De coup van Sharon en het leger

Het leger verspreidde de volgende boodschap: ‘De Hudna is een ramp! Hoe langer de hudna duurt, hoe erger het is. De afname van het geweld tot bijna niets is een catastrofe: tijdens het bestand herstellen en herbewapenen de terroristische organisaties zich. Elke terroristische aanslag die vandaag vermeden wordt zal ons morgen vele malen harder treffen.’
Het opperbevel was als een verslaafde die beroofd is van zijn drugs. Zij kreeg geen toestemming te ondernemen wat ze eigenlijk wilde. Het leger – zo werd in die kringen beweerd - stond immers op het punt om de intifada te vernietigen. De overwinning was binnen bereik. Er moest nog slechts een laatste, alles beslissende klap uitgedeeld worden. Toen de hoop van de Israëliers weer wat opleefde en de stemming op de aandelenbeurs verbeterde, de shekel in waarde steeg en de menigtes terugkeerden naar de centra van vermaak, raakte het leger juist van streek. Immers, het herlevende optimisme liet zien dat de mensen de militaire politiek zat waren.

Drie doelen
Sharon realiseerde zich dat dit zijn lange-termijn plannen dreigde te doorkruizen. Daarom stelde hij zich meteen aan het begin van de Hudna drie doelen:
Ten eerste, het zo spoedig mogelijk omverwerpen van de Palestijnse premier Abu Mazen (Mahmud Abbas). Mazen was de lieveling van de Amerikaanse president Bush geworden en een graag geziene gast in het Witte Huis. De unieke positie van Sharon in Washington was in gevaar. De twee-eenheid Bush-Sharon dreigde in een drie-eenheid te veranderen, met Mazen erbij. Een grotere bedreiging van Sharons plannen bestaat niet.
Ten tweede, het vernietigen van de Routekaart terwijl deze nog in de kinderschoenen stond. De routekaart verplichtte Sharon tot het onmiddellijk verwijderen van ongeveer tachtig nederzettingen en het stoppen met de bouw van de overige nederzettingen en van de apartheidsmuur en het terugtrekken van het leger uit de steden van de West Bank. Sharon peinsde er geen moment over om aan deze eisen te voldoen.
Ten slotte, het beëindigen van de Hudna en het leger zijn bewegingsvrijheid in de Palestijnse gebieden teruggeven.

De hoop vernietigd
De vraag was hoe Sharon zijn doelen kon bereiken zonder van deze politiek verdacht te worden. De overgrote meerderheid van de Israëlische bevolking verwelkomde de Hudna immers enthousiast. De Israëli’s mochten niet gaan denken dat hun eigen leiders verantwoordelijk waren voor het uitdoven van deze schittering van hoop. Nog belangrijker – een dergelijk wantrouwen mocht zeker niet de onschuldige geest van George W. binnendringen. Al de schuld zou op Palestijnse schouders geladen moeten worden, om de sympathie voor Abu Mazen te laten ontaarden in minachting en haat.
Deze politiek werd met zorg vormgegeven en met in het achterhoofd, Bush’s simplistische wereldbeeld van de goeden en de slechten. De slechteriken zijn de terroristen. Daarom dienden leden van Hamas en Jihad gedood te worden. In de ogen van Bush is het doden van terroristen immers iets moois – het zou hem nooit van streek brengen. De Israëlische leiding wist dat de moordpartijen maar een resultaat konden hebben: het doorbreken van de Hudna.
Zo ging het in zijn werk: op 8 augustus werden in Nablus twee Hamas leden gedood door Israëlische soldaten. Op 12 augustus doodde een zelfmoordenaar van Hamas een Israëli in Rosh-Ha'ayin. Een andere terrorist doodde een persoon in een nederzetting. Beide zelfmoordenaars waren afkomstig uit Nablus. Hamas verkondigde dat de Hudna voort zou duren.
Op 14 augustus doodde het Israëlische leger Muhammad Seede, het hoofd van de militaire vleugel van de Hamas in Hebron. Vijf dagen later, 19 augustus, volgde een zelfmoordaanslag op een Jeruzalemse bus, met twintig dodelijke slachtoffers. Twee dagen later vermoordde het leger Isma'il Abu Shanab, de nummer vier in de Hamas hiërarchie.
In dit geval was het onmogelijk om het gebruikelijke etiket van 'tijdbom' op het slachtoffer te plakken. Deze man was een bekende politieke leider. Waarom was juist hij gekozen als doelwit? Een legerwoordvoerder op de Israëlische TV versprak zich. Abu Shanab was vermoord, zo zei hij, omdat hij 'voor handen' was. Bedoelt werd dat hij een makkelijk doelwit was omdat hij niet ondergronds was gegaan na de aanslag op de bus, zoals de militaire leiders.
Eindelijk had Sharon zijn doel bereikt. De Palestijnse organisaties verklaarden dat zij de Hudna beëindigden. Sharon en co jubelden. Binnen enkele uren was het Israëlische leger opnieuw de Palestijnse steden binnengedrongen, waar zij een waar festijn van arrestaties en huisvernielingen (meer dan veertig in een enkele dag) begonnen.

De verslaafde graait
De verslaafde graaide naar zijn drug. De militaire crisis was voorbij en de officieren konden doen wat hun negen lange weken verboden was.
Maar de situatie zal niet meer worden zoals zij voor de Intifada was. De aanslagen en de moorden worden talrijker en wreder. De bouw van de scheidingsmuur, de muur van apartheid, diep de Palestijnse gebieden in, wordt versneld, net zoals de bouw van nederzettingen.
Het propagandaapparaat van het leger bereidt het publiek nu al voor op de 'verwijdering van Arafat'. 'Verwijdering' is een eufemisme uit de koker van een van de meest creatieve legerafdelingen, de verbal laundry afdeling. De bedoeling is niet het verwijderen van de leider uit zijn basis in Ramallah, zijn verwijdering uit de Palestijnse gemeenschap. Nee, de bedoeling is hem van deze wereld te verwijderen, hem te vermoorden. De reactie van de Palestijnen en de gehele Arabische wereld is voorspelbaar. Het zou een historisch keerpunt zijn, dat voor lange tijd de hoop op vrede uitwist.
De hervatting van de geweldscyclus zal natuurlijk de economische depressie in Israël verdiepen. De crisis zal toenemen. Samen met de Hudna en de routekaart sterven toerisme, buitenlandse investeringen en economisch herstel. Ook de economie is verslaafd en heeft zijn drug nodig; Sharon ziet negen miljard dollars aan Amerikaanse steun tegemoet. Dit moet genoeg zijn voor de politieke en militaire elite. Alleen de armen zullen armer worden. Maar wie kan dat wat schelen?

Dit alles geschiedt buiten het Israëlische publiek om. Geen open discussie, geen debat in de makke media, een stille Knesset en een kabinet van marionetten. Daarom is het gebeuren van de afgelopen weken niet anders te omschrijven als een coup. Samenvattend: de routekaart is dood omdat Sharon er vanaf het begin tegen was, Bush het enkel als een kans op een mooie foto zag en Abu Mazen niets voor elkaar kreeg dat hij als winst voor de Palestijnen kon presenteren. Maar wat zal er nu gebeuren? Na het vergieten van nog meer bloed en vele tranen zullen de twee volken opnieuw tot de conclusie komen dat het beter is om tot overeenstemming te komen en vrede te sluiten. Ze zullen dan genoodzaakt zijn de les van het laatste hoofdstuk te leren; het moet allemaal bij het einde beginnen. Pas als duidelijk is hoe de vrede er uit zal zien, kan men beginnen met het oplossen van de eerste, dringende problemen. Al het andere is een routekaart de afgrond in.

De Israëlische journalist Uri Avnery is een voormalig lid van de Knesset en een van de stichters van Gush Shalom (Vredes Blok) Kijk op http://www.avnery-news.co.il/english.
Overgenomen uit: Green Left Weekly, September 3, 2003. Vertaling en bewerking: Alex de Jong en Paul Mepschen

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop