Boeren

Columnist - 

Ik betastte mijn borstkas maar eens. Die zat nog op de plek waarvan mijn biologieleraar vroeger zei dat die daar ook hoorde. “Ons een gele kaart aansmeren! Homo!” Mijn handen betastten mijn geschonden lichaam verder. Mijn biologieleraar kon tevreden zijn met mijn inwendigheid, alhoewel hij nooit had kunnen vermoeden dat een menselijk wezen zo verbaasd kon kijken als ik. En ook nog eens oprecht. “Mietje! Klootzak!” En toen was de wedstrijd opeens afgelopen, want de scheidsrechter, die mij nog een gele kaart had toebedacht, zat alweer in de kleedkamer. Ik verliet het hekje waar ik tegenaan geleund had gestaan en strompelde naar mijn eigen penaltygebied om maar eens een fysieke afstand te nemen van die jongens van Sporting Noord. “Schijthond! Idioot!” Mijn oren werkten opeens niet meer en dat beviel me uitstekend. Die kankerboeren uit Tuindorp moeten eens leren hun smoel te houden als er volwassenen op het veld staan.
Dat laatste heb ik alleen maar gedacht en nooit uitgesproken. Eigenlijk bedenk ik het me nu pas. Veel veiliger trouwens: in mijn eigen huis met een functionerend deurslot op vier hoog weet ik mijn woorden wel te vinden. Maar ja, ik kom om te voetballen en niet om te matten. Met de koppen tegen elkaar geknald? Sorry, jongen, iets te enthousiast geweest. Heb ik je ondersteboven in de modderpoel geduwd omdat je de bal in mijn goal wilde schoppen? Handje geven, klaar. Het kan andersom tenslotte ook gebeuren. Voetbal op mijn niveau gaat nu eenmaal zo. De geest wil alles, maar het lichaam denkt daar regelmatig anders over. In mijn klasse - reserve 6e KNVB - loop je voor je lol, voor zover daar nog sprake van is na een indrukwekkende nacht in het Amsterdamse avondleven vlak daarvoor.
“Kop jij die bal maar.”
“Hoe dacht je dat ik me voel?”
“Jouw probleem, knul. Jij staat centraal in de verdediging. Ik mag mijn mannetje niet verliezen. En die is daar. Volg mijn vinger maar. Nogal logisch dat je hem niet ziet. Het bloed zit nog in je ogen. Wat had je gedronken?”
Jammer, weer een tegendoelpunt.
In mijn klasse kun je niet degraderen en dat is maar goed ook, want anders was dat ons lot geweest vorig jaar. Daarom is het zo vreemd om te horen dat ik iemand een gele kaart wil aansmeren. Ik ben toch geen Duitser? (Dat is voetbaltaal, zeg ik er maar even bij. Dat wil zeggen dat ik eerlijk speel. Tenminste, die intentie heb ik.) Maar toch liep het helemaal uit de hand. Ze stonden opeens voor me, ze wilden vechten met ons hele team. Schijnen ze vaker te doen, hoor ik van andere elftallen. Alleen maar vanwege die botsing? We hadden elkaar even niet gezien en meteen daarna elkaar wel gevoeld. En niet zo’n beetje ook, want ik kon drie dagen niet lopen.
“Daarom wil ik niet meer voetballen,” zei mijn vriend van Langs de Lijn.
“Het is de eerste keer dat me zoiets gebeurt,” vond ik.
Voetbal verwildert! Chaos en paniek! Ach, dat roept iedereen al vijftig jaar lang, weet ik uit onderzoek. Maar het is af en toe wel leuk om scherp te spelen. Als ze me daarna maar niet tegen me zeggen dat ik me als een Duitser gedraag. En we winnen de laatste tijd ook nog. (Die gele kaart heb ik trouwens nooit gekregen.)

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop