In Portugal is een nieuwe fase van strijd van start gegaan

Eind juni hebben links en de arbeidersbeweging in Portugal een onwaarschijnlijke overwinning behaald: het wetsvoorstel van de regering voor een arbeidshervorming, dat het arbeidsrecht grondig zou herzien, werd in het parlement verworpen. De maatschappelijke druk was zo groot – met twee algemene stakingen, tientallen demonstraties en een debat waarin de meerderheid van de publieke opinie zich tegen het extreem regressieve programma van de regering keerde – dat extreemrechts, uit angst voor de electorale gevolgen van een voortdurende steun voor een uiterst impopulair voorstel, van koers veranderde en zich uiteindelijk aansloot bij de linkse partijen om het pakket arbeidsmaatregelen van de regering te verwerpen.

Die strijd markeerde het begin van een nieuwe vertrouwenscyclus voor de volksbeweging. De regering, die in het parlement in de minderheid is, heeft de arbeidsvraagstukken op een laag pitje gezet en wilde het onderwerp veranderen. Enerzijds zorgde ze ervoor dat de PS zich bij de stemming over de ontwerpbegroting van de staat van stemming onthield en anderzijds sloot ze een akkoord met extreemrechts over een nieuwe wet op de huurovereenkomsten die in de praktijk bijna alle rechten van huurders afschaft.

Een betalingsachterstand van twee maanden kan leiden tot uitzetting. Er geldt geen maximum meer voor de hoogte van de borgsom bij het huren van een woning. Het aantal huurtermijnen dat een huurder bij het ondertekenen van een huurovereenkomst vooruit moet betalen, wordt verhoogd naar drie. De limiet van 2 procent op huurverhogingen wordt afgeschaft.

Met dit voorstel wordt de huurmarkt, waar mensen terechtkomen die geen eigen woning kunnen kopen, nog ruwer – in het land van de eurozone waar de vastgoedprijzen het sterkst zijn gestegen, waar slechts 2 procent van de woningen sociale huurwoningen zijn, waar de huurprijs per vierkante meter de afgelopen vijf jaar is verdubbeld, waar mensen gemiddeld 50 procent van hun inkomen aan huur besteden, alleen al voor de geregistreerde huurcontracten (dat wil zeggen: nog meer als we de informele markt meerekenen) en waar het armoedecijfer stijgt van ongeveer 15 procent naar 27 procent als we de woonlasten meerekenen.

De oorzaken van de huisvestingscrisis

Vanuit links zijn het in twijfel trekken van de woningnood, het overmatige bezit van onroerend goed en de hebzucht de punten waarop de kritiek op het kapitalisme het meest succesvol is geweest. Geen woning hebben betekent dat men niet beschikt over de basis die nodig is om een goed, waardig, evenwichtig en zorgeloos leven te leiden. Geen woning hebben of niet weten hoe lang men die nog zal hebben, is een bron van angst en van lichamelijke en geestelijke aandoeningen.

Hoewel het waar is dat het liberalisme op eigendom gebaseerd is om mensen te creëren die bang zijn alles te verliezen, heeft het ook mensen voortgebracht die nu geen angst meer kennen, want als je geen woning hebt, wat heb je dan nog te verliezen? Dat was het geval in Graz, in Berlijn, ook in Catalonië, in New York… De moed hebben om de renteniers van de reproductie het hoofd te bieden, werd een van de grootste krachten van links.

In Spanje, in Madrid, tegen Ayuso, heeft de huurdersbond een golf van solidariteit op gang gebracht tegen de uitzetting van iemand die, hoewel kwetsbaar, de kracht had om van de strijd voor het recht op huisvesting een gemeenschappelijke strijd voor iedereen te maken. Maricarmen heeft weerklank gevonden in Portugal. In tegenstelling tot wat de huidige premier beweert, zijn er in Portugal talrijke 'Maricarmes' geweest, slachtoffers van de Cristas-wet [huurwet 2012] en de mensen – jong en oud – vergeten dat niet. Maar de golf die we recentelijk meemaken, en na het individualisme van de pandemie, begint daar niet.

In Portugal begon de kritiek al ten tijde van de regering met absolute meerderheid van de Socialistische Partij. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt in de periode dat de parlementaire meerderheid steunde op links, is het een feit dat die op het gebied van huisvesting mager was: ondanks enkele wijzigingen in de huurwet in 2018 en een kaderwet in 2019 is het probleem alleen maar groter geworden.

Er ontbrak de moed om terug te komen op de maatregelen die internationaal kapitaal naar de vastgoedsector trokken, om huurprijsbeheersing in te voeren zoals andere landen dat hebben gedaan, om toeristische kortetermijnverhuur te beperken, kortom, om huisvesting te beschouwen als meer dan alleen een afzonderlijke sector van de economie en maatregelen in te voeren die daadwerkelijk een ommekeer in de ingeslagen koers en de toegankelijkheid van huisvesting zouden garanderen.

Tot aan de val van de regering van de Socialistische Partij in 2024 waren er drie grote demonstraties georganiseerd door een platform van bewegingen voor huisvesting, die hebben geleid tot de goedkeuring van nieuwe, zij het bescheiden, wijzigingen. Ondanks de nieuwe investeringen in sociale woningbouw, ondersteund door het Herstel- en Veerkrachtplan, verliep alles traag, gezien de gulzigheid van de dualistische en geliberaliseerde markt die in Portugal is ontstaan. Meer dan 70 procent van de bevolking is eigenaar van de woning waarin ze wonen, iets meer dan 20 procent is huurder en slechts 2 procent woont in sociale woningen.

Jongeren, arbeiders en de bevolking in het algemeen hebben tegenwoordig enorme moeite om een woning te huren of te kopen. Met de machtsovername door de in mei 2025 gekozen rechtse regering is de toon veranderd: het probleem wordt nu voorgesteld als een gebrek aan nieuwbouw en de schuld wordt bij immigranten gelegd. Maar, zoals we al wisten en zoals we vandaag de dag kunnen benadrukken, is het echte probleem het weglekkende aanbod van woningen naar andere markten, leegstaande woningen, overbevolkte woningen, het ontbreken van grenzen aan het eigendomsrecht en het vasthouden aan het idee dat de markt alles wel zal oplossen. Dat zal niet gebeuren.

Een nieuwe reeks protestacties

De stijging van de kosten van levensonderhoud, met name die van brandstoffen, en de goedkeuring (ook al heeft de definitieve stemming nog niet plaatsgevonden) van de wet op de huurovereenkomsten hebben de voorwaarden geschapen voor een nieuwe reeks protestacties. Op 10 oktober riep een platform van verschillende collectieven en verenigingen, genaamd 'Não Dá Mais' ('Dit kan zo niet langer'), op tot demonstraties tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud in vijf steden, waaraan enkele duizenden mensen deelnamen.

In Porto, waar de mobilisatie in het noorden van het land de meeste weerklank vond, sloot die demonstratie zich aan bij twee andere acties – ter ondersteuning van Palestina en voor het behoud van een historische markt (de Bolhão) die zeer symbolisch is voor de stad – en werd gevolgd door een oproep om aan het einde van de bijeenkomst een kamp op te zetten, door het plein te bezetten waar de bijeenkomst had plaatsgevonden, geïnspireerd door de wind uit Spanje en de golf van verontwaardiging die was ontstaan door de dood van Maricarmen.

De eerste nacht werden er zo’n dertig tenten opgezet, die bleven staan. De tweede nacht waren dat er zo’n vijftig. Het kamp zou aan het einde van de tweede nacht door de gemeentelijke diensten worden ontruimd. De activisten riepen via sociale media op tot een nieuwe demonstratie op dezelfde plek, om tijdens een openluchtvolksvergadering te beslissen of ze het kamp zouden heropenen. De burgemeester verklaarde diezelfde dag dat hij 'absoluut meedogenloos' zou zijn als het plein opnieuw door tenten zou worden bezet. Maar zelfs dat schrok de organisatoren van het kamp niet af; ze bouwden het opnieuw op, met meer mensen en meer steun.

Om 3 uur ’s nachts, toen er geen journalisten meer op het plein waren, gaven de regering en het stadhuis gezamenlijk opdracht tot een brute politie-aanval op enkele tientallen vreedzame activisten die de nacht op het plein doorbrachten. Vreemd genoeg was het precies twintig jaar geleden op diezelfde dag dat een bezettingsactie van het stadstheater op datzelfde plein was begonnen. De met mobiele telefoons opgenomen video’s schokten de publieke opinie en de stad. Nog diezelfde dag stroomden duizenden verontwaardigde mensen het plein op tijdens een enorme demonstratie die ook tot aan de deuren van het stadhuis trok. De beweging groeide niet alleen explosief in omvang, maar begon ook reacties in andere steden op te wekken en een enorme golf van solidariteit te veroorzaken. Zelfs de pogingen van de regering en sommige commentatoren om de activisten te stigmatiseren en hen de schuld te geven van het 'uitlokken van de politie' hadden geen effect.

Al tien dagen lang is het plein aan het eind van de middag en ’s avonds nog steeds gevuld met duizenden mensen, met een cultureel programma en workshops, terwijl de organisatoren zorgen voor het dagelijkse beheer van de catering, de veiligheid en de schoonmaak. Afgelopen weekend is er ook een nieuw kampement ontstaan in Lissabon, evenals in Coimbra. Tijdens de door de CGTP (de grootste Portugese vakbondsfederatie) georganiseerde vakbondsdemonstratie tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud, op 17 oktober, kwamen de vakbondsorganisaties en de 'mensen van het kamp' samen in een heterogene menigte, zowel qua leeftijd als qua sociale achtergrond, die terugkeerde naar het plein in Porto. Diezelfde avond werd het kamp in Porto heropend met duizenden mensen, waarvan er enkele honderden ter plaatse de nacht doorbrachten. Er is een nieuwe cyclus van mobilisaties ontstaan, met als volgende grote nationale bijeenkomst een landelijke demonstratie op 14 november.

Op dit moment is het onmogelijk te voorspellen hoe de beweging zich zal ontwikkelen. De huisvestingskwestie staat echter al centraal in het publieke debat, ook al probeert de regering de discussie te verleggen naar 'geweld' of naar de legitimiteit van de bezetting van de openbare ruimte met tenten. Er is vooruitgang geboekt, met name tijdens de demonstraties van 17 oktober, in de samenloop tussen de mobilisaties voor huisvesting en de vakbondsacties. De politieke partijen staan onder druk om oplossingen te bieden voor de huisvestingscrisis en extreemrechts begint nu al terug te komen op zijn toezeggingen met betrekking tot de nieuwe wet op de huurovereenkomsten, die daardoor door de volksmobilisatie zou kunnen worden verworpen, zoals ook het geval was met het pakket arbeidsmaatregelen van de regering.

Er wordt ook gediscussieerd over de impact van de Spaanse algemene staking op de agenda en het repertoire van de strijd in Portugal. Het staat vast dat de lethargie is doorbroken en dat we te maken hebben met een nieuwe cyclus van collectieve actie, met een sterke deelname van jongeren, die nu al een nieuw collectief bewustzijn aan het creëren zijn en die blijvende gevolgen zou kunnen hebben voor de hervorming van het volkskamp en de krachtsverhoudingen in het land.

Maria Manuel Rola en José Soeiro maken deel uit van de leiding van het Linkse Blok, de brede antikapitalistische partij in Portugal.

Dit artikel stond op Inprecor. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.