Ruim de helft van LHBTIQ-tieners durft hun ouders niets te vertellen over hun oriëntatie. Volgens een enquête door NOS Stories is een kwart bang voor één of beide ouders. Op school voelt 40 procent zich niet veilig. In de nasleep van de aanval op Pride in Berlijn, stond de World Pride in Amsterdam grotendeels in het teken van veiligheidsmaatregelen. Hoe kan dit in Nederland, dat zich sinds decennia identificeert als globaal voortrekker op het gebied van emancipatie? De werkelijke vragen zijn echter: acceptatie van wie, door wie, op welke manier?
Hét symbool van de Nederlandse acceptatie is de jaarlijkse Canal Pride, dit jaar zelfs het hoogtepunt van World Pride. Zoals ieder jaar levert dit beelden op van feestvierende LHBTIQ’s op boten – naast soldaten, politie, het bedrijfsleven, ambtenaren, ministers, dit jaar zelfs de premier – begluurd door hordes toeristen.
Met feestvieren is helemaal niets mis, het is een leuk aspect van het leven. Het is zeker leuker dan uitgescholden worden op het schoolplein, iets dat veel van de mensen op de boten vermoedelijk hebben meegemaakt. Het feestvieren ervaren de deelnemers blijkbaar als leuk.
Het is wel een beetje raar als het feestvieren van LHBTIQ’s gespeeld wordt door een minderheid als spektakel voor de “normale” meerderheid. Mooi als dit helpt discriminatie in het alledaagse leven te dempen, op het werk, op school, in de politiek. Evenals het mooi is als de prominente rol van zwarten en migranten als voetballers in de World Cup discriminatie dempt in een racistische maatschappij. Vermoedelijk gebeurt dat een beetje.
Kroonjuweel?
Feestvieren, en het uitgaansleven in brede zin, heeft een maatschappelijke functie. Het zorgt voor plezier, ontspanning en sociale contacten. Als aanleiding voor seks (die zeker leuk kan zijn), speelt het een rol in de romantiek. Vooral sinds de negentiende eeuw hoort de romantiek te leiden tot het huwelijk en het stichten van een gezin, aldus historici die het onderzocht hebben. In een kapitalistisch samenleving dus tot het in stand houden van werkende mensen, evenals de zorg voor hun kinderen (toekomstige arbeiders) en ouders (voormalige arbeiders).
Daarom geldt het openstellen van het huwelijk voor gelijkslachtige stellen, een kwarteeuw geleden, als het kroonjuweel van het Nederlandse emancipatiebeleid, een wereldprimeur. Na het vieren van Pride, was dat een tweede soort acceptatie van LHBTIQ’s: wij (de heteros’s) accepteren jullie, als jullie op ons gaan lijken.
Hoeveel LHBTIQ’s zaten erop te wachten? Het homohuwelijk was geen eis van de beweging. Het COC bv. reageerde in het begin terughoudend, en pleitte liever voor “pluriformiteit van relaties”, die centraal staat in de eigen ervaring van LHBTIQ-mensen.
Het pesten op school, en maatschappelijke achterstelling in het algemeen, houdt niet op als iedereen gaat trouwen. Echte acceptatie vergt omvorming van de samenleving, zodat LHBTIQ’s zich erin kunnen vinden zoals ze echt zijn. Dat betekent dat LHBTIQ’s geen gezinnen hoeven te vormen op heteromodel, maar maatschappelijke en juridische erkenning krijgen voor hun eigen “zelfgekozen families”.
Dit soort eisen is deels geformuleerd in opeenvolgende “Regenboog Stembusakkoorden” die zijn opgesteld door LHBTIQ-organisaties. Maar de politiek gaat slechts traag en schoorvoetend akkoord.
Eigenlijk is de meeste vooruitgang op dit terrein geboekt toen de maatschappelijke ruimte er was, vóór uit uitbreken van de financiële crisis in 2008. Gedurende een paar daarop volgende jaren leek het, met de opkomst van Occupy, de Spaanse Indigna@s en de Arabische opstanden, dat seksuele eisen een plaats zouden krijgen in een bredere radicale agenda. Sinds die tijd is de acceptatie gestokt, en is er eerder sprake van achteruitgang dan vooruitgang. Zoals ook voor mensen met een migratieachtergrond en andere mensen die “anders” zijn.
Transfobie
Dit is vooral zichtbaar in het weigeren van rechten aan transgender mensen. Een paar jaar geleden leek zelfs rechts open te staan voor juridische bescherming voor trans mensen. Maar transfobie en de afkeer van “gender ideologie” zijn kenmerkend geworden voor extreemrechts – deels gevoed door bredere gehechtheid aan traditionele mannelijkheid en vrouwelijkheid van sommige angstige mensen. Na de rechtse overwinning in de verkiezingen in 2023, weigerde de Eerste Kamer de wet goed te keuren die transgender mensen meer ruimte zou geven voor juridische bevestiging van hun ervaren gender.
Ook andere progressieve hervormingen worden uit- of afgesteld. Om erkenning te krijgen voor hun diverse gezinsvormen, heeft de beweging sinds jaren gepleit voor wettelijk meervoudig ouderschap, dat zou passen bij de huishoudens waarin veel kinderen opgroeien. Dit adviseerde een commissie in 2025. Maar er wordt nog steeds weinig werk van gemaakt.
De belofte van de huidige regering om meer punten van het laatste Regenboog Stembusakkoord in de wet te verankeren lijkt te lijden onder meningsverschillen tussen D66, CDA aan VVD – hoewel die partijen wel snel overeenstemming bereiken en in actie komen om de sociale zekerheid uit te hollen.
Homonationalisme
Toenemend racisme en toenemend seksueel conservatisme gaan hand in hand. Omdat islamofobie en vreemdelingenhaat steeds sterker worden bij rechts en in de bredere maatschappij, blijft homonationalisme (instrumentalisering van LHTIQ-rechten als voorwendsel voor racisme en/of imperialisme) toch nuttig als stok om geracialiseerde mensen te slaan.
Zo wordt de verdediging van LHBTIQ’s in de werkelijkheid de verdediging van “onze” LHBTIQ’s, terwijl zwarte en moslim-LHBTIQ’s hard moeten vechten voor erkenning en rechten – soms zelfs vergeefs. In principe kunnen mensen die vervolgd worden vanwege hun seksualiteit in Nederland erkend worden als vluchteling. Maar vaak moeten ze heel veel scepsis en achterdocht overwinnen om erkend te worden als vluchteling. De vragen houden niet op: zijn ze echt homoseksueel genoeg, open genoeg, zichtbaar genoeg? Met de achterliggende implicatie: kan iemand met jouw huidskleur écht LHBTIQ zijn?
En maatregelen om LHBTIQ’s te beschermen tegen geweld lijken vooral gericht op het beschermen van “onze” (witte) LGBTIQ’s. Hoewel het zeer de vraag is hoeveel veiligheid alle veiligheidsmaatregelen opleveren. Zoals Richard Keldoulis van het Amsterdamse Club Church opmerkte bij de NOS, “Ook in Berlijn waren er barricades en veel veiligheidsmaatregelen, en toch ging het mis.”
Zelfs als er minder geweldsincidenten zijn, kunnen de maatregelen de opkomst belemmeren. Hoewel de opkomst bij Pride nog groot blijft, kan de aanwezigheid van veel politie een afschrikkend effect hebben op gemeenschappen die minder vertrouwen hebben in de handhavers. Zo kan het publiek nog witter en welgestelder worden.
Tegen verrechtsing
Terwijl de politiek telkens weer verontwaardigd reageert op toenemende aanvallen op LHBTIQ’s, zijn ze zelf achter de schermen bezig met eigen aanvallen. Ook bij onze Duitse oosterburen was dat evident na de aanval op Pride. Zoals Fatma Aydemir opmerkte in de Guardian, zijn dezelfde politici die de aanval veroordeelden als gericht tegen “ons”, “onze waarden” en “onze samenleving”, bezig afstand te nemen van queers.
Bondskanselier Merz bijvoorbeeld weigerde vorig jaar een regenboogvlag op het parlement te laten vliegen, met de opmerking, “De Bondsdag is geen circustent.” Zijn regering bezuinigt ook op subsidies aan LHBTIQ-jongerenorganisaties en hotlines. Zoals Aydemir terecht constateerde, hebben de regerende christelijke conservatieven en islamitische fundamentalisten vergelijkbare ideeën over gender, seksualiteit en gezin.
Kijk naar de Nederlandse Bible Belt. Volgens onderzoek wordt de meerderheid van geweld tegen LHBTIQ’s door witte allochtonen gepleegd, maar daar is er veel minder aandacht voor.
Mensen moeten kunnen begrijpen dat de verrechtsing die hun sociale voorzieningen en bestaanszekerheid bedreigt, dezelfde is die de emancipatie van LGBTIQ-mensen belemmert. Allerlei mensen moeten elkaar kunnen vinden in de strijd tegen verrechtsing. Maar daarvoor hebben we een ander soort sociale bewegingen nodig, inclusief een ander soort LGBTIQ-beweging.
We hebben een LHBTIQ-beweging nodig die breed én radicaal is. De beweging moet ruimte bieden aan zowel jonger radicale queers die precair leven áls oudere homo’s en lesbo’s met vaste banen en misschien kinderen. Een beweging die integraal deel uitmaakt van zowel de vakbeweging áls de solidariteit met Palestina. Maar die géén ruimte biedt aan homonationalistische PVV’ers! Eenheid in de strijd is mogelijk en nodig, op basis van enkele centrale speerpunten, om het tij te keren en het momentum naar echte acceptatie terug te winnen.
Peter Drucker is medewerker en oud-co-directeur van het IIRE. Hij is auteur van Warped: Gay Normality and Queer Anticapitalism. Naast LHBTIQ onderwerpen schrijft hij over het imperialisme. Hij is lid van RoodGroene Antikapitalisten.
Reactie toevoegen