Vanaf 1992 (de eerste VN klimaatconferentie, in Rio de Janeiro) tot nu, is de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd met ruim 12 procent gestegen. Ook kende het afgelopen decennium de hoogste gemiddelde temperatuur van de afgelopen eeuw (en vermoedelijk zelfs van de afgelopen duizend jaar). Het klimaatakkoord van Bonn voorziet in een reductie 5,2 procent van de uitstoot ten opzichte van 1990. Dit is erg weinig, gelet op de consensus onder wetenschappers, dat een reductie van 60 procent ten opzichte van 1990 nodig is om gevaarlijke veranderingen van het klimaat te voorkomen.
Behalve conservatief-liberalen als Bush en rechtse lobbyorganisaties met verwarrende namen als de Global Climate Coalition, is de 'internationale gemeenschap', regeringen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, eenstemmig in haar oordeel: het Bonn-akkoord bevat, ondanks de magere reductie en het ontbreken van een sanctieregime, een goede basis voor het oplossen van het klimaatprobleem.
Klimaat geveild
Die basis is de handel in emissierechten. Het akkoord is in essentie een handelsverdrag, dat een nieuwe mondiale markt installeert, waarin halverwege deze eeuw, maar liefst vijftig miljard dollar om zal gaan.
Met het protocol van Kyoto krijgen de rijke westerse landen het recht om in 2012 een bepaalde hoeveelheid broeikasgas uit te stoten. Het akkoord van Bonn regelt de vastlegging en verdeling van deze rechten op uitstoot. Omdat met deze rechten, emissierechten genoemd, vervolgens gehandeld kan worden, ontstaat een markt voor rechten op uitstoot van broeikasgas. Landen die meer uitstoten dan de voor hen geldende norm, moeten emissie-rechten bijkopen en landen die minder uitstoten kunnen hun rechten verkopen.
Dat de VS het akkoord van Bonn niet tekenen heeft een aantal redenen. Omdat er geen verplichtingen voor landen als China en India zijn vastgelegd, hoeven die landen in 2012 geen emissierechten bij te kopen. Dit maakt de markt kleiner dan de VS zouden willen.
En ander obstakel voor de VS is dat de VS weliswaar in 2012 per hoofd van de bevolking de atmosfeer het meeste mogen vervuilen, maar dat het nog altijd een vrij forse reductie is ten opzichte van de huidige uitstoot in de VS. Een hogere norm voor 2012 betekent automatisch dat de VS dan meer rechten kan verkopen, danwel minder rechten hoeft bij te kopen.
De 'hoeveelheid' emissierechten, die ontwikkelingslanden en nieuw ontwikkelde landen in Azië en Europa krijgen, staat vooralsnog niet vast. Naar verwachting zal dit vele malen minder zijn dan bijvoorbeeld de VS en zullen de VS naar schatting 20 procent van de totale emissiemarkt in handen krijgt. Zodat de grootste vervuiler kan gaan incasseren.
Enthousiasme
Toch is 'iedereen' enthousiast. En dat enthousiasme is niet geheel toevallig. Veel internationale (economische) instituten (G8, WTO, Wereldbank, IMF) verkeren zo langzamerhand in een crisis. Na het failliet van de milieuonderhandelingen in Den Haag, bijna een jaar geleden, moest er in Bonn koste wat kost een verdrag komen. Dankzij de inzet van Pronk blijken de VN-milieuconferenties een crisis voorlopig te ontlopen.
Een rol spelen ook internationale milieuorganisaties als Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds. Sedert Rio kiezen deze grote NGO’s voor 'constructief meedenken' in plaats van het bekritiseren van (inter)nationale instituten en beleid. Gezien het resultaat en het verloop van de klimaatconferenties sinds Kyoto, die de normen van het Kyoto-protocol steeds verder uithollen, brengen deze organisaties zichzelf daarmee behoorlijk in diskrediet. Tussendoor leveren ze heftige kritiek, maar tijdens de conferenties gaan ze geduldig verder met 'constructief meedenken'. Voor de meeste geldt dan ook het adagium: 'beter een zwak akkoord dan helemaal niets'.
Met gevoel voor retoriek schrijft Sible Schone van het Wereld Natuur Fonds in de Volkskrant op 20 juli 2001. "Als er in Bonn geen overeenstemming wordt bereikt dan duurt het volgens iedereen die de internationale onderhandelingen kent zeker tien jaar voordat een alternatieve aanpak is ontwikkeld. Deze tien jaar kunnen we ons niet permitteren."
Maar het meest heeft dit enthousiasme te maken met het Bonn-akkoord zelf dat middels de emissiemarkt voorziet in mogelijkheden waarbij Europese doeleinden goedkoop bereikt kunnen worden en andere landen minder verplichtingen hebben gekregen.
Het begin van het eind?
Het is nog niet zeker hoe de emissiemarkt precies gestalte krijgt. Nieuwe rechten op uitstoot kunnen verdiend worden door in andere landen in het milieu te investeren. Ook mogen als 'oplossing' bomen worden geplant. Met het toelaten van deze 'sinks', die CO2 vastleggen bij de groei, geeft Bonn een sterke impuls voor ontwikkeling van productiebomen, biotechnologie en genetische manipulatie. En omdat allerminst vaststaat hoeveel emissierechten gelijk staat aan een bepaald type boom, valt een flinke lobby van bedrijven als Monsanto, gespecialiseerd in genetische manipulatie en andere biotechnologie, te verwachten.
De regels voor de emissiemarkt zullen, net als die voor bomen, in een later akkoord vastgesteld worden. De werking ervan hangt met name af van de manier waarop binnenlands het recht op uitstoot verdeeld gaat worden. Het zijn voornamelijk bedrijven die een hoeveelheid rechten krijgen en deze dan onderling verhandelen.
De prijs van een emissierecht wordt niet bepaald door de werkelijke kosten van noodzakelijke investeringen in duurzaamheid en is ook niet op een andere manier gerelateerd aan de gevolgen van klimaatverandering. De prijs van het recht op uitstoot wordt enkel en alleen bepaald door het speculantenspel van vraag en aanbod.
Om het 'milieudenken' te stimuleren hebben onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu alvast het voorstel gedaan om elke Nederlandse burger een deel van de nationale uitstootrechten te geven. Om zich te verplaatsen zou iedere Nederlander een CO2-quotum moeten krijgen die ‘naar eigen inzicht kan worden opgemaakt of verkocht’. Hierbij wordt getracht economische groei marktconform 'duurzaam' te maken.
Bij monde van haar woordvoerder Ilse Chang liet Milieudefensie in de Volkskrant van donderdag 9 augustus weten dit een goed idee te vinden. ‘Het milieu dient een duidelijk zichtbare prijs te hebben. Daar kan een systeem van verhandelbare emissierechten aan bijdragen.’
RisingTide, een nieuw internationaal netwerk van klimaatactivisten die het klimaatprobleem in het kader van internationale ongelijkheid en racisme beschouwen, vindt dat verhandelbare emissierechten alleen mag mits ieder individu in de wereld een gelijk recht heeft. "Waarom zou een Nederlander die van Utrecht naar Amsterdam per auto reist, hier meer recht op hebben dan een Braziliaan die van Rio naar elders reist?"
Een ander perspectief
Tegen de tijd dat de onderhandelingen over verdere reducties worden voortgezet, is het de vraag of landen als China en India akkoord gaan met bepalingen zoals die in de akkoorden van Bonn en Kyoto. Bijvoorbeeld als blijkt dat de VS, met een inwoneraantal van een derde van India, nog voor 2012 met de Kyoto Club meedoet en dan naar verwachting 20 maal meer rechten krijgt dan India, kan India Kyoto verwerpen. Dit soort rechtvaardigheidsvragen staat weliswaar niet op de agenda van het Westen, maar vanaf het moment dat ontwikkelingslanden en landen in Oost Europa en Zuidoost Azië ook moeten reduceren zal dit steeds meer op de voorgrond komen. Het gaat hier om elementaire vragen van internationale (on)gelijkheid.
Gezien het feit dat geen enkel land er vooralsnog in slaagt economische groei los te koppelen van CO2-uitstoot, kunnen de huidige ontwikkelingen rondom de emissiemarkt geschouwd worden als een nieuwe poging tot economische kolonialisme.
Om rechtvaardige en duurzame ontwikkelingen te stimuleren zou een ieder zich weer wat meer in praktische zin moeten richten op de problematiek in eigen gemeenschap en land. Samen met burgers en lokale overheden moeten milieuorganisaties naar werkelijke oplossingen zoeken, die daadwerkelijk de uitstoot verminderen.
Zonder emissiehandel was het akkoord van Bonn er nooit gekomen, maar het klimaatprobleem wordt er niet door verholpen. Terwijl de problemen drastisch zullen toenemen, met name in het Zuiden, zal de negatieve en cynische ondertoon steeds meer worden dat het klimaatprobleem niet op te lossen valt.
Om CO2 te reduceren heb je echter geen internationaal verdrag nodig, maar een heldere kijk op de problematiek. Als we met zijn allen economisch verder groeien en met verkapt geld van ontwikkelingssamenwerking dubbel goedkoop in Oost Europa investeren zonder in Nederland zelf duurzame ontwikkelingen te stimuleren, dan gebeurt er niets. V
Auteur is betrokken bij de Amsterdamse RisingTide actiegroep ARK.
Bronnen:
www.xs4all.nl/~ceo, Corporate Europe Observatory, onder andere met rapporten over het kapen van het klimaatprobleem door het bedrijfsleven.
www.ipcc.ch, voor het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties.
Reactie toevoegen