Tijdens de recente Vlaamse verkiezingen haalde de partij 24,15 procent (een op vier!) van de stemmen. Een klein miljoen Vlamingen zijn dat. Een alliantie van christen-democraten en democratische Vlaams-nationalisten haalde 26,09 procent en kon het initiatief nemen voor de regeringsvorming. De beweging tegen extreem-rechts stond er versuft bij te kijken.
Cordon sanitaire
Het Vlaams Belang (VB) kan niet vergeleken worden met fenomenen als Fortuyn, Wilders, Nawijn en co. Het is een stevig uitgebouwde partij met veel geld, goed ingeplant in volkse wijken, gecentraliseerd rond drie ijzersterke leidersfiguren: Frank Vanhecke, Gerolf Annemans, en vooral Filip Dewinter. De partij heeft historische wortels in het fascisme, pleit voor Vlaamse onafhankelijkheid, maar werd vooral groot op basis van haar ideeën over migranten en veiligheid. Haar opmars is opmerkelijk: bij elke verkiezing ging het Blok er enkele procenten op vooruit. Het is de partij met de meest trouwe kiezers: stem je eenmaal op het VB, dan blijf je binnen de stal. Aanslagen en dreigementen zoals in Nederland bleven min of meer uit: de moslim die sp.a-senatrice Bousakla met de dood bedreigde, had niet meer dan een grote mond. Er was veel meer te doen om de dreigementen die de werkgever van delicatessenbedrijf Remmery kreeg omwille van de moslima die bij hem werkte, met hoofddoek. De daarop volgende golf van steunbetuigingen aan haar bracht het VB in het nauw.
Vooral uit groene hoek werd begin jaren negentig het initiatief genomen voor het zogeheten ‘cordon sanitaire’: de ‘democratische’ partijen beloofden geen coalities te sluiten of gezamenlijke wetsvoorstellen in te dienen met extreem-rechts. Hoewel het VB garen kon spinnen van de ‘slachtofferpositie’ waarin het zich door dit cordon waant, is het doorbreken van het cordon de cruciale strategische uitdaging voor het VB. Vooral Dewinter wil graag meeregeren in zijn stad Antwerpen, ook al ziet de oude fascistische garde rond Karel Dillen dat niet zo graag gebeuren.
De druk op rechts werd dan ook opgevoerd: 75 procent van de Vlamingen stemt rechts of extreem-rechts, maar door het cordon blijven de sociaal-democraten een grote rol spelen in het beleid. Een rechtse meerderheid onder de bevolking krijgt een linkse regering op zijn dak (ook federaal, door het gewicht dat de PS heeft in Wallonië), zo argumenteert het Blok. De verlokking bij veel rechtse politici is reëel. De recente voorzittersverkiezingen bij de christen-democraten en liberalen draaiden helemaal om het cordon sanitaire. Telkens wonnen voorstanders ervan het pleit.
Toch gaan ook linkse stemmen op om het VB mee in bad te nemen, en de partij zichzelf kapot te laten regeren, naar het voorbeeld van Haider in Oostenrijk. Dit is een zware vergissing. Het VB aan de macht zou een flinke ruk naar rechts betekenen in het beleid. En dat zou reële slachtoffers kosten (migranten, asielzoekers, jongeren, progressieve verenigingen, maatschappelijk werk). Dat moeten we koste wat kost vermijden.
Maar het cordon is geen strategie om extreem-rechts en het racisme te bestrijden. Het leidde tot de ‘eenheid van alle democraten tegen het blok’, de facto een neoliberale eenheidsworst. In 1994 sloten alle partijen in Antwerpen een monstercoalitie, terwijl dat rekenkundig niet nodig was. Het Blok bleef over als enige oppositie, naast een raadslid van de Belgische SAP. Die coalitie knipte in sociale voorzieningen en buurtwerk, waardoor het bedje van extreem-rechts verder werd gespreid. Het cordon - zoals het nu wordt ingevuld - offert niet alleen de links-rechts tegenstelling op, maar verhult ook het racistisch karakter van rechts of diens onwil om iets te doen aan de reële discriminatie. Rechts en extreem-rechts functioneren bovendien als megafoon voor elkaar. Lang voor het VB de draai tegen de ‘vreemdelingen’ maakte, hielden rechtse politici al gespierde racistische verhalen, waardoor het Blok-programma aanvaardbaar werd. Met de hete adem van het Blok in de nek, is de rechterzijde nu gewoon het programma van het VB deels aan het uitvoeren.
Antiracisten zonder strategie
Gedurende de jaren negentig werd een vrij sterke antiracistische beweging opgebouwd, met een reeks acties en demonstraties voor gelijke rechten en sociale eisen en allerlei campagnes waarin het ‘ware gezicht’ van het Blok werd onthuld. Vaak bleef de toon moraliserend: racisme mag niet, leve de tolerantie, multicultureel samenleven is fijn!
Van de link tussen de antiracistische strijd en de sociale politiek blijft momenteel niet veel over. Na de recente verkiezingsoverwinning van het Blok wierp een flink uitgedunde antiracismebeweging zich op het proces tegen het Blok wegens racisme. Geen sprake meer van het opbouwen van een alternatief voor het Blok, geen sprake meer van sociale eisen, nu komt het erop aan de rechtstaat te verdedigen en de eenheid van alle democraten te organiseren!
De partij werd veroordeeld, voerde echter een naamsverandering door (van Vlaams Blok naar Vlaams Belang), wijzigde de statuten, en bleef voor de rest dezelfde vuilgebekte racistische partij. Dewinter bleef na het proces boudweg beweren dat een vrouw die een hoofddoek draagt, daarmee haar terugkeercontract tekent.
Het ontbreekt de Vlaamse antiracismebeweging totaal aan strategie, en als ze die al heeft (de verdediging van de rechtstaat!), is ze weinig productief. Nu ook in Wallonië het extreem-rechtse Front National fel komt opzetten, herhaalt de geschiedenis zich in het zuiden van het land. We zien er dezelfde discussies en campagnes opduiken als tien jaar geleden in Vlaanderen: de ontmaskering van het FN, campagnes rond ‘bewustmaking’ of ‘beeldvorming’.
Is alles geprobeerd?
Hoe het racisme en extreem-rechts bestrijden? We weten het niet, zo geven de meeste antiracisten toe. Het VB ging van overwinning naar overwinning. Dankzij zijn aanwezigheid in de media en een enorme propagandamachine vond zijn ideeën ingang in brede lagen van de maatschappij.
Op het terrein van het culturele of ideologische gevecht staan we heel erg zwak. Het verhaal van rechts en extreem-rechts over de dreiging van de Islam en de kritiek op het multiculturele moralisme en ‘politiek correcte (zogenoemd linkse, tolerante) denken’ is populair, ook bij opiniemakers. Voor velen blijft antiracisme bovendien iets onschuldig, beperkt tot multiculturele feesten met wereldmuziek. Als het er echt op aankomt, en er breken rellen uit in migrantenbuurten, dan zijn de stemmen die begrip opbrengen voor de frustraties op een hand te tellen.
De strategie van de ideologiekritiek zette geen zoden aan de dijk. Het komt er in plaats daarvan op aan de ideologische strijd een reële grond te geven in een gevecht rond een aantal sociaal-economische eisen: quota voor minderheden op de arbeidsmarkt, sociale huisvesting, onderwijs. Het ideologisch gevecht rond het al dan niet democratisch karakter van de Islam kunnen de antiracisten heel moeilijk winnen. Het feit dat mensen van Turkse of Marokkaanse komaf echter een vijf of zes maal hoger werkloosheidspercentage laten optekenen, dat kan niemand onder de mat vegen. Door ons daarop te concentreren kunnen we aanknopingspunten vinden bij de slachtoffers van het racisme zelf en hun verzet: welke verlangens, eisen, behoeften hebben zij, en hoe kunnen we die naar voren brengen binnen een breder geheel?
De schrijver Tarik Fraihi (onder andere De Smaak van Ongelijkheid) pleit bijvoorbeeld voor een poging een nieuwe sociaal-economische breuklijn te creëren. De minderheden als zodanig staan structureel te zwak om hun strijd te winnen of het ideologisch klimaat in de maatschappij om te buigen. De enige uitweg is een strijd rond een aantal sociaal-economische eisen waaromheen allianties kunnen worden aangegaan. Zodat rechts en extreem-rechts geen vrij spel hebben.
Dat brengt ons opnieuw bij de centrale vraag die antiracisten zich stellen: is echt alles geprobeerd om extreem-rechts te stoppen? Nee, want terwijl het VB gestaag sterker wordt, gingen de andere partijen verder met hun neoliberale en neoconservatieve politiek. Er is dus een alternatief nodig, dat zich ook op het politieke terrein begeeft, in staat is verbanden te leggen tussen verschillende onderdrukte groepen en sociale bewegingen, en een duidelijke breuk met het neoliberalisme voorstaat. Het enige initiatief dat enigszins in die richting ging, was de alliantie tussen de Arabisch-Europese Liga en de stalinistische PvdA in 2003. Dit project was door de overhaaste en op electoraal succes gerichte aanpak, de exclusieve band met de PvdA en het offensief van het establishment geen lang leven beschoren.
Dat neemt niet weg dat de tijd begint te dringen voor de antiracistische beweging in Vlaanderen. In 2006 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. In verschillende steden dreigt het cordon gebroken te worden. Tegen die tijd moeten we klaar staan om het verzet te organiseren!
Matthias Lievens is actief in de Vlaamse antiracismebeweging en redacteur van Rood, maandblad voor socialistische democratie, het Belgische zusterblad van Grenzeloos.
Reactie toevoegen