Palestina voert een vrijheidsstrijd, een door het VN-Handvest erkend recht

30.05.2021
Palestijnen vluchten uit Galilea in 1948. Foto: Public Domain

Context en historisch inzicht zijn essentieel om de wereldproblemen te kunnen vatten. Net die elementen ontbreken bijna volledig in de media, waar 'geweld van beide kanten' wordt verengd tot 'plotselinge escalatie' van een 'conflict' zonder enige uitleg over de oorzaken. Chris de Ploeg schreef een overzicht van het kolonialisme, de apartheid, de etnische zuivering en het imperialisme achter de hoofdpunten van het nieuws. De Palestijnse bevolking voert een recht uit dat vastligt in het VN-Handvest, het recht op verzet tegen onderdrukking. [leestijd 15 minuten]

Sinds 2008 werden meer dan 5.000 Palestijnen in Gaza door de Israëlische strijdkrachten gedood. Het 11-daagse bloedbad dat net ten einde is gekomen was niet het eerste, en waarschijnlijk ook niet het laatste. Israël zegt altijd te handelen uit zelfverdediging tegen Hamas-raketten, waarin zij wordt ondersteund door de meeste Westerse regeringsleiders, waaronder de Nederlandse demissionair premier Mark Rutte.

Deze rechtvaardiging van oorlogsmisdaden doet denken aan de aanvallen van Apartheid Zuid-Afrika in buurlanden tegen de ANC van Nelson Mandela, die zij ook als een ‘terreurorganisatie’ bestempelde en daarom uit ‘zelfverdediging’ trachtte uit te schakelen. Of aan de ‘zelfverdediging’ van Amerikaanse settlers tegen de Yat’siminoli naties. Of aan de Britse ‘zelf-verdediging’ tegen de Mau Mau-opstand in koloniaal Kenia.

In alle bovenstaande conflicten was er ‘geweld van beide kanten’. Toch nemen weinig mensen deze claims van ‘zelfverdediging’ nog serieus. Geen staat heeft het recht op een brute, koloniale onderdrukking van een bevrijdingsoorlog.

Om het Israël-Palestina ‘conflict’ te duiden moeten we daarom een stap terug zetten en de volledige context bekijken waarin het ‘geweld van beide kanten’ plaatsvindt. Het ‘conflict’ in Palestina begon niet met raketten van Hamas, en zelfs niet met de koloniale uitzettingen in de Palestijnse wijk Sheikh Jarrah in bezet Oost-Jeruzalem.

Dit conflict begon met de eerste zionistische kolonie in 1882 en het expliciete doel van de zionistische beweging om Palestina etnisch te zuiveren om er een Europese settler-kolonie te vestigen. Sinds de stichting van de Israëlische staat leven Palestijnen onder een bruut apartheidsregime.

De steun van Westerse landen aan Israël hangt samen met Israëls rol als een imperialistische macht in de regio, alsook haar steun aan verschillende brute politie- en legermachten over de wereld. De Palestijnse vrijheidsstrijd is daarmee integraal verbonden met de wereldwijde strijd voor rechtvaardigheid.

De kolonisatie van Palestina

Theodor Herzl, bekend als ‘de visionair van de Israëlische staat’ en de belangrijkste zionist van de twintigste eeuw, zag het zionistisch project als ‘iets koloniaals.’ Herzl doopte Israël om als ‘de bastion van Europa tegen Azië, een buitenpost van beschaving in een zee van barbaarsheid.’

De vroege zionist was expliciet geïnspireerd op het Zuid-Afrikaanse model als ‘succesvol’ voorbeeld van settler-kolonialisme en schreef dan ook in bewondering aan Cecil Rhodes, de belangrijkste Britse kolonist van zijn tijd. Herzl besefte goed dat grootschalige kolonisatie tot verzet zou leiden en daarom alleen mogelijk was ‘onder de bescherming van Europese machten.’’ Die Europese macht zou Groot-Brittannië worden.

Voor de opkomst van het Zionisme eind 19de eeuw was ongeveer 4 procent van de bevolking in Palestina joods. Dit waren toen nog vrijwel allemaal Palestijnse Joden die, net als andere Arabische Joden in het Midden-Oosten, overwegend vreedzaam samenleefden met de rest van de samenleving.

De Britten steunden vanaf de Balfour-Declaratie in 1917 expliciet het omvormen van Palestina in een Joodse settler-kolonie, waarbij nieuwe kolonisten uit Europa meer rechten kregen dan de oorspronkelijke bewoners. Al voor de opkomst van het Nazisme in Duitsland leidde dit tot grootschalige migratie van joden naar Palestina.

Gelijktijdig werden 100.000 – 150.000 Palestijnen verdreven uit hun land door Brits geweld en burgerschapsbeleid, bijna een tiende van de toenmalige bevolking. Winston Churchill verdedigde het Britse beleid door te zeggen dat ‘’de hond in een kribbe niet het uiteindelijke recht heeft op de kribbe, ook al heeft hij daar misschien heel lang gelegen.’’

De Britse premier vergeleek de Palestijnen met de Inheemse bevolking van Australië en de Verenigde Staten en stelde: ‘’Ik weiger toe te geven dat deze mensen iets verkeerds is aangedaan door het feit dat een sterker ras [sic], een hoger ras, een meer wereldwijs ras, om het zo te zeggen, is binnengekomen en hun plaats heeft ingenomen.’’

De migratie van joden naar Palestina had ook te maken met antisemitische migratie-quota in de Westerse wereld, waardoor veel joden geen andere uitweg zagen. De zionistische beweging – zeker niet representatief voor de Joodse gemeenschap als geheel – lobbyde daar ook voor in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, omdat zij migratie van Joden naar Palestina wilden bevorderen.

In de woorden van de eerste premier van Israël, David Ben Gurion: “Als ik wist dat het mogelijk zou zijn om alle kinderen in Duitsland te redden door ze naar Engeland over te brengen en slechts de helft door ze naar Eretz Israël te vervoeren, dan zou ik voor het tweede alternatief kiezen.’’

Ondanks het Britse kolonisatie-beleid en de antisemitische migratie-quota’s in het Westen waren Joden begin 1947 nog steeds een minderheid in Palestina, 32 procent van de bevolking in bezit van slechts 6 procent van het land. Toch kreeg Israël in 1947 het grootste gebied van historisch Palestina toegewezen door de Verenigde Naties, met slechts 33 stemmen voor (van de 56).

De meerderheid van de voor-stemmen kwam van Europese landen of Europese-settler landen. Een groot deel van de wereld was nog niet gedekoloniseerd en dus niet gerepresenteerd binnen de Verenigde Naties. De Palestijnen zijn nooit akkoord gegaan met deze opdeling, die onder de vleugel van Europese kolonisatie was gerealiseerd.

De etnische zuivering van Palestina

Toch was het grondgebied van de VN-opdeling van 1947 nog niet genoeg voor de zionistische leiders. Palestijnen representeerden nog steeds bijna de helft van de bevolking binnen het Israëlische gebied (en de meerderheid binnen het gebied dat uiteindelijk Israël zou worden).

De zionisten wisten dat etnische zuivering de enige manier was om een ‘Joodse staat’ op te richten in Palestina en vernietigden daarom in 1948-1949 meer dan 500 Palestijnse dorpen. 720.000 Palestijnen, tachtig procent van de bevolking, werd van hun huis verdreven.

Deze misdaad tegen de menselijkheid staat ook wel bekend als Al-Nakba, Arabisch voor de Catastrophe. De Palestijnen binnen het Israëlische gebied waren plotseling een kleine minderheid geworden en leefden tot 1966 onder militair bestuur, met zeer beperkte rechten.

Tijdens de Nakba annexeerde Israël ook grote stukken land bovenop de VN-opdeling, waardoor de Joodse staat vanaf 1948 bijna 80 procent van het grondgebied van historisch Palestina in handen kreeg. Maar de leiding van Israël was vastberaden om ook de rest van historisch Palestina te annexeren, zoals terug is te lezen in verschillende staatsdocumenten uit de jaren 50 en 60.

Tegen de achtergrond van opgelopen spanningen met de Arabische buurlanden greep Israël in juni 1967 de kans om ook de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook te veroveren. De Palestijnen duiden dit aan met Al-Naksa (Arabische voor de Tegenslag’). Nog eens 400.000 Palestijnen werden verdreven uit Palestina.

Net als in 1948 mochten vrijwel geen vluchtelingen na de oorlog terugkeren. De helft van alle Palestijnen woonde daarmee buiten historisch Palestina, voor een groot deel in vluchtelingenkampen in de regio, waar hele generaties in diepe armoede zijn opgegroeid. In totaal zijn er ongeveer 8 miljoen Palestijnse vluchtelingen, meer dan elk ander land in de wereld, inclusief Syrië 1).

De als ‘tijdelijk’ gepresenteerde bezetting van 1967 is inmiddels de langste uit de moderne geschiedenis. Elk jaar, zonder uitzondering, komen er nieuwe joodse kolonisten bij in de bezette gebieden en worden Palestijnen verdreven van hun huis. Sinds 1967 zijn er naar schatting 56.000 Palestijnse huizen verwoest door Israëlische bulldozers in de bezette gebieden, waardoor honderden duizenden Palestijnen zijn ontheemd 2).

De belangrijkste gebieden van de Westelijke Jordaanoever zijn al de facto geannexeerd door Israël, waardoor 90 procent van historisch Palestina nu onder direct bestuur van Israël valt. Er is nauwelijks nog Palestijns gebied over, verspreide sprokkeltjes op de landkaart.

Israëlische Apartheid

In Israël zijn er meer dan 65 discriminerende wetten die een onderscheid maken tussen joodse en niet-joodse burgers. Palestijnen die binnen de 1948-grenzen van Israël wonen, de zogeheten ‘Arabieren,’ mogen zich bijvoorbeeld niet vestigen in 68 procent van door Joden bewoonde gemeenten.

Bijna een kwart van de Palestijnse bevolking binnen Israël is gedwongen ontheemd, ofwel door de Nakba ofwel door voortdurende huisslopingen. Tegelijkertijd kunnen Joods-Israëlische extremisten in straffeloosheid Palestijnen mishandelen en Palestijnse winkels vandaliseren. Israëlische Palestijnen zijn echter wel Israëlische staatsburgers en kunnen dus stemmen en zich verkiesbaar stellen.

De bezette gebieden in de Westelijke Jordaanoever en Gaza zijn de meest brute en openlijke vorm van apartheid, waar Palestijnen geen elementaire civiele en politieke rechten hebben. In de Westelijke Jordaanoever zijn er regelmatige liquidaties, arrestaties en martelingen door de Israëlische veiligheidsdiensten.

Een op de vijf Palestijnen in de bezette gebieden hebben in een Israëlische gevangenis gezeten, waar ze door vooringenomen militaire rechtbanken in 99 procent van de gevallen worden veroordeeld. Marteling door de Israëlische veiligheidsdiensten is de-facto gelegaliseerd en wordt structureel toegepast, ook tegen minderjarigen.

Naar schatting worden 75 procent van de gearresteerde Palestijnse kinderen in de Westelijke Jordaanoever fysiek afgeranseld door de Israëlische veiligheidsdiensten. Door de grote aanwezigheid van joodse kolonisten in de Westelijke Jordaanoever is het apartheidssysteem daar het meest opzienbarend. Denk aan talloze militaire checkpoints voor Palestijnen en wegen en gebieden die exclusief voor kolonisten zijn. 62 procent van het grondgebied in de Westelijke Jordaanoever is verboden toegang voor Palestijnen.

De Israëlische autoriteiten beheren ook de waterbronnen in de Westelijke Jordaanoever die zeer beperkt worden gedeeld met de lokale Palestijnen. De joodse kolonisten leven ondertussen in welvaart, met goede elektriciteit, watervoorziening en de bescherming van het leger en politie, ook als ze in straffeloosheid de lokale Palestijnse bevolking terroriseren.

Palestijnen binnen de bezette gebieden hebben geen stemrecht in Israël, terwijl zij al bijna 55 jaar onder een Israëlische bezetting leven. Sinds de jaren 1990 hebben de Palestijnen wel zeer beperkt ‘zelfbestuur’ in slechts 10 procent van historisch Palestina. Door verschillende akkoorden rondom ‘veiligheidscoördinatie’ is de Palestijnse Autoriteit verplicht om te collaboreren met de Israëlische bezettingsmacht (Hamas in Gaza weigert dat te doen en betaalt daar een hoge prijs voor).

De Israëlische bezetting tolereert daarbij geen democratische inspraak. Palestijnse parlementsleden worden regelmatig gevangen gezet en de vrijheid van pers en samenkomst is zeer beperkt (waar de Palestijnse Autoriteit ook een belangrijke rol in speelt) 3). Sinds 2008 zijn meer dan 71,000 Palestijnen verwond door Israëlische troepen tijdens demonstraties 4).

Toch zijn de verzetspartijen het populairst waardoor Israël geen vrije verkiezingen tolereert. Bij de laatste verkiezingen in 2006 won Hamas, waarna Israël en de Verenigde Staten samen met de Fatah-partij een coup pleegden in de Westelijke Jordaanoever (en een mislukte coup in Gaza).

Dit is extra ironisch aangezien de opkomst van Hamas eerder was gesteund door Israël om de seculiere verzetsbeweging Fatah te ondermijnen. Sindsdien zijn er geen nieuwe verkiezingen uitgeschreven.

Er zouden dit jaar wel verkiezingen komen, maar deze zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld nadat duidelijk werd dat Hamas weer zou winnen en de partij van de opgesloten Marwan Barghouti, die een dissidente vleugel van de Fatah-partij leidt en ook voor een Palestijnse vrijheidsstrijd pleit, op nummer drie zou komen.

Oorlogsmisdaden in Gaza

In 2005 trok Israël alle kolonisten en militairen terug uit Gaza. De Israëlische premier gaf toe dat dit vooral het doel had om de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever te consolideren, een groter en strategisch veel belangrijker gebied. Maar Israël controleert onverminderd de grenzen, de zee en het luchtruim van Gaza, voert regelmatig liquidaties uit en bepaalt exact wat er wel en niet binnenkomt.

Door de Israëlische wurggreep op de Gazaanse import en export – gecombineerd met regelmatige bombardementen op essentiële infrastructuur – is het gebied sinds 2020, in de woorden van de Verenigde Naties, voor mensen ‘onleefbaar’ geworden.

Er is nauwelijks meer schoon drinkwater, elektriciteit of werk. De helft van de bevolking heeft onvoldoende voedsel en drinkwatervervuiling is de leidende doodsoorzaak geworden onder kinderen. De Gaza-ghetto wordt doelbewust in erbarmelijke leefomstandigheden gehouden door het Israëlische regime.

De Israëlische historicus Ilan Pappé noemt het Israëlische beleid richting Gaza een ‘incrementele genocide.’ Patricia Davis, voormalig directeur van de Guatemala Human Rights Commission, documenteerde bij de Israëlische aanvallen in 2014 schokkende parallellen met de genocide tegen de Ixil Maya’s in Guatemala, waarbij 1.771 burgers werden gedood (5,5 procent van de bevolking).

In beide oorlogen waren er ‘slachtoffers aan beide kanten,’ dat als excuus werd gebruikt om een onderdrukte bevolking collectief te straffen en structureel burgerdoelwitten onder vuur te nemen. Deze overeenkomsten zijn geen toeval: Israël was direct betrokken bij de genocide in Guatemala, als de belangrijkste militaire bondgenoot van de dictatuur van Rios Montt.

In alle recente oorlogen in Gaza – 20062008201220142021 – zijn raketaanvallen van Hamas uitgelokt door Israëlische schendingen van (staakt-het-vuren-) akkoorden[5]. Israël heeft ook tijdens het laatste conflict herhaaldelijk een staakt-het-vuren-aanbod van Hamas afgewezen.

Dat staat nog los van het recht van de Palestijnen op gewapend verzet tegen een militaire bezetting, dat verankerd staat in het internationaal recht. Toegegeven, dat betekent niet dat Hamas het recht heeft om op burgerdoelwitten te schieten. Maar Hamas heeft vooral zelfgemaakte raketten die nauwelijks kunnen richten, waardoor de helft van de raketten nog altijd in open velden landen.

Toch zijn bijna 70 procent van de Israëlische slachtoffers door Palestijnse gewapende groepen sinds 2008 militairen 6). Israël heeft de meest moderne, precisie-geleide raketten waarmee het kinderen, vrouwen, scholen, ziekenhuizen en media bombardeert. Bijna 80 procent van de Palestijnse slachtoffers door Israëlische troepen zijn burgers 7).

Tijdens de Eerste Intifada (volksopstand) van 1987- 1993, stierven 179 Israëliërs en 1204 Palestijnen. Het Israëlische leger kreeg orders om de botten van demonstranten te breken, waardoor het aantal gewonden vele malen hoger lag.

De internationale kinderrechten ngo Save the Children schatte dat 23.600 tot 29.900 Palestijnse kinderen door de Israëlische afranselingen in het ziekenhuis belandden, waarvan een derde onder de tien jaar oud. Sindsdien is de moorddadigheid van Israël alleen maar toegenomen.

Sinds 2008 stierven 260 Israëliërs en werden 5.700 Israëli’s verwond, tegenover 5.660 Palestijnse doden en 123.000 Palestijnse gewonden. Palestijnse kinderen zijn een groot aandeel van de slachtoffers, met ongeveer 3.000 gedode Palestijnse kinderen tussen 2000 en 2020. In elk jaar, in elke maand, zonder uitzondering, sterven Palestijnen in grotere aantallen dan Israëliërs.

Tijdens de Israëlische invasies worden hele families in hun slaap gedood door bombardementen. Vele Palestijnen in Gaza verspreiden hun kinderen daarom over meerdere huishoudens om te voorkomen dat de hele familie in één aanslag wordt weggevaagd.

Tijdens de laatste Israëlische aanval waren bijna de helft van de Palestijnse doden vrouwen en kinderen. Israël verwoeste 1.000 huizen en beschadigde 50 scholen en 12 ziekenhuizen, alsook water en elektriciteitsvoorzieningen. Door de Israëlische blokkade zullen deze voorzieningen niet of nauwelijks gerepareerd kunnen worden, waardoor de bevolking van Gaza in een diepe humanitaire crisis zal achterblijven.

Israël beweert dat Hamas de bevolking van Gaza als menselijk schild gebruikt, maar levert nooit bewijs voor haar claims. Ook onafhankelijke onderzoeken van internationale organisaties zoals Amnesty International en de Associated Press hebben daar nooit bewijzen voor kunnen leveren.

Ondertussen hanteert het Israëlische leger de Dahiya-doctrine als officieel beleid. De doctrine is vernoemd naar een Israëlische slachting in de Dahiya wijk van Beirut, dat in 2006 door Israël werd platgebombardeerd als collectieve straf voor het verzet van Hezbollah.

In de woorden van de verantwoordelijke Israëlische generaal, Aluf Gadi Eisenkot: ‘’We zullen onevenredige macht uitoefenen tegen elk dorp van waaruit op Israël wordt geschoten en enorme schade en vernietiging veroorzaken. Vanuit ons perspectief zijn dit geen burgerdorpen, het zijn militaire bases.’’

Gezien de bevolkingsdichtheid van Gaza, twee miljoen mensen op een gebied ter grootte van de Nederlandse gemeente Apeldoorn, betekent de Dahiya-doctrine dat alle burgers van Gaza een doelwit zijn. Tijdens de laatste bombardementen van Israël benadrukte de minister van Defensie, Benny Gantz, nog eens expliciet: ‘geen persoon, gebied of buurt in Gaza is gevrijwaard.’

Maar zelfs tijdens de ‘Great March of Return,’ toen inwoners van Gaza ongewapend en vredig, zonder enige betrokkenheid van Hamas, naar de Israëlische bezettingsmuur liepen, werden ze massaal afgeslacht. Er was logischerwijs geen enkele dode of gewonde aan de kant van Israël.

193 van de demonstranten werden geëxecuteerd door Israëlische snipers, waaronder kinderen, ouderen, gehandicapten, zorgmedewerkers, persmedewerkers en vrouwen. Nog eens 9.000 Palestijnen werden verwond door Israëlische kogels. Met of zonder gewapend verzet, slacht het Israëlische leger de burgerbevolking van Gaza af.

Israëlisch imperialisme

Sinds 1948 heeft Israël negen oorlogen gevoerd met Arabische buurlanden, waaronder Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon, waarbij 86 procent van de doden aan de Arabische kant vielen 7). In totaal stierven ruim 100.000 Arabieren en Palestijnen door Israëlisch militair geweld 9).

Grote delen van Egypte en Libanon zijn langdurig door Israël bezet geweest, en de Golanhoogten van Syrië zijn dat nog steeds. Hoewel Israël graag beweert dat het in een vijandige regio leeft, begon zij vrijwel alle oorlogen.

Zeev Maoz, een Israëlische politieke wetenschapper werkzaam bij de Tel Aviv Universiteit, vatte de gehele mainstream literatuur over de Arabisch-Israëlische conflicten samen in zijn boek Defending the Holy Land. Zijn conclusie stelt onomwonden vast: ‘’Geen van de oorlogen – met een mogelijke uitzondering van de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 – was waar Israël naar verwijst als een Milhemet Ein Brerah (“oorlog van noodzaak”). Het waren allemaal oorlogen van keuze of oorlogen van dwaasheid.’’

De militaire invasies van Israël zijn primair gericht tegen machten in de regio die strijden tegen westers imperialisme, van het seculiere pan-Arabisme in de jaren 1950, 60 en 70 tot het huidige verzet van de islamistische Hezbollah en Iran. Dat is ook de reden dat Israël uitvoerig gefinancierd en bewapend wordt door de Verenigde Staten en de Europese Unie (aan de Palestijnse kant worden geen wapens gestuurd, en is financiële hulp beperkt tot de Fatah partij).

Israël is een imperialistische proxy-macht van het Westen, of in de woorden van Theodor Herzl: ‘de wal van Europa tegen Azië, een buitenpost van beschaving in een zee van barbaarsheid.’ Dat gold ook voor Apartheid Zuid-Afrika, dat pro-koloniale en anti-communistische oorlogen voerde in Namibië, Angola, Zimbabwe, Zambia en Mozambique, waardoor het racistische regime lange tijd gesteund en bewapend werd door Westerse machten.

Ook buiten het Midden-Oosten traint Israël sommige van de meest brute politie- en legermachten in de wereld. De drie belangrijkste bondgenoten van Israël in Latijns-Amerika – ColombiaBrazilië en Chili – worden allemaal aangeklaagd bij het Internationaal Strafhof in Den Haag wegens misdaden tegen de menselijkheid.

Israël had ook innige banden met bijna alle Latijns-Amerikaanse dictaturen van de jaren 1970 en 80, inclusief de meest antisemitische regimes. Zo was Israël een van de belangrijkste wapenleveranciers van de Argentijnse junta van 1976 tot 1983, die disproportioneel veel Joden arresteerde, martelde en executeerde. Naar schatting werden meer dan 3.000 Joden vermoord door de Argentijnse junta, in slechts zeven jaar tijd.

Ter vergelijking: er stierven minder dan 6.000 Israëlische/joodse burgers bij alle aanslagen, oorlogen en conflicten met Palestijnen en Arabische buurlanden, sinds de opkomst van het zionisme in de 19de eeuw 10) En nog steeds onderhoudt Israël banden met regimes in Oost-Europa die antisemitische uitspraken doen, zoals dat van Victor Orban.

Ook Apartheid Zuid-Afrika had innige militaire banden met Israël, waarbij Israël ook nucleaire wapentechnologie deelde met het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Als de media-druk door mensenrechtenorganisaties in de Verenigde Staten te groot wordt, nemen de Amerikaanse veiligheidsdiensten contact op met Israël om het vuile werk voor ze te doen.

Zo leverde Israël in opdracht van de CIA in de jaren 1980 wapens aan de contrarevolutionaire doodseskaders in Nicaragua, berucht om hun oorlogsmisdaden en executies van vrouwen en kinderen. De rol van Israël als speerpunt van het Westerse imperialisme maakt solidariteit met de Palestijnen niet alleen een Palestijnse vrijheidsstrijd, maar een cruciale strijd voor alle volkeren wereldwijd.

Net als de strijd tegen Apartheid Zuid-Afrika zal een wereldwijde boycot cruciaal zijn om de Israëlische kolonisatie in Palestina en haar misdaden van etnische zuivering en apartheid een halt toe te roepen.

Wereldwijd zijn er nu protesten aan de gang, met de grootste en meest indrukwekkende solidariteitsmanifestaties in Jemen, een land dat wordt geconfronteerd met een genocide door Amerikaans-gesteunde regimes in de regio.

De Palestijnen wijzen ons de weg. Binnen Israël hebben Palestijnse organisaties, voor het eerst sinds 1936, een algemene staking uitgeroepen. Vergelijkbare druk zal moeten worden opgevoerd in het Westen om de steun van Westerse overheden aan Israël voor eens en voor altijd stop te zetten.

 Noten

1. Een groot deel van deze vluchtelingen zijn Nakba-vluchtelingen in de bezette Palestijnse gebieden, alsook generaties die zijn opgegroeid in de vluchtelingenkampen buiten historisch Palestina.

2. Daarbovenop kunnen nog eens een kwart miljoen Palestijnen niet terugkeren naar de Westelijke Jordaanoever of Gaza omdat Israël de afgelopen decennia hun burgerschap heeft opgezegd.

3.  De Palestijnse Autoriteit tolereert zelf ook weinig vrijheid van pers en samenkomst.

4.  Stenen gooien bij een demonstratie is genoeg voor de VN-cijfers om de doden/gewonden niet mee te tellen.

5.  De laatste raketaanvallen van Hamas waren uitgelokt door Israëlische schendingen in Oost-Jeruzalem, i.t.t. directe staakt-het-vuren akkoorden met Hamas. De overige schendingen gingen om directe akkoorden met Hamas.

6.  Ruim 75 procent voor de VN cijfers tussen 2008 – 2020. Ik heb de laatste cijfers toegevoegd, waardoor het percentage wat daalt.

7.  Ik ga uit van de cijfers die bekend zijn (exclusief de betwiste slachtoffers dus) voor geheel Palestina sinds 2008, doden door Israëlische settlers niet meegerekend (dat zijn alleen maar Palestijnse burgers). De VN telt politieagenten niet mee als burgerslachtoffers. Als je dat wel doet zou het percentage burgerslachtoffers nog een stuk hoger liggen.

8.  Grensconflicten met de PLO niet meegerekend. Zuid-Libanon oorlog van 1985-2000 in samenwerking met de SLA milities wel meegerekend, alsook Israëlische bombardementen in Syrië sinds 2013.

9.  Bovenop de cijfers van het Jewish Virtual Library voeg ik toe: 2046 doden voor Zuid-Libanon 1985-2000; 509 doden in Syrië door Israëlische bombardementen sinds 2013; 1857 doden in Israël/Palestina sinds 2008 die niet onder de 3 genoemde militaire operaties vallen; 4000 doden tijdens de Fedayeen; 1500 doden bij de Israëlische invasie van Libanon in 1972; 398 doden voor overigen, zoals de Qibya slachting. Dat brengt een totaal van 100.906 doden.

10.  Naar schatting 5563 doden. Bijna de helft (2400) in de regionale oorlog van 1948-1949, naar aanleiding van de Nakba. Alle overige oorlogen met Arabische buurlanden: 579 Israëlische burgerdoden. Nog eens 1019 joodse burgerdoden tijdens de Britse mandaatperiode (1920-1948), geen doden daarvoor. Tussen 1951 en 1967: 280 Israëlische burgerdoden bij de Palestijnse Fedayeen. 1968 – 1987: 451 Israëlische burgerdoden door aanslagen. Sinds de eerste Intifada in 1987 tot september 2000: 271 Israëlische burgerdoden. Sinds de tweede Intifada (september 2000): 828 Israëlische burgerdoden. Bijna 400 van de burgerdoden sinds 1987, ruim een derde, waren Israëlische kolonisten in de bezette Palestijnse gebieden.

Dit artikel is overgenomen van De Wereld Morgen.

Dossier
Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.