Iets meer dan zestien jaar geleden maakte de Europese Unie (EU) een van de ergste economische crises uit haar geschiedenis door: de zogenaamde eurocrisis, een uitvloeisel van de wereldwijde financiële ineenstorting die werd veroorzaakt door de ineenstorting van de subprime-hypotheekmarkt in de VS. Een crisis die leidde tot de invoering van drastische bezuinigingen, die vooral de landen in Zuid-Europa hard troffen, waar we een ware begrotingsdwang ondergingen om het tekort onder controle te houden. Dat ging gepaard met ongekende werkloosheidscijfers, bezuinigingen op onze gehavende verzorgingsstaat en de uitzetting van miljoenen gezinnen uit hun huizen. Het kwam zelfs neer op een financiële staatsgreep die de Syriza-regering dwong het derde memorandum te aanvaarden, dat niet alleen de bezuinigingen in Griekenland bezegelde, maar ook het einde betekende van het anti-neoliberale experiment van Syriza.
Vorig jaar kondigde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, met veel bombarie een plan aan om Europa te herbewapenen tegen het Russische gevaar en de onvoorspelbaarheid van de bekende Amerikaanse sheriff. Een nieuwe, ongekende verhoging van de Europese militaire uitgaven: tot achthonderd miljard in vier jaar tijd. Daartoe werd voorgesteld de alomtegenwoordige regels voor begrotingsdiscipline te versoepelen, waardoor de 27 lidstaten schulden konden aangaan; nieuwe leningen aan de lidstaten te bevorderen door middel van de hervorming van de Europese Investeringsbank (EIB) en zelfs regeringen toe te staan geld dat bestemd was voor de cohesiefondsen, te gebruiken voor militaire uitgaven. Een ongekende militaire uitgave die 5 procent van het bbp als doel heeft. Wat nooit mogelijk was om een sociaal Europa op te bouwen, was nu wel mogelijk om een Europa van oorlog op te bouwen.
Maar, zoals de voorzitter van de Commissie verzekerde, was de versoepeling van de begrotingsregels waarop de bezuinigingen steunen een tijdelijke maatregel: op een gegeven moment zullen de regeringen hun tekort moeten terugdringen om terug te keren naar begrotingsdiscipline. Want het activeren van de begrotingsflexibiliteitsclausule om de uitgaven snel te verhogen, houdt in dat die vroeg of laat begrotingstechnisch moeten worden gecompenseerd, hetzij door de belastingen te verhogen, hetzij door de uitgaven op andere posten te verminderen.
De secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, voormalig premier van Nederland en fervent voorstander van bezuinigingen, heeft de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie defensie van het Europees Parlement er al op gewezen dat de stijging van de militaire uitgaven gecompenseerd moet worden door bezuinigingen op de sociale uitgaven in de begrotingen van de Europese lidstaten: 'Gemiddeld geven Europese landen gemakkelijk tot een kwart van het bruto-inkomen uit aan pensioenen, gezondheidszorg en socialezekerheidsstelsels, en we hebben slechts een klein deel van dat geld nodig om de defensie aanzienlijk te versterken.'
In zekere zin liepen zowel Rutte als Von der Leyen vooruit op de invoering van een nieuw model, waarin hermilitarisering de sluitsteen is geworden van het project 'Europa als grootmacht' in het kader van de mondiale polycrisis, waarbij het tot nu toe heersende marktconstitutionalisme wordt aangevuld met een versterkte veiligheidspijler. Op die manier keert de bezuinigingspolitiek, met haar fiscale keurslijf van sociale bezuinigingen, terug, met uitzondering van de militaire uitgaven, die blijkbaar niet meetellen als tekort.
Zo kondigden regeringen zoals de Franse vorig jaar extra militaire uitgaven aan van 6,5 miljard euro, met als doel om in 2027 64 miljard euro per jaar aan defensie te bereiken. Een bedrag dat het dubbele is van de 32 miljard die het land uitgaf toen Emmanuel Macron in 2017 president werd. Ondertussen kondigde de Franse premier François Bayrou, twee dagen na de aankondiging van de verhoging van de militaire uitgaven, een van de grootste bezuinigingsplannen in de recente geschiedenis van het land af: een bezuiniging van 44 miljard, die even impopulaire maatregelen omvatte als het bevriezen van pensioenen, ambtenarensalarissen en diverse sociale uitkeringen, evenals het schrappen van twee feestdagen. Een perfect voorbeeld van het nieuwe Europese bestuursmodel van strenge bezuinigingen.
Vorige week kondigde de Duitse regering van Friedrich Merz zelfs een nieuwe verhoging van de defensie-uitgaven aan voor 2027, het jaar waarin de investeringen van de regering opnieuw een recordhoogte zullen bereiken. De Duitse defensie-uitgaven zullen daarmee stijgen van 82,7 miljard dit jaar naar 105,8 miljard volgend jaar, een stijging van 27,9 procent. Dat komt neer op totale uitgaven ter waarde van 3,1 procent van het bbp in 2027, in lijn met de toezeggingen aan de NAVO om dat percentage tegen 2035 op te voeren tot 5 procent. Tegelijkertijd kondigde de regering van conservatieven en sociaaldemocraten een hervorming van de gezondheidszorg aan waarmee 16,3 miljard euro moet worden bezuinigd. Dit is wederom een voorbeeld van hoe gewapende bezuinigingen steeds meer terrein winnen bij de grote Europese regeringen.
In deze nieuwe cyclus lijkt Europa af te stevenen op een verontrustende normalisering van de militarisering onder het mom van externe dreigingen. Macron verzekerde in de traditionele toespraak van de Franse president tot het leger aan de vooravond van de nationale feestdag van vorig jaar dat: 'sinds 1945 de vrijheid nog nooit zo bedreigd is geweest, en nog nooit zo ernstig'. En: 'Om vrij te zijn in deze wereld, moeten we gevreesd worden. Om gevreesd te worden, moeten we machtig zijn.' Nog een rechtvaardiging voor een wapenwedloop die alleen maar leidt tot oorlog als politieke en economische motor, terwijl sociale rechten opnieuw worden gedegradeerd tot een aanpassingsvariabele.
Zo verdwijnt de bezuinigingspolitiek in het nieuwe tijdperk van 'Europa als grootmacht' niet: ze verandert en past zich aan de nieuwe prioriteiten aan. Onder het mom van veiligheid en strategische autonomie wordt een model geconsolideerd waarin de militaire uitgaven worden afgeschermd ten koste van onze sociale rechten. Een 'Europa als grootmacht' dat zijn rol op het wereldtoneel wil versterken en tegelijkertijd de materiële basis ondermijnt die de interne cohesie schraagt. Hiermee wordt de basis gelegd voor de heropleving van een nieuwe cyclus van anti-bezuinigingsbewegingen die herbewapening aanwijzen als een element dat, in plaats van bescherming te bieden, een bedreiging vormt en de ongelijkheid in een Europa van miljonairs ten koste van miljoenen armen vergroot
Ook in Nederland worden we geconfronteerd met gewapende bezuinigingen. Om in 2035 te voldoen aan de NAVO norm van 3,5 procent aan harde defensie-uitgaven is uiteindelijk minstens 19 miljard euro extra nodig, elk jaar weer. De vergaande plannen van het kabinet Jetten zoals de verhoging van de pensioenleeftijd, de verkorting van de WW en de verlaging van de WIA zijn bedoeld om jaarlijks structureel 6,5 miljard te bezuinigen op de sociale voorzieningen en om dat geld te besteden aan de hogere defensie-uitgaven. Zowel vanuit sociaal als vanuit antimilitaristisch oogpunt zijn de aangekondigde acties van de vakbonden tegen de regeringsplannen daarom van het grootste belang. Deze plannen moeten van tafel. (red. Grenzeloos)
Miguel Urbán is voormalig Europarlementariër voor Anticapitalistas, onze zusterorganisatie in de Spaanse staat.
Dit artikel stond op Viento Sur. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen