Nieuw links in Tunesië

admin_2 - 

‘De essentie van de revolutie in Tunesië kan in drie eisen worden samengevat: banen, vrijheid en nationale waardigheid. De revolutie begon met de symbolische daad van een hoogopgeleide jongere die zichzelf in brand stak. Hij staat symbool voor werkeloze jongeren die, voordat de weg gesloten wordt, naar Italië en de rest van Europa proberen te gaan. Na zijn daad volgde een explosie van volkswoede, vooral van de jongeren in de ‘vergeten’, achtergestelde regio’s als Sidi Bouzid, Kasserine, Gafsa enzovoorts, en in de arbeiderswijken van de grote steden als Tunis, Nabeul, Sfax en Sousse. Steeds waren het jongeren die het eerst de strijd aangingen.’

Hoe hebben deze opstandige jongeren de politie-staat kunnen trotseren?

‘Het is correct om te zeggen dat de revolutie geen leiding had, er was geen politiek leiderschap. Maar er was een ‘achterhoede’ die de volksbeweging s teunde. De opstandige jongeren werden al snel geconfronteerd met repressie – toen trokken zij zich terug, om te hergroeperen, in de basisstructuren van de Union Générale des Travailleurs Tunisiens (UGTT – Algemene Unie van Tunesische Arbeiders). In de regio’s waar het om gaat is niet veel industrie en de jongeren maakten vooral contact met vakbondsleden uit het onderwijs, mensen die vaak voortkwamen uit de studentenbeweging van de jaren tachtig en beïnvloed waren door radicaal links. De jaren negentig waren de zwaarste jaren van repressie – 40 mensen werden doodgemarteld, er waren 30.000 politieke gevangenen – en gedur ende dit decennium gingen deze mensen de vakbeweging in, met al hun politieke, linkse bagage.’

Jouw organisatie is gevormd in de beweging tegen Ben Ali.

‘Ja, de LGO is gevormd tijdens de revolutie maar onze activisten kwamen niet uit de lucht vallen, ze waren al bekend vanwege hun verzet tegen het regi me. Ze waren allemaal al bekend als leiders in de vakbeweging, in de feministische beweging enzovoorts.’

Jij hebt de rol van vakbon dsactivisten en de erfgenamen van de studentenbeweging in de jaren tachtig beklemtoond, maar deze mensen werden normaliter niet gezien als de voornaamste oppositie tegen Ben Ali.

‘Toen de westerse media het had over de oppositie tegen Ben Ali spraken ze over mijn broer, de journalist Tawfik Ben Brik, over de mensenrechtenactivist Moncef Marzouki toen de politie zijn bril brak of over mijzelf, een advocaat, toen mijn paspoort geweigerd werd. Maar ze noemden niet de stakingen van 100.000 leraren tegen het bezoek van de Israëlische delegatie aan Tunesië of de algemene staking van de UGTT. De media sprak over een kleine, moedige kring van oppositie activisten maar niet over de rol van de arbeiders. Waarom? Omdat deze kleine kring geen bedreiging vormde, zij konden maximaal 300 mensen op de been brengen, de meeste van middelbare leeftijd.’

Welke rol speelde de vakbond in de val van Ben Ali?

‘De politieke geschiedenis van Tunesië is niet te begrijpen als je de rol van de arbeidersbeweging niet in aanmerking neemt. De vakbeweging dateert uit 1924 en is daarmee een van de oudste in de Arabische regio. De UGTT werd opgericht in 1946. De vakbondsactivist Tahar Haddad was in 1929 de eerste die volledige gelijkheid van mannen en vrouwen eiste.

De drie regionale stakingen van de UGTT waren cruciaal in het veranderen van de machtsbalans in het voordeel van de revolutie. De vakbondsbureacratie werd geconfronteerd met sterke bonden, geleid door radicale linkse activisten, vooral in het onderwijs, en kon hen niet negeren toen zij opriepen tot een algemene staking.

In tegenstelling tot Egypte hoeven wij in Tunesië niet vanaf het begin te beginnen met het organiseren van arbeiders, belangrijke delen van de arbeidersklasse zijn al georganiseerd in bonden geleid door radicaal links en we zien een proces van radicalisering onder de leden van de UGTT.’

Wat zijn in deze periode de voornaamste uitdagingen?

‘Op het moment staan we voor twee problemen. Ten eerste was Tunesië geen eenvoudige eenpartijstaat, het was een politie-staat. Het lot van de milities van het regime werd niet bepaald door de implosie van Ben Ali’s RCD (Rassemblement Constitutionnel Démocratique, Constitutioneel Democratische Verzameling) – de milities zijn verbonden aan kopstukken van de politie die zwarte markt controleren. Ten tweede is Tunesië zeer afhankelijk van de Europese Unie en van Sarkozy’s Frankrijk en Berlusconi’s Italië. Ben Ali kwam in 1987 aan de macht om de uitvoering van de economische liberalisering af te dwingen, hij was niet een dictator met een eigen agenda maar een specialist in repressie ten dienste van de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en ook Frankrijk.’

Wat zijn op het moment de discussies in de beweging?

‘We bediscussiëren de meest dringen taken, zoals de ommanteling van de RCD en het apparaat van de politie-staat, banen voor werklozen, het onder arbeiderscontrole nationaliseren van eigendommen van de families die bondgenoten waren van Ben Ali, het annuleren van de buitenlandse schuld enzovoorts. Daarnaast is er het voorstel om een ‘Nationaal Congres voor de Verdediging van de Revolutie’ te organiseren waarin alle vakbonden, mensenrechtengroepen, progressieve partijen en vooral de autonome zelforganisaties van de beweging plaats kunnen nemen.’

Welke vorm nemen deze zelforganisaties?

‘Deze structuren werden opgebouwd in de loop van de beweging, het eerst in Sidi Bouzid, in Menzel Bouzaïane, in Agareb, in Thala, waar heftige confrontaties met de politie plaatsvonden en mensen zichzelf organiseerden om zich te verdedigen.

Na de val van Ben Ali gingen milities en delen van de politie over tot geweld teneinde angst te zaaien. Verspreid over Tunesië organiseerden mensen zichzelf om hun buurt, hun school en hun publieke voorzieningen te beschermen. De partij van Ben Ali controleerde de buurten: toen deze ineenstortte moesten de mensen de organisatie overnemen. De kantoren van de RCD werden de kantoren van het volk. Mensen kwamen bij elkaar, discussieerden met elkaar, iedereen sprak over de regering, over Ben Ali, ministers en hun banden met de Verenigde Staten en Frankrijk enzovoorts. In sommige buurten is de organisatie meer spontaan, elders werden besturen verkozen. De comités werden het feitelijke bestuur, het was een vorm van zelf-organisatie om essentiële dagelijkse taken als zelfverdediging tegen de milities te organiserenen tegelijkertijd sociale, politieke en andere kwesties te bespreken.

Zoals in elke vorm van strijd en zelf-organisatie is de ontwikkeling oneven, afhankelijk van de mate van radicalisering van de plaatselijke bevolking, maar het proces heeft wortels in het hele land, vooral in Agared, Thala, Menzel Bouzaïane, en delen van Tunis. Daarnaast zien we vormen van zelf-organisatie in de publieke instellingen, zoals bijvoorbeeld het optreden van vakbondsactivisten die het ontslag van corrupte managers en vervanging door de meest geschikte kandidaten voorstellen. Werknemers van Tunisie-Télécom eisten dat de dertig procent van het bedrijf die geprivatiseerd is weer genationaliseerd wordt en de meest corrupte managers verwijderd worden.’

De zelf-organisatie heeft zich uitgebreid naar de media?

‘Onder Ben Ali werd de pres gecontroleerd door de politieke politie en deze bestaat nog steeds. Maar bij veel kranten zien we arbeiders en journalisten meer vrijheid afdwingen. Maar op het moment is erbij de twee commerciële TV-zenders, vooral NessmaTv, eigendom van Berlusconi, nog weinig veranderd.’

Hoe verhoudt het streven naar een grondwetgevende vergadering zich tot deze vormen van zelf-organisatie?

‘De eis van een grondwetgevende vergadering werd het eerst geformuleerd door radicaal links maar de meeste mensen hadden er weinig interesse in. Maar sinds de val van Ben Ali steunt het ‘Front van 14 Januari’, dat alle radicaal linkse krachten verzamelt, de eis. Ik denk dat deze eis, of deze nu gehoor vindt of niet, uitdrukking geeft aan aan het verlangen naar democratische verandering en hoe meer lokale zelf-organisaties de eis overnemen, hoe meer het het een verzameling kan worden van het volk en niet slechts van een handjevol bobo’s. ‘

Ten slotte, hoe staat radicaal links in Tunesië ervoor?

‘Het zwaartepunt ligt bij ongeorganiseerde activisten. Het dozijn bestaande organisaties vertegenwoordigt nog geen tien procent van deze activisten in lokale comités, de vakbeweging enzovoorts. In de loop van de revolutie zelf moet de partij die de revolutie nodig heeft worden opgebouwd. Organisaties van radicaal links komen nu tevoorschijn uit de illegaliteit of worden nieuw gevormd. Ook als ze nieuwe mensen aantrekken, ontbreekt het hen aan middelen. We hopen dat iedereen die geïnspireerd is door onze revolutie ons wil steunen, bij wijze van wederdienst!

Te midden van muziek, poëzie en gepassioneerd debat werd de Tunesische sectie van de Vierde Internationale op 24 april herboren als de Ligue Ouvriere de Gauche. De voorganger van de LGO was de Organisation Communiste Révolutionnaire die ten tijde van Ben Ali onderdrukt werd. De LGO is een van verschillende linkse organisaties die na de val van de dictatuur weer bovengronds kan functioneren. De conferentie begon met een minuut stilte voor de omgekomen activisten. Onder de gasten waren activisten uit Libanon, Algerije, Pakistan, Brazilië, Italië, Zwitserland en Frankrijk.

Na jaren van repressie heeft de LGO te kampen met een groot tekort aan middelen. Internationaal wordt er geld ingezameld voor de organisatie, ook in Nederland. Giften kunnen worden overgemaakt naar 5571638, tnv Grenzeloos, ovv ‘Tunesië’.

 

 

 

 

 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop