Frankrijk: na het succes van 17 oktober op weg naar een algemene staking

De dag van 17 oktober is historisch en in zijn toespraak op 18 oktober kon president Macron alleen maar zijn machteloosheid tegenover de beweging tonen en weigeren op haar eisen in te gaan. 17 oktober luidt de mogelijkheid in van een ongekende samenkomst, van een beweging die in staat is de politieke en sociale krachtsverhoudingen te veranderen. Op voorwaarde dat haar actiemiddelen, haar zelforganisatie en haar politieke doelstellingen worden versterkt.

De CGT heeft 800.000 deelnemers aan de dag van 17 oktober 2026 gemeld. Dat is een zeer aanzienlijk aantal, dat ondanks de repressie en tijdens het eerste weekend van de schoolvakantie is behaald. In talrijke steden vertellen activisten dat alle straten vol mensen zijn, ver buiten de door de organisaties aangevraagde routes. In sommige steden zijn het de grootste demonstraties sinds decennia. Op straat, in het openbaar vervoer, in de supermarkt: de demonstranten worden aangemoedigd. Wat opvalt, is de grote politieke en sociale diversiteit: zelden zie je zulke jonge jongeren, vakbondsleden, mensen uit volkswijken en de ‘Gele Hesjes’ samen demonstreren, gedreven door dezelfde woede. Met Palestijnse vlaggen.

Massale steun

'Volgens een Elabe-peiling voor BFMTV keurt 69 procent van de Fransen de mobilisatie tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud goed. Twee op de drie Fransen vinden dat er nu actie moet worden ondernomen en dat men niet moet wachten tot de presidentsverkiezingen. […] De steun voor de sociale beweging is aanzienlijk groter onder de kiezers van het Nouveau Front populaire (83 procent) en het Rassemblement national (70 procent) dan onder die van Les Républicains (55 procent) en Ensemble (51 procent). […] Vooral onder jongeren is de mobilisatie het meest succesvol: 77 procent van de 18- tot 24-jarigen en 73 procent van de 25- tot 34-jarigen zegt de beweging te steunen. Ten slotte geven inwoners van middelgrote gemeenten (tussen 2.000 en 20.000 inwoners) met 74 procent steun meer steun dan de anderen'. [1]

De beweging wordt massaal gesteund door de bevolking. Sinds enkele maanden heeft de omvang van de aanvallen van de regering en het bedrijfsleven geleid tot een opeenstapeling van tegenstrijdigheden, die slecht verborgen bleven achter de lusteloosheid die sinds de beweging ter verdediging van de pensioenen in 2023 waarneembaar was. Die komen nu aan het licht.

De directe aanleidingen zijn de mobilisatie van jongeren, aangewakkerd door de extreem verslechterde onderwijsomstandigheden en de waanzinnige repressie door de regering tegen de beweging en de woede over de stijgende voedsel- en energieprijzen. Dieper gezien is het de concrete situatie van de volksklassen die ondraaglijk is geworden. De jongerenbeweging is begonnen in de voorsteden en de overzeese gebieden en ook andere middelbare scholen hebben zich aangesloten. Er zijn talloze getuigenissen over de moeilijkheden om boodschappen en rekeningen te betalen, de instortende voorzieningen in de openbare sector, het tekort aan personeel, racisme, repressie en politiecontroles. De mobilisaties die in verschillende landen op gang komen, bewijzen dat we te maken hebben met een systeemcrisis.

De beelden in de media – van confrontaties met de politie of van vernielingen bij banken, bepaalde openbare gebouwen of winkels (met name van luxeproducten, parfums, telefoons…) – illustreren de omvang van de maatschappelijke woede, waarbij de vlammen worden aangewakkerd door systematisch politiegeweld (traangas, slagen…). Ze zijn ook een teken van wanhoop over de strategie die moet worden gevolgd om te winnen.

De kracht van de ‘zbeul’

De omvang van de beweging – de opstand tegen de concrete situatie van de volksklassen – wijst op de mogelijkheid van politieke destabilisatie. Maar de lusteloosheid van de afgelopen jaren, evenals de organisatorische zwakte en het getreuzel van de vakbonden en links, hebben ook tot gevolg dat de beweging heel kwetsbaar is.

De beweging is slechts weinig gestructureerd: de sluiting van universiteiten en middelbare scholen remmen de zelforganisatie af, de vakbonden zijn nauwelijks betrokken bij de beweging en zijn sowieso verzwakt, terwijl de politieke organisaties (van LFI tot revolutionair linkse krachten) over beperkte actiecapaciteiten beschikken.

De doelstellingen zijn nog steeds vaag: de eisen van de jongeren zijn gericht op de begroting (10 miljard verkrijgen, wat overigens erg weinig is, de FSU, de grootste vakbond in het onderwijs, eist 50 miljard over 5 jaar) en tegen het selectieplatform Parcoursup, terwijl de eisen vanuit de vakbeweging beperkt zijn ('koopkracht', het thema van de mobilisatie van 17 oktober, dat meer door de netwerken van de Gele Hesjes is opgelegd dan door bewust en met cijfers onderbouwd werk van de organisaties).

Er is geen gemeenschappelijke strategie. Veel jongeren en activisten van de beweging, die het falen van de laatste mobilisaties constateren, willen hun toevlucht nemen tot de 'zbeul' (afgeleid van 'zebl', afval in het Arabisch), tot spontane, onvoorspelbare demonstraties die zogenaamd moeilijk te onderdrukken zijn.

De kracht van de ‘zbeul’ ligt erin dat het iedereen duidelijk maakt dat er actie moet worden ondernomen. Handelen, zich inzetten, discussiëren. Allerlei algemene vergaderingen ontstaan, voor middelbare scholen, busdepots, pleinen en rotondes. En dat is uiterst positief. Maar het is niet voldoende.

Tijdens de demonstraties van 17 oktober klonk er 'Macron, oprotten!'. Laten we hopen dat dat de vakbonden en politieke organisaties zal inspireren.

Welke doelstellingen voor de beweging?

Tot nu toe zijn de leuzen van de betrokken organisaties vooral een weergave van de eisen van de jongeren, eerder in de vorm van constateringen: 'Iedereen haat de politie', 'De jeugd laat het Front National de kolere krijgen', 'Voor de eer van de arbeiders en voor een betere wereld, ook al wil Macron dat niet, wij zijn er'.

Een beweging moet zich doelen stellen. Concrete doelen, dat wil zeggen eisen die beantwoorden aan de onmiddellijke behoeften en die onmisbaar zijn om de massa’s die nog niet in actie zijn gekomen mee te krijgen. En die tegelijkertijd in staat zijn om de sociale basis van de strijd te verbreden. Vanuit dat oogpunt zou de beweging zich nu op een aantal punten moeten richten:

- De afschaffing van selectie in het onderwijs: met name het einde van Parcoursup en Mon Master.

- De afwijzing van de begroting van Lecornu, waarover de besprekingen in de Assemblée zijn begonnen. Met nog nader te specificeren eisen, zoals 50 miljard voor het onderwijs, een alomvattend wervingsplan voor de openbare diensten (1 miljoen nieuwe banen?). Er is een heel andere begroting nodig: weigering van uitgaven voor het leger en voor politie-repressie, afwijzing van asociale maatregelen op het gebied van pensioenen en ziekteverzuim, het geld halen bij de superrijken, grote bedrijven en uit financiële inkomsten, stopzetting van de vrijstellingen van sociale premies voor grote bedrijven.

- Een algemene verhoging van de lonen en alle inkomens met 400 euro. Het bevriezen van de prijzen van energie, huur en levensmiddelen.

Maar de mobilisatie is ook een politieke beweging, wat te zien is aan de Palestijnse vlaggen waarmee tijdens demonstraties wordt gezwaaid, aan de anti-RN- of anti-Macron-slogans, of aan de leus 'geld voor de universiteiten en middelbare scholen, niet voor de politie of het leger'.

De rol van revolutionairen, en van de antikapitalisten in het algemeen, is om die antiracistische, internationalistische en antisysteem-politisering te versterken. Zonder te vervallen in radicalisme en links-extremisme kunnen we namelijk aantonen dat de huidige situatie het gevolg is van het wereldwijde kapitalistische offensief, belichaamd door Macron en van de opkomst van het militarisme en ook dat extreemrechts voorstelt om die tendensen nog te versterken.

We hebben dus de verantwoordelijkheid om Macron en Lecornu aan de kaak te stellen en hun vertrek te eisen, zonder te wachten op de verkiezingen.

Revolutionairen moeten, via de leuzen die ze tijdens de demonstraties verdedigen, in hun kranten, op hun pamfletten en hun stickers, de beweging helpen zich te structureren en haar eisen te verduidelijken. De bewegende massa’s vragen daar juist om: beschikbare middelen om hun eisen duidelijk te verwoorden, die ze bij gebrek aan middelen van de organisaties op kartonnen borden proberen te formuleren.

Welke richting(en) voor de beweging?

Momenteel is de beweging hoofdzakelijk spontaan: de middelbare scholieren en studenten zijn uit eigen initiatief de straat opgegaan en 17 oktober kwam voort uit oproepen van de Gele Hesjes. De stakingsdag van 5 november werd door de vakbonden uitgeroepen als een maatschappelijk antwoord op de onvrede die van onderop komt. De organisaties helpen wel, maar het belangrijkste is de spontane uiting van de woede.

In die context komen drie verkeerde richtingen naar voren. De eerste is het idee – gepromoot door min of meer bewust anarchistische elementen – dat de beweging geen leiding nodig heeft, dat men de spontaniteit moet blijven ondersteunen, zonder zich zorgen te maken over het verenigen en centraliseren van de beweging, een moeilijke taak die vastberaden acties vereist.

De tweede is het opzetten van structuren voor zelforganisatie zonder echte basis en met een vakbondsvijandig profiel. Zo bestaan de coördinatiegroepen van middelbare scholieren en studenten in dit stadium alleen uit activisten die door revolutionairen zijn gepolariseerd, zonder dat er bewust wordt gewerkt om andere stromingen van links erbij te betrekken, of zelfs in tegenstelling tot hen. Zo heeft de NPA-R [2] in Parijs tweemaal demonstratieroutes uitgezet die concurreerden met die van de vakbonden, door de coördinatiegroepen verkeerd te informeren en vervolgens een anti-vakbondsargumentatie te ontwikkelen.

De derde, niet-verwoordde benadering is die van de reformistische organisaties, die het institutionele spel beschouwen als de enige mogelijke uitweg voor de beweging: onderhandelingen in de ministeries en/of de verkiezingen van 2027.

De beweging verdient beter en wij moeten bijdragen aan het opbouwen van een zelfgeorganiseerde, verenigende en tegelijkertijd radicale leiding.

De belangrijkste zwakte van het proletariaat is momenteel zijn heterogeniteit. Consequent zijn betekent dus eenheid betrachten, zonder daarbij onze radicaliteit te verliezen: meer dan ooit is de eenheid van de klasse van cruciaal belang en die komt grotendeels tot stand via de eenheid van haar organisaties, zonder ons illusies te maken over de institutionele perspectieven daarvan. We moeten erop aandringen dat de organisaties samenwerken om de beweging te structureren, de zelforganisatie aan de basis te versterken – via algemene vergaderingen in scholen, in volkswijken en in bedrijven – en coördinatiegroepen op te richten. Op basis van een minimaal eisenpakket en met het voorstel om ons te verenigen rond de begrotingskwestie.

Tegelijkertijd moeten we een overgangsprogramma ontwikkelen, met antikapitalistische leuzen tegen de politie, voor een glijdende loonschaal, de vordering van grote bedrijven, de noodzaak om Macron weg te sturen, de grondwetgevende vergadering, enzovoort.

Een massale staking opbouwen

De bourgeoisie zal de ‘zbeul’ van 17 oktober niet zomaar laten gebeuren. Ze bereidt foto’s en beelden voor van een brandend Frankrijk en zal waarschijnlijk een repressief discours van ongekende omvang ontwikkelen. Immers, als ‘beter Hitler dan het Front Populaire’, dan is voor de bourgeoisie Le Pen beter dan de ‘zbeul’. Macron dreigt de beweging met een toename van de repressie zonder ook maar enig antwoord te geven op de eisen; hij beperkt zich ertoe te zeggen dat hij luistert. Dit offensief kan profiteren van de twee weken schoolvakantie en van marginaliserende linkse uitwassen die zich in die periode wellicht zullen versterken. Er zullen zich tijdens deze twee weken nieuwe ontwikkelingen voordoen, met name als de studentenmobilisatie het stokje weet over te nemen, waaraan we moeten bijdragen.

We moeten precies het tegenovergestelde doen: om onze eisen te laten slagen en Macron weg te jagen, moeten we werken aan het opzetten van een algemene staking vanaf 5 november. Dat vooruitzicht ligt ongetwijfeld nog ver weg voor een groot deel van de volksklassen – we moeten dus geduld en uitleg tonen – maar het zit al in de hoofden van de deelnemers aan de beweging. De energie van de strijdbare sectoren, of het nu gaat om de groepen die al in beweging zijn of om de organisaties, moet worden ingezet voor de opbouw van de algemene staking: naar de bedrijven en de wijken gaan om die voor te bereiden. Met betrekking tot de concrete eisen en het vooruitzicht om Macron en het RN en de door de wereldwijde crisis geradicaliseerde bourgeoisie, een halt toe te roepen.

Als de beweging een dergelijke strategie niet omarmt, is het risico groot dat er een tweedeling ontstaat tussen enerzijds de minderheidsstromingen die oproepen tot opstand en tot het volledig blokkeren van alles zonder strategie voor massale mobilisatie en anderzijds een zeer passieve groep die zich tevreden stelt met het volgen van de beweging door deel te nemen aan grote demonstraties zonder staking en zonder zelforganisatie.

Terwijl mei ’68 steunde op economische groei en mogelijkheden om de samenleving binnen het kader van de kapitalistische ontwikkeling op zijn kop te zetten, stelt de huidige beweging de uitdaging van een wereldwijde opstand die meer lijkt op de Commune van Parijs of juni 1936, in het kader van het alternatief: ecosocialisme of barbarij. De mobilisaties die momenteel in steeds meer landen plaatsvinden (Tunesië, Portugal, Italië, Spanje, Duitsland, om nog maar te zwijgen van Brazilië) tonen aan dat de opstand die we nu meemaken geen toeval is, maar diep verweven is met de algemene toestand van het systeem. Het is aan ons om te erkennen dat het om een politieke confrontatie gaat en om mensen te helpen zich daarvan bewust te worden.

Noten

1. 'BFMTV-enquête. Bijna zeven op de tien Fransen staan achter de mobilisatie van 17 oktober tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud', Florent Bascoul, 16 oktober 2026, BFMTV.

2. In december 2022 is de Nouveau Parti Anticapitaliste gesplitst in twee groepen. De NPA-l’Anticapitaliste, waar de RGA mee verbonden is, die naar brede samenwerking streeft. En de NPA-Révolutionnaires die zich vooral richt op de eigen opbouw zoals in genoemde voorvallen in dit artikel.

Antoine Larrache is redacteur van Inprecor, activist van de NPA-l’Anticapitaliste en lid van de leiding van de Vierde Internationale.

Dit artikel stond op Inprecor. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.