheidsmarge om minder afhankelijk te zijn van de buitenissige stroominvoer uit het buitenland (waar ook klimaatplannen in de maak zijn) vereisen er nog 10 à 15% bij (Fig 5.15 van de Elia-studie). We hebben het hier nog helemaal niet over de productie van duurzame elektriciteit gehad, het ging alleen over de vereiste capaciteit. Als men de CO2-uitstoot van het transport naar nul wil brengen, mag aan de laadpalen alleen wind- of zonne-elektriciteit aangeboden worden. Maar de overheden in België zijn daar evenveel mee bezig als met de zedelijke opvoeding van Manneke Pis. Aan goede raad is er anders geen gebrek. Zo heeft Greenpeace een stappenplan om de Belgische  transportsector tegen 2040 koolstofvrij te maken. Maar dit zijn eerder pareltjes voor de zwijnen, want hier zullen de beleidsmakers pas opkijken als hun trog leeg is.    
Herman Michiel

De EU beschermt ons tegen desinformatie. Echt?

1 maand 3 weken ago

door Herman Michiel 20 augustus 2021   Desinformatie! Onze burgers worden bedreigd door geniepige Kremlinpropaganda! De EU wil u daartegen beschermen! U niet alleen trouwens, ook de zovele andere slachtoffers van de Russische propaganda in Oekraïne, Wit-Rusland, Armenië, Georgië enzovoorts. De Europese Unie zette daarom in 2015 de  East StratCom Task Force op, die zich inzet voor strategische communicatie en optreedt tegen ‘desinformatie’. Boegbeeld van dit initiatief is de database en de bijgaande website EUvsDisinfo, die zich interesseert voor “messages in the international information space that are identified as providing a partial, distorted, or false depiction of reality and spread key pro-Kremlin messages.” De task force beschikt over 11 vaste krachten, en voor 2021 over een budget van 11,1 miljoen €. Wat krijgt de Europese ingezetene daarvoor terug? In een bericht van 19 augustus heeft EUvsDisiNFO het onder andere over de bewering in Russische media zoals Sputnik dat de Verenigde Staten met opzet chaos creëerden in Afghanistan om Rusland en China te ondermijnen. Dit getuigt meer van de innige ‘vriendschap’ die de Europese Unie bindt met haar Atlantische partner dan voor liefde voor de waarheid, want zelfs nu die vriendschap van de bondgenoten zo hard op de proef gesteld wordt door de het eenzijdig optreden van de VS neemt EUvsDisiNFO het blijkbaar op voor Washington. Nu heb ik helemaal niet de bedoeling het op te nemen voor Moskou, maar het Sputnik- bericht steunt niet alleen maar op Kremlin-verzinsels. Dat de Verenigde Staten chaos creëren in Afghanistan kunt u nu op televisie zien, maar was het ‘met opzet’ en ‘om Rusland en China te ondermijnen’? Niemand minder dan Zbig Brezinski, de voormalige veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Carter, deed daarover een boekje open in Le Nouvel Observateur (januari 1998; Engelse vertaling op de site van een deftige Amerikaanse professor geschiedenis). Daarin bevestigt Brzezinski dat de CIA al de Afghaanse moedjahedien begonnen te steunen een half jaar vóór de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel (24 december 1979). Was het dan de bedoeling om de Sovjets tot een interventie te bewegen, vraagt Le Nouvel Observateur. Antwoord: “We hebben de Russen niet gedwongen om tussen te komen, maar alleen de kans daarop vergroot.” Nieuwe vraag: Spijt het u dan niet om islamitische fundamentalisten gesteund te hebben die later wapens en advies gaven aan terroristen? Brzezinski: “Wat is er belangrijker in de wereldgeschiedenis: de Taliban of de ineenstorting van het sovjet imperium? Wat opgehitste moslims of de bevrijding van Centraal Europa en het einde van de Koude Oorlog?” De dag nadat de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel schreef Brzezinski aan Carter: “Nu hebben we de kans om de USSR haar Vietnam oorlog te bezorgen.” Terwijl EUvsDisiNFO een superieur toontje aanslaat en stelt dat het Kremlin nog ‘een coherent verhaal moet bedenken over de recente gebeurtenissen in Afghanistan’, wachten we op het eerste coherent Europees verhaal over de deelname aan dit avontuur, en de blijvende verknochtheid aan de NAVO die zulke avonturen stimuleert. En dat de Europese Unie een krampachtige verdediging moet bedenken tegen ‘claims van zogezegde slechte behandeling van migranten’ (EUvsDisiNFO) als ze door regimes als die van Poetin of Loekasjenko worden geuit, doet ook nogal wat twijfels rijzen over de ‘waarden’ waarop die Unie gebouwd is.    
Herman Michiel
Gecontroleerd
2 uur 57 minuten ago
Ander Europa
www.andereuropa.org
Abonneer op Ander Europa-feed