Duurzaam en sociaal moet en kan

Patrick - 

De vraag is niet of we moeten veranderen, maar hoe we veranderen. En vooral: hoe we sneller omschakelen naar een duurzame samenleving. Die vraag stond centraal op het jubileumcongres van milieudefensie eind mei. Een bijdrage aan een debat naar aanleiding van 40 jaar Milieudefensie.

‘In 2050 hebben we het verspeeld, verknald. De Aarde is op. In 2050 hebben we de grens bereikt. Dat was de boodschap van de Club van Rome veertig jaar geleden.’ Met die woorden opende Hans Berkhuizen, directeur van Milieudefensie, het jubileumcongres. ‘Bij Milieudefensie zijn we mensen met hoop en geloof in een bereikbare groene toekomst. Datzelfde optimisme, twintig jaar geleden, was onze reactie op het rapport van de Club van Rome. Ons ‘Actieplan Nederland Duurzaam’ toonde aan dat alle zeven miljard mensen, stuk voor stuk, aangenaam kunnen leven – met behoud van natuur en biodiversiteit.’
En hij vervolgde: ‘Waarom worden we niet steeds groener en eerlijker? Zijn het de multinationals, die alleen aandacht hebben voor hun aandeelhouderswaarde? Volgens mij moeten we ook naar onszelf kijken. Naar onze manier van consumeren. Van meer willen, van rupsje nooit genoeg. Dat wil ik wel eens op de politieke agenda zien.’ ‘De krachten bundelen, maatschappelijke organisaties, ambtenaren, bedrijven, politici, burgers... Samen kan het! Samen met u zie ik aan de horizon wel die groene samenleving.’
Dit openingswoord laat enerzijds de goede kanten zien van de milieubeweging en anderzijds de valkuil waar steeds opnieuw in wordt getrapt. Kritische vragen stellen en creatieve oplossingen bedenken is altijd een van de sterke kanten geweest van de milieubeweging. Hun vragen en alternatieven hebben, letterlijk, veel in beweging gebracht en veel veranderd. Maar anderzijds is er de valkuil om om het grotere geheel, de verbanden waarin mensen leven, uit het oog te verliezen.

Denken en dromen

Egbert Tellegen, een van de oprichters van Milieudefensie, vind het tijd om weer meer aandacht te geven aan dit grotere geheel: het rapport van de Club van Rome, een van de inspiratiebronnen van Milieudefensie, stelde volgens hem eigenlijk het kapitalisme ter discussie. Hij betreurt het dat het maatschappijkritische besef uit het milieudebat is verdwenen. Er is te ver doorgeslagen in de behoefte om vooral positieve boodschappen te brengen en oplossingen voor ecologische problemen te zoeken in de techniek, zonder de bestaande kaders ter discussie te stellen. We moeten weer durven dromen stelt hij.

Ook Wouter van Dieren komt op voor een gedegen analyse van de oorzaken van de milieuproblematiek. Voor Van Dieren is de ideologie van de vrije markt het grootste obstakel dat de milieubeweging moet proberen te overwinnen: ‘de markt-isten zijn erger dan de marxisten van destijds. Waar is het grote denkwerk om dat feilloos bloot te leggen?’
Twintig jaar geleden durfde Milieudefensie nog te dromen. Het rapport ‘Nederland Duurzaam’ bevatte een schets van hoe Nederland er nu uit zou moeten zien. Maar ook in dit rapport werd onderschat hoe hardnekkig en diep doordrongen het systeem van de vrije markt en het maken van winst is. Er wordt te makkelijk gedaan over het veranderen van het bedrijfsleven, zoals overheidsregulering door ‘ecotaksen’, voorlichting en druk door consumenten. Maar het bedrijfsleven lijkt vooral zichzelf te moeten veranderen. Aan de tegenstelling tussen werken aan duurzaamheid en het winststreven wordt voorbij gegaan. Bedrijven streven nu eenmaal naar winst en ontwikkelen die producten die de grootste winsten opleveren. De ontwikkeling en uitbreiding van openbaar vervoer stagneert niet zomaar, maar omdat het bedrijfsleven dit bewust tegenwerkte. In de Verenigde Staten rijden nu minder treinen en trams dan in de eerste helft van de twintigste eeuw – openbaar vervoer is bewust de nek om gedraaid. Met winsten uit het openbaar vervoer werden door overheden  wegen aangelegd omdat er in benzine- en autoverkoop een goudmijn voor winst open lag. Hoe de maatschappij er nu uit ziet kwam niet vanzelf, gevestigde belangen waren een belangrijke drijfveer.
Groene en grijze wollen sokken
Die belangen en het soort samenleving waar ze deel van uit maken zijn niet veranderd. Nog steeds draait het om economische groei, om winst maken en consumentisme. Misschien omdat grote mobilisaties tegen onder andere kernenergie, de uitbreiding van Schiphol, de Maasvlakte en de aanleg van de Betuwelijn geen resultaat brachten ging een deel van de milieubeweging op zoek naar een tussenweg. ‘Groene’ kapitalisten lijken voor dit deel van de milieubeweging de nieuwe achterban te worden: ‘if you can’t beat them, join them.’

Er wordt aansluiting gezocht bij leiders uit het bedrijfsleven als Paul Polman van Unilever. Die worden neergezet als inspirerende voorbeelden die, om hun winsten veilig te stellen, op energie en grondstoffen besparen omdat deze schaarser en duurder worden. Ze geven hun producten meerwaarde door ze als ‘duurzaam’ op de markt te brengen. En meer waarde betekent meer winst. In dit wereldbeeld gaan de positieve en leuke oplossingen prima samen met nog meer geld verdienen.
Het lijkt alsof het vanzelf gaat, dit ‘vergroenen’ van het bedrijfsleven. De praktijk ziet er een stuk anders uit. Een van de redenen waarom zoveel grote cacao-producenten bijvoorbeeld onlangs in de groene chocola stapten is dat er jaren niet geïnvesteerd is in de productie van cacao, niet in de plantages, niet in de boeren. Er moest wel iets gebeuren om de winsten veilig te stellen en als dat kan door duurzame chocola te produceren, prima.

Dus dan maar geen groene chocola meer kopen, niet positief zijn over deze ontwikkeling? Natuurlijk niet. Het feit dat deze ontwikkeling mogelijk is komt door druk van boerenorganisaties, vakbeweging en  milieubeweging: zij organiseerden de mensen in de cacao en hadden de alternatieven. Zonder deze druk hadden de ‘groene’ captains of industry hun beleid niet gewijzigd. De kracht van de milieubeweging ligt dus niet bij het overreden van de bedrijfsleiding maar in deze bewegingen die druk uit kunnen oefenen. Bij het organiseren van dit soort bewegingen, en overleg voeren vanuit de kracht van deze bewegingen, moet dus de prioriteit liggen.

Overleggen en prijzen
Bij het organiseren van bewegingen die daadwerkelijk druk uit kunnen oefenen zitten twee dingen in de weg. Ten eerste is er de professionalisering van de milieuorganisaties en hun afhankelijkheid van subsidies. Door het eerste loopt de milieubeweging het risico in een afgesloten bubbel terecht te komen en zich te richten op overleggen met topambtenaren en beleidsmakers in plaats van in beweging komen, tussen de mensen. De subsidieafhankelijkheid, een resultaat van een zwakke beweging, maakt het moeilijk consequent te zijn. Vogelbescherming wijt het opgeven van het verzet door de Zeeuwse Milieufederatie tegen de inpoldering van de Hedwigepolder aan hun afhankelijkheid van subsidies van de provincie Zeeland. Milieuorganisaties worden nu door rechts weggezet als subsidiezuigers, volkomen onterecht vergeleken met de echte profiteurs van subsidies: grote bedrijven als PTT en Tom Tom vragen een miljard subsidie om hun plan voor file bestrijding uit te werken terwijl Milieudefensie voor een fractie van dat bedrag een eigen mobiliteitsplan maakte: het rapport ‘Bouwen aan een groene metropool’. Maar om echt sterk te staan, moeten we als milieubeweging onze onafhankelijkheid bewaren.

Het tweede obstakel is de strategie om te pogen mensen hun gedrag te laten veranderen, via de omweg van belastingen en beprijzing. We moeten af van het idee dat het bestedingsgedrag van individuen een reden is om iets wel of niet te doen. Dit idee versluiert de politieke keuzes die gemaakt worden. Mark Rutte stelt in zijn ‘Groen Rechts manifest’ dat de milieubeweging alles wat leuk is duur maakt en belast. We moeten juist benadrukken dat rechts alles wat leuk is voorbehoud voor de elite. Economische groei heeft de inkomensongelijkheid vergroot en de rijken zijn niet het voorbeeld van duurzaamheid – terwijl zij toch meer dan wie ook de keus hebben hun groene geweten te volgen.

Organizing
Vroeger kregen we ook de gewone man en vrouw de straat op. Logisch, want zij zaten in de stank van de Rijnmond of woonden op de gifgrond van Lekkerkerk. Els Bos van de FNV constateerde op het congres dat Milieudefensie het woord ‘werknemer’ niet eens kent. Vaak wordt, als het gaat om het aanspreken van bedrijven op hun producten of de manier waarop ze worden gemaakt, buiten de vakbeweging om gewerkt, zowel hier als in de Derde Wereld. De ‘schone kleren campagne’ is een van positieve uitzonderingen waar meer aandacht voor zou moeten zijn. Er zijn vaak genoeg mensen te vinden die vragen stellen bij het ecologische beleid van het bedrijf waar ze bij werken. Deze mensen zouden we samen met de vakbeweging in kunnen schakelen – dat zet meer zoden aan de dijk dan het nalopen van zogenaamde ‘groene leiders’ die, als de er ergens anders meer winst gemaakt kan worden, meteen overstag zullen gaan.

Weer gewone mensen overtuigen, samenbrengen en in beweging brengen dus. Het eerste begin van het verwerven van een nieuwe achterban gaat altijd moeilijk maar is noodzakelijk voor het opbouwen van een nieuwe milieubeweging. Het Rotterdams Milieucentrum probeert bijvoorbeeld mensen in de oude wijken en migranten te benaderen. Een vernieuwde milieubeweging moet mensen niet alleen wijzen op hun eigen gewoontes maar ook op wat ze samen kunnen doen: het gaat niet alleen om je eigen energiegebruik maar ook om samen bij de huisbaas aan te dringen op meer duurzame verwarmingsketels.

Bij de vakbeweging noemen ze een dergelijke aanpak van mensen samenbrengen op basis van hun gedeelde belangen, om hen collectief in beweging te brengen, tegenwoordig organizing. Dit concept dringt ook binnen bij de milieubeweging. Jammer genoeg verwijzen ze dan vaak naar campagne van Obama terwijl een veel positiever voorbeeld  onder hun neus ligt: de staking en acties van de schoonmakers. In dit voorbeeld ligt het soort positiviteit die de milieubeweging nodig heeft.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop