De conservatieve minderheidsregering (Democratische Alliantie) was van plan om te overleven dankzij de parlementaire steun van afwisselend de socialisten en extreemrechts. Ze slaagde erin de algemene staatsbegroting voor 2026 goedgekeurd te krijgen dankzij de onthouding van de PS en was nu van plan een reeks nieuwe arbeidswetten door te voeren met de medewerking van Chega (extreemrechts). De algemene staking van 11 december heeft dat project echter in onzekerheid gestort.
Een gewelddadige aanval op de arbeidersbeweging
Het vertrouwen van de regering in de twee 'oppositiepartijen' die haar parlementaire minderheid steunden, was zo groot dat ze het meest radicale wetgevingspakket van de afgelopen decennia durfde aan te kondigen. Het ging veel verder in zijn anti-arbeiders- en volksvijandige brutaliteit dan welke andere regering dan ook in de vijftig jaar die de contrarevolutie onlangs heeft gevierd [de progressieve koers van de Anjerrevolutie werd omvergeworpen door de staatsgreep van 25 november 1975]. Zelfs de verschillende rechtse regeringen met absolute meerderheid na 1975 hebben nooit durven overwegen om de extreme maatregelen uit dit 'arbeidspakket' door te voeren.
Onder de talrijke voorziene bepalingen bevinden zich met name het onbeperkte groene licht voor individuele ontslagen, de nietigheid van vonnissen die de herplaatsing van een ontslagen arbeider gelasten, het recht van de baas om externe bedrijven in te schakelen om het werk van de ontslagen personen uit te voeren, de verplichting voor arbeiders met jonge kinderen om weekenduren te accepteren, en de invoering van een individuele urenteller zodat overuren niet langer als zodanig worden betaald.
En plotseling besefte de roekeloze regering van Luís Montenegro [lid van de sociaaldemocratische partij, een centrumrechtse partij in Portugal] dat de comfortabele parlementaire meerderheid van de conservatieven, gesteund door de fascisten en de socialistische partij, en het vooruitzicht dat slechts twee rechtse kandidaten zich zouden kwalificeren voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in januari, niet langer overeenkwam met de opstand in het echte land.
Begin december bleek uit peilingen al dat er een zeer brede steun onder de bevolking was voor de oproep tot een algemene staking, en uit berichten in de media bleek dat veel mensen die nog nooit in hun leven hadden gestaakt, nu wel bereid waren om te staken. De regering deed er alles aan om de bevolking ervan te weerhouden zich bij de staking aan te sluiten en beloofde het minimumloon te verhogen van 870 euro naar 1600 euro en het gemiddelde loon van 1600 euro naar 3000 euro. Maar die extravagante beloften, zonder enige datum of garantie, vonden geen gehoor.
Ongekende deelname aan de staking
Op de dag zelf was de deelname aan de staking ongekend hoog. De CGTP, een vakbond met een communistische meerderheid, schatte het aantal stakers op 3 miljoen, op een beroepsbevolking van 5,3 miljoen mensen. De UGT, een vakbond met een socialistische meerderheid, maakte een nog hoger cijfer bekend. De statistieken over de deelname zijn altijd omstreden, maar ongeacht de juistheid van de berekeningen heeft de staking onomstotelijk haar kracht getoond door essentiële diensten lam te leggen.
Het openbaar vervoer lag in vrijwel het hele land stil. De metro van Lissabon moest worden stilgelegd. Treinen die niet onder de minimale dienstverlening vielen, lagen volledig stil, en veel treinen die wel onder de minimale dienstverlening vielen, reden ook niet. Op de luchthaven van Lissabon leidde de staking tot de annulering van 400 vluchten. De boten die de Taag oversteken, bleven aan de kade liggen. De meeste scholen waren gesloten en de staking in het onderwijs duurde voort tot de volgende dag, 12 december. In de ziekenhuizen werden consulten en geplande operaties geannuleerd en werden alleen spoedgevallen behandeld. Het huisvuil werd niet opgehaald. Grote particuliere bedrijven, zoals Auto-Europa, een dochteronderneming van Volkswagen en de grootste exporteur van het land, hadden hun activiteiten volledig stopgezet.
De minister van het presidentschap, Leitão Amaro, maakte zichzelf belachelijk door op televisie te verklaren dat de staking 'onbeduidend' was. De populairste grap in het land werd de vergelijking tussen deze figuur en de minister van Propaganda van Saddam Hoessein, die onverstoorbaar voor de camera's bleef hameren op de successen van de Iraakse strijdkrachten, terwijl op de achtergrond van zijn eigen uitzending al het geluid van de imperialistische artillerie te horen was. Degene die de geschiedenis is ingegaan als 'Ali, de komiek' heeft nu in Amaro een tweederangs imitator.
De onweerlegbare feiten spreken een serieuzere en heel andere taal. Gezien het succes van de algemene staking achtte de regering het verstandig om haar onverzettelijkheid opzij te zetten en kondigde aan de onderhandelingen over het 'arbeidspakket' te heropenen. Hierbij wil ze in ieder geval alleen de UGT als gesprekspartner, om zo onenigheid te zaaien tussen de twee vakbondscentrales, die sinds 2013 niet meer tot een algemene staking hadden opgeroepen. Een ander veelzeggend feit was de spectaculaire verandering in het standpunt van de extreemrechtse partij Chega: terwijl ze een maand geleden nog de algemene strekking van de aangekondigde nieuwe wetten prees en de oproep tot staking hekelde, heeft ze nu haar sympathie uitgesproken voor de motieven van de stakers. Dat betekent dat het 'arbeidspakket' in zijn huidige vorm niet langer op een parlementaire meerderheid kan rekenen.
De confrontatie gaat door
Dit eerste succes betekent niet dat het gevaar geweken is. De regering en de bazenorganisaties zullen een andere manier zoeken om hun neoliberale programma door te drukken en uiteindelijk een regime van ongebreideld kapitalisme zonder enige juridische belemmering tot stand te brengen. Daarvoor kunnen ze rekenen op de medewerking van extreemrechts en de socialisten, maar ook op de collaborerende of op zijn minst demobiliserende houding van de vakbondsleiding.
De UGT verklaarde vlak na deze algemene stakingsdag dat een tweede staking nodig zou kunnen zijn als de regering onvermurwbaar blijft op het gebied van de fundamentele kwesties. Dat lijkt een strijdbare houding. In werkelijkheid had de UGT, alvorens een dreigement uit te spreken dat zij alleen niet kan waarmaken, de rol als enige gesprekspartner moeten weigeren. Gezien de huidige stand van zaken en de antecedenten van de UGT kan de dreiging met een tweede stakingsdag alleen maar worden beschouwd als retoriek om aan de onderhandelingstafel enkele kleine concessies te bedingen.
De CGTP was deze keer niet betrokken bij de algemene organisatie van stakingspiketten en heeft zich in veel gevallen beperkt tot het ondersteunen van piketten die op initiatief van de achterban waren georganiseerd. En tijdens de grote, jonge en strijdlustige demonstratie naar het parlement die ze had georganiseerd, volstond ze ertoe haar gebruikelijke toespraken te houden om door de kop van de stoet te worden gehoord. Ze verliet onmiddellijk de plaats, waar de colonnes demonstranten nog enkele uren bleven toestromen en in de smalle straten vochten om het plein voor het parlement te bereiken. Hierdoor liet de CGTP ook de demonstranten in de steek die op haar oproep hadden gereageerd en op haar leiding hadden vertrouwd, waardoor ze zonder instructies achterbleven, tegenover de politie en overgeleverd aan provocaties die vervolgens aanleiding gaven tot een wrede repressie.
Dit artikel stond op Marx21. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen