Het gaat mis in Duitsland en het centrum houdt het niet meer.
Dat is overduidelijk geworden tijdens de laatste ronde van regionale verkiezingen in september 2026, waarbij kiezers in drie Länder naar de stembus gingen. In Oost-Duitsland vierde de extreemrechtse AfD ongekende overwinningen, met maar liefst 43,8 procent in Saksen-Anhalt en 38,2 procent in Mecklenburg-Vorpommern.
De kans is reëel dat de AfD de volgende minister-president van Saksen-Anhalt levert. Dat zou de eerste keer sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn dat een extreemrechtse partij een Duitse deelstaat bestuurt.
Maar in een zeldzaam moment van hoop voor de democratische socialisten kwam Die Linke als winnaar uit de bus bij de derde verkiezing van de dag, die plaatsvond in de hoofdstad Berlijn. Die Linke had campagne gevoerd rond de kosten van levensonderhoud in het algemeen en de stijgende huurprijzen in het bijzonder. Ze verdubbelde haar stemmenaantal, waarmee ze 25,7 procent van de stemmen behaalde, het hoogste percentage dat Die Linke ooit in de geschiedenis van Berlijn sinds de hereniging heeft behaald.
De uitslag wordt algemeen beschouwd als een motie van wantrouwen tegen de regeringscoalitie onder bondskanselier Friedrich Merz. De 'grote coalitie', bestaande uit de conservatieve Christlich-Demokratische Union (CDU) van Merz en de sociaaldemocratische SPD, was begin 2025 aangetreden met de belofte de haperende economie van Duitsland weer op gang te brengen. Maar tot nu toe is Merz er niet in geslaagd de diepe structurele crisis van het land aan te pakken.
Bezuinigingen en economische crisis in Duitsland
De van oudsher sterke hightech-productiesector van Duitsland staat onder intense druk van Chinese concurrenten, ook wel de 'China-schok 2.0' genoemd. Tegelijkertijd heeft een energiecrisis, aangewakkerd door de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran, de prijzen de hoogte in gestuurd.
De populariteit van Merz zelf is gekelderd, waardoor de voormalige BlackRock-topman de meest impopulaire bondskanselier in de naoorlogse Duitse geschiedenis is geworden. Acht op de tien Duitsers hebben kritiek op zijn ongevoelige communicatiestijl, waaronder een reeks racistische opmerkingen. Ook zijn oproep aan de bevolking om harder te werken en de broekriem aan te halen om de economische situatie van het land te verbeteren, viel niet in goede aarde bij de Duitse kiezers.
De bondskanselier krijgt ook veel kritiek te verduren vanwege zijn ingrijpende hervormingsplannen voor de gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en de pensioenen, die algemeen worden gezien als een afbraak van de Duitse verzorgingsstaat.
De gevolgen van die bezuinigingsmaatregelen zullen vooral hard voelbaar zijn in de oostelijke deelstaten van Duitsland, waar de lonen en het gemiddelde vermogen van huishoudens nog steeds ver onder de West-Duitse normen liggen.
De hervormingen zijn deels bedoeld om een enorme verhoging van de militaire uitgaven te financieren. In 2025 had Merz beloofd de Duitse Bundeswehr om te vormen tot 'het sterkste conventionele leger van Europa' en gaf hij aan voorstander te zijn van de herinvoering van de dienstplicht, wat massale protesten uitlokte en argwaan wekte bij de Europese buurlanden.
De verpletterende overwinning van de AfD in het oosten
De extreemrechtse AfD heeft uiterst effectief geprofiteerd van de groeiende golf van onvrede onder de bevolking en is in de federale peilingen sterk gestegen. Uit de nieuwste cijfers blijkt de partij met 29 procent ruim aan kop te gaan, terwijl de regerende CDU met slechts 20 procent op de tweede plaats staat.
De verpletterende overwinningen van de AfD in de oostelijke deelstaten Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern versterken haar status als de dominante anti-establishmentpartij in Oost-Duitsland en daarbuiten, een positie die ooit werd ingenomen door Die Linke en haar voorganger, de PDS.
De kansen van de AfD om aan de macht te komen worden enigszins verkleind door het feit dat alle grote partijen weigeren met haar samen te werken of een regering te vormen en vasthouden aan een cordon sanitaire of wat in Duitsland een Brandmauer wordt genoemd. Niettemin lijkt de huidige politieke koers van de bondsregering extreemrechts alleen maar verder te versterken.
De campagne van Elif Eralp over huisvesting en de kosten van levensonderhoud
De allereerste overwinning van Die Linke bij de deelstaatverkiezingen in Berlijn is een welkom tegengif voor de recente successen van de AfD.
Centraal in de campagne van Die Linke in de hoofdstad stond de door Zohran Mamdani geïnspireerde belofte om 'Berlijn betaalbaar te maken' en de stijgende huurprijzen aan te pakken. De partij beloofde grote, winstgerichte woningcorporaties – die een groot deel van de woningvoorraad van de stad bezitten – te onteigenen en te socialiseren; een maatregel die een meerderheid van de Berlijnse kiezers al in 2021 in een referendum had goedgekeurd, maar die door eerdere regeringen was tegengehouden.
Andere campagne-eisen waren onder meer het aanpakken van woekerhuren, het instellen van een gemeentelijk huurplafond, het openen van door de overheid gefinancierde en betaalbare buurtkantines (Kiezkantinen) en meer overheidsfinanciering voor straatreiniging.
De campagne werd geleid door burgemeesterskandidaat Elif Eralp, een advocaat gespecialiseerd in migratie en mensenrechten en dochter van Turkse socialistische ouders die na de militaire staatsgreep van 1980 het land ontvluchtten. De kandidatuur van Eralp weerspiegelt de algemene demografische veranderingen binnen de partij, waarvan het ledenaantal de afgelopen jaren verdubbeld is, waardoor de partij gemiddeld jonger, vrouwelijker, etnisch diverser en meer West-Duits is geworden.
Dankzij de toestroom van nieuwe leden kon de partij ook een uitgebreide verkiezingscampagne voeren, waarbij ze vertrouwde op een beproefde combinatie van socialemediamarketing en een intensieve huis-aan-huiscampagne in de hele stad, waarbij partijleden aan 250.000 deuren in alle districten klopten.
Die Linke kon ook putten uit het levendige landschap van sociale bewegingen in de stad door populaire eisen over te nemen van de sterke bewegingen op het gebied van huisvesting, klimaatrechtvaardigheid, antiracisme, anti-oorlog en solidariteit met Palestina.
De focus van Die Linke op dagelijkse levensbehoeften leverde de partij aanzienlijke steun op bij de arbeidersklasse en jonge kiezers. De partij scoorde het best onder kiezers die hun eigen situatie als 'financieel slecht' beoordeelden, nog vóór de AfD. Onder 16- tot 24-jarigen behaalde de partij een indrukwekkende 46 procent, waarbij gebruikers van sociale media de grafiek van de jongerenstemmen van de partij vergeleken met een opgestoken middelvinger.
In stedelijke, multiculturele arbeiderswijken zoals het noorden van Neukölln en Wedding, waar de partij onbeschaamd socialistische en internationalistische campagnes voerde, wist ze meer dan 50 procent van de stemmen te behalen, ondanks het feit dat verschillende kandidaten gedurende de gehele verkiezingsperiode onder intensieve media-aandacht stonden. De partij werd vanwege haar socialisatieplannen bestempeld als 'ongeschikt om te regeren' en herhaaldelijk als 'antisemitisch' bestempeld vanwege haar standpunt over Palestina, aangezien ze de eerste grote Duitse partij was die de Israëlische genocide in Gaza veroordeelde.
Of Die Linke haar beloften in Berlijn zal kunnen waarmaken, hangt nu af van de onderhandelingen met potentiële coalitiepartners bij de Groenen en de SPD. Op 25 september besliste een bijzonder partijcongres dat de partij onderhandelingen zal aangaan met de Groenen en de SPD om een regering te vormen onder leiding van Elif Eralp als nieuwe burgemeester, een stap die door een grote meerderheid van de partijleden werd gesteund. (red. Grenzeloos)
Niettemin blijft een luidruchtige minderheid binnen de partij kritisch staan tegenover deelname aan de regering en waarschuwt ze voor het herhalen van wat zij beschouwen als fouten uit het verleden – de partij had zich eerder als juniorpartner aangesloten bij verschillende door de SPD geleide regeringen en moest toen bezuinigingen op de sociale zekerheid en de privatisering van openbaar eigendom steunen.
Een belangrijk punt in eventuele toekomstige onderhandelingen zal de uitvoering van het volksreferendum over huisvesting zijn: terwijl de Groenen hun steun voor de socialisatie van grote woningcorporaties hebben bevestigd, wijst de SPD-leiding dat beleid resoluut van de hand. Er zal ook weerstand komen van de bondsregering, waarbij Merz na de overwinning van Die Linke op 20 september een controversieel initiatief heeft aangekondigd om de onteigening van woningcorporaties te verbieden.
Een regering onder leiding van Ulrich Siegmund in Saksen-Anhalt?
Hoewel het verkiezingssucces van Die Linke in Berlijn een sprankje hoop biedt, schetsen de overwinningen van de AfD in Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern – beide voormalige socialistische bolwerken – een somberder beeld.
Op het platteland van Oost-Duitsland wordt de anti-establishmentstem nu overweldigend weggekaapt door de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD). De partij, die in 2013 tijdens de financiële crisis werd opgericht en is gebaseerd op een coalitie van ontevreden conservatieven, neoliberalen die voor de vrije markt zijn en neonazikaders van de oude stempel, heeft haar aantrekkingskracht met succes verbreed en bereikt nu kiezers in alle kiesdistricten. Haar programma is gericht op de roep om massale uitzettingen à la ICE, een pro-fossiel brandstoffenbeleid dat bedoeld is om de stijgende brandstofprijzen aan te pakken, evenals een buitenlands beleid dat kritisch staat tegenover militaire steun aan Oekraïne en voorstander is van nauwere banden met Rusland – een eis die vooral in Oost-Duitsland populair is.
De enorme omvang van de electorale steun voor de AfD werd duidelijk in Saksen-Anhalt, waar de CDU van Merz al vierentwintig jaar onafgebroken aan de macht was. Het stemmenaandeel van de CDU kelderde van 37,1 naar slechts 17,7 procent, terwijl de AfD een ongekende overwinning vierde met 43,8 procent van de stemmen. De lijsttrekker van de partij, de altijd stralende 35-jarige Ulrich Siegmund, maakte geen geheim van zijn banden met neonazi’s. Zo had hij vier leden van een verboden organisatie – gemodelleerd naar de Hitlerjugend – in zijn team en gaf Siegmund openlijk toe dat hij in 2023 had deelgenomen aan een controversiële extreemrechtse 're-immigratie'-conferentie.
Toen het Duitse tijdschrift Der Spiegel Siegmund op de voorpagina bestempelde als 'de gevaarlijkste man van Duitsland', omarmde de AfD die benaming en maakte er een troef van in de verkiezingscampagne.
Omdat de AfD slechts drie zetels tekortkwam voor een absolute meerderheid in het deelstaatparlement, zal Siegmund nu moeten rekenen op de steun van ten minste één andere partij om te kunnen regeren. Tot nu toe heeft alleen de Sahra Wagenknecht-Alliantie (BSW), een links-conservatieve afsplitsing onder leiding van voormalig Die Linke-politica Sahra Wagenknecht, belangstelling getoond voor samenwerking met de AfD in Saksen-Anhalt, hoewel de leiders ervan duidelijk hebben gemaakt dat die samenwerking beperkt zou blijven tot specifieke kwesties en dat de BSW niet zou toetreden tot een door de AfD geleide coalitieregering.
Ondertussen overwegen verschillende prominente politici in Berlijn openlijk om Bundeszwang (federale dwang) in te roepen tegen een mogelijke minister-president van de AfD in Saksen-Anhalt. Dat verwijst naar artikel 37 van de Duitse Grondwet, dat de federale regering toestaat een deelstaatregering te dwingen de federale wetgeving na te leven. Dat artikel is echter nog nooit eerder toegepast en de inwerkingtreding ervan zou vrijwel zeker een constitutionele crisis veroorzaken.
De CDU volledig weggevaagd in Mecklenburg-Vorpommern
In Mecklenburg-Vorpommern verdrievoudigde de AfD haar vorige resultaat en steeg naar 38,2 procent. Hierdoor werd de CDU vrijwel volledig weggevaagd: de partij zakte onder de kiesdrempel van 5 procent en werd voor het eerst in haar 77-jarige naoorlogse geschiedenis uit een Duits parlement verdreven.
In tegenstelling tot in Saksen-Anhalt kreeg de AfD hier echter aanzienlijke concurrentie van de SPD, die met 35,5 procent van de stemmen op een nipt tweede plaats eindigde. Dat is grotendeels te danken aan de populariteit van de zittende sociaaldemocratische minister-president Manuela Schwesig.
Schwesig voerde campagne met een programma gericht op de kosten van levensonderhoud, pleitte voor een maximumprijs voor brandstof en nam expliciet afstand van de hervormingen die bondskanselier Merz en haar eigen partij op nationaal niveau nastreven.
Lessen voor Die Linke
Zowel in Saksen-Anhalt als in Mecklenburg-Vorpommern leed Die Linke grote verliezen. Terwijl de partij in beide deelstaten vroeger consequent meer dan 20 procent van de stemmen behaalde, behaalde ze bij de verkiezingen van september slechts een magere 6,5 procent in Mecklenburg-Vorpommern en 8,6 procent in Saksen-Anhalt, haar slechtste resultaten ooit. Dat was grotendeels te wijten aan het zogenaamde 'tactisch stemmen', waarbij de kiezers van de partij hun stem uitbrachten op andere partijen die het risico liepen onder de kiesdrempel van 5 procent te vallen (waaronder de Groenen en de SPD), in een poging het aantal zetels van de AfD in het parlement te verminderen.
Wat nog zorgwekkender is, is dat hieruit blijkt dat Die Linke er niet in geslaagd is haar oppositieprofiel aan te scherpen en een programma te ontwikkelen dat kiezers op het platteland aanspreekt. Hoewel de agenda van de partij inzake betaalbaarheid, gericht op het bestrijden van stijgende huurprijzen in stedelijke gebieden, in grotere steden successen opleverde, slaagde Die Linke er niet in kiezers in de periferie aan te spreken.
Zowel de indrukwekkende overwinning van Die Linke in Berlijn als de zware verliezen die de partij leed in Saksen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern bevatten waardevolle lessen voor de socialistische strategie in het licht van het opkomende fascisme.
Het succes van de campagne in Berlijn toont aan dat een duidelijke en consequente focus op betaalbaarheid in de stad enorme verkiezingssuccessen kan opleveren in stedelijke centra.
De toestroom van nieuwe jonge leden heeft Die Linke tot de dominante kracht gemaakt in binnenstedelijke wijken van steden als Berlijn. De partij boekte ook aanzienlijke winst in Oost-Duitse steden zoals Magdeburg, Halle en Rostock, waar ze jonge kandidaten met een arbeiders- en migrantenachtergrond opstelde en grootschalige huis-aan-huiscampagnes voerde.
Tegelijkertijd worden de oude bolwerken van Die Linke in toenemende mate overgenomen door de AfD. Dat is het geval op het Oost-Duitse platteland, maar geldt ook voor wijken zoals Marzahn-Hellersdorf in het uiterste oosten van Berlijn, een voormalig socialistisch bolwerk dat nu overweldigend op de AfD stemt.
Het huidige partijprogramma van Die Linke, dat zich richt op betaalbaarheid in de stad, spreekt die groep minder aan en de strategische focus op het arbeidsintensieve huis-aan-huisbezoeken mislukt in geografisch verspreide gebieden met een kleiner ledenaantal.
Een links dat zich retorisch vooral richt op het voorkomen van een AfD-regering, in plaats van het ontwikkelen van een duidelijk politiek programma voor betaalbaarheid op het platteland en in de voorsteden, zal het moeilijk vinden om extreemrechts in die gemeenschappen het hoofd te bieden.
Het ontwikkelen van een alomvattend socialistisch politiek project voor zowel de stad als het platteland wordt des te belangrijker nu het liberale establishment in Duitsland nog steeds in ongeloof verkeert over de opkomst van de AfD en niet in staat is de structurele oorzaken ervan aan te pakken.
Duitsland na Merz?
Na de verpletterende verkiezingsnederlagen van de CDU wordt er openlijk gespeculeerd dat Merz door zijn eigen partij zou kunnen worden afgezet. Misschien blijft hij aan om zijn hervormingen erdoor te drukken voordat hij aftreedt. De SPD zou haar eigen graf graven als ze mee zou gaan in die plannen en het succes van Manuela Schwesig in Mecklenburg-Vorpommern heeft de kritische stemmen binnen de partij versterkt.
Ook op straat broeit de ontevredenheid. Op 26 september planden vakbondsleden in het hele land massale protesten tegen de geplande hervormingen van Merz.
Zal Merz aftreden? En wat komt er na Merz? Niemand weet het.
Maar op middellange termijn lijkt de keuze opnieuw te liggen tussen socialisme en barbarij.
Immanuel Nikelski is promovendus in de geografie aan de Universiteit van Greifswald en is al jarenlang actief in de Duitstalige milieubeweging.
Elias König is promovendus aan de Universiteit van Twente in Enschede (Nederland), waar hij onderzoek doet naar de politieke theorie van het kapitaloceen.
Dit artikel stond op Rosa Luxemburg Stiftung. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Add new comment