De jongeren ontvluchten een samenleving waar ze heel vaak geen werk, opleiding of perspectief hebben. Op Curaçao bijvoorbeeld is dertig procent van de jongeren werkloos, verlaat bijna de helft van de kinderen hun school zonder diploma, waardoor ze heel moeilijk aan de bak komen.
Aan werk is ook voor opgeleiden moeilijk te komen. Nederlandse ondernemers in de toeristische sector eisen bijvoorbeeld kennis van het Duits, en dat in het Engels/ Spaanse Caribische gebied. Op geen enkele openbare school op Curaçao wordt Duits onderwezen. En de raffinaderij die het meeste laag- en ongeschoolde werkgelegenheid levert ligt de laatste tijd voortdurend onder vuur door zogenaamde milieuorganisaties die haar sluiting eisen wegens milieuoverlast.
De situatie op de eilanden is in de jaren negentig verergerd doordat de Antilliaanse regering onder druk van Nederland een IMF aanpassingsprogramma door heeft moeten voeren. Een beleid dat resulteerde in toegenomen werkloosheid, verminderde koopkracht en een situatie waarin Nederlandse investeerders en andere gelukszoekers naar de eilanden kwamen, en Antillianen juist hun geluk in Nederland zochten. Bij die laatste groep zaten natuurlijk veel jongeren.
Minister Verdonk is niet de eerste minister die probeert de toestroom van jonge Antillianen in te dammen. Ook haar voorgangers hebben pogingen gedaan, maar stuitten steeds op juridische bezwaren. Het is algemeen bekend dat Verdonk zich aan de rechtstaat weinig gelegen laat liggen. Zal het haar wel lukken?
Op dit moment zit er een redelijk pro-Nederlandse kabinet op de Antillen, geleid door de partij PAR (Partido Antia Restrukturá, in 1993 opgericht door ex-premier Pourier) van premier Ys. Veel progressieve Antillianen waren aangenaam verrast door het felle verzet van de rechtse Ys tegen de plannen van de Nederlandse regering. Daarmee gaat hij niet akkoord.Voorlopig niet tenminste, want hij heeft aangegeven bereid te zijn tot een ruil: hij wil wel praten over de regelingen die de binnenkomst van Europese Nederlanders op de Antillen aan banden legt. Deze regeling is onder koloniaal bewind ontstaan om de Antilliaanse arbeidsmarkt te beschermen. Maar de neoliberaal Ys meent dat het opengooien van de Antilliaanse arbeidsmarkt juist goed is voor de economische ontwikkeling.
Iedereen die wel eens in een horecagelegenheid op de Antillen komt, weet dat het tegenovergestelde waar is: de meerderheid van de medewerkers in de vele horecagelegenheden op Curaçao zijn zogenaamde stagiaires uit Nederland. De miljoenen die de afgelopen jaren in het toerisme zijn geïnvesteerd hebben banen gecreëerd, maar niet voor de eigen Antilliaanse jeugd. Het plan van Ys zal de toestroom van de jongeren naar Nederland dus waarschijnlijk verder doen toenemen.
Ys is de Nederlandse regering ook op andere vlakken welwillend. Zo introduceert hij een ‘sociale vormingsplicht’. Die is verplicht voor alle jongeren op de Antillen tot 23 jaar die werkloos zijn en niet minimaal een HAVO diploma hebben. Onttrekken jongeren zich aan de vormingsplicht, dan kunnen ze hun reisdocumenten verliezen. Met deze maatregel wordt gesuggereerd dat alle problemen veroorzaakt worden door één categorie jongeren. In plaats van te zorgen voor goed onderwijs die iedereen kansen geeft op de (buitengewoon bizarre) arbeidsmarkt op de eilanden, worden de drop-outs gestigmatiseerd en hard aangepakt. De positie van jonge Antillianen wordt zo op verschillende manieren verzwakt: de mogelijkheid om naar Nederland af te reizen wordt verkleind, terwijl de arbeidsmarkt op de eilanden open wordt gegooid voor jongeren uit Europa.
Waarschijnlijk willen Verdonk en de nieuwe minister van Koninkrijkszaken Alexander Pechtold vooral een ding: rekolonisering. April dit jaar was er een referendum op Curaçao en Sint Eustiatius. Op het grote Curaçao koos meer dan zestig procent van de kiezers voor een autonome status voor hun eiland, wat min of meer het einde van de Nederlandse Antillen betekent. Maar volgens het rapport Jesserun, een Nederlands rapport over bestuurlijke vernieuwing op de Antillen moeten de eilanden in de toekomst hun juridische en financiële autonomie juist opgeven. Deze taken zouden zogenaamde Koninkrijkstaken moeten worden, dus onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering. Alle partijen op Curaçao zijn hier tegen behalve de PAR van premier Ys.
Achter de plannen van de Nederlandse regering schuilt natuurlijk de behoefte de kiezer het idee te geven dat er iets gedaan wordt aan hun veiligheid. Die kiezer zou immers oh zo bedreigd worden door ‘Antilliaanse criminele jongeren’. En hoewel Verdonks plan waarschijnlijk juridisch onhaalbaar zal blijken, kan Pechtold het voorlopig gebruiken om het Antilliaanse kabinet onder druk te zetten om hun autonomie op te geven, zoals bepleit wordt in het eerder genoemde rapport Jesserun. Uiteindelijk zal de Antilliaanse economie groeien ten gunste van de daar bestaande elites en de Nederlandse stagiaires, zullen de werkloze Antilliaanse jongeren naar Nederland blijven komen en het Antilliaanse kabinet, of in de toekomst de Curaçaose regering, niet meer de bevoegdheid hebben haar eigen beleid te voeren. Daar zijn de jongeren niet mee geholpen, de Antillen niet en Nederland ook niet.
Reactie toevoegen