Terwijl de lucht boven het Midden-Oosten weer vol rook en vuur is en de media vol staan met verhalen over ‘Israëlische precisieaanvallen’ en de ‘belofte van symbolische wraak van de Islamitische Republiek’, wordt weer eens vergeten wat er gebeurt met de mensen die geen beslissingen nemen in commandokamers of zich verstoppen in ondergrondse bunkers.
Oorlog is altijd van de mensen die niet zelf vechten: de commandanten, de besluitvormers, de eigenaren van de militaire industrieën en de media-managers. En niet van degenen die sterven, wier huizen worden verwoest of die zich niet kunnen veroorloven om zichzelf fatsoenlijk te voeden.
Het oorlogsgeweld en de dreigementen, vooral nu de politieke legitimiteit van het Iraanse regime tot een dieptepunt is gedaald – met een economische ineenstorting en sociale opstanden tussen december 2017 en 2023 – bereiken een punt waarop alleen een ‘oorlogstoestand’ de totale controle over de samenleving kan herstellen. In een dergelijke context kunnen alle eisen van het volk gemakkelijk worden gesmoord door ze te bestempelen als ‘samenzwering met de vijand’.
Aan Israëlische kant is de situatie niet veel anders: het zionistische regime, dat zich bezighoudt met systematische etnische en raciale zuivering, grijpt elke kans aan om het beeld van een ‘door vijanden belegerd land’ te promoten. Dat stelt het regime in staat om zowel zijn expansionistische beleid in de bezette gebieden voort te zetten als zijn interne crises – van protesten tegen corruptie tot sociale verdeeldheid – naar de achtergrond te verdringen.
Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen. En in het tijdperk van kapitalistische overheersing is politiek niets meer dan de reproductie van de belangen van de heersende minderheid. De staatsapparaten zijn niets meer dan degenen die belast zijn met het beheer van de gemeenschappelijke zaken van de geglobaliseerde bourgeoisie.
Wat maakt het uit of die minderheid zich in Teheran of Tel Aviv bevindt, als beide zich voeden met het bloed van volkeren om te overleven? Beiden heffen belastingen op de arbeid van arbeiders en de allerarmsten, investeren die in raketten, drones, de ‘ijzeren koepel’ en laten die uitgebuite mensen uiteindelijk achter onder het puin of op de rommelige begraafplaatsen.
De werkende massa's hebben geen belang bij deze oorlog. Wat onder de bombardementen wordt vernietigd, is niet alleen infrastructuur en fabrieken, maar ook de mogelijkheid van sociale verandering. Oorlog dient daarentegen om de bestaande ‘orde’ te bevriezen. In een tijd waarin vrouwen in Iran vechten voor vrijheid, leraren voor fatsoenlijke lonen, arbeiders voor hun recht om zich te organiseren, en waarin in Palestina en elders volksbewegingen tegen de bezetting vorm krijgen, regent deze oorlog, met al zijn woede, wreedheid en vernietiging, neer in de vorm van stof en wapens om eisen te smoren, hoop te begraven en de toekomst opnieuw te definiëren.
Nooit eerder was een derde richting zo dringend nodig: een stem die niet komt uit militaire hoofdkwartieren of financiële centra, maar van degenen wier lichamen onder het puin vallen.
Niet met officiële slogans of bebloede vlaggen, maar met het besef dat redding uit deze dodelijke cyclus niet ligt in de overwinning van de ene ‘partij’ op de andere, maar in de nederlaag van beide.
Als de massa's zich aan oorlog onderwerpen, geven ze eigenlijk hun leven en hun toekomst op. Maar die stem mag niet alleen maar ‘nee’ zeggen. Ze moet ook opkomen voor strijd en verzet.
De derde stem moet voortkomen uit het hart van het gedeelde lijden en de droom van bevrijding, om een netwerk van solidariteit te worden tussen de onteigenden in al die gebieden en staten waar de kapitalistische ‘orde’ grenzen veranderen in loopgraven en straten in slagvelden.
We moeten leren om na te denken over wat er uit verzet komt, in plaats van de verhalen van de machthebbers te herhalen: ervaringen die niet in de kantoren van politici zijn gevormd, maar onder het gewicht van puin, in de stemmen van rouwende moeders en de leuzen van stakers.
We moeten ons organiseren, want in tijden van oorlog wordt niet alleen ons fysieke bestaan bedreigd, maar ook ons vermogen tot collectieve actie, communicatie en onafhankelijke dialoog.
Als het internet wordt afgesloten en de media de spreekbuis van de oorlogszuchtigen worden, blijft alleen onze onderlinge band over. En die band moet verzet zijn, niet als een tijdelijke reactie, maar als een kracht die ons oproept tot gezamenlijke expressie, wederzijdse steun en doorzettingsvermogen in donkerste tijden.
Houshang Sepehr is een verbannen Iraanse revolutionair marxistische activist. Hij is organisator van Solidarité avec les Travailleurs en Iran (Solidariteit met de arbeiders in Iran) en lid van de Vierde Internationale.
Dit artikel stond op International Viewpoint. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen