Inspirerende voorbeelden in de zorg

Vrouwen hebben om twee onlosmakelijk verbonden redenen te maken met armoede: hun lage lonen en hun zorgtaken. Ze verdienen deels te weinig omdat zoveel vrouwen in de zorg werken en het verlenen van zorg wordt (mede daarom) ondergewaardeerd en laag betaald. Op zowel korte als lange termijn hebben de onbetaalde zorgtaken effect op het inkomen van vrouwen. Vergeleken met mannen werken vrouwen vaker parttime: hun zorgtaken zijn moeilijk te combineren met een fulltime baan. Ze werken minder vaak het hele jaar door en ze zitten vaker hele jaren zonder werk. Een recent onderzoek dat een periode van 15 jaar bestreek, wees uit dat een meerderheid van 52 procent van de vrouwen en slechts 16 procent van de mannen minimaal één kalenderjaar zonder inkomen had gezeten.
Het is niet verrassend dat vrouwen die afhankelijk zijn van hun eigen inkomen vaker armer worden naar gelang ze ouder worden. Bovendien zijn vrouwen oververtegenwoordigd in de groep alleenstaande ouders, met alle negatieve effecten op hun inkomen van dien. Tot slot heeft de neoliberale economische orde sinds 1980 zijn tol geëist: door de groeiende ongelijkheid en de achteruitgang van netto inkomens schoten de armoedecijfers ook voor getrouwde vrouwen omhoog.
Werk, zorg, protest
Terwijl vrijhandelszones ten bate van het westen nog meer ellende onder de bevolking op het zuidelijk halfrond veroorzaken, ontsnappen vrouwen en kinderen ook op het noordelijk halfrond niet aan de neoliberale orde. Deze ondermijnt de verzorgingsstaat zelfs daar waar hij goed geregeld was. Vaak niet door harde bezuinigingen maar door subtiele veranderingen, zoals het verhogen van het aantal kinderen per leidster. En door privatiseringen waardoor overheidsdiensten, met een hogere organisatiegraad en betere betaling, het veld moeten ruimen voor commerciële dienstverlening of non-profit organisaties met ongeorganiseerd personeel.
De arbeidskracht in de sectoren waar overwegend vrouwen werken, wordt erg laag betaald. Het creëren van deze tweederangs arbeidskracht heeft niet alleen schadelijke gevolgen voor personeel onderaan de ladder maar is ook een bedreiging voor de lonen en arbeidsvoorwaarden hoger in het loongebouw in de publieke sector, waar meestal ook vrouwen werken.

In het algemeen kunnen we zeggen dat vrouwen een andere verhouding dan mannen tot de overheid hebben. Niet alleen werken vrouwen vooral in de publieke sector, ze zijn vanwege hun zorgtaken thuis ook degenen die het meeste te maken hebben met die publieke dienstverlening. Vaak verantwoordelijk voor de kinderen maar ook voor de mantelzorg aan ouderen, zieken en gehandicapten hebben vrouwen het meest te maken met de instanties die op die terreinen diensten aanbieden.

De stress rond de combinatie van betaald en onbetaald werk, baan en zorgtaken, kan hoog oplopen maar de zorg als zodanig, in vrouwenhanden is ook de bron geweest van veel creativiteit verzet en collectieve strijd. Vrouwen zijn de ruggengraat van de beweging voor publieke dienstverlening. Ze maken zich hard voor overheidsbemoeienis in buurten en wijken en op het brede vlak van hulpverlening. Of het nu gaat om bewonersorganisaties en acties van huurders of krakers, om mobilisaties voor betere gezondheidszorg en onderwijs, of om protestacties tegen vervuilende bedrijven, vooral in hun eigen directe omgeving zijn vrouwen met minder dan een gemiddeld inkomen politiek betrokken. Deze buurtacties vormen het middelpunt en een kans voor organisatie en ontwikkeling van socialistisch feministische politiek. Zo kunnen we bijvoorbeeld kijken naar uitbreiding van ons idee van sociale rechten. Vrouwen mobiliseren rond de meest essentiële behoeften van hun kinderen en familie: voor het recht dat er om hen gegeven wordt, het recht op zorg, aandacht en liefde. Tegelijkertijd mobiliseren ze ook voor het recht om een goede hulpverlener te zijn, om zorg en aandacht te bieden, het recht om om iemand te geven. Zeker als die hulp gegeven kan worden in een situatie dat er voldoende zorg is, en niet schaarste zoals nu, kun je een enorm plezier beleven en voldoening voelen in het zorgen voor anderen. Dat recht van zorg verlenen zou erkend moeten worden als een fundamenteel mensenrecht.
Maar steeds meer mensen wordt een dergelijk recht ontnomen, de verantwoordelijkheid van het zorgen voor kinderen en anderen verwordt tot iets beklemmends en benauwends in het huidige neonliberalistische kapitalisme.
Verbonden sluiten
Vrouwen uit de arbeidersklasse die te maken hadden met armoede, hebben altijd overleefd door het scheppen van netwerken in bredere kringen om het kerngezin heen, waarin gedeeld kon worden, waarin hulp geboden kon worden. Net als lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender (LGBT) groepen die ook bezig zijn geweest met het creeren van nieuwe vormen van gemeenschappelijke steun. Vanuit hun oorsprong in de stedelijke enclaves van homo’s in jaren ’70 waar hulp en veiligheid in eigen kring gevonden werd, werden die netwerken tijdens de aids epidemie geïntensiveerd en uitgebreid tot ondersteunende gemeenschappen voor een tijd dat niet teruggevallen kon worden op traditionele familiebanden. Tegenwoordig zijn veel lesbische en homostellen volledig maatschappelijk geïntegreerd, ze worden geaccepteerd en adopteren zelf traditionele vormen van huwelijk en gezinsleven. Toch blijft er nog wel iets van de geest van verzet tegen de burgerlijke traditionele gezinsideologie overeind in de homobeweging.
Met de voortdurende aanvallen op de levensstandaard van werkende mensen komen gezinnen steeds meer onder druk. Economische en sociale spanningen leiden tot meer scheidingen en alleenstaande ouders. Het kerngezin heeft bovendien te leiden onder gedwongen migratie op zoek naar betaald werk. Steeds meer leden van het gezin moeten gaan werken, steeds meer uren werk per dag zijn er nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. De sociale cohesie in buurten en wijken gaat teloor, de publieke dienstverlening loopt terug. Als gevolg van die druk ontstaan nieuwe vormen van opvoeding en samenwonen. Ouders laten hun kinderen opvoeden door opa en oma, jonge ouders gaan thuis inwonen, migrantengemeenschappen overleven met huishoudens van meerdere generaties. Deze experimenten kunnen bases worden voor organisatie. Radicale LGBT activisten beargumenteren dat in plaats van het huwelijk te promoten als de weg naar zekerheid, stabiliteit en allerlei andere voordelen, de LGBT beweging beter van de overheid kan eisen dat ze zorg buiten het eigen huishouden zoals deze erkennen op dezelfde basis als echtelijke relaties.

Zoals zorgtaken voor vrouwen uit de arbeiderklasse hen hebben belemmerd maar hen ook hebben voorzien van sociale netwerken en een gemeenschappelijke basis voor politieke actie, zo biedt de betrokkenheid van vrouwen bij betaald werk in de zorg een bron om de arbeidsbeweging te vernieuwen. In de VS zijn we ons erg bewust van de noodzaak om de vakbeweging te veranderen in een kracht die een brede strijdbare sociale beweging organiseert die de verantwoordelijkheid neemt om de behoeften van de hele arbeidersklasse te vertegenwoordigen, niet alleen van een kleine groep leden. Actieve vrouwelijke vakbondsleden wijzen, vanwege hun manier van werken, de weg naar het ontwikkelen van nieuwe manieren van organiseren ter ondersteuning van een brede sociale vakbeweging.
Solidariteit organiseren
Het werk in de zorg belemmert werkneemsters in het uitdagen van hun werkgevers, omdat onderbreking van zorg niet zomaar ongemakkelijk is, zoals het onhandig is als de bus of tram niet rijdt, maar het echt schadelijk kan zijn voor iemands gezondheid. En werken in de zorg impliceert dat je geeft om de mensen die je van dienst bent, weigeren om zorg te verlenen, druist in tegen de ethiek van zorg. Door de tijd heen hebben vrouwen in deze sector creatieve strategieën ontwikkeld om degenen voor wie ze zorgen te betrekken in hun strijd tegen de werkgever. Thuiszorgsters hebben allianties gesloten met belangenverenigingen van gehandicapten of chronisch zieken, verpleegsters betrokken patiëntenverenigingen en hele wijken of dorpen die afhankelijk waren van het ziekenhuis waar ze werkten, kinderopvangpersoneel trok samen op met ouders. Omdat ze zich altijd bewust waren van de noodzakelijkheid van steun in bredere kringen dan alleen hun eigen omgeving, zijn vrouwelijke vakbondsleden vaak pioniers geweest in het smeden van allianties dwars door de arbeidersklasse.

De huidige economische crisis heeft de neoliberale claims fundamenteel ondermijnd. Er is een nieuw terrein geopend voor ontwikkeling van vakbondsstrijd en voor het organiseren rond socialistische, feministische ideeën. Allianties tussen zorgverleners en zorgontvangers kunnen een platform worden om de strijd aan te binden tegen de devaluatie van werk in de gezondheidszorg. De Amerikaanse overheid gaat miljarden in de economie pompen om banen te creëren. Geld voor gebouwen, bruggen of aan het energienet wordt verdedigd als goede investeringen om de economische infrastructuur te verbeteren, terwijl investeringen in gezondheidszorg, kinderopvang of sociale voorzieningen meestal ‘uitgaven’ genoemd worden en amper erkend worden als investeringen in onze sociale infrastructuur.

En tot slot, als we ons organiseren om investeringen in de zorgsector af te dwingen, moeten we tegelijk een plan hebben om de gezondheidszorg te democratiseren. We weten dat het leggen van de verantwoordelijkheid voor zorg buiten het gezin fundamenteel is voor zowel vrouwenstrijd als socialisme. Solidariteit is gebaseerd op het idee dat we om elkaar geven en als we dat in de praktijk brengen, versterken we ook die solidariteit. Maar socialisme betekent meer dan het organiseren van een economie en maatschappij die tegemoet komt aan onze menselijke behoeften. Socialisme vergt ook democratische deelname en het vermogen om de voorwaarden te controleren waaronder zorg gegeven of ontvangen wordt. Maar ook op dat gebied is af en toe een glimp te zien, een nieuwe vorm van het organiseren van zorg, bijvoorbeeld in kinderopvangcentra die als coöperatief georganiseerd zijn, of coöperatieven die voorzien in thuiszorg voor gehandicapten en ouderen en in vormen van zelfbestuur bij openbare scholen waar ouders en leraren besluiten samen nemen. Deze experimenten in basisdemocratie kunnen zich nog niet zover ontwikkelen als we zouden willen, omdat ze nog steeds ingebed zijn in een bureaucratische overheid en een kapitalistisch systeem maar ze moeten in ieder geval gesteund en uitgebreid worden omdat ze ons in staat stellen om een levendige beschrijving te geven van een aantrekkelijk socialistisch feministisch perspectief.

Vertaling: Lot van Baaren.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop