Ethiopië en Eritrea - Afscheid van het Srebrenica syndroom?

Op het eerste gezicht gaat het om een grensconflict. Toen Eritrea in 1993 na een langdurige onafhanke-lijkheidsstrijd zelfstandig werd, is de grens slecht afgebakend. Op de achtergrond pelen er echter meer structurele factoren. Eritrea bezit de meest voor de hand liggende havens aan de Rode Zee, Massawa en Assab, waarvan de Ethio-pische handel gebruik moet maken. In novem-ber 1997 maakte Eritrea zijn munt los van de Ethiopische, waarna de onderlinge handel uitslui-tend in dollars kon worden afgerekend. Dit was voor Ethiopië zeer ongunstig. De tot dan toe weinig belangrijke geografische grens werd opeens een economische scheidslijn. Op de achter-grond speelt een verschil in lange-termijn strategie. De Eritrese politieke klasse droomt van een rol zoals die van Singapore: financieel liber-alisme in combinatie met een op export gerichte economie. In Ethiopië wil men eerder de Zuid-koreaanse weg volgen: devie-zencontrole, een geleid investe-rings-programma met een stevige basis van economische steun uit het buitenland. De Ethiopische leiders fantaseren over een rol als regionale mogendheid op het niveau van Nigeria en Zuid-Afrika. Natuurlijk is al dit fraais nog ver achter de horizon gezien het feit dat beide landen tot de arme kant van de wereld behoren.
Daar-naast is er een langdu-rige rivaliteit die terug-gaat tot de tijd van de gemeen-schap-pelijke strijd tegen de Ethiopi-sche dictatuur. Beide regeringen komen voort uit gewapende verzetsbe-we-gingen en hebben naast een geschiedenis van samenwerking tegen de vroegere Ethiopische regimes ook veel onderlinge strijd geleverd.

Escalatie in 1998
In mei 1998 escaleerden gewapende strubbelingen over een aantal betwiste gebieden langs de grens snel tot een succesvol Erit-rees militair offensief waar het Ethiopische leger slecht op was voorbereid. De Eritrese strijdkrachten veroverden in korte tijd vrijwel het geheel van de betwiste zones en lieten het daar vervolgens bij. Hun doel was het veilig stel-len van de nationale grens. Het was een typisch voorbeeld van een ge-slaag-de militaire calculatie op korte termijn die geen reke-ning hield met lange termijn effecten.
Ethiopië antwoordde op twee manieren. Ten eerste werd de handel naar de kust omgeleid via de haven van het naburige onder Franse controle staande Djibouti. Omdat deze haven een te geringe capaciteit heeft, bleef Ethiopië wel grote hinder ondervinden van deze situatie, terwijl de economische activi-teit in de Eritrese havens natuurlijk wegkwijnde. Ten tweede ging het Ethiopi-sche leger over tot een omvangrijk herbewape-nings- en remilitari-seringsprogramma (kosten: een miljard dol-lar). Er werden grote aantallen zware wapens (tanks, kanon-nen, gevech-tsvliegtuigen en aanvals-heli-kopters) in met name Rusland, Bulgarije en Roemenië aange-kocht. De Ethio-pi-sche luchtmacht werd onder Russi-sche regie geheel vernieuwd. Ver-schillende Russische generaals en een honderdtal militairen, zowel officiële adviseurs als huur-lingen, onder-steunden ter plekke de herbewa-pening. Ook Eritrea kreeg lucht-doelraketten en helikop-ters geleverd door Rusland. Bovendien kon het gevechtsvlieg-tuigen kopen in enke-le kleinere Oosteuro-pese landen (Moldavië en Georgië). Ook ontving het in 1999 nog een aantal trainings-vliegtuigen voor zijn (veel kleinere) luchtmacht uit Finland.

Herbewapening
De huidi-ge militaire situatie in het grensgebied tussen Ethio-pië en Eritrea is het resultaat van de door de bewapeningsin-spanningen en militaire reorganisaties verschoven krachts-ver-houding. De afgelopen twee jaar was door beide partijen een patsituatie gehandhaafd, die overigens met bloedige schermutse-lingen en wederzijdse bombardementen op elkaars steden gepaard ging. Afgelopen mei lan-ceerde het Ethiopische leger echter een succesvol tegenoffen-sief waarbij het grootste deel van het betwiste gebied werd heroverd en bovendien op enkele plaatsen diep in het Eritrese territorium werd doorgedrongen. Na in de eerste fase verrast te zijn kon het Eritrese leger overgaan op een geordende terugtocht, het is dus zeker niet verslagen. Men kan erover van mening verschillen hoever de Ethiopische oor-logsdoelstellingen reiken. Gaat het erom Erit-rea 'een lesje te leren' (volgens de befaamde uitdrukking uit de grensoorlog tussen China en Vietnam), of zijn er verder reikende bedoelin-gen zoals het ten val brengen van het regime in Eritrea of een vrije toegang tot de Rode Zee?

Amerikaanse diplomatie
De Amerikaanse diplomatie heeft zich vooral in het begin intensief met de oorlog tussen Eritrea en Ethiopië bemoeid. Het conflict kwam de VS bijzonder slecht uit omdat beide landen onderdeel uitmaakte van het zogenaamde 'Amerikaanse blok' in Afrika, een poging om orde op zaken te stellen in het turbulente continent door steun te geven aan een reeks ver-lichte autoritaire leiders. Bovendien verbrak de oorlog het cordon sanitaire rond Soedan, een van de door de VS op de korrel genomen schurkenstaten. Een bemidde-lende rol werd in die tijd dan ook gespeeld door de Amerikaanse onderminister Susan Rice. Later ging Algerije optreden als gastheer voor indirect vredesoverleg en kwam ook de VN in beeld. Dit heeft nu geleid tot de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE) waarin Nederlandse mariniers een centrale rol spelen. De operatie is op het eerste gezicht een klassiek voorbeeld van peace-keeping. Twee oorlogsvoerende partijen hebben een bestand gesloten, lijken oorlogsmoe en bereid tot vrede. Een vredesmacht moet er op toezien dat ze elkaar niet weer in de haren vliegen. Deze moet bestaan uit militaire eenheden om zonodig respect af te dwingen aan lagere comman-danten, milities en eventueel rondzwervende roversbendes (een klassiek overlevingspatroon in deze regio). Aan beide kanten spelen gedisciplineerde legers de hoofdrol, zodat de problemen te overzien lijken.

Srebrenica-syndroom
Bij nader inzien zijn er toch nog wel wat haken en ogen. De situatie lijkt op de opdracht van de vredesmacht UNIFIL in Zuid-Libanon, die moest toezien op de terugtrekking van Israëlische troepen. UNMEE moet controleren of de Ethiopische militairen een deel van Eritrea dat ze bezet houden ontruimen in afwachting van een definitieve regeling. We weten hoe het in Libanon afliep. De Israël trokken zich niet volledig terug en liepen enkele jaren later in een nieuw offensief dwars tussen de machteloze UNIFIL-troepen heen. In dit geval zou met name Ethiopië in de verleiding kunnen komen om een oplossing te forceren die zijn economisch belang (vrije toegang tot de Rode Zee) recht doet. Het risico voor de mariniers lijkt in zo'n geval beperkt tenzij ze zich inmiddels impopulair hebben gemaakt bij een van de partijen in dit ontoegankelijke gebied. In elk geval is de missie in dat geval mislukt.
Hoewel er geen derde partijen zoals Palestijnse guerilla's en Hezbollah's in het gebied zijn kunnen kleine gewapende groepen wel een complice-rende factor gaan vormen. Beide oorlogspartijen hebben een traditie in dit opzicht. Zo steunt Eritrea de militie van Aidid junior in Somalië en Ethiopische verzetsgroepen van het Oromovolk en in de Ogaden in Ethiopië. Ethiopië geeft hulp aan verschillende andere groepen in Somalie en Eritrese dissiden-ten in Soedan. Zulke gewapende groepjes zijn wel in staat om via provocaties een van de partijen uit te lokken om groot-schalig terug te slaan.
Veel tijd om in de nesten te geraken hebben de Nederlandse mariniers overigens niet. Ze moeten immers na een half jaar al weer weg zijn. Hoewel Nederland twee bataljons mariniers heeft zal naar Eritrea namelijk een versterkt bataljon worden ge-stuurd, zodat vervanging onmogelijk wordt. En dat terwijl de Nederlanders sowieso voor hun zone al versterking hebben van een compagnie Canadese troepen. De Nederlandse regering wil het Srebrenica-syndroom definitief de wereld uit helpen, maar wil dit tegelijkertijd zo risicoloos mogelijk en op een koopje doen. Daarmee hoopt men zich als grootste der kleine mogendheden opnieuw op de wereldkaart te zetten.
Toch ben ik alles afwegend voorstander van de uitzending van de troepen. Aanwezigheid van neutrale vredestroepen kan bij onvermijdelijke incidenten de-escalerend werken, mits beide partijen ook met politieke en economische middelen onder druk gehouden worden om hun vredeswoord gestand te doen. En alles moet erop gericht zijn deze twee landen weer tot samenwerking te bewegen bij de ontwikkeling van hun regio. Want het alter-natief is een uitzichtloze hervatting van de oorlog. V

Kees Kalkman is lid van AMOK. Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van artikelen uit Le Monde Diplomatique van juli 1998 en juli 2000, van L'Atlas 2000 des conflits en het SIPRI Jaarboek 2000.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop