Eigenlijk wilden de beide ministers deze zomer al een wetsvoorstel rond hebben. Daarbij zijn hun belangrijkste argumenten het tegengaan van langdurige leegstand en verpaupering. Niet alleen de kraakbeweging kwam in verweer tegen het plan, ook minister Pechtold (Grotestedenbeleid) en de wethouders van de vier grootste steden uitten kritiek. Zij hebben bij monde van de Haagse wethouder voor bouwen en wonen, Marnix Norder, in een brief aan minister Dekker laten weten niets te voelen voor een kraakverbod.
De grote steden zijn bang dat door een kraakverbod de leegstand, en daarmee de - toch al zo nijpende - woningnood, enorm zal toenemen. De colleges van deze steden zien liever dat eigenaren van panden meer ruimte krijgen voor tijdelijke verhuur, de zogenaamde anti-kraak. De Amsterdamse stadswethouder van Volkshuisvesting Tjeerd Herrema gaat zelfs nog een stapje verder door te stellen dat kraken het ontstaan van culturele broedplaatsen ("Zonder krakers had je geen Paradiso of Melkweg") heeft bevorderd en een functie vervult bij het tegengaan van verloedering, terwijl kraken ook onderdak biedt aan studenten. En daarin heeft hij zeker geen ongelijk.
In Utrecht pleitten krakers en bewonersgroepen in de jaren zestig en zeventig voor een leefbare binnenstad en leefbare oude wijken. Zij behoedden panden voor verkrotting en sloop. Zij ageerden tegen de aanleg van brede verkeerswegen door het oude centrum. Haar huidige historische erfgoed, knusse karakter, gevarieerde ruimtegebruik, culturele initiatieven en alternatieve woonvormen heeft de stad mede te danken aan de kraakbeweging. Zonder kraken had Utrecht geen concertzaal Tivoli gehad, geen lowbudget hostel Strowis, geen cultureel politiek centrum Acu, geen Moira kunstgalerie en geen woongroepen in het Labrehuis. Zonder kraken waren diverse monumenten van vandaag, gisteren al gesloopt.
‘Redt un pandje, bezet un pandje’
Deze beweging begon op 2 januari 1965, toen woningzoekenden uit eigen beweging panden in de Amsterdamse Generaal Vetterstraat in gebruik namen en daarmee de landelijke pers haalden. Vier jaar later werd er ook in Utrecht gekraakt. De geschiedenis van de wijk Lombok is exemplarisch voor de rol van de kraakbeweging in deze stad en het positieve effect daarvan is tot op de dag van vandaag merkbaar.
In de jaren zestig werd in het kader van de cityvorming besloten tot de bouw van Hoog Catharijne, de aanleg van snelle ontsluitingswegen en het verplaatsen van de woonfunctie van omringende wijken naar groeikernen buiten de stad. Statige panden in het Stationskwartier en langs de Catharijnesingel moesten gesloopt worden en het waren vooral krakers die protesteerden (wat overigens alleen Achter Clarenburg heeft geleid tot behoud). Ook in Lombok kwamen veel huizen leeg te staan en werden ze dicht geplankt in afwachting van de plannen voor het stationsgebied. Jarenlang hing sloop als een zwaard van Damocles boven de wijk.
Vanaf het moment dat de lege panden werden gekraakt en opgeknapt kwam het leven en de sociale cohesie terug in de wijk. En vandaag de dag is Lombok een gemêleerde en populaire woonwijk waar veel oud-krakers hun huizen hebben gekocht en zijn blijven wonen. Inmiddels is Lombok een multiculturele voorbeeldwijk waar het stadsbestuur trots haar gasten ontvangt.
Toch zijn in Lombok evenals in andere Utrechtse wijken de spandoeken maar mondjesmaat te vinden. Een van de redenen is waarschijnlijk dat mensen eenvoudigweg niet weten dat een pand (of buurt) voor sloop behouden is gebleven doordat het ooit gekraakt werd. Een klein maar chamant voorbeeld zijn de Kameren van Maria van Pallas aan de Agnietenstraat, deze door menig toerist bewonderde gemeentelijke monumenten werden ooit gekraakt om te voorkomen dat ze uit het straatbeeld zouden verdwijnen.
De invloed van de kraakbeweging op het behoud van monumenten werd pas goed voelbaar toen de waardering voor industrieel erfgoed begon te groeien. In het monumentenjaar 1975 waren monumentenzorgers zeer tevreden met zichzelf en met de bereikte resultaten: bescherming en restauratie van oude kerken, woonhuizen, kastelen en andere ‘monumenten van geschiedenis en kunst’. In hetzelfde jaar ontstonden op verschillende plekken in het land initiatieven van mensen die helemaal niet tevreden waren, en die zich inzetten voor leegkomende industriële monumenten. Al snel werd duidelijk dat behoud niet mogelijk was zonder nieuwe functies, herbestemming dus. Zelfs Peter Nijhof, landelijk coördinator industrieel erfgoed bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurhistorie en Monumenten, erkent dat in grotere steden de kraakbeweging het heft in handen nam en leegstaande fabrieken in gebruik namen voor uiteenlopende woon-, werk- en leefgemeenschappen of voor alternatieve kunst en cultuur.1
Door grote complexen te bezetten en te gebruiken, zoals scholen, fabriekjes en kerkelijke gebouwen, introduceerden krakers de mogelijkheid van hergebruik. Het was daarbij opvallend dat de ruimtelijke opzet van de panden grotendeels behouden kon blijven. Winst was immers niet de insteek. Een hele verdieping van een voormalige fabriek kon dan ook met gemak worden ingeruimd voor kunstprojecten en de gymzaal van een schoolgebouw kon bijvoorbeeld als gemeenschappelijke sportruimte in gebruik blijven.
Inmiddels is hergebruik gemeengoed bij commerciële projectontwikkelaars, die het verkopen als huisvesting ‘met élan’. Woongroeppanden zijn ondergebracht bij reguliere corporaties of verenigingen in zelfbeheer. Voormalige stedelijke kolossen, zoals Hooghiemstra, zijn verbouwd tot bedrijfsverzamelgebouw. Voor de gemeente zet de Stichting Sophia zich in om lege bedrijfsruimtes tijdelijk te verhuren aan kunstenaars en culturele initiatieven. In afwachting van sloop of herbestemming worden leegstaande woongebouwen tijdelijk aan studenten verhuurd via de SSH. Al neemt de Gemeente hiermee de verantwoordelijkheid weg van de kraakbeweging, het resulteert in een gemeenschappelijk belang: een verrassende en leefbare stad.
Gevonden voorwerp of diefstal?
De wens om tot een kraakverbod te komen is niet nieuw. De eerste poging hiertoe werd begin jaren zeventig tegengehouden dankzij het CDA en de laatste poging in 2003 strandde wederom door verzet van het CDA. De voorstanders van een kraakverbod stellen dat leegstaande panden en kraakpanden voor verloedering zorgen en dat krakers de panden zouden uitwonen. Nu zorgen leegstaande panden inderdaad voor verloedering, maar bij kraken is meestal juist het tegenovergestelde het geval omdat de panden in elk geval weer bewoond worden. Dat is ook op te maken uit positieve reacties van de straat en de buurt. Dat de pers graag inzoomt op rellen bij ontruimingen is één ding, maar dat de minister niet verder kijkt, is ongepast.
Een tweede argument is dat kraken gelijk zou staan aan diefstal. De oppositie stelt dat een pand dat leegstaat en verkrot beter kan worden geclassificeerd als een gevonden voorwerp. Zodra het pand gekraakt (gevonden) wordt, doen de betreffende krakers hiervan aangifte bij de officier van justitie en de politie. Wat volgt is een rechterlijke uitspraak over de mogelijkheid tot bewoning. In veel steden, waaronder Utrecht, is nog steeds sprake van woningnood en een overspannen woningmarkt. Omdat een huis pas gekraakt mag worden als het één jaar of langer leeg staat en er in die periode ook vaak niets met het pand is gebeurd, is de positie van eigenaren behoorlijk beschermd. Ondanks de initiatieven die de Gemeente al onderneemt, is ook de leegstand onder kantoorgebouwen schrikbarend.
Ruggegraat
Inmiddels wordt ook in Hoog Catharijne alweer gekraakt, hoezeer de krakers indertijd ook protesteerden tegen de bouw ervan. Zo eigenen de krakers zich door de tijd heen de gebouwen toe die de straat de rug toekeren en tonen zij onbekommerd de potenties. Wie weet zet het krakersintitiatief van de weggeefwinkel wel aan tot een nieuw gebruik van de plint van Hoog Catharijne. Wandelaars op weg van het station naar de binnenstad prefereren de openheid van een kleurige etalage en de geconcentreerde gezelligheid van het internetcafé ongetwijfeld boven het staal, grintbeton en de pislucht verderop – om over de ludieke aanklacht tegen het koopgedrag in het bovengelegen winkelhart nog te zwijgen.
Een gekraakt pand is geen smet maar het bewijs dat een stad leeft en zich ontwikkelt, en dat stedelingen inventief zijn en zich verantwoordelijk voelen. Voor het schilderwerk van de Ubica panden aan de Ganzenmarkt waren natuurlijk ook andere kleurenschema’s denkbaar geweest, maar is het niet prachtig dat tegenover het stadhuis in gothische letters op de dakgoot prijkt: ‘Het gaat om de ruggegraat’? De Gemeente Utrecht toonde in dit geval haar ruggegraat. Samen met andere steden en landelijke huurdersverenigingen gaf ze aan minister Dekkers te kennen tegen een kraakverbod te zijn. Hopelijk jast het demissionaire kabinet het kraakverbod niet alsnog door de kamer en blijft kraken een aanvulling en verrijking voor het stadsleven.
Pepijn Zwanenberg is gemeenteraadslid voor GroenLinks in Utrecht en was woordvoerder van het Utrechtse kraakspreekuur. Dit artikel is een bewerking van een tekst die eerder verscheen op de website van GroenLinks, i.s.m. Ineke van Gent.
Kraker Ilja Sanders: ‘Mijn activiteiten binnen de kraakbeweging? Voor het Kraakspreekuur de “lege mensenlijst” bijhouden (de losse mensen bijeenbrengen om een groot pand mee te kraken), wijken fietsen om leegstand te inventariseren en bij de buurtbewoners of wijkbeheer informatie inwinnen. L.O.K. vergaderingen bijwonen (landelijk overleg kraakgroepen). Verder was ik actief bij de Stichting Verstoord Woongenot, Landelijk Autonomen Overleg, SUZA (Shell uit Z.A.) en immer aanwezig bij ontruimingsacties door het hele land en in London. Daarnaast werkte ik in de voedselkoöp, en als programmeur in Tivoli en Acu waar ik me ook bezig hield met zaken als schoonmaak, verbouwingen etc.’
Kraker Aviva Brouwer: ‘Er is in de stad al jaren veel sprake van verwaarlozing van oude woningen, waardoor argumenten voor sloop ontstaan. Zo ook in mijn wijkje in Ondiep. De pleiters voor vernietiging van dit prachtig en kostbaar erfgoed lijden aan korte termijn visie. Want wie weet nog hoe prachtig de Catharijnesingel was voor de bouw van het fiasco Hoog Catharijne? En dan die singels die nu toch weer volgegooid worden. Dat oude woningen niet meer zouden voldoen aan de huidige eisen, gaat in mijn ogen ook niet op. Kijk maar eens naar de prijzen die er op de (koop)woningmarkt voor worden betaald. En tenslotte walsen we de binnenstad toch ook niet plat omdat "het niet meer voldoet".’
Kraker Lars Tempelman: ‘Ik woon nu zo’n acht jaar in De Bilt. Vooral in Arnhem, waar ik hiervoor woonde, was ik behoorlijk aktief in de kraakscene. Vanwege m’n werk ben ik verhuisd naar Utrecht. Ik kwam terecht op Sandwijck in De Bilt. Het is een sjiek landhuis dat in 1980 gekraakt werd na 17 jaar leegstand. In 1990 is het gelegaliseerd en we vormen met 20 mensen een woongroep. Leegstaande plekken hou ik nog steeds in de gaten, maar het kraken in Utrecht is nogal lastig, zeker met alle “tijdelijke” bewoning door kraakwachten. Het strijden voor een pand, het opknappen ervan en het vormgeven van de bewoning mis ik wel. Wat ik het boeiendste pand vind is moeilijk te zeggen. De Giegelfarm vanwege de ouderdom en ligging, De Truttige Tuyl vanwege het monumentale karakter of De Vliegende Hond vanwege de activiteiten. Maar het meest trots ben ik wel op het Voorstaete projekt.’
Kraker Jotja Bessems: ‘Het mooiste pand dat ik heb gekraakt ligt aan de Keizerstraat, een heel oud woonhuis met een fabriek eraan vast. Door aan de achterkant uit het raam te klimmen, kwam je op het dak van de fabriek die al half was ingestort. Het woonhuis zelf stamde uit de 16e eeuw. In mijn kamer was een kleine nis in de dikke muur. Als ik er een kaars in brandde, verspreidde zich een prachtig licht over de hele kamer. Spannend was de winter van 1991, toen het enorm stormde en we ons hart vasthielden of de hoge schoorsteen het wel zou houden. Maar het ging goed. Hij staat er nog steeds. Voor mij ging kraken niet alleen om wonen, maar ook om het aankaarten van misstanden. Daarom was ik actief voor het kraakspreekuur. Nu bewoon ik al acht jaar een etage van een woningbouwvereniging in Lombok. De toekomst van het complex is ongewis; de sloophamer dreigt...’
Reactie toevoegen