Portugal: stakers weigeren te betalen voor crisis

Volgens cijfers van de vakbonden ging op 24 november niet minder dan de helft van de Portugese arbeiders in staking. Deze staking kwam slechts vier maanden na de landelijke verkiezingen en werd georganiseerd door de belangrijkste Portugese bonden. Aan het einde van de dag trok een massale demonstratie met tienduizenden mensen door Lissabon naar het parlement.

De staking was het antwoord van Portugese arbeiders op het begrotingsvoorstel voor 2012. De regerende partij in Portugal is de PSD, de Sociaal-Democratische Partij: de naam is misleidend, dit is een rechtse partij. Durão Barroso, president van de Europese Commissie, is er lid van en in het Europarlement maken ze deel uit van de Europese Volkspartij waar ook de CDA Europarlementariërs deel van zijn. Hiervoor werd Portugal acht jaar lang geregeerd door de Socialistische Partij, een partij die wel voortkomt uit de sociaaldemocratische traditie maar in navolging van bijvoorbeeld Tony Blair of de Griekse ex-premier Papandreus een neoliberaal beleid voerde van privatiseringen van openbare diensten en het deregulariseren van de arbeidsmarkt en de financiële sector.

Tegen het einde van hun regeerperiode tekende de SP een verdrag met het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie (de 'trojka') dat Portugal verplichte tot strenge bezuinigingen, verdere privatiseringen en een verdere liberalisering van de arbeidsmarkt. Dit akkoord werd gesteund door PSD die spoedig daarna de verkiezingen zou winnen. Als tegenprestatie kreeg Portugal een lening van 76 miljard euro tegen 35 miljoen rente. Van elke zeven euro's die Portugal leende gaat er een naar de banken. De internationale en lokale pers noemt dat 'hulp'. Maar deze maatregelen zullen niks doen om problemen veroorzaakt door de overheidsschuld op te lossen maar nekken wel voor jaren, zo niet decennia, de kans op economisch herstel.

Structurele zwaktes
De Portugese economie gaat gebukt onder structurele problemen waar niks aan gedaan wordt. Het land industrialiseerde relatief laat en specialiseerde in producten met lage technische vereisten, zoals textiel en schoenen, die het vooral moesten hebben van hun lage prijs. De laatste decennia heeft Portugal grote moeite gehad op te boksen tegen internationale concurrentie. Veel van deze sectoren zijn zowat vernietigd en de werkloosheid is dan ook toegenomen. En dit in een land met een zwak sociaal vangnet dat pas na de April Revolutie in 1974 vorm kreeg.
De zwakke Portugese verzorgingsstaat wordt nu bedreigd door de bezuinigingsmaatregelen, ook al had de regering wel 550 miljoen over om een bank te redden die een paar maanden later voor slechts 40 miljoen euro verkocht werd (de Banco Português Negócios, BPN). Deze bank ging failliet onder de leiding van enkele personen met nauwe banden met de regerende PSD; enkele van hen waren zelfs leden van de regering toen PSD-er Aníbal Cavaco Silva, nu president, premier was. José Oliveira e Costa, ook PSD-lid, was de voorzitter van BPN tussen 1997 en begin van 2008 en zit nu vast op verdenking van het witwassen van geld, fraude, belastingontduiking en andere vormen van corruptie. Ook het huidige bestuur van de bank staat dicht bij de regeringspartij. Cavaco Silva profiteerde zelf: hij kocht aandelen van de bank tegen voor veel minder dan hun normale marktprijs.
De bezuinigingen betekenen een zware klap voor de koopkracht van de Portugezen en het lijkt er niet op dat de binnenlandse markt veel kans op economische groei zal bieden. De Portugese markt heeft erg veel moeite internationaal te concurreren. Ten eerste is de Portugese economie zoals gezegd weinig technisch ontwikkeld. Een tweede probleem is dat Portugal deel uitmaakt van de Eurozone: de dure Euro maakt Portugese producten weinig aantrekkelijk voor de export en EU regels maken het onmogelijk om de waarde van de Euro naar beneden bij te stellen. Volgens cijfers van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) werkten Portugese arbeiders gemiddeld 1714 uur in 2010 (ter vergelijking: Nederlandse arbeiders werkten gemiddeld 1377 uur).
De overeenkomst tussen de trojka en de Portugese regering, met steun van de twee grootste partijen, was het gevolg van voortdurende moeilijkheden van de Portugese economie om aan krediet te komen. De financiële markten zijn huiverig krediet te verstrekken aan een zo zwakke, zelfs stagnerende economie en vanwege de stijgende Portugese schulden. De Portugese economie raakte nog dieper in de moeilijkheden als gevolg van opeenvolgende afwaarderingen van de Portugese staat en banken door de internationale kredietagentschappen. Hierdoor moesten de Portugezen steeds hogere rentes gaan betalen.
Slechts een dag voor de algemene staking werd de Portugese kredietwaardigheid weer afgewaardeerd, een gevolg van nieuwe prognoses voor de ontwikkeling van het Portugese BNP dat in 2011 naar verwachting met drie procent zal dalen. De bezuinigingsmaatregelen waren mede ingegeven door de afwaardering van de Portugese kredietwaardigheid maar nadat deze werden ingevoerd zonk de beoordeling nog verder. De Portugese economie is gevangen in een vicieuze cirkel.
De geplande begroting voor 2012 stelt bezuinigingen voor die nog verder gaan dan die afgesproken werden met de trojka. Onder andere energiemaatschappijen, de gezondheidszorg en televisie dienen te worden geprivatiseerd en de loon- en consumptie belastingen gaan omhoog, inclusief belastingen op dagelijkse benodigdheden en diensten als voedsel en elektriciteit. Vervoer wordt duurder en iedereen moet elke dag meer dan een half uur langer werken zonder daar betaald voor te krijgen. Ook komt er een einde aan de twee extra maanden die Portugese arbeiders nu nog krijgen (in plaats van 14 nog maar 12 uitbetalingen, het minimumloon is 475 euro, het gemiddelde loon van een Portugese arbeider ligt onder de 900 euro).
Er komen echter geen hogere winstbelastingen. Niet in staat om de waarde van de valuta aan te passen, komt de Portugese economie terecht in een proces van 'interne devaluatie'; hogere werkloosheid en meer armoede en sociale uitsluiting om zo de kosten van productie te drukken.

Onvrede en perspectiefloosheid
Het succes van de stakingsoproep laat duidelijk het verzet tegen deze plannen en de gevolgen ervan zien. Het werkloosheidcijfer staat nu op 13 procent (boven de 30 procent voor jongeren), hoger onderwijs wordt steeds minder toegankelijk en het aantal daklozen stijgt. Het algemene gevoel van hopeloosheid voedde het grootschalige protest tegen een nog maar pas verkozen regering. Het beleid van deze regering is er slechts op gericht de schuld te verminderen maar het biedt geen perspectief voor het ontwikkelen van de economie of manieren om de negatieve sociale gevolgen van de bezuinigingen te compenseren.
De staking vond plaats slechts een maand na zeer grote betogingen in verschillende steden op 15 oktober. Alleen al in Lissabon gingen toen meer dan 100.000 mensen de straat op. Toch verloor links in de laatste verkiezingen; het Links Blok kreeg slechts vijf procent van de stemmen (in 2009 was het nog negen procent) en de Portugese Communistische Partij (een traditioneel Communistische partij met een sterke invloed in de vakbeweging) viel terug van 10 naar 7 procent. Links faalde duidelijk in het presenteren van een overtuigend alternatief. Een voorbeeld van het gebrek aan linkse visie: nog geen enkele partij heeft voorgesteld de betaling van de buitenlandse schuld op te schorten, zoals recentelijk gebeurde in IJsland of tien jaar geleden in Argentinië. Onder de bevolking groeit de onvrede en het protest maar het politieke systeem biedt geen oplossingen.

Tags

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.