Onder een zwarte vlag

Maar wat waren de politieke ideeën van de historische piraten? Was er op enige wijze sprake van politieke bevrijding in het handelen van de zeerovers in de zeventiende en achttiende eeuw – de gouden tijd van de piraterij? Alhoewel het populaire beeld van piraten als verkondigers van vrijheid en ongehoorzaamheid pas later is ontstaan bevat het toch een kern van waarheid. Talrijke piraten waren in hun tijd aanhangers van radicale ideeën. Het meest boeiende bewaard gebleven verslag van de daden van piraten, Daniel Defoe's General History of the Pirates (1724—1728), bericht dat het kiezen van de kapitein door de bemanning, de eerlijke verdeling van de buit, het vrijlaten van slaven en broederschap tussen allen die onder de Jolly Roger, de piratenvlag, voeren gebruikelijk waren. De minachting van piraten voor nationale identiteiten – in het bijzondere die van hun slachtoffers – laat zien dat in hun wereldbeeld sprake was van een praktisch internationalisme waarmee ze een eeuw vooruit liepen op die andere aanhangers van het zwarte vaandel. Gedeeltelijk werd de egalitaire leefwijze van piraten hen ook opgelegd door hun levenswijze. De zee in de zeventiende en achttiende eeuw was een gevaarlijke plek en om te overleven was een vorm van zelfdiscipline en solidariteit noodzakelijk. Daarom gedroegen zij zich ook zo anders als ze eenmaal aan land waren. De drinkgelagen met rum en vechtpartijen waren gedeeltelijk een reactie op de leefomstandigheden op zee.
Veel piraten waren voormalige matrozen. Al in de late zeventiende eeuw vormden deze een zeevarend proletariaat, gevormd uit boeren die in de nieuwe stedelijke centra van Europa geen werk konden vinden. Deze overtollige bevolking migreerde verder richting zee en werd daar voor de om de rijkdommen van de wereld strijdende vloten van de Europese mogendheden gerekruteerd. De levensomstandigheden van deze zeevarende proletariërs waren zeer slecht. Slechts betaald, soms zelfs helemaal niet, en aan de willekeur van tirannieke kapiteins onderworpen waren ze aan ziektes overgeleverd en moesten zij dagelijks hun leven op het spel zetten. In deze omstandigheden scheen voor een aanzienlijk deel van hen de overstap naar de piraterij een verstandige beslissing.
Sociale bandieten
Maar het egalitarisme van de piraten ging verder dan wat voor overleven op zee nodig was. Het geval van kapitein Mission is daar een pakkend voorbeeld van. Mission was een officier die eind zeventiende eeuw onder Franse vlag voer. In Rome maakte hij kennis met een zekere Caraccioli, een ketterse Dominicaanse monnik, wiens denkbeelden naar een communistische vorm van deïsme neigden. Onder invloed van Caraccioli stichtte Mission in Madagaskar een libertaire kolonie, Libertalia genaamd. Haar inwoners verwierpen hun voormalige nationaliteit en noemden zich Liberi. Zij verkondigden slechts trouw te zijn aan 'God en vrijheid' en alle vormen van slavernij te verachten. De Liberi creëerden hun eigen taal, een mengsel van Europese en Afrikaanse talen. Ze beschouwden hun onderneming als een terugkeer naar het verloren paradijs en bouwden een omheining om hun kamp om zich te beschermen tegen de corruptie van de beschaving. Dat piraten dus met nieuwe politieke samenlevingsvormen geëxperimenteerd hebben staat buiten twijfel.
Mission was een van de gepolitiseerde piraten. Maar ook andere, niet minder radicale, opstandelingen maakten deel uit van de vrijbuiterij. Samuel Bellamy ("Black Sam") is daar een interessant voorbeeld van: 'De burgerij berooft de armen onder de bescherming van de wet, wij beroven de rijken met geen andere bescherming dan onze moed' verklaarde hij tegen de kapitein van een schip dat hij plunderde. In tegenstelling tot Mission was Bellamy een pessimist, hij koesterde geen hoop dat een nieuw begin, op nieuwe grondslagen, van de samenleving mogelijk was. Enerzijds was hij zich bewust van de klassenverhoudingen die grondslag vormden van het toenmalige rechtssysteem en waarvan piraten een van de voornaamste slachtoffers waren. Van de andere kant deed hij slechts een beroep op de persoonlijke moed van zichzelf en zijn bemanning, niet op een alternatieve opvatting van gerechtigheid. 'Wat mijzelf betreft, ik ben een vrije vorst' verklaarde Bellamy bij een andere gelegenheid.
Piraten gelijken op wat de historicus Eric Hobsbawm 'sociale bandieten' noemde. Dit zijn 'traditionalistische revolutionairen' die in overgangsfasen tussen samenlevingsvormen opduiken, in het bijzonder tijdens de overgang van feodalisme naar kapitalisme. Het bekendste voorbeeld is Robin Hood. Het beroven van de rijken en het verdelen van de buit onder de armen geschiedde in de naam van traditionele waarden - eer, gerechtigheid, waardigheid – niet in het kader van een op de toekomst gericht revolutionair programma.
Ook piraten verschenen tijdens overgangsfasen. Het Romeinse rijk was het gelukt de Middellandse Zee piraten-vrij te maken maar zodra de neergang van dit rijk inzette doken zij weer op. Zolang de controle van de Atlantische Oceaan door de nationale zeestrijdkrachten onvolledig bleef bloeide aldaar de piraterij. Halverwege de negentiende eeuw was de controle echter volledig geworden en daarmee kwam ook een einde aan piraten. Piraterij en hegemonie staan in een tegenovergestelde verhouding tot elkaar. Het opbloeien van piraterij is in deze zin altijd een teken van de neergang van hegemonie.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop