1. Van allerlei kanten wil men ons doen geloven dat het wel meevalt met de economische crisis, dat de recessie inmiddels achter de rug is en dat de economie weer aantrekt. Die beweringen zeggen meer over de manier waarop er naar de economie wordt gekeken dan over wat er werkelijk aan de hand is.
De werkelijkheid is dat in Europa en de VS gemiddeld meer dan één op de tien mensen gedwongen werkloos thuis zit en de komende tijd zal de werkloosheid alleen nog maar verder toenemen. Overal staan de lonen en sociale voorzieningen sterk onder druk en neemt de armoede snel toe. Regeringen zien zich als gevolg van het teruglopen van belastinginkomsten en door de steun aan de banken geconfronteerd met geweldige begrotingstekorten en bereiden omvangrijke bezuinigingsoperaties voor.
De ontwikkelingsorganisatie van de VN schat dat er in 2009 als gevolg van de crisis 300 miljoen mensen extra onder de armoedegrens terecht zijn gekomen.
Na de diepe recessie van de afgelopen periode is er in verschillende landen weer van een beperkte economische groei sprake. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze opleving zich zal versterken en dat er een periode van economische vooruitgang in het verschiet ligt. Geen van de fundamentele oorzaken van de economische crisis - die begon met de kredietcrisis - is weggenomen. Zolang dat niet het geval is zal een beperkt herstel niet veel meer zijn dan de aanloop naar een nieuwe crisis.
2. Behalve met de economische crisis hebben we ook te maken met de voedselcrisis, de grondstoffencrisis, een zoetwatercrisis en vooral de klimaatcrisis. Deze crises hangen nauw met elkaar samen en hebben uiteindelijk dezelfde oorzaak. De fundamentele oorzaak is een economisch systeem waarin het draait om het maken van winst en niet om de reële behoeften van de mensen en het behoud van het milieu.
3. De verschillende crises kunnen alleen in onderlinge samenhang opgelost worden. Het is onzinnig om aan de ene kant te beweren dat we ten behoeve van het klimaat de consumptie en productie zo veel mogelijk moeten beperken, en tegelijkertijd te zeggen dat we om de economie te stimuleren zo veel mogelijk het geld moeten laten rollen.
Er wordt vaak gedaan alsof er een intrinsieke tegenstelling bestaat tussen milieu en economie. In werkelijkheid bestaat er een tegenstelling tussen het milieu (en daarmee het belang van de mensheid op langere termijn) en een economie die het maken van winst door afzonderlijke bedrijven als motor en doel heeft.
4. De economische crisis werd ontstoken door de kredietcrisis. De financiële sector had zich - in haar onverzadigbare winsthonger – opgeblazen en klapte uit elkaar. Er werden wereldwijd duizenden miljarden aan gemeenschapsgeld besteed om het omvallen van grote financiële instellingen en daarmee van het hele financiële systeem te voorkomen.
Nu de economie weer wat aantrekt zien we dat er in het functioneren van de banken en financiële instellingen niets is veranderd. Of ze nu in privé- of in overheidshanden zijn, het blijft draaien om de winst en niet om maatschappelijke belangen.
Er is de afgelopen tijd veel gesproken over de graaicultuur aan de top, over perverse prikkels en verkeerde beloningsstructuren. Dat is allemaal waar, maar het werkelijke probleem is niet de graaizucht aan de top, maar de macht die die top heeft. Het werkelijke probleem is het feit dat een kleine groep mensen in de top van grote bedrijven een zo grote macht heeft dat ze beslissingen kunnen nemen die het leven van vele miljoenen mensen direct raken en dat ze die beslissingen nemen louter met de winst van de eigen onderneming als doel.
5. Daarin verschilt de financiële wereld in niets van de rest van het grote bedrijfsleven. De geweldige groei van de financiële sector in de afgelopen decennia was het gevolg van het feit dat de winsten die in de ‘echte economie’, (de productie en verkoop van goederen en diensten) werden verdiend niet in de ‘echte economie’ geïnverteerd werden, omdat er in de financiële sector meer winst kon worden gemaakt.
De financiële zeepbel is dus voorgekomen uit de ‘echte’ economie. De financiële zeepbel was het gevolg van het feit dat het ook in de ‘echte’ economie niet gaat om het produceren van die goederen en diensten waar werkelijk een maatschappelijke behoefte aan is, maar om het produceren van zo veel mogelijk winst.
6. Het systeem waarin de winst van bedrijven centraal staat heeft ons een economie gebracht gebaseerd op een extensief gebruik van fossiele brandstof (kolen, gas en vooral olie). Een economie waarvan de uitstoot aan afval en met name broeikasgassen inmiddels de draagkracht van de aarde te boven gaat. Een economie ook waar het gaat om meer en meer produceren om meer en meer winst te maken, maar waar tegelijkertijd bijna de helft van de mensheid in armoede leeft.
7. De klimaatcrisis maakt het noodzakelijk om over te schakelen van deze, op fossiele brandstof gebaseerde economie, naar een die gebaseerd is op duurzame energie. (Zonne- en windenergie, en energie gebaseerd op de aardwarmte.) Dat vereist de meest diepgaande omwenteling sinds de industriële revolutie. Een omwenteling die alle aspecten van het maatschappelijke leven zal omvatten: de manier waarop en de plaats waar en de vraag wat er geproduceerd zal worden; de hele infrastructuur en ruimtelijke ordening; de internationale arbeidsverdeling; de verhouding tussen werk en vrije tijd; stad en platteland enz. enz.
8. Deze noodzakelijke omwenteling kan niet plaats vinden binnen een economie waarin de winstgevendheid van bedrijven centraal staat in plaats van het maatschappelijk belang. President commissaris Jeroen van der Veer van Shell maakte dat nog eens duidelijk toen hij vorige jaar terwijl iedereen de mond vol had van ‘duurzaamheid’ en ‘verantwoord ondernemen’ verklaarde dat Shell haar programma voor duurzame energie stopte omdat het onvoldoende winst opleverde.
Het zelfde zien we bij de banken. Nadat deze sector met tientallen miljarden gered is van de ondergang weigert ze nog steeds om op grote schaal te investeren in duurzame sectoren omdat dat de banken zelf onvoldoende wist oplevert.
9. Technisch is een dergelijke omwenteling goed mogelijk. De daarvoor noodzakelijke technieken bestaan al en kunnen verder ontwikkeld worden. De grote belemmeringen liggen op politiek en economische vlak. Wat ontbreekt is de politieke wil om de problemen werkelijk aan te pakken. En de meest fundamentele belemmering ligt bij de enorme macht van de grote bedrijven die direct belang hebben bij de op fossiele brandstof gebaseerde economie. Niet alleen de auto-industrie, de vliegtuigsector, maar even goed de grote voedselmultinationals en de met deze industrieën verbonden financiële sector.
10. Van verschillende kanten wordt er gepleit voor het gebruik van marktmechanismen om de vergroening van de economie te bevorderen. Het systeem van handel in emissierechten is daar wel het meest perverse voorbeeld van, maar we zien het ook bij het rekeningrijden, de vliegtax en allerlei ander voorstellen. ‘De vervuiler betaalt’, is dan het motto, de rekening komt uiteindelijk bij de consument terecht.
De noodzakelijke verandering zal er door de marktwerking niet komen. Het probleem zit hem niet bij het individuele gedrag van consumenten, maar bij de manier waarop de productie en distributie, en daarmee de hele maatschappij is georganiseerd. In plaats van meer moet er minder marktwerking komen. Als banken en oliemaatschappijen niet bereid zijn om de miljarden die ze in de loop van de tijd vergaard hebben in te zetten voor de noodzakelijke investeringen in de vergroening van de economie, zullen ze daar toe gedwongen moeten worden. Het kan niet zo zijn dat een klein aantal mensen in de top van het grote bedrijfsleven de toekomst van de mensheid op het spel zet.
Het gebruik van marktmechanismen als instrument ter vergroening van de economie leidt er niet toe dat de vervuiling en verspilling stopt, maar slechts dat dit steeds meer een voorrecht wordt van de welgestelden. En daarmee wordt het maatschappelijke draagvlak voor de noodzakelijke omvorming ondergraven.
11. Op de top van Kopenhagen hebben de wereldleiders laten zien dat zij niet in staat zijn om betekenisvolle stappen te zetten voor de oplossing van de klimaatcrisis. Met name de geïndustrialiseerde landen zijn niet bereid het roer werkelijk om te gooien en willen de problemen vooral afwentelen op de arme landen.
