Een discussie over planologie heeft waarlijk een hoog niveau nodig. Je moet van grote afstand kijken en ook nog eens een eind vooruit in de tijd. Beslissingen van nu bepalen de werkelijkheid over enkele decennia. In deze discussie over ruimtelijke ordening zijn er altijd veel vooronderstellingen. Vaak worden deze niet openlijk in het betoog naar voren gebracht. Wat versta je onder natuur? Hoe kijk je aan tegen techniek en voedselproductie? Hoe belangrijk vind je een cultuurhistorische erfenis? En niet het minst, wat vind je van de internationale arbeidsdeling waarbij voedsel geïmporteerd wordt uit landen waar honger heerst? Onmogelijk om op al deze aspecten even diep in te gaan. Het zwaartepunt in dit artikel wordt gelegd bij de internationale arbeidsdeling.
Het Zuiden moet een hoge prijs betalen voor het huidige internationale beleid, zowel sociaal als ecologisch. De internationale arbeidsdeling in de landbouw is bovendien een boemerang voor het Noorden: een duurzame toekomst op wereldschaal wordt ernstig ondermijnd. Een pleidooi voor ‘landbouw uit Nederland en Nederland een groot park’ past binnen dit kapitalistische scenario. Een sociaal en ecologisch alternatief draait om regionale plattelandsproductie en plattelandsvernieuwing.
Landbouw losgekoppeld van de natuurlijke basis
Eeuwenlang was er een korte afstand tussen de boer als voedselproducent en de consument in de stad. De landbouw vond niet alleen plaats in een natuurlijke omgeving, maar was tot honderd jaar geleden tegelijkertijd van deze natuurlijke omgeving afhankelijk. In de wisselwerking tussen boer en natuur ontstonden de Nederlandse landschappen. Diversiteit in de productie ontstond vanwege verschillen in grondsoort, bodemvruchtbaarheid, klimaat en water. De ontdekking van kunstmest bracht hier pas verandering in. In de jaren vijftig zette het proces van chemiesering en intensivering van de landbouw zich versneld door. Natuur werd eerder een obstakel dan een voorwaarde voor de voedselproductie. Landschappen verschraalden en werden eentoniger. De weilanden werden groene woestijnen.
De afstand tussen de boeren -steeds geringer in aantal- en de burgers nam daarbij snel toe. Voedselproductie verschoof steeds meer naar de fabriek, waarbij de boer slechts grondstoffenleverancier is.
Internationale arbeidsdeling in de landbouw
Tot de twintigste eeuw beperkte de internationale arbeidsdeling in de landbouw zich tot de productie van luxe producten als tropisch fruit en genotmiddelen voor de elite. Unilever en co. voegden daar olie en vet voor de margarineproductie aan toe. Dat had ook gekund uit oliehoudende gewassen die hier verbouwd worden, maar de arbeid in de koloniale landen was en is spotgoedkoop. Zo is er veel meer wins te behalen. Naast ertswinning werd landbouwproductie een belangrijke drijfveer om de macht over het Zuiden te versterken. Eerst in de koloniale vorm van het geweer, later via de dominantie van de wereldmarkt.
Sinds enkele decennia is de landbouwproductie in het Zuiden zelfs nog belangrijker voor de economie en de levenswijze van het Noorden. Tropisch fruit en genotmiddelen zijn er nu voor bijna iedereen in het Noorden. Producten die in de winter niet beschikbaar zijn, komen nu van akkers van grootgrondbezitters in het Zuiden. Zelfs rozen komen vaak uit een land als Kenia, met een blanke als eigenaar: vijf cent per roos wordt besteed aan arbeid en een tienvoud bedrag aan het transport per vliegtuig. Het grootste deel van de ingevoerde landbouwproducten – per schip aangevoerd door machtige concerns als Cargill - vormen de grondstoffen voor het veevoer: tapioca, soja en kopra. De invoer kost een paar miljard, waarvan slechts een klein deel voor de boeren en landarbeiders is. Vele tientallen miljarden zijn deze waard na de veredeling tot vlees en zuivelproducten in landen als Nederland. Honger in landen die voedsel exporteren is het gevolg van deze internationale arbeidsdeling. Voor de vervreemde consument een onzichtbaar fenomeen, net als de ecologische prijs in de vorm van landerosie en waterverspilling.
De basis van de wereldvoedselproductie is ernstig bedreigd
In de vorige eeuw vond een intensivering plaats van de landbouw in de zandgebieden, waarvan de rijken de vruchten plukten. Een concentratie van de humuslaag op kleinere gebieden was nodig om de intensivering van de landbouw vol te kunnen houden. Het resultaat waren kleine vruchtbare akkers met daaromheen kale gronden. Zandstormen overspoelden letterlijk een groot aantal dorpen. Later kostte het veel arbeid en geld om de zandbodem weer te temmen: de vaak eentonige bossen op onder andere de Veluwe zijn hiervan het product.
Op wereldschaal gebeurt momenteel hetzelfde. Het kostbare water wordt verspild voor katoenvelden voor het Noorden. Miljoenen hectaren grond worden onvruchtbaar door de monoculturen voor de exportproductie. Boeren worden verdreven en gedwongen om landbouw te bedrijven in ongeschikte gebieden, enkel om in leven te blijven.
De internationale arbeidsdeling in de landbouw vraagt een enorme sociale tol. De trek van het platteland naar de sloppenwijken in de steden is een van de gevolgen. De wereld produceert nog genoeg voedsel voor iedereen, maar miljoenen hebben het geld niet om dit eten te kopen. Het paradoxale is dat in het Zuiden de elite vervolgens de veredelde landbouwproducten uit het Noorden koopt. Producten die met exportsubsidie gedumpt worden, waardoor de eigen landbouw nog extra klappen krijgt. De sociale en ecologische prijs die de grote meerderheid in het Zuiden nu al dagelijks betaalt, slaat vroeg of laat als boemerang op deze elite en op het Noorden terug.
Regionale voedselvoorziening in noord en zuid
De landbouw Nederland uit en daarvoor een groot park in de plaats, lijkt een oplossing als je voedselproductie als iets vanzelfsprekend opvat. Projectontwikkelaars kunnen dan ruimschoots aan de gang met - al dan niet tweede - huisjes in het groen. Sommige natuurontwikkelaars sluiten zich daarbij aan. Het scheppen van nieuwe natuur, vooral in de uiterwaarden langs de grote rivieren, wordt als oplossing gezien. Daarbij wordt een kwetsbare natuur geschapen in een landbouwomgeving waarin de natuur nog verder verschraalt door chemiesering en intensivering.
Nederland bezit geen oorspronkelijke natuur meer. Voor het dichtbevolkte Nederland is de natuurlijke omgeving echter van levensbelang voor de ontspanning na het vele stresswerk. Variatie is voor deze ontspanning belangrijk. Variatie kun je kunstmatig in stand houden, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij het behoud van veel oude cultuurlandschappen als de heide. Maar dit landschapsonderhoud is een kostbare zaak. Niet voor niets wordt steeds vaker de landbouwer benaderd als goedkopere natuurbeheerder.
Aan een alternatief voor het technologisch-planologisch denken wordt hard gewerkt op het land zelf. Met moderne biologische landbouw (EKO) die de afhankelijkheid van de natuurlijke factoren vooropstelt, kan een groot deel van het eigen voedsel regionaal verbouwd worden. Hierbij is de schaalgrootte van het begrip ‘regionaal’ afhankelijk van het gewas, en niet van toevallige landsgrenzen. Om te beginnen stopt de invoer van veevoer, waarvan nu de grondstofproductie in het Zuiden een van de oorzaken van honger en landerosie is.
De prijs van dit perspectief
Natuurlijk heeft dit perspectief een prijs: landbouwproducten zullen duurder worden, vooral omdat de prijs van de arbeid welvaartsgebonden is. De voordelen zijn ook overduidelijk. Biologische landbouw is afhankelijk van de natuurlijke omgeving en draagt bij aan het herstel en behoud van agrarische natuur en van gevarieerde cultuurlandschappen. Dat spaart onbetaalbare kosten uit voor kunstmatig natuurbehoud. Dat de boer als landschapsbeheerder door de sector breed geaccepteerd wordt, blijkt uit het succes van plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer. Een toekomstvisie van regionale landbouwproductie, die ook de vervreemding van de consument van de voedselproductie vermindert, is veel aanlokkelijker dan de dure plannen die planologen achter hun werktafel verzinnen.
Een uitgebreid visieartikel ‘Duurzame landbouw is wereldwijd ecologisch en sociaal’ is te vinden in De Internationale van lente 1999. Te bestellen bij de ISP, zie de advertentie elders.
Reactie toevoegen