Behalve de door leden gekozen voorzitter en de leden van het ledenparlement, kent de vernieuwde FNV ook de door leden gekozen sectorbesturen. Loes de Kleijn is in februari in het Sectorbestuur FNV Zorg & Welzijn gekozen waar ze de branche Universitair Medische Centra vertegenwoordigt. Grenzeloos sprak met haar over haar plannen, haar ervaringen in de zorg, haar ervaringen als organizer van de Abvakabo en hoe het is om als vrouw en jongere te functioneren in het ouderemannenbolwerk dat de FNV nog steeds is.
Ondanks haar leeftijd (26) heeft Loes ervaring in verschillende functies in de zorg. Naast haar studie geneeskunde, werkt ze enkele dagen per maand als verpleeghulp in de ouderenzorg. Van 2012 tot 2014 werkte ze als organizer in de zorg bij de Abvakabo FNV, waarbij ze onder andere betrokken was bij de acties in het Sarphatihuis in 2013.
‘Waarom ik me verkiesbaar heb gesteld voor het sector bestuur? Ik ben nu een paar jaar lid van de bond en vanaf 2011 ben ik op verschillende plekken in de zorg actief. Ik heb gezien hoe groot de problemen in de zorg zijn en ik wil een bijdrage leveren aan het oplossen daarvan en aan het organiseren van mensen in die sector. Ik ben actief geweest als organizer in de ouderenzorg. Dat heb ik met heel veel plezier gedaan en daar heb ik veel van geleerd. Maar als betaalde functionaris van de bond ben je uiteindelijk uitvoerder van het vakbondsbeleid. Dat beleid wordt helaas nog voor een groot deel van bovenaf opgelegd. Gelukkig komt daar langzamerhand verandering in. De democratisering van de bond zie ik nu dan ook als een kans om als actief vakbondslid samen met andere leden daadwerkelijk mede het beleid te bepalen en de vakbond weer op de kaart te zetten. Ik vind namelijk dat het huidige beleid een van de redenen is waarom de vakbond er zo slecht voorstaat.
‘De onvrede in de zorg is enorm groot. Er wordt wel eens gezegd dat zorgwerkers niet graag actievoeren. Het is waar dat zorgwerkers minder snel het werk neerleggen, onder andere omdat ze bang zijn dat dat ten kost gaat van hun zorgvragers. Het belang van de zorgvragers staat altijd voorop, die mensen kan je niet in de steek laten. Toch zie je dat nu de bezuinigingen, de toegenomen bureaucratisering en de afbraak ten koste gaan van deze zorg en de zorgvragers daarvan de dupe worden, het juist de zorgwerkers zijn die een van de meest gemotiveerde actievoerders worden van de bond. Zorgwerkers hebben een hart voor de zorg en komen niet snel voor hun eigen belang op, maar wel zodra de zorg aan hun patiënten op het spel komt te staan. Overigens vind ik dat zorgwerkers best wat vaker voor hun eigen belang op mogen komen, dus bij deze heb ik dat al vast maar gezegd.
‘Als vakbond moet je mensen veiligheid bieden, mensen laten merken dat als ze in actie komen en als ze hun nek uitsteken, ze niet alleen staan. Mensen zijn in deze tijden vooral bang om in actie te komen, bang dat het hun baan kost. En als je alleen of met een heel klein groepje actie onderneemt, is deze angst ook terecht. Daarom moet je een groep opbouwen, elkaar leren kennen, elkaar vertrouwen en weten dat de rest van de bond en vooral haar actieve leden er achter staan. Hoe je dit oppakt, heb ik geleerd bij organising. De bezetting van het Sarphatihuis, daar hebben we bijvoorbeeld een half jaar naar toe gewerkt met alle leden. Dat was heel spannend, het was steeds de vraag of het zou lukken, uiteindelijk werd het een succes.
'Zo heb ik ook geleerd dat het belangrijk is om langzaam maar met volle overtuiging kracht op de werkvloer op te bouwen en te zorgen dat mensen door acties meer zelfvertrouwen krijgen. Zulke acties zullen in het begin waarschijnlijk over hele elementaire dingen gaan, zoals een goed werkrooster, het naleven van bepalingen in de CAO en dergelijke. We hebben weer successen in de strijd nodig, hoe klein die ook zijn. Dat geeft mensen zelfvertrouwen, dat maakt dat ze hun angst overwinnen en dat ze zonder angst maar met trots durven te zeggen: ‘ik hoor ook bij die bond.’ Pas dan wordt de vakbond echt weer van de leden en pas dan kunnen we verdere stappen maken waar ook een propvol Malieveld bij zal horen.’
Vrouwen en mensen van kleur
‘Ja, de vakbond is een club met heel veel oudere witte mannen. Het feit dat mannen op vakbondsbijeenkomsten voor de verandering bij het vrouwentoilet naar binnen glippen om sneller aan de beurt te zijn toont de ernst van het probleem. Even zonder grappen, in een sector als de zorg werken voor het overgrote deel vrouwen en bovendien zijn veel daarvan mensen van kleur. Dat geldt ook voor de schoonmaak, de catering en andere slechter betalende sectoren. Toch blijven vrouwen en mensen van kleur ondervertegenwoordigd in de bond, dat is niet alleen raar, maar vooral ook verontrustend.
'De afgelopen tijd is de FNV bezig geweest om speciaal in die sectoren mensen te organiseren. Dat heeft enig succes, met name bij de schoonmakers en in de zorg. Toch, en dat valt te begrijpen, staan vrouwen, jongeren en mensen van kleur in deze sectoren niet te trappelen om zich aan te sluiten bij het mannenbolwerk van de bond. De FNV zal immers eerst de specifieke problemen van deze leden moeten erkennen. Wij vrouwen moeten ook gehoord worden, onze eisen en belangen moeten centraal komen te staan. Vrouwen krijgen voor hetzelfde werk nog steeds minder betaald, de kinderopvang wordt vrijwel onbetaalbaar gemaakt en seksuele intimidatie op de werkvloer blijft een groot probleem. Deze problemen dienen erkend en belicht te worden. Zo geldt dat ook voor de belangen en eisen van leden van kleur die steeds vaker te maken krijgen met racisme op de werkvloer en werkeloosheid.
'Bovendien wordt het tijd dat er ook binnen de bond gesproken wordt over seksisme en racisme, want helaas ook binnen de bond zijn deze problemen niet verholpen. Ik ben dan ook van mening dat als we echt een krachtige bond willen worden, van jong en oud, zwart en wit, dat er meer fundamentele veranderingen nodig zijn in de cultuur van de vakbond en haar beleid. Het is immers alleen mogelijk een sterke vakbond op te bouwen als seksistische, racistische en discriminerende beelden zijn uitgeroeid. Tot die tijd zullen deze waanbeelden ten goede komen aan de werkgevers die leden zo tegen elkaar op kunnen en zullen zetten. Ik zie het dan ook als onze taak om leden en vakbondsfunctionarissen hierop aan te spreken. Als bond moeten we ondubbelzinnig stelling nemen tegen racisme en seksisme. En ook in je eigen rangen moet je daar geen millimeter aan toegeven. Het is heel goed dat de FNV na de ‘minder minder’ uitspraak van Wilders heeft verklaard niet meer met de PVV te willen samenwerken. Dat hadden ze echter al veel eerder moeten doen.
'De vakbond kan een enorme rol spelen in het bestrijden van racisme en seksisme op de werkvloer, immers samen actievoeren verbindt en heft vooroordelen op. Zo had bij de acties van het Sarphatihuis op een zeker moment een van de leidinggevenden het over die ‘zwarte apen’ die actie stonden te voeren. Daar waren niet alleen de gekleurde actievoerders woedend over, maar ook de witten die deze racistische houding van hun leidinggevende nooit eerder hadden opgemerkt. Strijden haalt de vooroordelen uit de lucht en werkt verbroederend/verzusterend.
‘Ook jongeren moeten een veel belangrijkere plaats in de bond krijgen. En ook hier geldt dat de FNV jongeren slechts kan bereiken als ze de belangen van jongeren centraal stelt. Dus de strijd aangaat tegen de zogenoemde flexibilisering. Dat woord alleen al… Natuurlijk wil iedereen flexibel zijn en flexibel werken. Af en toe zonder eindeloze gevechten een vakantie plannen omdat je er gewoon aan toe bent en niet elke dag hetzelfde doen dat lijkt me ook een mooi streven. Maar onder flexibel wordt nu verstaan volstrekt rechteloos, niet weten of je volgende week nog werk hebt, nul-uren contracten waarbij je maar af moet wachten of en hoeveel je deze week kan werken en verdienen. Al die zogenoemde stages en opleidingsplaatsen waar jongeren voor niets, of zwaar onderbetaald, werkervaring op kunnen doen voor werk dat er vervolgens niet is. Ik stoor me dan ook aan geluiden in de bond zoals die van FNV Jong. Ik heb daar niks mee. Die gaan helemaal mee in het flexibiliseringsverhaal, die zitten vaak meer op de lijn van de VVD en D66 dan op een strijdbare koers waar jongeren wat aan hebben. Er wordt nu gewerkt aan het opzetten van een jongerennetwerk in de FNV. Een netwerk van jongeren in verschillende sectoren, daar verwacht ik veel meer en veel positievere dingen van.’De problemen van jongeren zijn overigens niet heel lastig op te lossen. Immers om banen voor jongeren te creëren, zouden ouderen niet langer door moeten werken, maar juist eerder met pensioen moeten mogen en zou er arbeidstijdverkorting moeten komen. Het tegen elkaar opzetten van jonge en oude werknemers, daar moet een einde aan komen. We willen allemaal hetzelfde, gewoon goed werk voor een fatsoenlijk salaris en als het even kan ook nog wat vrije tijd om jezelf te ontwikkelen en te genieten van de mensen om je heen.’
Reactie toevoegen