De Hongaarse revolutie van 1956: antistalinistisch en antikapitalistisch

Wat de Hongaarse revolutie van 1956 inhield is opzettelijk uit de officiële geschiedenis gewist door het stalinistische regime en de leiders die daarop volgden, evenals door de aanhangers van het kapitalisme in West-Europa.

Ze hebben verzwegen dat de opstandige arbeiders, studenten en Hongaarse arbeidersraden begonnen waren met het opbouwen van een zelfbestuurd socialistisch systeem.

De destalinisatie

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog stonden de Oost-Europese landen onder controle van de stalinistische dictatuur. Al meer dan tien jaar stond Hongarije onder controle van de USSR, met aan het hoofd de Hongaarse Stalin, Rákosi, die dezelfde methoden hanteerde met de politieke politie, de ÁVH.

In maart 1953 wekte de dood van Stalin hoop en begonnen er barsten te ontstaan in 'het Oostblok'. De opstand in Oost-Berlijn in 1953 was hiervan het eerste teken. In februari 1956 hekelde de leider van de Communistische Partij van de USSR, Chroesjtsjov, tijdens het XXe congres de misdaden van Stalin, wat een schokgolf teweegbracht in de Oostbloklanden. In Polen benoemde het Centraal Comité van de Communistische Partij Gomułka tot staatshoofd zonder de Sovjets te raadplegen; hij verklaarde zich enigszins te willen losmaken van de invloed van Moskou om een socialisme naar Pools model op te bouwen. In Hongarije werd Rákosi, met name onder druk van intellectuelen, gedwongen de greep te versoepelen.

Van opstand tot revolutie

Op 22 oktober sloeg de onrust over naar studentenkringen in Boedapest, die een manifest met 16 punten opstelden. Ze riepen op tot een solidariteitsdemonstratie met Polen op 23 oktober. Die trok een menigte studenten, die werd vergezeld door tienduizenden arbeiders die riepen: 'Imre Nagy aan de macht!', 'Russen weg! ', maar ook 'Algemene staking!'. Als reactie op schoten van de ÁVH, waarbij doden vielen, begonnen de demonstranten zich te bewapenen.

In de nacht van 23 op 24 oktober verspreidde wat een revolutie aan het worden was zich door de stad, aangevoerd door studenten, jonge arbeiders en tieners. De kazernes gingen open, soldaten gaven hun wapens aan de opstandelingen of sloten zich aan bij de opstand. Leden van de ÁVH werden opgejaagd. Kádár, die in 1954 was vrijgelaten, werd benoemd tot eerste secretaris van de Communistische Partij, terwijl Imre Nagy werd aangesteld als regeringsleider. In de nacht van 24 oktober trokken de eerste gepantserde eenheden van het Russische leger de hoofdstad binnen.

De gevechten tussen Russische soldaten en opstandelingen zouden een week lang in Boedapest woeden, terwijl de opstand zich over het hele land verspreidde. Een deel van de Sovjet-soldaten begon vriendschappelijk om te gaan met de vijand.

De arbeidersraden

De arbeidersraden schoten als paddenstoelen uit de grond; ze namen het beheer van de fabrieken in eigen handen, organiseerden arbeidersmilities om de fabrieken te bewaken en namen deel aan de straatgevechten in hun wijk.

Ze eisten het stakingsrecht, vakbondsvrijheid, erkenning van de raden en de terugtrekking van het Russische leger en sloten zich aaneen in federaties. Ze trokken de legitimiteit van de regering-Nagy niet in twijfel, maar vertegenwoordigden niettemin de mogelijkheid van een arbeidersmacht. Ze putten hun inspiratie uit eerdere ervaringen, in Rusland in 1905 en 1917, de Hongaarse Radenrepubliek in 1918-1919 en de raden in Joegoslavië. Ze bestreden de stalinistische dictatuur en verzetten zich tegelijkertijd tegen een kapitalistische restauratie.

Op 31 oktober kondigde de USSR aan dat ze ermee instemde haar troepen terug te trekken. Maar dat was slechts een tijdelijke terugtrekking.

De regering van Nagy kon de volksopstand, die dreigde uit te monden in een proletarische revolutie, niet bedaren. De USSR was ervan overtuigd dat de westerse mogendheden, Frankrijk en Engeland, die bezig waren met hun eigen invloedssfeer bij het Suezkanaal, niet zouden ingrijpen.

In de vroege ochtend van zondag 4 november vielen 200.000 soldaten van het Sovjetleger, met 2.000 tanks en ondersteund door de luchtmacht – waaronder soldaten die in Centraal-Azië waren gerekruteerd – de hoofdstad en de belangrijkste industriesteden binnen. Nagy werd afgezet en vervangen door János Kádár, die met de Russische tanks uit Moskou was teruggekeerd.

De arbeiders verschansten zich in de fabrieken en op 5 november werd de algemene staking hervat. De fabrieksraden van de hoofdstad kwamen op 14 november bijeen om de Centrale Arbeidersraad van Boedapest op te richten. Maar rond 15 november was de revolutie militair verslagen. Er vielen tienduizenden slachtoffers.

De door Moskou gesteunde regering van Kádár wachtte nog enkele weken voordat ze de arbeidersraden verbood; de leden ervan werden opgespoord en gearresteerd.

De revolutie werd door Sovjet-tanks de kop ingedrukt. Maar de breuk was eenmaal geslagen. De greep van de USSR op de Oost-Europese satellietstaten, die met geweld in stand werd gehouden, zou met de val van de Muur uiteenspatten. Helaas is de hoop van de Hongaarse opstandelingen om een einde te maken aan de stalinistische dictatuur zonder onder het kapitalistische juk terecht te komen, niet uitgekomen.

Foto: © Creative Commons - Een brandend Sovjet-pantservoertuig van het type BTR-152 in Boedapest in november 1956.

Dit artikel stond op l’Anticapitaliste. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.