Door de Europese eenwording met haar ‘open binnengrenzen gedachte’, de toename van mondiale mobiliteit en de aanhoudende scheve inkomensverhouding heeft de vreemdelingenproblematiek vooral de laatste jaren een grote vlucht doorgemaakt. Door het sluiten van de buitengrenzen van Europa is het Fort Europa steeds meer een realiteit geworden. Tegelijkertijd tracht de overheid het voor vreemdelingen minder aantrekkelijk te maken om zich in Nederland te vestigen. De rechtsbescherming van vreemdelingen die om toelating vragen is verminderd, een tijdelijke verblijfsvergunning is ingevoerd en voorzieningen voor ‘onrechtmatig’ in Nederland verblijvende mensen zijn ingeperkt. De identificatieplicht en de Koppelingswet maken het mogelijk om de controle op vreemdelingen verder op te voeren en daarmee de vestiging van deze groep in Nederland te ontmoedigen.
Tijd voor een nieuw beleid
Het is inderdaad tijd voor een nieuwe Vreemdelingenwet. Afgewezen vluchtelingen die niet naar hun land kunnen terugkeren worden op straat gezet, langdurige vreemdelingenbewaring, slopende wachttijden in de AZC\'s, gebrekkige eerste en verdere gehoren. Dit is de dagelijkse praktijk waarmee hulpverleningsinstanties en andere betrokkenen te maken hebben. In plaats van deze rouwranden van de huidige wet aan te pakken met visie en humaniteit heeft de paarse regering er voor gekozen het middel van afschrikking te hanteren om de nieuwe wet vorm te geven. Dit betekent een onomkeerbare verslechtering van het reeds strenge vreemdelingenbeleid.
Waar gaat deze wet nu eigenlijk over?
In de nieuwe wet hebben uitgeprocedeerde asielzoekers na vier weken geen recht meer op voorzieningen, ongeacht de mogelijkheden voor terugkeer. Zij worden zonder middelen van bestaan op straat gezet. Wel zijn zij verplicht zich regelmatig te melden. Doe je dit niet, dan wordt je ongewenst verklaard en in de hele EU geregistreerd als crimineel.
Ook wordt de vluchtelingenstatus afgeschaft en vervangen door een tijdelijke status, die na drie jaar eventueel kan worden omgezet in een permanente verblijfsvergunning. Wel moet het asielverzoek opnieuw gemotiveerd en onderbouwd worden. Dit betekent voor vluchtelingen langdurige onzekerheid. De beslissing zou binnen een half jaar genomen moeten worden. Er zijn echter uitzonderingen mogelijk: de termijn kan met een half jaar verlengd worden als de IND extra onderzoek wil doen. Is de verwachting dat de situatie in het land van herkomst in de toekomst zal verbeteren, dan kan de beslissing zelfs met een jaar uitgesteld worden. Dit geldt speciaal voor vluchtelingen uit oorlogsgebieden. Bovendien kan de overheid niet gedwongen worden de beslissingen binnen de gestelde termijnen te nemen.
Verder wordt het nog moeilijker om zonder papieren asiel aan te vragen. Om het eenvoudiger te maken mensen terug te sturen is een amendement aangenomen dat bepaalt dat ieder land dat het Vluchtelingenverdrag of een ander mensenrechtenverdrag heeft ondertekend, wordt beschouwd als een veilig land van herkomst. Vluchtelingen uit deze landen worden niet toegelaten, tenzij zij aannemelijk hebben gemaakt dat het land van herkomst zijn verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt.
Al met al wordt het voor vluchtelingen uit landen waar het ernstig gesteld is met de mensenrechten nog veel moeilijker asiel aan te vragen. Kom je bijvoorbeeld uit Sierra Leone, Somalië, Iran of Azerbeidzjan, dan heb je pech. Deze omkering en verzwaring van de bewijslast staat op gespannen voet met het vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties en maakt het voor vluchtelingen moeilijker om bescherming in Nederland te vinden.
Wat betekent deze wet in de praktijk?
Nog los van het feit dat hulp aan niet legaal in Nederland verblijvende migranten strafbaar gesteld kan worden, is het de vraag in hoeverre dit werk überhaupt nog mogelijk is. Waarschijnlijker is dat Justitie veel mensen zal verwijderen. Niet echt, maar administratief, wat betekent dat veel meer mensen zonder perspectief op straat komen te staan. Een grote groep mensen kan niet terug naar het land van herkomst, omdat de autoriteiten van het betreffende land hier niet aan mee willen werken. De politiek weet van het bestaan van deze groep af, maar sluit haar ogen.
Een voorbeeld uit de praktijk
Saïd ontvlucht de burgeroorlog in Algerije. Het Ministerie van Justitie bepaalt dat hij niet persoonlijk te vrezen heeft en hij raakt uitgeprocedeerd. Saïd wordt naar het verwijderingcentrum Ter Apel gestuurd en doorloopt de hele terugkeerprocedure. De Algerijnse ambassade werkt echter niet mee, waardoor hij niet kan vertrekken. Buiten zijn schuld, is de conclusie van de IND. Hij wordt weer in de opvang genomen. Tot op de dag van vandaag zit hij daar nog steeds. Na invoering van deze wet zou zijn verhaal er heel anders uit gaan zien: verlies van de asielprocedure betekent nog een maandje opvang en dan mag Saïd het zelf uitzoeken. Gelukkig is er een vriend die hem onderdak wil bieden. Hij moet zich wel houden aan de meldplicht. Geld om te reizen heeft hij niet, werken is verboden. Als hij zich twee keer niet heeft gemeld, wordt dit achter zijn persoonsnummer genoteerd. Op een dag wordt hij zonder aanleiding op straat aangehouden. Er wordt een identiteitscontrole verricht, hij heeft geen papieren. Op grond hiervan wordt hij ongewenst verklaard en vastgezet.
Bij zijn vriend wordt een inval gedaan, een ‘routinecontrole’ om te zien of er wellicht meer illegalen verblijven. Als Saïd na zes maanden onuitzetbaar is gebleken en na detentie zonder pardon weer op straat wordt gezet, kan hij bij deze vriend niet meer terecht. Uit angst voor een nieuwe inval durft hij geen onderdak meer te bieden.
Duidelijk wordt, dat de regering aanstuurt op een tweedeling binnen het Nederlands rechtssysteem. Een voor Nederlandse ingezetenen, een andere voor vreemdelingen.
Maatschappelijk verzet blijft nodig.
Opvallend is dat er geen principieel debat gevoerd is over de gevolgen van het nieuwe beleid. In achterkamertjes heeft de coalitie de wet voorgekookt en de oppositie heeft slechts over de manier van presenteren haar mond geroerd. Het animo van parlementariërs om de bespreking van de wet bij te wonen was gezien het aantal, rond de twaalf, bedroevend laag. Van een parlementair debat, laat staan een maatschappelijk debat, is geen sprake geweest.
Voor velen is het een teleurstelling dat de overheid niet open heeft gestaan voor de kritiek. Zoals het er nu uitziet verslechtert de positie van migranten en vluchtelingen aanzienlijk. Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat deze wet doorgevoerd wordt ondanks de kritiek van de vele organisaties die in de praktijk met de uitvoering hiervan te maken krijgen. Pijnlijk is het om te moeten constateren dat ‘afschrikking’ en ‘uitsluiting’ de belangrijkste doelen zijn als het om vreemdelingenbeleid gaat. Hoe dit beleid verder uitpakt in de praktijk wordt steeds meer een zaak voor migranten- en vluchtelingenorganisaties, kerken en betrokken particulieren. Terwijl het in Nederland economisch steeds beter gaat, lijkt de keuze dat deze welvaart maar voor een beperkte groep toegankelijk kan zijn makkelijk gemaakt.
Reactie toevoegen