De toekomst wordt niet opgebouwd door ons aan te passen aan de ineenstorting, maar door de moed te hebben de oorzaken ervan te voorkomen.
1. Zoals we weten, vindt COP 30, de VN-klimaatconferentie, dit jaar in november plaats in Belém do Pará in Brazilië.
Deze conferentie wekt hoop, omdat ze wordt gehouden in een land dat door links wordt geregeerd, onder leiding van president Lula. Maar de grootste vervuiler ter wereld, de Verenigde Staten, zal afwezig zijn, aangezien Donald Trump – een fanatieke ontkenner van de klimaatverandering – zijn land uit dit internationale forum heeft teruggetrokken.
Helaas werpt een recente beslissing van de Braziliaanse autoriteiten een schaduw over deze bijeenkomst: de toestemming om olie te winnen op de zeebodem, vlakbij de monding van de Amazone. Braziliaanse milieuactivisten hekelen dat besluit, dat een enorm risico inhoudt – in geval van een ongeval tijdens de offshoreboringen – dat een 'olievlek' de kwetsbare ecosystemen van het Amazonewoud vernietigt.
Bovendien zal de winning, verkoop en verbranding van de enorme hoeveelheden olie die op de zeebodem in dit gebied liggen, in belangrijke mate bijdragen aan de klimaatverandering.
Wat kunnen we onder deze omstandigheden van COP 30 verwachten? Het moet gezegd worden dat de balans van de 29 voorgaande conferenties niet rooskleurig is: er zijn weliswaar enkele resoluties aangenomen, maar... ze zijn nooit uitgevoerd. De uitstoot is blijven stijgen, de ophoping van broeikasgassen heeft ongekende proporties aangenomen en de gevaarlijke grens van 1,5 °C (boven het pre-industriële tijdperk) is al bereikt.
Wat zijn de ambities van de organisatoren van de nieuwe COP? We kunnen ons daar een beeld van vormen door een recent interview te lezen met André Correa do Lago, die door Lula is aangesteld als voorzitter van COP 30. Hij is een diplomaat met ruime ervaring op het gebied van duurzame ontwikkeling en momenteel secretaris voor klimaat, energie en ontwikkeling bij het Braziliaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. In dit interview zegt Correa do Lago: 'Ik zou graag zien dat mensen zich COP 30 herinneren als een COP van aanpassing'.
2. Wat betekent dat? Het staat vast dat aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering – bosbranden, tornado's, rampzalige overstromingen, ondraaglijke temperaturen, droogtes, woestijnvorming, zoetwatertekorten, zeespiegelstijging, enzovoort (de lijst is lang) – noodzakelijk is, vooral in de landen in het Zuiden, die als eerste het slachtoffer zijn van die schade.
Maar door voorrang te geven aan 'aanpassing' in plaats van aan 'preventie' wordt indirect berusting getoond in de onvermijdelijkheid van de klimaatverandering. Dat is een discours dat we steeds vaker horen onder leiders van verschillende landen over de hele wereld.
De logica van dat argument is eenvoudig: aangezien het onmogelijk is om af te zien van fossiele brandstoffen, wereldwijd goederenvervoer, industriële landbouw en tal van andere economische activiteiten die verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering, maar die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de kapitalistische economie, rest ons niets anders dan ons aan te passen.
Hoewel aanpassing in eerste instantie nog mogelijk is, zal dat vanaf een bepaalde temperatuurstijging – twee graden? drie graden? niemand kan dat zeggen – onmogelijk worden.
Hoe kunnen we ons aanpassen als de temperatuur boven de 50 graden komt? Als drinkwater een schaars goed wordt? Er zijn tal van voorbeelden.
We hebben niet veel tijd meer om een ramp te voorkomen die het voortbestaan van de mensheid op deze planeet in gevaar zou brengen. En in tegenstelling tot wat Marsbewoners zoals Elon Musk denken, is er geen planeet B. Als COP 30 aanpassing boven preventie verkiest, zal ze in de herinnering van de mensen blijven als de COP van de capitulatie.
Gelukkig vindt er tegelijk met de COP in Belém do Pará een volksconferentie plaats, waaraan milieuactivisten, boeren, inheemse volkeren, feministen, ecosocialisten en anderen zullen deelnemen om te discussiëren over echte oplossingen voor de ecologische crisis. Ze zullen de straat opgaan in Belém do Pará om te protesteren tegen de inertie van regeringen en om de noodzaak te benadrukken om te breken met het systeem. Het zijn zaaiers van de toekomst, die zich niet neerleggen bij berusting en conformisme.
Michael Löwy is onderzoeksdirecteur (emeritus) bij het CNRS. Hij is auteur van talrijke boeken die in negenentwintig talen zijn gepubliceerd, waaronder Ecosocialism: A Radical Alternative to Capitalist Catastrophe, Fatherland or Mother Earth?, en Rosa Luxemburg: The Incendiary Spark. Hij is met Joel Kovel auteur van het International Ecosocialist Manifesto (2001). Hij is activist van de Vierde Internationale.
Dit artikel stond op Inprecor. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen