Francesco Locantore, activist bij Sinistra Anticapitalista, vertelt over het ontstaan, de inzet en de vooruitzichten van de grote mobilisatie die zich in Italië ontwikkelt. Interview door Antoine Larrache.
Kun je ons iets vertellen over de ontwikkeling van de sociale mobilisatie in Italië?
In Italië zijn we de afgelopen weken getuige geweest van een explosieve groei van een beweging, met name onder jongeren. Die begon begin oktober met de bezetting van scholen, naar het voorbeeld van de Franse en Spaanse beweging voor het recht op huisvesting. De studenten zijn begonnen hun scholen te bezetten, eerst in Turijn en Rome, daarna in tal van andere steden. Eenmaal binnen besloten ze de scholen zelf te beheren. Op dit moment zijn meer dan honderd scholen bezet en beginnen er nieuwe bezettingen.
De beweging trok vervolgens in oktober de straat op. Vanaf 16 oktober stonden er in heel Italië studentendemonstraties op het programma. Op 17 oktober vond de door de CGIL georganiseerde nationale demonstratie plaats, waaraan enorm veel studenten deelnamen. En op 24 oktober vormden zich in verschillende steden, op eigen initiatief en zonder voorafgaande aankondiging, demonstraties in de straten, die onvermijdelijk in confrontaties met de politie terechtkwamen, gezien de harde repressie tegen de jongerenbeweging door de regering-Meloni.
Na de demonstratie van 17 oktober in Milaan, waar jongeren luxe winkels en boetieks in het centrum bestormden, etalages insloegen en daadwerkelijke proletarische onteigeningen in die winkels uitvoerden, heeft de repressieve reactie van de regering-Meloni, die zich al tegen de bezette scholen richtte, een kwalitatieve sprong gemaakt. De regering heeft onmiddellijk het zoveelste veiligheidsdecreet aangenomen. We zitten nu op acht veiligheidsdecreten in vier jaar regering-Meloni, die steeds meer strafbare feiten in het Italiaanse Wetboek van Strafrecht heeft opgenomen: er zijn 126 nieuwe strafbare feiten bedacht.
Maar het laatste veiligheidsdecreet heeft zelfs preventieve aanhouding ingevoerd voor jongeren van 16 tot 18 jaar, dus minderjarigen. Dat is een maatregel die we in Italië sinds het fascisme niet meer hebben gezien en die de politie in staat stelt personen aan te houden en vast te houden die ervan worden verdacht tijdens demonstraties confrontaties of plunderingen uit te lokken: ze worden naar een politiebureau gebracht, waar ze fysiek worden verhinderd om aan de demonstratie deel te nemen. Ze worden geïdentificeerd, geregistreerd en pas vrijgelaten als de demonstratie voorbij is.
Bovendien heeft de regering een 30-jarige jongeman gearresteerd: Youssef Siher. Hij werd uitsluitend beschuldigd van het aanmaken van een pagina op sociale media, Instagram en Telegram, die de jongerenprotesten steunt. De pagina riep jongeren op om de straat op te gaan en probeerde nieuwe acties te organiseren. Hij werd ervan beschuldigd in zekere zin het criminele brein te zijn achter de vernielingen en plunderingen van winkels in Milaan, ook al had hij die pagina pas aangemaakt na de gebeurtenissen in Milaan op 17 oktober! Hij werd door alle rechtse politici en door de kranten aangewezen als 'de ayatollah van de maranza', een uitdrukking die islamofobie, racisme en minachting voor de jongere generaties bundelt, die de rechtse politici 'maranza' noemen.
Het is een oude Italiaanse term die werd gebruikt om jonge immigranten uit Zuid-Italië naar het noorden aan te duiden. Het was dus al vanaf het begin een racistische term. Tegenwoordig wordt hij gebruikt om de jongere generaties te minachten, met name jonge migranten of kinderen van migranten, de tweede generatie, die heel actief zijn in de jongerenbewegingen die we momenteel zien.
De beweging heeft op vrijdag 30 oktober een nieuwe kwalitatieve sprong gemaakt. Op die dag hadden de Italiaanse basisvakbonden een algemene staking afgekondigd. Een staking die voortkwam uit een internationaal initiatief van havenarbeiders. De havenstaking stond namelijk in verschillende Europese landen op het programma. In Italië nam dat de vorm aan van een algemene staking. Een staking die het kader van de basisvakbonden ruimschoots oversteeg en waaraan talrijke arbeiders deelnamen en heel veel jongeren, vooral studenten die staakten, hun scholen verlieten en de straat op trokken. Wij schatten dat die vrijdag in 70 Italiaanse steden in totaal meer dan een miljoen jongeren en arbeiders samen de straat op zijn gegaan. De staking en de demonstratie waren dus een groot succes en vormden de aanzet tot een massabeweging die de komende weken zal voortduren, met al vastgestelde data voor andere demonstraties en stakingen.
De datum 20 november zal bijzonder belangrijk zijn: die datum werd al in juni van dit jaar door Duitse studenten gelanceerd en is overgenomen door studentenorganisaties in heel Europa, die de internationale studentenstaking tegen oorlog, herbewapening en de invoering van de dienstplicht hebben afgekondigd. In Italië werd die datum direct na de demonstratie van 17 oktober overgenomen en ook door de CGIL, die oproept tot een algemene staking op 20 november. Een staking tegen de begrotingswet, tegen het oorlogsbeleid van de regering en uit solidariteit met de mobilisaties van jongeren.
De afgelopen dagen heeft de regering-Meloni haar ontwerpbegrotingswet gepresenteerd, waarin ze haar doelstellingen voor de toekomst heeft verduidelijkt. Enerzijds het vasthouden aan het door de NAVO aangemoedigde oorlogszuchtige beleid. De regering-Meloni zet zich namelijk volledig in om de doelstelling te halen om de militaire uitgaven op 5 procent van het bbp te brengen. Anderzijds handhaaft ze het Europese bezuinigingsbeleid, waardoor de stabiliteitscriteria – met name de verhouding tussen tekort en bbp – mogen worden overschreden, uitsluitend om de militaire en defensie-uitgaven te financieren.
En tegenover een enorme investering in defensie en militaire uitgaven – ongeveer 14 miljard euro – zien we nieuwe bezuinigingen op de sociale uitgaven: de gezondheidszorg wordt niet gefinancierd, het geld gaat uitsluitend naar de particuliere gezondheidszorg, en het onderwijs krijgt opnieuw te maken met bezuinigingen. Er is sprake van het verlies van ongeveer 7.000 banen in het openbaar onderwijs, alleen al voor volgend jaar. Dat komt neer op in totaal 14.000 banen minder in de periode 2025-2027, terwijl het onderwijs nu al tot het absolute minimum is teruggebracht en door het chronische personeelstekort al niet meer goed functioneert.
Er is geen geld voor de collectieve arbeidsovereenkomsten in de publieke sector, inclusief het onderwijs, waardoor ze aan koopkracht inboeten: er is in feite sprake van een daling van de reële lonen van arbeiders in de publieke sector, die tussen 2022 en 2024 al 11 procent hebben ingeboet en die in de huidige periode aan koopkracht blijven inboeten, omdat de eerdere cao’s waren gebaseerd op een veel lagere dan de werkelijke inflatie, die al is vastgesteld en de komende maanden naar verwachting zal stijgen. Ook de pensioenen van de huidige gepensioneerden worden verlaagd; die zullen niet langer worden aangepast aan de kosten van levensonderhoud en dus ook niet aan de huidige prijsstijgingen.
De enige reactie van de regering-Meloni op de beweging, die zich in Italië krachtig doet gelden, bestaat uit repressie, arrestaties en preventieve aanhoudingen. Jongeren zijn uit scholen gehaald en naar de kazerne gebracht. Minderjarigen die niets anders deden dan vreedzaam protesteren door hun school te bezetten. Dat is het politieke kenmerk van de regering-Meloni en daarom is het des te belangrijker dat de massabeweging doorgaat, zich ontwikkelt en groeit om de regering naar huis te sturen.
Naast de staking van 20 november staan er nog andere data op het programma: op 28 november vindt de feministische mobilisatie plaats ter gelegenheid van de Werelddag tegen geweld tegen vrouwen. Die demonstratie zal in Italië ook in het teken staan van de afwijzing van militaire uitgaven, oorlog en, uiteraard, het patriarchaat. Er zal ook een nationale demonstratie plaatsvinden, waartoe na afloop van de demonstratie van vrijdag 30 oktober is besloten, op 12 december, waarbij we zullen proberen alle eisen van de werkende mensen en studenten die de afgelopen weken hebben gedemonstreerd, samen te brengen.
Het zijn delen van de samenleving en de arbeidersklasse die in actie komen, maar ook delen van de kleine burgerij die van oudsher de sociale basis vormde van rechts en de regering-Meloni: de afgelopen weken zijn ook vrachtwagenchauffeurs, boeren en eigenaren van kleine bedrijven in actie gekomen. Ook zij worden zwaar getroffen door de stijging van de dieselprijzen, een stijging die deels te wijten is aan kortzichtig energiebeleid. Want in plaats van zijn energieonafhankelijkheid te bevorderen door middel van hernieuwbare energie, blijft Italië afhankelijk van fossiele brandstoffen, gas en olie, waarvan de kosten sterk stijgen als gevolg van de oorlogen waaraan Italië actief deelneemt door oorlogszuchtige regimes te steunen.
De regering is dus bezig haar eigen sociale basis te verliezen en mobilisatie is het enige middel dat we hebben om te voorkomen dat rechts volgend jaar opnieuw de verkiezingen wint en er een tweede regering-Meloni komt. De schade van vier jaar is ruimschoots voldoende. Nu moeten we ze de deur uitgooien.
Wat is het politieke potentieel van de beweging?
De beweging heeft een groot politiek potentieel, dat nog moet worden uitgebouwd, omdat het berust op de mobilisatie van de jonge generaties, voor wie dit bijna de allereerste politieke ervaring is. Velen van hen zijn echter geradicaliseerd en hebben sinds vorig jaar een politiek bewustzijn ontwikkeld, dankzij de solidariteitsbeweging met Palestina en de Global Sumud Flotilla. Solidariteit met Palestina is inderdaad een fundamenteel onderdeel van de demonstraties van de afgelopen dagen, die vol staan met Palestijnse vlaggen.
Als de beweging doorgaat, zal dat ongetwijfeld leiden tot een toename van het politieke bewustzijn en tot vormen van zelforganisatie binnen de beweging. Het feit dat de beweging is ontstaan vanuit de bezetting en het zelfbeheer van scholen is een heel belangrijke ervaring op het gebied van zelforganisatie van de beweging. Er moeten nog coördinatievormen aan de basis worden opgebouwd voor de mobilisatie, ook om het gevaar af te wenden dat de verdeeldheid tussen de nationale organisaties – bijvoorbeeld tussen de basisvakbonden en de CGIL – vervolgens tot een terugval van de beweging leidt, zoals vorig jaar is gebeurd. Als de beweging doorgaat, zal ze, naar mijn mening, haar eigen vormen van zelforganisatie moeten vinden en zich ook politiek moeten profileren.
Biedt de beweging perspectieven op het gebied van macht en de partij?
Op dit moment is dat nog erg voorbarig, want het is een beweging die net is ontstaan, waarin politieke organisaties, inclusief die van de linkse beweging, geen doorslaggevende rol spelen: het is in wezen een spontane beweging. De linkse en de radicale linkse krachten in Italië zijn de afgelopen jaren ongetwijfeld sterk verzwakt. Een massamobilisatie zoals we die nu meemaken, biedt de kans om ook op politiek vlak de organisaties van uiterst-links te versterken, maar dat is geen vanzelfsprekend proces.
Wij mengen ons in de beweging om ook het politieke bewustzijn te vergroten en de kwestie van de macht aan de orde te stellen, omdat de burgerlijke instellingen laten zien dat ze niet in staat zijn om zinvolle antwoorden te geven op de behoeften van de meerderheid van de bevolking en in het bijzonder van de arbeidersklasse, het stedelijk proletariaat en de jongeren. Ze zijn evenmin in staat om het hoofd te bieden aan de extreme tegenstellingen die het kapitalisme in deze historische fase vertoont. We werken er daarom aan om het besef te laten rijpen dat er een alomvattend alternatief voor het huidige systeem nodig is en dat de macht van onderop moet worden overgenomen, juist door degenen die in actie zijn en komen: de jonge generaties en de arbeiders.
Sinistra Anticapitalista is de zusterorganisatie van RoodGroene Antikapitalisten in Italië.
Dit artikel stond op Inprecor. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen