Amerikaanse arbeiders onder vuur

Verspreid door de Verenigde Staten worden arbeidsrechten en vakbonden heftig aangevallen door rechts. Occupy biedt enige hoop dat een verdediging mogelijk is maar op het moment staan Amerikaanse arbeiders er slecht voor. Het zogenaamde economische herstel van de Verenigde Staten heeft nauwelijks geleid tot groei van het aantal banen. Het officiële werkloosheidcijfer bedraagt 8,2 procent: 12,5 miljoen mensen. Dat is minder dan de piek van 10,2 procent in oktober 2009, maar de officiële cijfers onderschatten het aantal werklozen; mensen zonder een volledig baan of die het al opgegeven hebben om werk te zoeken worden niet meegerekend. Het werkelijke werkeloosheidscijfer ligt waarschijnlijk ergens tussen de 11 en 15 procent. Bijna vier miljoen Amerikanen zijn langer dan een jaar werkloos. De Republikeinen maken gebruik van de crisis om werknemers in de privé- en publieke sector tegen elkaar op te zetten door de economische problemen aan de relatief hogere lonen en betere voorzieningen van georganiseerde werknemers in de publieke sector te wijten. Op die manier konden zij sociale voorzieningen afbreken en ‘luie en inhalige’ verplegers en leraren de schuld te geven. De aanvallen op arbeidsrechten maken deel uit van de Republikeinse strategie. Ten eerste bieden ze de gelegenheid om de laatste invloedrijke organisaties van Amerikaanse arbeiders te slopen. Ten tweede is de aanval op bonden de rechtvaardiging om sociale programma’s die rechts al lang een doorn in het oog waren af te schaffen. Ten derde betekent het ondergraven van de vakbeweging een permanente verzwakking van de posities van de Democraten voor wie de bonden een belangrijke bron van stemmen en geld zijn. In Wisconsin voerde gouverneur Scott Walker een bijzonder agressieve wet in. Naast grote bezuinigingen op het openbaar onderwijs en andere sociale voorzieningen maakte Walkers begroting Wisconsin een right-to-work staat, werd bijna alle ambtenaren het recht op collectieve onderhandelingen ontnomen en moesten zij veel meer gaan betalen voor hun gezondheidszorg en pensioenen. Walkers voorstel was het startschot voor vergelijkbare initiatieven in Ohio, Indiana, Michigan, Minnesota en andere staten. Terugvechten? Walkers voorstel leidde tot een volksopstand in Wisconsin, een beweging zoals de VS een generatie lang niet gezien had en die een belangrijke inspiratiebron was voor Occupy. Meer dan een maand lang namen honderdduizenden mensen deel aan protesten in de winterse kou en sneeuw. Drie weken lang werd het Capitool bezet. In het hele land organiseerde de vakbeweging solidariteitsacties. Maar op zijn best kan gezegd worden dat dat het resultaat gemengd was. Ondanks de protesten werden de voorstellen uiteindelijk aangenomen, in Wisconsin en elders. In Wisconsin verplaatsten vakbondsactivisten de strijd van de straat naar de juridische en politieke arena’s. De legaliteit van de wet wordt in twijfel getrokken en er zijn pogingen om verschillende Republikeinse vertegenwoordigers hun zetel te ontnemen via een ‘recall’ procedure. De positie van Walker zelf is de inzet van een speciale verkiezing op vijf juni maar het staat nog lang niet vast dat hij zijn zetel zal verliezen. In andere staten hebben de Republikeinen voor een andere aanpak gekozen: in plaats van de bonden in een klap te breken, kiezen ze voor een geleidelijke afbraak. In Michigan werden bijvoorbeeld meer dan 80 wetsvoorstellen ingediend om allerlei arbeidsrechten te ondergraven, van collectieve onderhandelingen tot sociale voorzieningen. In plaats van straatprotest kiest de vakbond daar voor een juridische aanpak door te proberen de grondwet van de deelstaat zo te wijzigen dat veel van de voorstellen onwettig zouden worden. Ook van deze strategie valt het succes nog te bezien. De protesten en de opkomst van Occupy bieden hoop dat er een beweging opgebouwd kan worden die de rechtse aanvallen kan afslaan. In verschillende staten zijn de ergste wetsvoorstellen afgewezen maar in april nog werd Indiana de drieëntwintigste right-to-work staat. De situatie van Amerikaanse arbeiders is een afschrikkend voorbeeld voor Europese werknemers: ze laat zien hoe ver rechts wil gaan om verworven rechten af te breken en gebruik kan maken van de crisis om plannen die ze al veel langer had door te drukken. Het is ook een voorbeeld van waar de logica van steun aan ‘het minste kwaad’ toe kan leiden. Vijftig jaar geleden boekten actieve, sterke bonden belangrijke overwinningen voor Amerikaanse werknemers terwijl tientallen jaren van onvoorwaardelijke steun aan de Democraten de bonden hebben verzwakt. De Democratische partij was vele malen medeplichtig in aanvallen op arbeidsrechten maar wist de vakbeweging aan zich te binden door het Republikeinse spookbeeld. De politieke machteloosheid en de permanente defensieve houding van de Amerikaanse vakbonden gaven rechts het voordeel. Nu is voor de Amerikaanse vakbeweging de overlevingsstrijd aangebroken.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop