De NAVO, de klimaatcrisis en de ecosocialistische noodtoestand

Gippò Mukendi Ngandu sprak op de anti-imperialistische conferentie No To NATO (Istanbul, 4 juli) om de verbanden tussen oorlog en de klimaatcrisis te belichten en oplossingen voor te stellen die in ons Manifest voor een ecosocialistische revolutie worden aangedragen.

We worden geconfronteerd met een multidimensionale systeemcrisis van het kapitalisme, waarvan de wortels terug te voeren zijn op:

- Een explosieve toename van sociale ongelijkheden binnen en tussen landen, als gevolg van de roekeloze neoliberale koers en een groeiende crisis van de representatieve systemen en traditionele partijen die wereldwijd het politieke leven hebben beheerst;

- De terugkeer van oude en nieuwe vormen van fascisme en religieus fundamentalisme;

- Een verscherping van de geopolitieke spanningen in een context van hegemonische wanorde en de heropleving van agressieve imperialismen;

- Klimaatchaos, woestijnvorming en de versnelde ineenstorting van de biodiversiteit, met toenemende gevolgen voor de economie (inflatie, vernietiging van infrastructuur enzovoort) en het dagelijks leven.

Ik zal me op dit punt concentreren.

De exponentiële groei van militaire investeringen vormt een toenemende bedreiging voor het klimaat. Die sector wordt uiteraard gedomineerd door de imperialistische mogendheden. Als de NAVO-lidstaten de doelstelling van het militaire bondgenootschap om tegen 2035 5 procent van de begroting aan het leger te besteden halen – wat ze aan het doen zijn – zou dat, wat de koolstofvoetafdruk betreft, leiden tot de uitstoot van meer dan 500 miljoen ton extra CO₂ in de atmosfeer. Dat vooruitzicht is volstrekt onverenigbaar met de drastische emissiereductie die nodig is om de crisis het hoofd te bieden.

De vergelijking tussen de financiële investeringen die deze doelstelling van 5 procent vertegenwoordigt en de ‘klimaattoezeggingen’ van die landen legt de totale dubbelzinnigheid van de staten bloot. Met de benodigde uitgaven zou dus 200 keer het fonds van 100 miljard voor ‘verlies en schade’ kunnen worden gefinancierd dat de imperialistische mogendheden tijdens COP27 (2022) aan de landen van het ‘Zuiden’ hebben beloofd. Een belachelijk bedrag, dat ze tot nu toe nog nooit in zijn geheel bijeen hebben gebracht en dat ze gedeeltelijk in de vorm van leningen hebben uitbetaald, waardoor de plundering van het ‘Zuiden’ door de schuldenlast nog wordt verergerd.

Deze paar cijfers tonen aan dat militaire financiering ongetwijfeld de meest vervuilende investering is die er bestaat. Terwijl de versnelling van de klimaatcrisis een snelle vermindering van de uitstoot van broeikasgassen vereist, vraagt een ecologie die de uitdagingen aankan om resoluut verzet tegen alle militaire uitgaven.

Militarisme is een van de belangrijkste oorzaken van het overschrijden van planetaire grenzen en in de eerste plaats van klimaatverandering. Het grootste leger ter wereld, dat van de Verenigde Staten, verbruikte in 2019 evenveel fossiele brandstof als een land als Portugal, waarbij ditmaal zowel de wapenproductie als de daaruit voortvloeiende militaire interventies en strategische operaties zijn meegerekend.

Het militair-industriële complex heeft echter niet alleen op directe wijze bijgedragen aan de ecologische catastrofe, maar ook indirect, vanwege de rol die de legers hebben gespeeld bij de uitbreiding van fossiele brandstoffen, waaruit ze in wezen hun macht putten: de stuwende rol van de westerse militaire industrieën, gekoppeld aan hun imperialisme – in de eerste plaats dat van het Verenigd Koninkrijk in de negentiende eeuw en dat van de Verenigde Staten in de twintigste eeuw – bij de ontwikkeling van fossiele brandstoffen binnen de civiele sectoren. Ten slotte moeten we de belangrijke rol van de militaire industrie in herinnering brengen bij de uitvinding en ontwikkeling van ecocidale landbouwtechnologieën, extractivisme en vervuilende chemische processen en verbindingen.

Het verband tussen de ontwikkeling van het militarisme en de expansie van het kapitaal (en dus van de ecologische crisis) is bijzonder duidelijk in de winningsindustrieën. De felle concurrentie tussen de imperialistische mogendheden wordt gevoed door het extractivistische beleid van zowel het nog steeds dominante imperialisme – dat van de Verenigde Staten, die fossiele brandstoffen weer centraal hebben gesteld in hun beleid – als door China, dat een ongebruikelijke gulzigheid aan de dag legt bij het toe-eigenen van strategische grondstoffen in Afrika en Latijns-Amerika.

De extractivistische logica is de verborgen motor van het hedendaagse kapitalisme. Enerzijds is ze gebaseerd op een exploitatie van hulpbronnen, waarbij noch rekening wordt gehouden met de vernieuwing ervan, noch met de negatieve gevolgen (vervuiling, armoede), en anderzijds op de monopolistische controle over diezelfde hulpbronnen.

In die context hebben sociaal-ecologische rampen grote gevolgen voor de mondiale geopolitiek.

De catastrofe die zich momenteel ontvouwt, is ongekend. Naast de plagen van oorlog, kolonialisme, uitbuiting, racisme, autoritarisme en alle vormen van onderdrukking is er een nieuwe plaag bijgekomen die ze allemaal verergert: de door het kapitaal versnelde vernietiging van de natuurlijke omgeving waarvan het voortbestaan van de mensheid afhangt.

De strijd tegen de reuzen van het extractivisme en de fossiele brandstoffen houdt noodzakelijkerwijs in dat de militaire activiteiten die hun opmars mogelijk maken, ter discussie worden gesteld.

Zolang het kapitalisme voortduurt, en met name het rampenkapitalisme, zullen imperialistische oorlogen onvermijdelijk zijn. Dat geldt ongetwijfeld sinds de financiële crisis van 2008 en nog meer sinds het mondiale keerpunt van de jaren 2020, met een opeenvolging van wereldwijde rampen die een explosieve cocktail vormen, waaronder: de covid-19-pandemie, de Russische invasie van Oekraïne, de genocidale oorlog in Palestina, de door de Verenigde Staten gevoerde handelsoorlog, de interventies in Venezuela en vervolgens in Iran, de onmenselijke verscherping van het embargo tegen Cuba, allemaal gepaard gaande met de ontwikkeling van generatieve kunstmatige intelligentie, die eveneens een factor van militarisering is.

Maar als oorlog dan onvermijdelijk is, moeten we ons daar dan niet bij neerleggen? De beweging ter ondersteuning van het Palestijnse volk is een van de eerste stappen in de noodzakelijke samenwerkingsverbanden tussen de bewegingen om de voortdurende barbarij het hoofd te bieden. Ze heeft ons een weg voorwaarts gewezen, namelijk de noodzaak om een beweging tegen oorlog en militarisme op te bouwen in open en pluralistische vormen, een internationalistische beweging die in staat is hoop te herstellen en een alternatieve weg uit te stippelen.

Ecosocialisme vormt vanuit dat oogpunt een verbinding en een essentiële synthese van de verschillende strijdpunten: de strijd tegen milieurampen, voor de bescherming van mensen, voor de ontwikkeling van publieke middelen en tegen privatiseringen, de antiracistische strijd en voor vrijheid van verkeer, tegen de grote hightechbedrijven, voor de bevrijding en zelfbeschikking van volkeren, tegen imperialisme en kolonialisme, om zo een revolutionair, radicaal democratisch project voor te stellen dat zich voedt met de inbreng van feministische, ecologische, antiracistische, anti-imperialistische, antikolonialistische en LHBTIQ+-strijd.

Om die redenen hebben wij, als Vierde Internationale, een ecosocialistisch manifest opgesteld, omdat we ervan overtuigd zijn dat het proces van ecosocialistische revolutie noodzakelijker is dan ooit. De socialistische vooruitgang die ten grondslag ligt aan onze voorstellen vereist een ingrijpende heroriëntatie, gevoed door een pluralistische evaluatie van ervaringen en door de grote strijdbewegingen tegen alle vormen van overheersing en onderdrukking.

Ecosocialisme kan bijdragen aan de opkomst van een internationale beweging: aangezien mondiale ecologische, economische en sociale crises geen grenzen kennen, moet de strijd tegen de systemische krachten die deze crises veroorzaken ook internationaal zijn.

Door ons bewust te worden van het nauwe verband tussen oorlog, de uitbuiting van arbeid en de uitbuiting van het milieu, wordt ecosocialisme essentieel, zowel om imperialisme tegen te gaan als om reformistische 'marktecologie' en 'productivistische' logica te bestrijden. Door een nieuw, sterk democratisch planningsmodel aan te nemen, kan de samenleving de controle over de productiemiddelen en haar eigen lot in handen nemen; het opleggen van kortere werktijden en het voorrang geven aan werkelijke behoeften boven consumentisme kan het primaat van ‘zijn’ boven ‘hebben’ bevorderen, evenals het verwerven van een dieper gevoel van vrijheid voor iedereen. Er is geen andere uitweg om echte systemische verandering te bewerkstelligen. De heersende klasse moet worden onteigend en haar politieke macht moet worden omvergeworpen.

Gippò Mukendi Ngandu is lid van de leiding van Sinistra Anticapitalista (Italië) en van de Vierde Internationale.

Dit artikel stond op International Viewpoint. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Voor FB/X

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.