Een nieuwe Cubaanse economie?

Op 18 juni onthulde Manuel Marrero Cruz, de Cubaanse premier, een 176-puntenprogramma om de Cubaanse economie radicaal te herstructureren. Marrero sprak zijn toehoorders in de Nationale Assemblee van de Volksmacht toe met het argument dat 'socialistische planning de regels van de markt niet uitsluit, maar juist moet integreren en reguleren'. Zoals gebruikelijk in de eenpartijstaat Cuba, kan wat politieke leiders niet openlijk verklaren belangrijker zijn dan wat expliciet wordt vermeld.

Zo zei Marrero met geen woord iets over het feit dat de hervormingen werden ingegeven door de herhaalde ultimata van president Donald Trump en minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio aan de Cubaanse regering om radicale veranderingen in de richting van de markt en het kapitalisme door te voeren. Anders zou Cuba te maken krijgen met nog drastischer verscherpingen van de door Trump opgelegde blokkade, waaronder het verhinderen van de invoer van olie door de Cubaanse regering, waardoor de stroomuitval waar het Cubaanse volk al maanden onder lijdt, nog langer zou duren.

Bovendien heeft Trump verschillende rederijen, zoals Hapag-Lloyd, en buitenlandse hotelketens, zoals het Spaanse Meliá, effectief onder druk gezet om Cuba te verlaten. Tegen de achtergrond van Trumps luidruchtige steun voor de draai naar rechts van Latijns-Amerikaanse landen zoals Argentinië, Chili, Bolivia, Colombia en Peru, moeten de maatregelen tegen Cuba worden gezien als onderdeel van wat de Cubaanse schrijver Rafael Rojas treffend heeft genoemd 'de weg naar een herkolonisatie van Cuba'.

Een centraal element van de 176 hervormingen is om Cubaanse staatsbedrijven zo veel mogelijk op reguliere kapitalistische ondernemingen te laten lijken, zonder dat de Cubaanse staat de economische controle volledig verliest. Hoewel de regering dus de meerderheidscontrole over de staatsbedrijven zal behouden, zullen staatsbedrijven aandelen in andere ondernemingen kunnen kopen en hun eigen aandelen kunnen verkopen aan elke investeerder, inclusief buitenlanders en Cubanen die in het buitenland wonen. Bedrijven die met buitenlands kapitaal zijn opgericht, hoeven niet langer personeel te selecteren en in dienst te nemen met de overheid als een monopolistisch uitzendbureau en kunnen vrijelijk uit het buitenland importeren wat ze nodig hebben om hun ondernemingen te runnen.

Aangezien ook coöperaties rechtstreeks uit het buitenland mogen importeren, zal deze maatregel een zware klap toebrengen aan het monopolie van de Cubaanse staat op de buitenlandse handel. Gezien de huidige crisis in de Cubaanse landbouw – 80 procent van het voedsel wordt geïmporteerd – zal de regering particuliere ondernemingen uitnodigen om te investeren in grond die eigendom is van de overheid en die aan hen in vruchtgebruik zal worden toegekend, dat wil zeggen dat die grond met winstoogmerk mag worden bebouwd, maar niet mag worden gekocht of verkocht. Andere maatregelen onderstrepen de duidelijke marktgerichtheid van de hervormingen, zoals de afschaffing van prijsregulering en de vervanging van de universele subsidie voor basisproducten via de tarjeta (rantsoenkaart), waarvan de waarde al aan het dalen was doordat de inkomensafhankelijke steun beperkt was tot de meest kwetsbare bevolkingsgroepen.

Marrero beloofde ook de 125 activiteiten waarin particuliere bedrijven tot nu toe niet mochten opereren, te verminderen tot 55. Tot nu toe mochten de zogenaamde PYMES (kleine en middelgrote particuliere ondernemingen) niet meer dan 100 arbeiders in dienst hebben. Die limiet wordt nu opgeheven, terwijl ondernemingen die meer dan dat aantal arbeiders in dienst nemen, niet langer als PYMES zullen worden aangeduid, maar gewoon als particuliere ondernemingen. Marrero beloofde tevens om uiterst belangrijke voorstellen door te voeren die nog niet waren gerealiseerd, zoals de invoering van faillissements-, liquidatie- en herstructureringsprocedures voor bedrijven met aanhoudende verliezen. De invoering van het faillissementsrecht in China in 1986 (later in 2007 verder uitgewerkt) was een belangrijke stap in de ontwikkeling van dat land naar een vorm van staatskapitalisme.

Het is dan ook geen verrassing dat Cubaanse arbeiders in de nieuwe ondernemersorde de 'offers' zullen worden, zoals de ervaren Cubaanse econoom Pedro Monreal ze noemde. In zijn toespraak ter introductie van de hervormingen maakte Marrero duidelijk dat de salarisniveaus waarover de arbeiders en hun vakbonden onderhandelen, afhankelijk moeten zijn van de economische en financiële draagkracht van de individuele ondernemingen. Hierdoor zullen sectorbrede of landelijke salarisniveaus hoogstwaarschijnlijk irrelevant worden. Omdat de vakbonden niet vrij zijn maar volledig afhankelijk zijn van de Communistische Partij en er in Cuba geen stakingsrecht bestaat, voorspellen de geplande hervormingen weinig goeds voor de Cubaanse arbeiders.

De voorgestelde veranderingen in Cuba weerspiegelen de invloed van de economische veranderingen die na 1978 door China en na 1986 door Vietnam werden doorgevoerd. Hoewel de staat de controle over strategische sectoren van de economie zal behouden, zal de rol van particulier kapitaal en de markt aanzienlijk worden versterkt. De Sovjet-perestrojka (economische herstructurering) ging gepaard met glasnost (politieke liberalisering), maar dat is noch in Vietnam, noch in China het geval geweest. Evenmin overweegt de Cubaanse regering een dergelijke politieke koers voor het land. Natuurlijk bestaat de allesbehalve onwaarschijnlijke mogelijkheid dat deze voorgestelde veranderingen al snel ontaarden in wijdverbreide zelfverrijking door leidinggevenden en openlijke corruptie, waardoor op het eiland een regime à la Poetin ontstaat.

Zullen deze voorgestelde veranderingen Trump, Rubio & Co ertoe bewegen hun huidige beleid ten aanzien van Cuba bij te stellen? Wordt Cuba een ‘Venezuela 2.0’?

Afgezien van het ontbreken van grote olierijkdommen in Cuba, vertoont het eiland nog andere belangrijke verschillen met Venezuela. In de eerste plaats is het Cubaanse regime steviger verankerd in de Cubaanse samenleving dan het geval was bij de Venezolaanse regeringen van Maduro of zelfs Chávez. Bovendien is er geen Cubaanse oppositie die zich richt op een bepaalde leider, zoals Maria Corina Machado, die erin slaagde Venezolanen achter haar (rechtse) oppositievlag te scharen. Het belangrijkste van alles is dat Trump en Rubio reden hebben om zich zorgen te maken over grootschalig bloedvergieten in Cuba, wat zeer waarschijnlijk een enorme vluchtelingenstroom naar Zuid-Florida zou veroorzaken. De overgrote meerderheid van de Venezolaanse vluchtelingen is in Colombia en Peru terechtgekomen (4,4 miljoen mensen) in plaats van in de Verenigde Staten (ongeveer 600.000 personen). Momenteel is de regering-Trump druk bezig met het uitzetten van Cubanen, van wie er meer dan 4.000 naar Mexico zijn gestuurd.

Ten slotte heeft de regering-Trump naast Cuba nog veel andere zaken om zich zorgen over te maken. In tegenstelling tot wat Washington beweert, is de situatie in Iran nog niet volledig opgelost, terwijl de tussentijdse verkiezingen – waarbij de Republikeinse Partij het Huis van Afgevaardigden en misschien zelfs de Senaat zou kunnen verliezen – steeds dichterbij komen. Bovendien moet Trump rekening houden met de overwegend conservatieve Cubaans-Amerikanen, die ongeveer 5 procent van het electoraat in Florida uitmaken. Deze factoren kunnen Trump ervan weerhouden zich in nog een imperialistisch avontuur in het buitenland te storten, althans in de komende maanden.

Maar dat betekent geenszins dat hij genoegen zal nemen met de recente economische concessies van Cuba. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de voorgestelde hervormingen onlangs afgedaan als 'bescheiden' en 'uiteindelijk oppervlakkige rooksignalen' en kondigde aan dat het 'druk zou blijven uitoefenen voor veel substantiëlere hervormingen die Cuba aantrekkelijk zouden maken voor investeringen'. Het is dan ook moeilijk te voorspellen of Trump zijn streng verscherpte Amerikaanse blokkade substantieel zal aanpassen, of zelfs geheel zal afschaffen, zelfs als reactie op mogelijke verdere Cubaanse hervormingen.

Aan Cubaanse kant zal de regering de voorgestelde veranderingen wellicht niet eens doorvoeren. Veel Cubanen betwijfelen namelijk of ze daadwerkelijk zullen worden geïmplementeerd, gezien het verleden van hun regering, die in het verleden veel meer beloofde dan ze bereid was na te komen. Deze keer is de situatie echter anders, aangezien de Amerikaanse regering de Cubaanse leiders heel ernstig dreigt, tenzij ze hun beleid wijzigen. Uiteraard kan er sprake zijn van bureaucratische passiviteit of zelfs weerstand, mogelijk ingegeven door ambities binnen het ambtenarenapparaat en door vrees voor hun werkzekerheid.

Aan de vraagzijde zijn buitenlandse of Cubaanse investeerders in het buitenland wellicht niet geïnteresseerd in investeringen in Cuba vanwege een gebrek aan vertrouwen in de Cubaanse politieke en juridische systemen als waarborg voor eigendomsrechten. Bovendien kan de slechte staat van de Cubaanse infrastructuur – onmisbaar voor efficiënt vervoer en voor de effectieve levering van elektriciteit, sanitaire voorzieningen, water en andere openbare diensten – een rem zetten op nieuwe investeringen uit het buitenland.

Het Cubaanse volk heeft evenmin inspraak gehad in het behoud van de oude antidemocratische bureaucratische orde, noch in de vormgeving van de nieuwe staatskapitalistische regelingen. De overwegend vreedzame landelijke protesten van 11 juli 2021 en de daaropvolgende, meer lokale, protesten hebben geleid tot de gevangenneming van meer dan duizend Cubanen, sommigen met lange gevangenisstraffen, maar hebben geen democratisering van het land teweeggebracht. Het is tijd dat een democratisch gekozen grondwetgevende vergadering zelf beslist over de aard van een postcommunistisch systeem en of dat zal bestaan uit kapitalisme van bovenaf of politieke en economische democratie van onderop.

Moet een dergelijke nieuwe economische orde een ondraaglijke prijs met zich meebrengen in de vorm van toenemende Amerikaanse controle en groeiende ongelijkheid? Moet ze ook de openbare gezondheidszorg en het onderwijs verzwakken door ze te privatiseren ten behoeve van de welgestelden? Ondanks de aanzienlijke achteruitgang koesteren de meeste Cubanen deze voorzieningen nog steeds. Het Cubaanse volk, en niet de markt, moet democratisch beslissen over dergelijke uiterst belangrijke kwesties.

Samuel Farber is geboren en getogen in Cuba en heeft talrijke boeken en artikelen over het land geschreven. Hij woont vanaf zijn 19e in de Verenigde Staten en is al lange tijd actief in de socialistische beweging. Hij is emeritus hoogleraar politieke wetenschappen aan de City University of New York (CUNY).

Dit artikel stond op Foreign Policy In Focus. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.