Nadat de organisatie op 22 maart 2006 een permanent staakt-het-vuren had afgekondigd leek de ETA definitief afscheid genomen te hebben van geweld. Het openen van een proces van gesprekken en onderhandelingen tussen ETA en de Spaanse regering leek dit idee te bevestigen. Des te groter was de verbazing over de aanslag van 30 december waar twee doden en 26 gewonden bij vielen. Het meest verbaast was nog wel de sociaal-democratische regering welke een week eerder nog had verkondigd dat het onderhandelingsproces naar tevredenheid verliep en dat er tegen het einde van 2007 een definitieve overeenkomst verwacht werd.
Maar ook enkele leiders van Batsuna, welke sinds 2003 verboden is wegens banden met ETA, hebben hun verbazing uitgesproken over de onverwachte aanslag. Het vermoeden komt op dat de aanslag een zelfstandig initiatief was van de gewapende commando's die poogden de onderhandelingen te beïnvloeden nadat deze in het slop waren gekomen door de onverzettelijke houding van de overheid. Na de aanslag maakte de overeenkomst tussen de meningen van ETA en Batasuna duidelijk dat deze organisaties geen autonome politieke identiteit hebben. Daarnaast maakte de aanslag duidelijk waar volgens ETA het bevel over de militaire commando's ligt.
De hoeveelheid explosieven – 500 kilo – moest duidelijk maken over welke capaciteiten ETA nog beschikt. De waarschuwing vooraf, welke leidde tot de evacuatie van duizenden mensen, duidt erop dat het doel niet was om de besprekingen definitief af te breken. De bedoeling was om nogmaals naar de regering toe duidelijk te maken dat zij het zelfbeschikkingsrecht van het Baskische volk moet erkennen om een einde te maken aan het geweld.
De ETA maakte de vergissing om te denken dat de regering concessies zou moeten doen om haar electorale meerderheid te kunnen behouden. Het effect van de aanslag was precies het tegenovergestelde. Voor de aanslag steunde een meerderheid het onderhandelingsproces met Eta, na de aanslag was een meerderheid voorstander van politie-optreden tegen ETA totdat zij definitief de wapens opgeeft. De onderhandelingen zijn definitief afgebroken. Batasuna blijft verboden en zal niet meedoen aan de verkiezingen zolang zij zich niet uitspreekt tegen het geweld van ETA. Er kunnen hoge straffen verwacht worden in de rechtszaken tegen organisaties van linkse 'abertzale', Baskische linkse nationalisten. De politieke gevangenen blijven gijzelaars van de staat en er moet rekening gehouden worden met de dood van hongestaker Juana Charcos die al meer dan zestig dagen niet gegeten heeft.
Afgaande op haar verklaring waarin de ETA voor zich het 'het recht opeist om evenredig aan de politieke koers van de regering te reageren' valt te verwachten dat de ETA zal antwoorden met een nieuwe golf van aanslagen die zo intensief zullen zijn als haar organisatorische vermogen haar toestaat. In dit geval opent ETA een nieuwe spiraal van politiek geweld, repressie en sociale mobilisaties tegen zichzelf.
De overige delen van Baskisch links moet de linkse 'abertzale' overtuigen dat ETA de wapens moet neerleggen. Niet omdat de Spaanse staat dit als een voorwaarde voor het hervatten van de besprekingen stelt maar omdat dit noodzakelijk is voor het vormen van een nieuwe alliantie kan opkomen voor nationale zelfbeschikking. Alleen op die manier kan er succesvol opgekomen worden voor deze, door een meerderheid van de Basken gedeelde, eis
José Ramón Castaños "Troglo" was een van de oprichters van ETA-VI, een meerderheid die zich tijdens het zesde congres in 1971 van de ETA afsplitste. Dit artikel verscheen eerder in Rouge
Reactie toevoegen