12. Een effectief klimaat beleid zal afgedwongen moeten worden. Afgedwongen door een sterke internationale maatschappelijke beweging. Een bewegingen waarin activisten uit de geïndustrialiseerde landen in het globale noorden samenwerken met activisten uit het zuiden waar de gevolgen van de klimaatcrisis het sterkt merkbaar zijn.
Deze beweging zal de ecologische en sociale belangen van de meerderheid van de bevolking moeten combineren. Ze zal duidelijk moeten maken dat de opwarming van de aarde niet zo maar het gevolg is van menselijk handelen, maar van menselijk handelen in een systeem dat niet gericht is op het bevredigen van de sociale behoeften maar op het maken van winst.
13. De oplossing van zowel de klimaat- als de economische crisis ligt in een radicale omvorming van de economie. Als nu één op de tien mensen in Europa en de VS gedwongen werkloos thuis zit, betekent dat ook dat één op de tien mensen bij wijze van spreke morgen aan de slag kan in programma’s van energiebezuiniging, isolatie van woningen, uitbreiding van openbaar vervoer, vergroting van de biologische landbouw enz. enz.
Als nu door de crisis een groot deel van de productiecapaciteit stil ligt, betekent dat ook dat die capaciteit gebruikt kan worden voor de omvorming naar een ecologisch verantwoorde economie. Fabrieken waar vroeger auto’s gemaakt werden, kunnen omgevormd worden tot leveranciers van trams, treinen en andere vormen van milieuvriendelijk openbaar vervoer en van windmolens en zonnecollectoren. Leegstaande kantoren kunnen verbouwd worden tot ecologisch verantwoorde woningen. De reclame branche die er nu op is gericht de consumenten zo veel mogelijk goederen aan te smeren kan omgevormd worden tot voorlichting over bewust en verantwoord consumeren.
De zo genoemde landen in ontwikkeling kunnen nu de fouten die elders zijn gemaakt (het opbouwen van een economie gebaseerd op fossiele brandstof) voorkomen.
14. De afgelopen decennia heeft er een enorme overdracht van rijkdom plaatsgevonden. De armen zijn armer geworden en de rijken steeds rijker. Vooral de allerrijksten in alle delen van de wereld hebben hun vermogen enorm zien groeien. Een rigoureuze herverdeling van de rijkdom is noodzakelijk om de economie op een gezonde en verantwoordde manier te laten functioneren.
In plaats van te bezuinigen op de uitkeringen en sociale voorzieningen zullen deze verruimd moeten worden. Een vergroting van de welvaart van de armste groepen zal hen in staat stellen om gezonder en ecologisch verantwoord te gaan leven, en de ‘nieuwe’ economie een impuls geven.
15. Behalve een geweldige concentratie van rijkdom zien we ook een sterke concentratie van macht. ‘Wereldleiders’ nemen in de besloten conferenties (G8 of G13) beslissingen die het leven van miljoenen mensen direct raken zonder dat zij daar ook maar op enigerlei wijze bij betrokken zijn. Ook leiders van multinationals nemen in kleine kring, zonder enige democratische controle, beslissingen die directe consequenties hebben voor het leven van velen.
Behalve een drastische herverdeling van rijkdom is ook een drastische democratisering noodzakelijk. Niet alleen in de politiek, maar ook in de economie. Voor een nieuwe economie, gebaseerd op de behoeften van de meerderheid van de bevolking, is een radicale democratisering noodzakelijk.
16. De noodzakelijke veranderingen zullen er alleen komen als ze afgedwongen worden door een sterke internationale sociale beweging. Die beweging zal opgebouwd worden door een combinatie van lokale, nationale en internationale activiteiten en initiatieven. Zij zal zich zowel bezig houden met directe sociale strijd als met de strijd tegen de klimaat verandering (en de strijd voor een beter milieu in het algemeen) en voor mondiale rechtvaardigheid.
De sociale fora van het afgelopen decennium zijn de uitdrukking van deze beweging. In Kopenhagen is door honderd duizend demonstranten een verdere stap gezet.
Het opbouwen, versterken en verdiepen van deze beweging is de centrale taak voor het tweede decennium van deze eeuw. We hebben geen tijd te verliezen.
Reactie toevoegen