Leven als een activist

De crisis van het activisme begon toen de naweeën van ’68 verstomden. ’68 vormde een laatste oploop, waarbij grote groepen jonge mensen een politieke betrokkenheid aangingen waarvan ze toen dachten dat het ‘voor het leven’ zou zijn. Later dienden zich wel nieuwe generaties activisten aan, waaronder de andersglobalisten, maar velen van hen hielden het echter bij specifieke en tijdelijke betrokkenheid in allerlei actiegroepen zonder een ruimere activiteit te ontwikkelen als ‘politiek activist’.
Er spelen hier natuurlijk een heleboel factoren mee. Het socialistische project leidt aan een historische legitimiteitscrisis: het vergt daarom een sterke overtuiging om je er dan toch voor lange termijn voor in te zetten. De bevrijding van het individu uit traditionele keurslijven - gezin, kerk, et cetera - is vervangen en verworden tot marktindividualisme. Het 'postmoderne' individu dat hiervan het resultaat is heeft een grote weerzin voor de traditionele vormen van collectief handelen. De vermarkting en professionalisering van de politiek via communicatiebureaus en media van de grote partijen, maken dat deze nog nauwelijks activisten nodig hebben. Het type van de activist, die zijn leven voor een deel in het teken stelt van de zaak waarvoor hij opkomt, kwam zo in diskrediet.
De revolutionair als bourgeois product

Maar we moeten ons ook afvragen of er niet iets fundamenteel mis is met het model van politiek activisme zoals dat in een bepaald soort marxisme aanwezig is: het model van de ‘professionele’ revolutionair die zijn persoonlijk leven grotendeels opoffert aan politiek werk. Zulke personen zijn, zoals elk ander individu, producten van de maatschappij waarin ze leven.
Onze maatschappij is een versplinterde maatschappij, de mensen die deze maatschappij voortbrengt zijn dan ook versplinterde wezens: op het werk moeten we presteren, in het huiselijk leven moeten we liefhebben, op het politieke vlak moeten we voor het algemeen belang opkomen, enzovoort. De belangrijkste splitsing die de moderne burgerlijke maatschappij maakt, is die tussen de publieke en de private sfeer. In Marx’ terminologie, die tussen burger en bourgeoisie. Zo'n splitsing leidt onvermijdelijk tot conflicten tussen de verschillende rollen die een en dezelfde persoon moet vervullen.
We moeten vaststellen dat de orthodox leninistische partij-opvatting volledig een gevolg is van deze versplintering van de samenleving. Het type van de 'professionele revolutionair' vertegenwoordigt de uiterste consequentie van de splitsing tussen de publieke en private sfeer: hij offert zijn private leven helemaal op voor het publieke.
Crisis
Het is die professionele activist die vandaag een dodelijke crisis beleeft. En dat niet alleen omdat het in laatste instantie onmogelijk is om door het leven te gaan zonder tijd en ruimte voor emotionele banden, artistieke expressie, momenten van persoonlijke bezinning. Behoeften die zeker voor linkse activisten bestaan. Zij staan immers op een conflicterende manier in de maatschappij, komen vaak in botsing met tegenstanders. Dergelijke conflicten zijn psychisch niet altijd even gemakkelijk om te dragen. Men moet daar bij tijd en wijlen afstand van kunnen nemen, een zekere bescherming kunnen vinden in de privé-sfeer. Wie zonder ophouden actie voert, lijkt op de vlucht te zijn geslagen voor de fundamentele vragen van het leven waar iedereen hoe dan ook mee geconfronteerd wordt.
De crisis van het activisme heeft ook een meer politieke achtergrond. Ten eerste blijkt dat dit type van activisme vaak een verborgen veronderstelling heeft: een partner of moeder die voor het ‘wassen en plassen’ instaat. Men is revolutionair in het publieke leven, maar in de private sfeer spelen nog steeds patriarchale verhoudingen. De conservatieve moraal dreigt geruisloos opnieuw binnen te sluipen. Terwijl het persoonlijke toch politiek is, weten we sinds de tweede feministische golf.
De laatste decennia worden dergelijke praktijken ook omwille van sociologische ontwikkelingen onhoudbaar. Het burgerlijk individu is in crisis geraakt als gevolg van de crisis van de instituties van deze maatschappij. Het gezin, het stel, de school, de representatieve democratie, het leger, de buurt: dit waren plaatsen waar het burgerlijk individu werd gevormd en zijn identiteit kreeg. Sinds enkele tientallen jaren zijn deze instituties meer dan ooit in crisis. Het gaat hier ook om een echte waardencrisis. Mensen zien zich gedwongen om creatief op zoek te gaan naar alternatieven voor die instituties, naar nieuwe types van relaties in de privé-sfeer. Dat zien we om ons heen volop gebeuren. Eén voorbeeldje maar: 40 procent van de huishoudens in Gent bestaat uit één persoon. Dat betekent dat tienduizenden mensen in deze stad heel wat tijd en energie moeten steken in het vormgeven van hun sociale relaties, nu voor hen de ‘natuurlijke’ groep van het gezin is weggevallen. In Nederland gaat Wageningen aan kop met 60 procent eenpersoonshuishoudens, daar zijn zo’n 12.000 mensen op zoek. Die zoektocht naar nieuwe samenlevingsvormen is een kwestie van het hier en nu, en niet voor ‘na de revolutie’.
Engagement op vele terreinen
We bevinden ons dus in een tegenstrijdige situatie: een aantal basisinstituties van de kapitalistische maatschappij zijn sinds lange tijd in crisis, maar de voor grote massa’s noodzakelijke zoektocht naar alternatieve verhoudingen en praktijken (het meest urgent in de privé-sfeer) vindt wel volledig plaats binnen die kapitalistische maatschappij. Socialisten wilden altijd al de verrotte kapitalistische instituties en verhoudingen vervangen door iets anders, maar nu moeten we dat doen binnen het kapitalistische kader. Dat maakt dat dit creatieve en potentieel bevrijdende proces gemakkelijk ingepakt kan worden door een sluipende commercialisering of bureaucratisering. Politieke activisten die hiervoor oog hebben, worden vandaag meer dan ooit verscheurd tussen hun publieke, politieke activiteit en de noodzaak om onmiddellijke antwoorden te vinden voor de (ook hun eigen) alledaagse problemen. De crisis van het activisme is vooral een crisis van het revolutionair geëngageerde individu, dat extreem versplinterd dreigt te worden.
Dat is ook waarom de figuur van de orthodox leninistische activist steeds moeilijker vol te houden is. Wie bijvoorbeeld onderwijzer is, kan zich er niet toe beperken om zich buiten de lesuren politiek te engageren, bijvoorbeeld binnen het kader van de vakbond, en tijdens zijn lessen vast te houden aan de traditionele pedagogische methoden. Ook al lijken dergelijke praktijken erg ‘reformistisch’, een onderwijzer met een socialistische overtuiging moet ook in zijn klas een engagement aangaan om te zoeken naar nieuwe, minder autoritaire verhoudingen met zijn leerlingen. Dat is een zaak die ook politiek – weliswaar heel indirect – van belang is. Het gaat erom zich bezig te houden met het proces waardoor nieuwe menselijke verhoudingen en instituties tot stand komen die geëmancipeerde, mondige individuen en nieuwe vormen van geëmancipeerd bewustzijn kunnen voortbrengen. Allerlei praktijken passen binnen dit proces: de zoektocht naar nieuwe samenlevingsvormen - samenwonen, eenoudergezinnen, polyamorie, holebirelaties… - naar gelijkwaardige verhoudingen met je levenspartners, naar nieuwe consumptiepraktijken - vegetarisme, biovoeding, eetgroepen… - naar nieuwe pedagogische relaties. Het is voor een deel ook deze context van de zoektocht naar alternatieve praktijken en verhoudingen in het alledaagse leven, dat het succes van een zekere ‘libertaire’ neiging bij progressieve jongeren vandaag verklaart.
Deze praktijken zullen het kapitalisme uiteraard allesbehalve omver werpen. Toch zijn ze niet zonder belang. Mensen zijn immers het product van de maatschappelijke instituties en verhoudingen waarin ze opgroeien. De vervanging van een aantal bourgeois instituties door gelijkwaardige, democratische verhoudingen kan een bijdrage leveren aan de creatie van het emancipatorisch bewustzijn.
Vandaag zien we dat slechts een kleine groep van vooral hooggeschoolden zich socialiseert binnen het kader van dergelijke, meer gelijkwaardige verhoudingen. Grote delen van de arbeidersklasse vallen door de crisis van de traditionele kaders ten prooi aan socialisatie door de consumptiemaatschappij. De crisis van een aantal burgerlijke instituties heeft er dan ook voor gezorgd dat het traject dat mensen afleggen tot ze zelfbewuste individuen worden, erg is gaan verschillen voor verschillende delen van de arbeidersklasse. Waar is vandaag de plaats waar laaggeschoolden kunnen opgroeien tot mondige, geëmancipeerde individuen? De ervaring van deelname aan vakbondsstrijd is een van de weinige momenten waar dat nog enigszins kan, ware het niet dat ook vakbonden vaak nog bolwerken zijn van bureaucratie, patriarchaat en heteroseksisme.
Niet alles is politiek op dezelfde manier
Wie vandaag activist is, kan dit dus niet op de oude manier zijn, door de breuk tussen het publieke en het private te reproduceren. De problemen van het privé-leven zijn voor een deel ook politieke problemen, en stellen ons voor de uitdaging op zoek te gaan naar gelijkwaardige, niet-patriarchale, niet-heteroseksistische, duurzame, niet-paternalistische en niet-gecommercialiseerde verhoudingen. Uiteraard is het onmogelijk om binnen het huidige kader een perfect geëmancipeerd ‘communistisch’ individu te worden, als dat überhaupt mogelijk is... Maar men kan er zich toch ook niet bij neerleggen om, zoals de orthodox leninistische activist, als versplinterd, vervreemd en éénzijdig ontwikkeld individu door het leven te gaan! De kwaliteit van je activisme kan daar enkel onder lijden.
Alles is politiek, maar niet alles is politiek op dezelfde manier. De verhoudingen die mensen aangaan in de privé-sfeer zijn de belichaming van onderdrukkende maatschappelijke structuren (patriarchaat, racisme, heteroseksisme, klassentegenstelling enzovoort). En ook hier geldt de regel: de emancipatie van de onderdrukten kan slechts het werk van de onderdrukten zelf zijn…
Activisme kan in deze context niet beperkt worden tot pogen de kapitalistische staat omver te werpen. Het betekent dat activisten ook voldoende tijd en energie moeten steken in het op een zinvolle manier aangaan van andersoortige persoonlijke relaties, zodat ze opnieuw ‘evenwichtige’ en veelzijdige personen kunnen worden. Mensen die afhaken door een eenzijdig politiek activisme met een hels ritme, rationaliseren hun breuk met hun vroegere geweten vaak door politiek engagement als zodanig te verwerpen. Daardoor gaat veel verloren.
In de context van crisis van de kapitalistische instituties lijkt de crisis van het politiek activisme uiteindelijk nauwelijks oplosbaar. De vroegere heldhaftige activist was voor een deel een sterk individu op basis van zijn socialisatie in stabiele instituties. Die context is radicaal veranderd. Het eerste engagement dat mensen vandaag aangaan, is vaak in de privé-sfeer gesitueerd, precies omdat ze daar het meest nadrukkelijk de crisis van de burgerlijke maatschappij ervaren. Politiek activisme om deze kapitalistische maatschappij fundamenteel te veranderen, blijft broodnodig. Maar de wegen van het engagement en het type mensen dat zich engageert, worden complexer. In elk geval mag de heroïek van weleer nu wel eens doorprikt worden.

Dit artikel verscheen eerder in Rood, het blad van de Belgische SAP-LCR. Bewerking: Lot van Baaren

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.