Dana Cloud plaatst de gruwelijke verkrachting op Cornell in de context van een socialistische analyse van gendergerelateerd geweld en de strijd voor vrouwenemancipatie.
We weten nu eindelijk wat er is gebeurd: in 2024 hebben zeven mannelijke studenten van Cornell University, allemaal leden van de studentenvereniging Chi Phi, een vrouw – die nu bekendstaat als Jane Doe – verkracht tijdens een feest van de vereniging. Het feest waarop ze werd aangerand, stond bol van de alcohol en drugs.
Jonathan Newell en zes andere mannen maakten misbruik van haar dronken toestand en versterkten die nog. Ze werd naar een slaapkamer gebracht waar ze door die mannen werd aangevallen. Een lid van de studentenvereniging plaatste op walgelijke wijze een bericht op Snapchat (dat naar 50 mensen ging die niets ondernamen) waarin hij reclame maakte voor vrije toegang tot het lichaam van Doe. De tekst luidde: 'gratis poesje in alum pu [kom naar de kamer voor oud-studenten]... Alsof je gewoon naar binnen kunt lopen en ‘m tevoorschijn kunt halen.' Een ander bericht luidde: 'De winkel is nog open.' Opgesloten in de kamer werd Doe urenlang verkracht.
Het is bijna te grotesk om te bevatten, maar tegelijkertijd ook gruwelijk gewoon.
Leden van de studentenvereniging haastten zich om te reageren op de beschuldiging van aanranding. 'Gewoon ontkennen, ontkennen, ontkennen', luidde een bericht. Op sociale media vroegen ze: 'Wat is het plan? … Ik denk niet dat ze dit zou hebben gemeld.' 'Het waait wel over in een paar dagen', schreef iemand.
De universiteit meldde de beschuldiging bij de officier van justitie van Tompkins County. Maar tot oktober 2026 is geen van de mannen in staat van beschuldiging gesteld vanwege een maas in de wet die bepaalt dat iemand die vrijwillig bedwelmende middelen inneemt, niet kan beweren dat hij of zij geen toestemming heeft gegeven. Er is aan het licht gekomen dat Doe tegen haar wil ketamine kreeg toegediend. Maar ongeacht of er sprake is van vrijwillige bedwelming: niemand die onder invloed is, kan werkelijk instemmen met seksuele handelingen. Bedwelming is geen vrijbrief voor verkrachting.
De universiteit heeft de studentenvereniging verboden en twee studenten van de universiteit gestuurd. Dat was de volledige omvang van hun 'straf'.
Dit falen vond plaats ondanks het verhoor van Doe door de politie van Cornell en een Title IX-onderzoeker, dat een transcriptie van 120 pagina’s opleverde. Haar beweringen dat ze 'met 100 procent zekerheid kan zeggen dat ik verkracht ben' door een 'groep mannen' in een kamer waaruit 'eigenlijk geen ontsnapping mogelijk was', zijn, zoals Corey Robin heeft gemeld, niet opgenomen in de zes pagina’s die aan de officier van justitie werden verstrekt; die concludeerde dat hij onvoldoende bewijs had om de mannen in staat van beschuldiging te stellen.
Maar in september van dit jaar spande Doe een civiele rechtszaak aan tegen de universiteit, de studentenvereniging Chi Phi, de studentenvereniging Delta Delta Delta en de zeven mannen die haar hadden aangerand. Die aanklacht en de daaropvolgende verontwaardiging waren voor de gouverneur van New York, Kathy Hochul, aanleiding om procureur-generaal Letitia James op te dragen een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. De nationale reactie heeft het publieke bewustzijn over seksueel geweld, met name op universiteitscampussen, opnieuw aangewakkerd. Duizenden studenten aan Cornell en in het hele land betuigden hun krachtige steun aan Doe en eisten onafhankelijke onderzoeken, een verbod op studentenverenigingen en het aftreden van de universiteitsvoorzitter en andere bestuurders die deze mannen beschermden tegen de gevolgen van hun daden.
Elite-universiteiten, studentenverenigingen en gendergerelateerd geweld
Seksueel geweld komt helaas overal voor, maar één op de vijf bachelorstudenten wordt slachtoffer van verkrachting of seksueel geweld tijdens een vierjarige studieperiode. Maar liefst 80 procent van de gevallen van seksueel geweld op de campus wordt niet gemeld. Ongeacht of ze studeren, lopen vrouwen tussen de 18 en 24 jaar het grootste risico op verkrachting en ander seksueel geweld.
Volgens feministe Rebecca Solnit lopen studenten het grootste risico bij studentenverenigingen tijdens de 'Red Zone', de periode tussen het begin van het studiejaar en de Thanksgiving-vakantie.
Ivy League-universiteiten en andere elite-universiteiten wereldwijd hebben er alle belang bij om de instelling te beschermen tegen schandalen en om studenten te beschermen die ofwel tot de heersende klasse zullen toetreden, ofwel al uit machtige families afkomstig zijn. Ook alumni die lid zijn van studentenverenigingen oefenen druk uit nadat ze de universiteit hebben verlaten. Zoals Kaori Quan, een afgestudeerde van Cornell, tegen Truthout zei: 'Rijke donateurs zijn lid van die organisaties en die geldstroom stimuleert de universiteit om haar reputatie boven de gezondheid en veiligheid van studenten te stellen.'
Robin legt uit:
Je hebt dus een studente die verklaart dat ze door een groep is verkracht. Je hebt een politieagent en een bestuurder [een Title IX-onderzoeker] die verantwoording verschuldigd zijn aan een instelling die boven alles een reputatie voor zichzelf wil opbouwen als een heilige plek van leren en studeren, in plaats van als een speeltuin voor verkrachters. Het kost niet veel moeite om in te zien hoe de vertegenwoordiger van die instelling uit 120 pagina’s huiveringwekkende getuigenis van een doodsbange en verwarde vrouw een neutrale verklaring zou kunnen samenstellen, die een niet al te energieke of nieuwsgierige officier van justitie zou kunnen wegstoppen en denken: ik heb mijn werk voor vandaag gedaan.
Als studenten dus misdrijven plegen, worden ze door die instellingen zelden van de universiteit gestuurd. Studentenverenigingen worden weliswaar niet door de wet beschermd, maar maken vaak gebruik van culturele en sociale mechanismen – ontmoediging en onderrapportage, het de schuld geven aan individuele personen voor dergelijk gedrag en het afdwingen van zwijgplichten, vernietiging van bewijsmateriaal en het ontkennen van schuld voor misdrijven gepleegd tijdens 'onofficiële' evenementen zoals feesten – om leden te beschermen en slachtoffers in diskrediet te brengen.
De code ‘Bros will be Bros’ beïnvloedt de perceptie van verantwoordelijkheid bij seksueel geweld: als een dader lid is van een studentenvereniging,
beoordeelden mannen daders als minder schuldig en slachtoffers als meer schuldig als de dader lid was van een studentenvereniging, wat suggereert dat seksueel geweld onder leden van studentenverenigingen mogelijk wordt versterkt, aangezien ze zowel vaker seksueel geweld plegen als minder vaak de schuld krijgen.
In vergelijking met campussen in het algemeen en de samenleving als geheel worden studentenverenigingen in verband gebracht met een hoger risico op seksueel geweld, hoewel exacte cijfers moeilijk te achterhalen zijn vanwege onderrapportage en institutioneel zwijgen.
De progressieve Century Foundation en Gallup News melden dat leden van studentenverenigingen, ondanks dat ze slechts ongeveer twee procent van de totale Amerikaanse bevolking uitmaken, domineren in traditionele machtsposities: de Century Foundation meldt dat de helft van de CEO’s van Fortune 500-bedrijven, 76 procent van de Amerikaanse wetgevers, 85 procent van de rechters van het Hooggerechtshof (sinds 1910), 63 procent van de leden van het kabinet van de Amerikaanse president en bijna elke president en vicepresident van de Verenigde Staten (sinds 1825) lid waren van studentenverenigingen. (Drie van de zes vrouwen in het Hooggerechtshof waren lid van een studentenvereniging voor vrouwen.)
73 procent van de leden van studentenverenigingen is wit; 60 procent komt van particuliere middelbare scholen en 30 procent is toegelaten op basis van familietraditie.
Dus als het gaat om seksueel geweld en andere misdrijven, beschermen universiteiten zichzelf, beschermen studentenverenigingen zichzelf en beschermen beide studenten die tot de heersende klasse behoren of daar deel van zullen gaan uitmaken.
Hiermee laten die instellingen slachtoffers zoals Jane Doe ernstig in de steek en werken ze gendergerelateerd geweld in de hand ten dienste van bredere systemische macht.
Kapitalisme en gendergeweld
Solnit beschrijft onze samenleving als een 'verkrachtingsgevoelige' cultuur die wordt gekenmerkt door
een gevoel van recht op alles en het verlangen om vrouwen te misbruiken en te ontmenselijken, wat deels te maken heeft met definities van zowel mannelijkheid als vrouwelijkheid: mannelijkheid in die zin dat overheersing, schending en vernedering worden gezien als statusverhogend, vrouwelijkheid in de opvatting dat vrouwenlichamen er zijn om door mannen te worden gebruikt en dat de stemmen en rechten van vrouwen genegeerd mogen worden.
Solnit legt de nadruk op mannelijke suprematie als de wortel van de verkrachtingscultuur. Het is echter ook belangrijk om te bedenken dat gendergeweld verweven is met het algemene structurele geweld – van seksueel geweld tot politiegeweld, van kolonialisme en oorlog tot racistisch geweld en meer – van het kapitalistische systeem. Waarom en hoe brengt het kapitalisme een ‘verkrachtingsgevoelige’ cultuur voort?
De kapitalistische samenleving is afhankelijk van het feit dat mensen normatieve (voorgeschreven, ‘passende’) genderidentiteiten en -rollen innemen als onderdeel van de ideologie van gezinswaarden. Dat komt doordat het kapitalisme vertrouwt op het privégezin om de arbeidersbevolking – zowel biologisch als sociaal – te reproduceren en dat alles zonder kosten voor bedrijven of de staat. De ideologie van het gezin is gebaseerd op een vrouwelijke identiteit waarvan de primaire rol in de samenleving bestaat uit het huishouden voeren en het opvoeden van kinderen. Gendergerelateerd geweld is een vorm van genderdiscipline die, in combinatie met andere ideologische en sociale krachten, ervoor zorgt dat vrouwen verantwoordelijk blijven voor alle reproductieve taken, van geboorte tot onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, vervoer en socialisatie (wat op zijn beurt weer de normatieve genderrollen in stand houdt).
We vinden een culturele uitdrukking van dat gendergerelateerde gezinsimperatief terug in de (in feite tanende) ‘tradwife’-beweging, die vrouwen aanspoort om onderwijs en carrière op te geven ten gunste van toewijding aan huis en gezin. We zien de politieke uitdrukking ervan in het beleid dat vicepresident J.D. Vance heeft aangekondigd, waarbij federale middelen voor kinderopvang zouden worden herverdeeld om gezinnen met getrouwde, thuisblijvende ouders te betalen.
De ironie is dat het kapitalisme een directe bedreiging vormt voor het welzijn van het privégezin en dat tegelijkertijd nodig heeft om winstgevend te blijven. Gendergeweld vult de leemte in die tegenstrijdigheid door vrouwen – en met name vrouwen die actief zijn in een carrière of bezigheden buiten het huis – de schuld te geven van het overschrijden van de rol die het kapitalisme zo hard van hen verlangt. Huiselijk geweld en seksueel geweld vinden plaats in domeinen die als 'privé' worden beschouwd, plaatsen van diepgaande genderregulering die niet of slechts losjes door de staat worden gecontroleerd. Rebecca Hall merkt op dat sociale reproductie zich niet alleen in het huishouden, maar ook in gemeenschappen, publieke en private instellingen en op werkplekken op grote schaal voltrekt – en dat geldt dus ook voor gendergerelateerd geweld.
Naast het netwerken en nepotisme binnen studentenverenigingen leidt de sociale reproductie van mannen uit de heersende klasse in hun voorgeschreven rollen tot gewoontes van gezag en seksueel recht, die worden meegenomen in het verenigingsleven en hun rol als toekomstige bazen en politieke elites.
Een korte opmerking is nodig over trans- en gender-non-binaire identiteiten en lichamen, aangezien die raakvlakken hebben met deze discussie. Transvrouwen en andere genderqueer-mensen worden, doordat ze weigeren conventionele, op gender gebaseerde sociale posities in te nemen, in het bijzonder het doelwit van gendergerelateerd geweld en het gevangeniswezen. Sarah Lamble stelt dat transpersonen, die worden afgeschilderd als een gevaar voor de samenleving, te maken hebben met angst, bewaking, discipline, politiecontrole en bestraffing.
Terugvechten tegen gendergerelateerd geweld
Vrouwen en hun bondgenoten verzetten zich tegen gendergerelateerd geweld, zowel op interpersoonlijk als op publiek vlak. Sommigen pleiten voor een strengere strafbaarstelling van gendergerelateerd geweld en voor ingrijpen door de politie en andere overheidsinstanties. Het is verleidelijk om te hopen op strafrechtelijke vervolging en veroordeling van de zeven verkrachters in de Cornell-zaak als een positief einddoel. Maar de politie is niet onze beschermer.
Sterker nog: politieagenten zijn onevenredig vertegenwoordigd onder degenen die verkrachting en andere vormen van seksueel geweld plegen, ook tegen kinderen, en ze hebben een grotere kans dan anderen om geweld te plegen tegen hun familieleden. Ms Magazine meldde onlangs dat seksueel geweld door de politie de op één na meest voorkomende vorm van klachten van burgers tegen wetshandhavers is. Net als bij studentenverenigingen bestaat er een (blauwe) muur van stilzwijgen die politieagenten beschermt die van deze en andere misdaden worden beschuldigd (zoals de moord op zwarte mensen en het misbruik van immigranten door ICE).
Meer in het algemeen, zoals Brian Bean betoogt in Their End Is Our Beginning, is de moderne politie ontstaan en geëvolueerd binnen het kapitalisme en dient ze de gewelddadige orde daarvan. Ze bestaat om bedrijven en de samenleving als geheel te beschermen tegen bedreigingen voor eigendom en elites. Ze treedt hard op tegen immigranten, demonstranten, vakbonden, vrouwen en genderqueer personen als onderdeel van haar missie om het kapitalisme te dienen. Kortom, de politie is niet onze vriend en ook de rechtbanken staan niet vriendelijk tegenover slachtoffers van gendergeweld.
Seksueel geweld wordt niet alleen te weinig gemeld, maar is ook een van de meest afgewezen misdrijven in de Amerikaanse wetgeving. Lastercampagnes, juridische mazen en vergeldingsmaatregelen maken een succesvolle vervolging moeilijk en schadelijk voor overlevenden. Als een beroep op de wet geen productief antwoord is op gendergerelateerd geweld, waaronder verkrachting, waar vinden we dan effectief verzet voor het voortbestaan en de ontplooiing van vrouwen en genderqueer-mensen?
Historisch gezien zijn het de massabewegingen voor vrouwenemancipatie geweest die het publieke bewustzijn en de incidentie van verkrachting en andere gendergerelateerde misdrijven hebben beïnvloed. Het was eind jaren zeventig, tijdens de vrouwenemancipatiebeweging en in het kielzog van haar strijdbare houding, dat de verkrachtingscijfers een decennialange daling begonnen te vertonen.
De ‘Take Back the Night’-protesten kwamen in die periode tot stand en de virale #MeToo-beweging, in 2006 opgericht door Tarana Burke, werd in 2017 nieuw leven ingeblazen. Dat leidde tot juridische, culturele, institutionele en economische veranderingen, waaronder een verbod op geheimhoudingsovereenkomsten op staatsniveau, de goedkeuring van wetten tegen intimidatie op staatsniveau, een toename van het aantal meldingen van gendergerelateerd geweld bij de politie en een stijging van het aantal vervolgingen, evenals enkele hervormingen op de werkvloer bij bedrijven (en het verwijderen van daders uit machtsposities). Op cultureel vlak ontstond er een nieuw bewustzijn over de noodzaak van uitdrukkelijke toestemming en kwam er in de media een discussie op gang over gender en macht.
De woede van vrouwen heeft het verzet tegen gendergerelateerd geweld aangewakkerd. Vandaag de dag is er een enorme, virale solidariteitsbeweging met de slogan 'I am Jane Doe', met 40 landelijke protesten en stakingen op campussen, sit-ins en demonstraties aan Cornell en andere universiteiten. De faculteit van Cornell heeft een motie van wantrouwen tegen het universiteitsbestuur ingediend.
Op 5 oktober protesteerden duizenden studenten van Cornell University, die meer dan 20 organisaties vertegenwoordigden, op de campus met borden met teksten als 'Wij zijn Jane Doe', 'Stop met het beschermen van verkrachters' en 'Wij willen straffen, geen essays'. Shireen Akram-Boshar meldde dat de studenten eisen dat het interne rechtssysteem van Cornell wordt vervangen door een onafhankelijk systeem, dat er een extern onderzoek komt naar het bestuur van Cornell, dat er verplichte trainingen over het voorkomen van seksueel geweld voor studenten komen en dat de wet van de staat New York, 'Enough is Enough', wordt nageleefd. Daarnaast eisen ze het aftreden van Michael Kotlikoff, de rector van Cornell University en andere bestuurders. Sommigen eisen dat studentenverenigingen van de campus worden verbannen.
Ze hebben ook opgeroepen tot de schorsing van alle studenten. Akram-Boshar kwam erachter dat van de 1200 gemelde gevallen van seksueel geweld op de campus tussen 2018 en 2024 er slechts zeven tot schorsing hebben geleid.
Wij staan achter Jane Doe en alle studenten die demonstreren tegen seksueel geweld en het gebrek aan actie van het bestuur.
Daarnaast moeten we een bredere beweging opbouwen die de strijd tegen gendergeweld verbindt met de afschaffing van de politie en de strijd voor socialisme van onderop. Wij, als socialistisch links, moeten gendergeweld centraal stellen in onze politieke discussie en actie. Cisvrouwen, transvrouwen, transmannen en genderqueer-mensen moeten solidair zijn met elkaar en met de strijd tegen het kapitalistische systeem, dat de gruwelijke bron is waaruit dit geweld tegen ons voortkomt.
#MeToo
#IamJaneDoe
Dit artikel stond op Tempest. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen