Op 4 en 5 juni kwamen ruim 460 afgevaardigden van de FNV bijeen voor het congres 2026 onder de titel 'De kracht van beweging'. Sinds de statutenwijzing is dit weer het hoogste democratische orgaan van de bond, waar afgevaardigden uit alle sectoren het meerjarenbeleid vaststellen en de politieke koers bepalen. Dit congres was extra belangrijk. De vakbeweging is de afgelopen jaren verzwakt door ledenverlies (de laatste jaren, met onder andere de loonacties, is het ledental weer gestegen, vooral onder jongeren en vrouwen) en de verrechtsing van de politiek.
Dat werd nog versterkt door ernstige interne conflicten binnen de FNV zelf. Hierdoor dreigt de vakbeweging haar maatschappelijke positie te verliezen en buitenspel komen te staan. Het congres moest een herstart zijn — en dat lukte grotendeels. (De afgelopen jaren stelde het Ledenparlement, als hoogste orgaan, het meerjarenbeleid vast, na een adviserend congres).
Strijd tegen de afbraak
De urgentie was voelbaar. Het kabinet wil 6,8 miljard bezuinigen op sociale zekerheid om de sterk gestegen defensiebegroting deels te financieren. De FNV stelt onomwonden dat dit een politieke keuze is, niet een economische noodzaak, en wil de bezuinigingen van tafel. Voorzitter Hans Spekman zette de toon: de bond staat klaar om de strijd aan te gaan op de werkvloer, in Den Haag én in Brussel. Lieke Smits riep de afgevaardigden op om in hun sectoren acties voor te bereiden. In de week van 22 juni staan acties gepland in de metaal, het OV, de havens, universiteiten en de zorg, met regionale manifestaties door het hele land en een grote manifestatie in Amsterdam op 23 juni.
Het verzet tegen de kabinetsplannen is voor de FNV meer dan een vakbondsstrijd alleen. Het is ook een kwestie van overleven. Een vakbond die de bezuinigingen niet weet te keren, verliest geloofwaardigheid bij de eigen leden. Eenheid is daarvoor een voorwaarde — en die eenheid staat onder druk.
De inhoud: ambitieus en breed
Het meerjarenbeleidsplan 2026–2030 dat het congres aannam is inhoudelijk breed en op veel punten ambitieus. Het bevestigt in grote lijnen het beleid van de afgelopen jaren. De FNV wil een eerlijke arbeidsmarkt met gelijke beloning voor vrouwen en jongeren, afschaffing van het minimumjeugdloon, vaste contracten als norm en een stevige sociale zekerheid. Ze wil een krachtige publieke sector, vrij van marktwerking en betaalbaar wonen als publiek recht. De dalende arbeidsinkomensquote — het aandeel van de lonen in de totale economische koek — moet omhoog. Rijken en bedrijven moeten eerlijker bijdragen.
Op het vlak van klimaat en technologie bepleit de resolutie zeggenschap van werkenden over de invoering van AI en een rechtvaardige energietransitie waarbij de lasten niet bij lage inkomens terechtkomen. Er was veel steun op het congres voor een brede vakbeweging die samenwerkt met andere sociale bewegingen — klimaat, antiracisme, volkshuisvesting — en zich niet beperkt tot cao-onderhandelingen. Dat is een gezonde en noodzakelijke koers.
De spanningspunten
Achter de eensgezinde sfeer sluimerden echte meningsverschillen. Hoewel de oudgedienden ruim in de meerderheid waren, hebben de jongeren van Young & United een grote rol gespeeld — met name in de discussie over militarisme en over rechtsextremisme. Drie debatten verliepen echt spannend.
Het heetst werd het debat over militarisering. Vanuit de vakbond voor defensiepersoneel werd de noodzaak van hogere defensie-uitgaven benadrukt — defensiemedewerkers hebben goede uitrusting nodig om oorlog te voorkomen. Daar tegenover hebben vooral de jongeren van Young & United zich uitgesproken tegen de wapenwedloop en pleitten ze voor een heldere tekst over vrede en internationale rechtvaardigheid.
Na een schorsing werd een compromis bereikt: de FNV spreekt zich uit voor vrede, internationale rechtvaardigheid en bescherming van de werkende klasse wereldwijd. De omstreden passage over 'Nationale versteviging' verdween uit de tekst. Veelzeggend was dat de defensiebond Young & United uitnodigde voor een gesprek — een gebaar dat liet zien dat de tegenstellingen overbrugbaar zijn. Voor radicaal-links blijft de verwevenheid met de vakbond voor defensiepersoneel echter een ongemakkelijk gegeven.
Over rechtsextremisme was er eveneens een verhit debat. Een deel van de afgevaardigden — met name een aantal ouderen — vond dat de term 'rechts' geschrapt moest worden en dat iedere vorm van extremisme afgewezen moet worden. Daar tegenover stond een brede groep, met de jongeren van Young & United duidelijk in de voorhoede, die vasthield aan de expliciete benoeming van rechtsextremisme. Hun argumenten waren helder: rechtsextremisme is uitgesproken anti-vakbond en sterk in opkomst, en een brede term als 'extremisme' kan worden misbruikt om links activisme te criminaliseren. Het eindresultaat — het woord 'rechts' tussen haakjes — is een onbevredigend compromis dat niemand echt tevreden stelt.
Een derde debat ging over de Automatische Prijscompensatie (APC): een mechanisme waarbij lonen automatisch meestijgen met de inflatie. Veel insprekers drongen aan op een wettelijke verankering, zoals in België. Het bestuur en de sterkere sectoren zoals de haven wezen dat af: de APC moet via de cao worden afgedwongen, niet via de wet. Hun argument is dat een wettelijke regeling de politiek zeggenschap geeft over lonen, wat de vakbond verzwakt. Het is een verdedigbaar standpunt, maar het laat wel de zwakkere sectoren en de werkenden zonder cao in de kou staan.
Op het belastingdossier vonden veel afgevaardigden de voorliggende tekst te mager. Er werd aangedrongen op een robottaks — een belasting op bedrijfswinsten die voortkomen uit automatisering en AI. Het bestuur wilde niet vooruitlopen op een nieuwe belastingvisie die nog ontwikkeld moet worden. Een gemiste kans om duidelijker stelling te nemen.
Twee andere punten van onvrede verdienen vermelding. Meerdere sectoren gaven aan meer zeggenschap te willen over de verdeling van de financiële middelen van de bond — het bestuur heeft toegezegd dat uit te werken. Die zeggenschap over 'het eigen geld' zoals ondernemersbijdragen afgesproken bij cao’s, is vooral voor de goed georganiseerde sectoren al heel lang een twistpunt. Binnen de FNV en veel van haar voorgangers is centrale inning van vakbondsgelden en daarna democratische, gezamenlijke verdeling over projecten en sectoren uitgangspunt. Hierdoor kan prioriteit gegeven worden aan opbouw van de FNV op plekken waar ze nog niet sterk genoeg is, zoals opkomende sectoren als distributie.
Die discussie over wat centraal besloten moet worden en waar zeggenschap in sectoren ligt is binnen de vakbeweging al heel lang een discussiepunt. En de lokale afdelingen van de FNV uitten onvrede over gebrekkige samenwerking met de sectoren en het gevoel niet gehoord te worden. Ook daar heeft het bestuur beloofd prioriteit aan te geven. Die twee toezeggingen zijn ook al door vorige besturen gedaan. Verder heeft het bestuur toegezegd dat de FNV bij verkiezingen duidelijk zal maken waar politieke partijen staan op voor de vakbeweging belangrijke onderwerpen, zodat leden dat kunnen meewegen bij hun stemkeuze.
Ten slotte: de andere kwestie van de interne democratie (naast sectoralisatie en samenwerking). De FNV heeft een roerige periode achter de rug waarbij het nieuwe bestuur niet democratisch werd gekozen maar benoemd door de raad van toezicht. Veel afgevaardigden wilden vastleggen dat in de toekomst het bestuur weer democratisch verkozen wordt. Het bestuur deed geen concessies. Zolang hierover geen duidelijkheid komt, blijft de interne verdeeldheid sluimeren.
Gematigd positief, maar de strijd moet nog komen
Na afloop waren de meeste deelnemers gematigd positief. Iedereen begrijpt dat de eenheid hersteld moet worden en dat de focus nu moet liggen op de strijd tegen de bezuinigingen. Dat is de juiste prioriteit. De beleidsresolutie biedt goede aanknopingspunten: de nadruk op zeggenschap van werkenden, de strijd tegen marktwerking en de bereidheid om coalities te bouwen met bredere sociale bewegingen.
Maar papier is geduldig. De komende weken en maanden zullen uitwijzen of de FNV de beloofde beweging ook werkelijk in gang zet en dat de saamhorigheid en samenwerking versterkt gaan worden. De acties van juni zijn een eerste test. De kracht van beweging is geen leus — het is een opgave.
Reactie toevoegen