Eind februari werd het minderheidskabinet-Jetten beëdigd. Wie dacht dat het na het PVV-kabinet alleen maar mee zou kunnen vallen, komt bedrogen uit. Zonder een collectief en strijdbaar links antwoord zal het afbraakbeleid extreemrechts verder in de kaart spelen.
De richting van dit kabinet is duidelijk. Op jaarbasis wordt er acht miljard euro overgeheveld van de zorg naar wapentuig. Daarnaast wordt er nog 2,5 miljard euro bezuinigd op de sociale zekerheid. Zelfs het over het algemeen partijdige Centraal Planbureau dat de plannen van het regeerakkoord doorrekende, moest concluderen dat huishoudens meer gaan betalen, terwijl bedrijven worden ontzien.
De afbraak van de gezondheidszorg bestaat uit verschillende maatregelen zoals het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning en het afvoeren van in de apotheek te verkrijgen medicijnen uit het basispakket. Daarnaast wordt de eigen bijdrage – een boete op ziek zijn – nog verder verhoogd. Mensen die zorg nodig hebben, niet zelden armere dan rijkere, betalen zo de rekening voor de bezuinigingen.
Niet nieuw
Met vuile trucs probeert het kabinet deze herverdeling te verhullen. In de eerste plaats door de bezuinigingen via allerlei complexe methodes door te voeren. Zo betalen werkende mensen de oorlogsbelasting doordat het kabinet de belastingschijven maar beperkt wil indexeren. Zo valt een groter gedeelte van het inkomen onder een duurdere schijf. Dit is makkelijker te verkopen dan een tariefverhoging.
FNV-economen lieten zien dat lage inkomens hierdoor harder worden geraakt dan hoge inkomens en dat de middeninkomens relatief zwaarder worden belast dan de topinkomens. De rijken worden rijker, de armen worden armer.
Daarnaast doet het kabinet alsof het bedrijfsleven ook om offers wordt gevraagd, maar dit blijkt een leugen. De 1,7 miljard euro die bedrijven extra moeten betalen via een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds wordt tenietgedaan door een verlaging van de premies voor de Zorgverzekeringswet.
Dit asociale akkoord lijkt strijdig met het progressieve imago dat D66-leider Rob Jetten zich aanmat met bijvoorbeeld zijn ‘steun’ voor de Palestijnen. Maar historisch gezien is dit akkoord tussen D66, CDA en VVD juist erg vormvast. NRC-journalist Tom-Jan Meeus legde regeerakkoorden van deze coalitie uit 2003, 2017 (aangevuld met de ChristenUnie), en 2021 (idem) naast het akkoord uit 2026 en concludeerde: ‘Altijd kiezen ze voor streng begrotingsbeleid. Altijd ontzien ze het onderwijs, bezuinigen ze op zorg en uitkeringen, en stellen ze strenge eisen aan nieuwkomers. En – dat springt eruit – altijd tonen deze partijen diep ontzag voor ondernemers.’
Decentralisering
De kabinetsbezuinigingen komen bovenop de steeds verder stijgende gemeentelijke lasten. Als gevolg van de decentralisering die werd ingezet onder Rutte II (VVD, PvdA) moeten gemeenten steeds meer doen met minder. Onder andere de jeugdzorg, bijstand en zorg voor langdurig zieken werden met deze bezuinigingsoperatie overgeheveld naar gemeenten.
Die gaan hiermee om door gemeentelijke belastingen, zoals de onroerendezaakbelasting en parkeerkosten, steeds verder te verhogen. Dit jaar halen gemeenten zo 15,3 miljard euro extra op. Dit drijft de ongelijkheid nog verder op de spits: tussen arm en rijk, omdat bijvoorbeeld de afvalstoffen- en rioolheffing voor een miljonair en pakketbezorger even hoog zijn; en tussen gemeenten, omdat rijke gemeenten zoals Laren en Bloemendaal minder kwijt zijn aan zorg en reïntegratiekosten.
Verkiezingen
Waarschijnlijk betaalt D66 tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart de prijs voor dit asociale akkoord, terwijl ‘coalitiewinnaar’ VVD profiteert. Daarnaast dreigt het neofascistische Forum voor Democratie een grote slag te slaan. De partij probeert in meer dan honderd gemeenten in de raad te komen. Door uitgesproken neonazi’s op de kieslijsten te zetten, probeert FvD de grenzen van het publieke debat nog verder naar rechts te verschuiven. De lokale afdelingen zullen gebruikt worden als springplank voor extreemrechtse straatterreur zoals we die nu al zien tegen de opvang van vluchtelingen.
Dit maakt het des te belangrijker om ook lokaal zo links mogelijk te stemmen. Hier zijn geen makkelijke keuzes. Zo is GroenLinks-PvdA bereid Jetten aan meerderheden te helpen en schuurt de SP keer op keer tegen extreemrechts aan. Maar in veel gemeenten doet de PvdD ook mee, terwijl er in grote steden met bijvoorbeeld lokale BIJ1-afdelingen, antikapitalistische coalitie de Vonk (Amsterdam) of RSP (Nijmegen) meer keuze is.
Perspectief
Maar om te voorkomen dat extreemrechts de woede over de afbraak in nationalistische richting kan kanaliseren, is er juist ook een beweging op straat en op de werkplekken nodig. Het interim-bestuur van de FNV zegt nu dat de afbraak van de sociale zekerheid van tafel moet, maar heeft zich in het verleden ook bereid getoond bezuinigingen te steunen. Om het initiatief te houden, is het belangrijk dat er snel sectoroverstijgende stakingen worden aangekondigd.
Daarnaast heeft links een eigen verhaal nodig waar geld voor publieke voorzieningen wél vandaan moet komen. En dan hebben we het niet over militarisering. Belangrijke voorzieningen, zoals zorg en betaalbare huisvesting, zijn als gevolg van bezuinigingen en privatisering kapotgemaakt. Om hier opnieuw in te kunnen investeren, is het juist nodig dat we de trend naar steeds lagere winst- en vermogensbelasting keren. Haal het geld waar het zit!
Overgenomen van Socialisme.nu.
Reactie toevoegen