Oorlogsmisdadiger Mladic overleden, we herdenken Srebrenica

Mladic, de ‘slachter van Bosnië’, is op 27 augustus overleden. Om zijn slachtoffers te herdenken plaatsen we dit artikel over Srebrenica, het ergste bloedbad in één dag in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog

Op 11 juli 2025 was het 30 jaar geleden dat in juli 1995 meer dan 8.000 voornamelijk Bosnische [1] mannen en jongens werden vermoord door Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Ratko Mladic. Ze werden begraven in massagraven. Nog eens vele duizenden vluchtten het bos in en begonnen aan een gruwelijke tocht van wel zeven dagen voordat ze het dorp Nezuk in Oost-Bosnië bereikten. Wat leidde tot het bloedbad? En hoe dit is behandeld in vergelijking met twee andere oorlogen: de Russische invasie van Oekraïne en de genocide van Israël tegen de Palestijnen?

Srebrenica blijft het ergste bloedbad op één dag in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Het werd door zowel het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) als het Internationaal Gerechtshof (ICJ) aangemerkt als genocide. Zestien mensen werden veroordeeld voor misdaden begaan in Srebrenica, waaronder legerleider Ratko Mladić en Radovan Karadžić, president van de Bosnisch-Servische staat Republika Srpska. Beiden kregen een levenslange gevangenisstraf in Den Haag.

Slobodan Milošević, voormalig president van Servië en de belangrijkste oorlogsmisdadiger, werd uiteindelijk ook gearresteerd, voor de rechter gebracht en opgesloten in Den Haag, waar hij in 2006 overleed. Zijn plaatsvervanger en leider van de hedendaagse fascistische Cetniks, Vojislav Šešelj, zit eveneens gevangen in Den Haag. Wat een verschil met de huidige situatie van Vladimir Poetin en Benjamin Netanyahu.

Wat een verschil ook met de houding ten opzichte van de dagelijkse bloedbaden onder Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. De moord op 8.000 Bosniërs wordt genocide genoemd, terwijl de kwalificatie van misschien wel tien keer zoveel Palestijnen fel wordt betwist, met name door westerse regeringen.

In mei 2024 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie A/RES/78/282 aan, waarin 11 juli werd uitgeroepen tot de Internationale Dag van bezinning en herdenking van de genocide in Srebrenica in 1995, die jaarlijks in acht moet worden genomen.

In dezelfde resolutie werd ook elke ontkenning van het feit dat er in Srebrenica genocide was gepleegd, veroordeeld en werden de lidstaten opgeroepen de vaststaande feiten te bewaren en 'te handelen vanuit de herdenking, teneinde ontkenning, verdraaiing en het plaatsvinden van genocide in de toekomst te voorkomen'.

De VN heeft echter niet uitgelegd hoe de genocide kon plaatsvinden in een gebied dat was aangewezen als 'veilig gebied' en dat zogenaamd werd beschermd door VN-troepen uit Nederland. De Nederlandse ‘blauwhelmen’ bevonden zich in een vrijwel onmogelijke positie, omdat ze ‘vredeshandhavers’ waren en daardoor zeer beperkt waren in de manier waarop ze konden reageren op aanvallen van Serviërs en Servische troepen op de Bosnische bevolking. [2] Nederland was de enige staat die aanbood troepen te leveren en westerse regeringen waren volledig in beslag genomen door het bespreken van het plan om de oorlog te beëindigen, dat was opgesteld door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Cyrus Vance en de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Owen.

Ierse VN-troepen werden beschoten door Israëlische troepen tijdens de recente oorlog van Israël in Libanon. De moeilijkheden waarmee de Nederlanders in Srebrenica te maken hadden, lijken niet te zijn meegenomen.

De genocide in Srebrenica is niet alleen een belangrijke, gruwelijke gebeurtenis uit het verleden. Ze heeft ook invloed op hoe we ons verhouden tot huidige conflicten, met name in Oekraïne en Palestina. Om dat te begrijpen, moeten we teruggaan in de geschiedenis en kijken naar de dynamiek die leidde tot het uiteenvallen van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. [3]

De Socialistische Federale Republiek Joegoslavië (SFRJ)

De SFRJ [4] ontstond aan het einde van de Tweede Wereldoorlog uit de puinhopen van het oude Joegoslavië. De dominante kracht was het partizanenleger, waarin de Communistische Partij de overhand had. De partizanen hadden gestreden tegen de binnenvallende Duitse legers, de pro-nazistische Servische regering in Belgrado, [5] het eveneens pro-nazistische Ustasja-regime in Kroatië en Bosnië-Herzegovina en de Servisch-nationalistische Cetnik-beweging, voordat ze als overwinnaars uit de strijd kwamen.

De belangrijkste gevechten vonden plaats in Kroatië en Bosnië-Herzegovina. Hoewel de meerderheid van de partizanen Serviërs waren, kwamen ze voornamelijk uit Servische gebieden in Kroatië en Bosnië-Herzegovina en niet zozeer uit Servië zelf. Hun leidende figuur, Josip Broz (beter bekend als Tito), was deels Kroaat en deels Sloveen.

De partizanen waren zich er ten volle van bewust dat een van de oorzaken van het uiteenvallen van het oude Joegoslavië het conflict tussen verschillende nationale groeperingen was. Ze waren er met name op bedacht om overheersing door de Serviërs, de grootste nationale groepering, te voorkomen. De oplossing was een federale staat bestaande uit de republieken Servië, Kroatië, Slovenië, Macedonië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro.

Tegelijkertijd waren de Joegoslavische communisten verwikkeld in een strijd met Stalin en de Cominform. Volgens de overeenkomst die Stalin met Winston Churchill had gesloten, hoorde Joegoslavië tot de Britse invloedssfeer te behoren en Stalin was dan ook uitgesproken ontevreden dat de Joegoslaven de macht hadden gegrepen. Tito en de partizanen werden uit internationale communistische organisaties gezet.

De breuk met Moskou had een grote invloed op de ontwikkeling van Joegoslavië als federale staat. De republieken kregen enige autonomie; ‘zelfbeheer door de arbeiders’ werd bevorderd, in tegenstelling tot het sterk bureaucratische model in de Sovjet-Unie. Op het internationale toneel waren de Joegoslaven actief betrokken bij de oprichting en ontwikkeling van de Beweging van Niet-Gebonden Landen. Maar achter de schermen vonden ontwikkelingen plaats die uiteindelijk zouden leiden tot de ondergang van de SFRJ na de dood van Tito

Mladic staat terecht voor oorlogsmisdaden in Den Haag.

De opstand in Kosova

Tegen het einde van de jaren tachtig kampte de SFRJ met grote problemen. De economie verkeerde in ernstige moeilijkheden en was niet in staat de enorme schuldenlast uit de jaren zeventig af te lossen. De economische problemen waren het meest acuut in de autonome provincie Kosova [6], een deel van Servië met een Albanese meerderheid maar met een bijna mythische betekenis voor Servische nationalisten. [7] De werkloosheid bedroeg meer dan 20 procent. Jongeren gingen de straat op en eisten dat Kosova een van Servië onafhankelijke republiek zou worden, maar wel binnen de SFRJ. Hun protesten werden op brute wijze onderdrukt door de politie en het leger, die in toenemende mate loyaal waren aan Slobodan Milosevic, die in 1987 aan de macht was gekomen.

Nadat hij aan de macht was gekomen, begon Milosevic de krachtsverhoudingen te veranderen. Hij verving de partijleiding in Montenegro, schafte de autonome status van de twee provincies Kosova en Vojvodina af (de laatste had geen meerderheidsnationaliteit, maar Hongaren vormden de grootste minderheid), maar behield hun zetels in de federale organen, waardoor hij zichzelf van minimaal 4 van de 8 stemmen verzekerde.

Ook de andere republieken kampten met ernstige economische moeilijkheden. Maar terwijl Milosevic in Servië en Montenegro pleitte voor veel strengere federale controle, streefde de leiding van de Communistische Liga in Kroatië en vooral in Slovenië juist naar minder controle en meer decentralisatie.

Slovenië versus Servië

De zeer uiteenlopende visies van de leiders van de Communistische Liga van Servië en de Communistische Liga van Slovenië en het conflict tussen hen, zijn cruciaal om het uiteenvallen van Joegoslavië te begrijpen. Servië wilde een strakker gecontroleerde economie en een meer gecentraliseerde staat; de Slovenen wilden grotere economische vrijheid en een meer gedecentraliseerde staat met meer autonomie voor de republieken. Beide partijen wilden meer concessies doen aan het kapitalisme en de markt: het is volkomen onjuist om Milošević te zien als een verdediger van het socialisme en de Sloveense leider Milan Kučan als een voorstander van het kapitalisme.

De steeds autoritairder wordende neigingen van Milošević leidden er uiteindelijk toe dat de leiding van de Communistische Liga van Slovenië de onafhankelijkheid uitriep, iets waarvoor ze theoretisch het recht hadden op grond van de grondwet van 1974. De reactie van Milošević en de leiding van het Joegoslavische Volksleger (JNA) was militair. Gedurende tien dagen, van 27 juni tot 7 juli 1991, vochten de Sloveense Territoriale Verdedigingsmacht en de politie tegen de JNA. De oorlog eindigde met een staakt-het-vuren en de terugtrekking van de JNA-troepen.

Waarom trok de JNA zich terug en waarom steunde Milosevic dat? Voornamelijk omdat er maar heel weinig Serviërs in Slovenië woonden en Milosevic tegen die tijd een doorgewinterde Servische nationalist was. Milosevics besluit om de oorlog tegen Slovenië af te blazen zou echter grote gevolgen hebben in Kroatië en later in Bosnië, want zodra Slovenië zich mocht afscheiden van de SFRJ, was het bijna onvermijdelijk dat Kroatië zou volgen en dat Bosnië-Herzegovina niet ver achter zou blijven.

Oorlog in Kroatië: echo’s van Oekraïne

Milosevic was wellicht bereid om Slovenië te laten gaan, maar Kroatië was een heel andere zaak. In tegenstelling tot Slovenië woonden er in Kroatië veel Serviërs en Milosevic was vastbesloten hen in Groot-Servië op te nemen. Milosevics aanhangers in Kroatië waren aanvankelijk in conflict gekomen met de toenmalige communistische regering toen ze demonstraties organiseerden ter ondersteuning van de onderdrukking van de Albanese bevolking van Kosova. Nu kregen ze te maken met de regering van de voormalige communist en inmiddels Kroatische nationalist Franjo Tudjman.

Er is weinig bewijs dat Serviërs in Kroatië aanvankelijk door de Kroatische regering werden bedreigd, noch is er bewijs dat de regering uit Ustasja bestond. Net zoals er geen bewijs is dat Zelenskyy in Oekraïne een neonazi is, zoals beweerd wordt door Poetin en zijn aanhangers. De parallellen tussen de oorlogen in Kroatië en Oekraïne zijn opvallend.

Milosevic en de JNA vielen Kroatië binnen, net zoals Poetin en het Russische leger Oekraïne binnenvielen. Beide binnenvallende troepen bestonden mede uit activisten van extreemrechtse partijen. Vukovar werd in Kroatië verwoest, net zoals Marioepol in Oekraïne. In Kroatië werden frauduleuze referenda gebruikt om de Servische Republiek Krajina op te richten, net zoals dat gebeurde bij de oprichting van de pro-Russische ‘republieken’ in Oost-Oekraïne. Zelenskyy wordt ervan beschuldigd een Banderist te zijn, net zoals Tudjman ervan werd beschuldigd een Ustasha te zijn. De Serviërs in Krajina waren niet in de eerste plaats gemotiveerd door de verdediging van de Serviërs, maar door het onmogelijk maken van een onafhankelijke Kroatische staat, op een vergelijkbare manier als de pro-Russische (en zeer vaak Russische) troepen in de Donbass, die meer bezorgd lijken te zijn om Oekraïne te vernietigen dan om de bevolking van Donetsk en Luhansk te verdedigen.

Helaas is er nog een andere parallel: het onvermogen van links, met name in Groot-Brittannië, om verder te kijken dan hun fixatie op een almachtig westers imperialisme dat alle gebeurtenissen beheerst. Zo beweerde de Socialist Workers Party destijds dat de oorlog in Kroatië de schuld was van Duitsland, omdat Duitsland de onafhankelijkheid van Kroatië had erkend. Het feit dat andere staten Kroatië al vóór Duitsland hadden erkend, werd genegeerd, evenals het feit dat de erkenning pas plaatsvond nadat de oorlog was begonnen.

De schuld werd gelegd bij westerse interventie en de bevolking van Kroatië werd afgeschilderd als louter marionetten die naar believen door het imperialisme konden worden gemanipuleerd. Nog meer parallellen met Oekraïne, waar een groot deel van links in Groot-Brittannië het Oekraïense volk elke eigen rol ontzegt in hun strijd tegen Poetin. Ook zij zijn slechts marionetten in de handen van imperialistische mogendheden. De Maidan-protesten zouden allemaal gemanipuleerd zijn door de VS of neonazi’s – en andere onzin.

Is het niet erkennen van een staat trouwens niet ook een vorm van imperialistische interventie? Laat het ons bijvoorbeeld onverschillig of de Britse regering een Palestijnse staat erkent of niet?

Oorlog in Bosnië

Het einde van de oorlog tegen Kroatië leidde Milosevic onvermijdelijk naar een oorlog tegen Bosnië-Herzegovina. Gezien zijn vastberadenheid om zoveel mogelijk Serviërs te verenigen in één staat ‘Groot-Servië’ kon hij onmogelijk de grote Servische bevolkingsgroep in Bosnië negeren. Zijn poging om Bosnië op te splitsen werd gesteund door zijn voormalige vijand Franjo Tudman, die ook probeerde het overwegend Kroatische Herzegovina af te scheiden voor zijn visie op een ‘Groot-Kroatië’.

Ook nu weer slaagde een groot deel van links in Groot-Brittannië er niet in de oorlog in Bosnië-Herzegovina te begrijpen; ze zagen die louter als een botsing tussen verschillende nationalismen. [8] Ze hadden geen inzicht in de complexiteit van de Bosnische samenleving en slaagden er met name niet in het multinationale karakter van de staat en, wat dat betreft, de regering in Bosnië-Herzegovina te doorgronden. Ondanks de uiterste inspanningen van Milosevic en Tudjman bleef een multinationale regering bestaan, bestaande uit Bosniërs, Kroaten, Serviërs en andere nationale minderheden. Het hoofd van het Bosnische leger was een Serviër. De hoofdredacteur van het regeringsgezinde dagblad Oslobodjenje, dat gedurende de hele oorlog bleef verschijnen, was een Serviër.

Bovenal bleef de arbeidersbeweging multinationaal. In de industriestad Tuzla organiseerden de vakbonden verdedigingsmacht, bestaande uit Serviërs, Kroaten en Bosniërs, Joegoslaven die etnische categorisering weigerden en alle nationaliteiten uit de regio. Tuzla werd een centraal aandachtspunt voor linkse krachten in heel West-Europa die het verschil konden zien tussen de multinationale, multi-etnische regering van Bosnië en het ultranationalisme van Milosevic en Tudjman. De Vierde Internationale is terecht trots op de rol die haar activisten hebben gespeeld bij het ondersteunen van de strijd van de arbeiders van Tuzla en bij de opbouw van International Workers Aid. [9]

Noten

[1] Bosniërs staan ook bekend als Bosnische moslims, die vóór de ineenstorting van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië als een ‘natie’ werden aangemerkt. Ongeveer 1.000 van de slachtoffers zijn nog steeds niet geïdentificeerd.

[2] Voor een verslag van de moeilijkheden waarmee de Dutchbat-troepen te maken hadden, zie: Jan Willem Honig en Norbert Both; Srebrenica: Reconstructie van een oorlogsmisdaad; Het Spectrum 1996.

[3] Wat volgt is een korte schets van de vorming en het uiteenvallen van Joegoslavië van 1945 tot de jaren negentig. Zie voor een meer volledige analyse Geoff Ryan (red.) Bosnia 1994: Armageddon in Europe (beschikbaar als gescande afbeelding – Marxists Internet Archive).

[4] Strikt genomen de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië tot 1963, toen de naam werd gewijzigd in SFRJ. Voor het gemak heb ik overal de afkorting SFRJ gebruikt.

[5] Die regering wordt vaak over het hoofd gezien in verslagen over de Tweede Wereldoorlog in Joegoslavië. De wreedheid en het antisemitisme van de Ustasja-regering in Kroatië worden vaak genoemd, maar het feit dat de Servische regering de eerste in Europa was die haar land judenrein (vrij van Joden) verklaarde, wordt genegeerd.

[6] Ik heb de Albanese spelling gebruikt in plaats van de Servische ‘Kosovo’.

[7] Het was in Kosova dat het Servische leger werd verslagen door het Ottomaanse leger en Servië onder Ottomaanse heerschappij kwam. De veldslag vond plaats in 1389, hoewel het voor Servische nationalisten net zo goed gisteren had kunnen zijn.

[8] Er waren enkele uitzonderingen, met name Workers Power en de Workers Revolutionary Party, die op hun eigen manier het bestaansrecht van Bosnië-Herzegovina steunden, maar vooral het sektarisme van de WRP maakte het onmogelijk om een gezamenlijke solidariteitscampagne op te zetten. International Workers Aid werd gesteund door de Vierde Internationale en kameraden uit onder meer België, Denemarken, Zweden en Groot-Brittannië speelden een belangrijke rol bij het verstrekken van hulp aan Bosnië. Dat gold overigens ook voor de WRP’s 'Workers Aid for Bosnia'.

[9] Voor meer informatie over Workers Aid, zie Nicholas Moll: Solidarity Is More Than a Slogan te downloaden via de Rosa Luxemburg Stichting

Geoff Ryan is lid van Anti*Capitalist Resistance, onze zusterorganisatie in Engeland en Wales, Cymru’n Codi, YesCymru en Your Party Cymru.

Dit artikel stond op Anti*Capitalist Resistance. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.