Met een linkse, basisoriëntatie kun je punten scoren in tijden van polarisatie

Onze kameraad Violetta Bock vertelt over de situatie in Duitsland en haar werk als parlementslid voor Die Linke, dat bestaat uit het leggen van een link tussen de arbeidersklasse en het betwisten van een steeds onstabielere macht. Ze sprak met Antoine Larrache.

Hoe zie je de situatie in Duitsland, vooral de gevolgen van de economische crisis?

Het belangrijkste kenmerk van de situatie in Duitsland is de neergang van het 'oude Westen'. Dat geldt zowel voor zijn militaire en geopolitieke rol in het Amerikaans-Europese bondgenootschap als voor de economische basis van dat bondgenootschap: het tijdperk waarin Duitsland een leidende positie in de Europese industrie innam en een dominante rol speelde in de wereldeconomie lijkt voorlopig voorbij en er zijn momenteel geen aanwijzingen dat die ontwikkeling kan worden gestopt of zelfs omgekeerd.

Al jaren verschuiven productieketens en groei steeds meer naar Azië, met name naar China en India. In Duitsland wordt die ontwikkeling niet goed begrepen, noch door de huidige regering, noch door grote delen van links en de vakbeweging, en vormt ze evenmin de basis voor het overwegen van toekomstige maatregelen.

Dat is een dramatische situatie, omdat alles wat we vandaag de dag zien, plaatsvindt onder de vlag van die economische veranderingen, in de context van een snel voortschrijdende klimaatramp, met alle sociale en politieke gevolgen van dien. Voor de arbeidersklasse betekent dat een strategisch vacuüm.

De klimaatramp wordt nu erkend als een realiteit, maar serieuze reflectie over de gevolgen ervan wordt verdrongen door de sociale en economische crises die zich tegelijkertijd ontwikkelen. In werkelijkheid zou de samenleving moeten investeren in toekomstige projecten die de civiele bescherming en de sociale infrastructuur versterken, die mensen in staat stellen de gevolgen van de klimaatramp op te vangen en tegelijkertijd de voortdurende vernietiging van onze leefomstandigheden voorkomen. In plaats daarvan staan oorlog, geopolitieke concurrentie en de verdediging van nationale industriële locaties centraal. Er wordt geïnvesteerd in oorlog, uitbuiting en plundering – met andere woorden, schulden en sociale ontmanteling worden ingezet ten dienste van het militair-industrieel complex en alles wat de controle over natuurlijke hulpbronnen op internationaal niveau garandeert. Daar liggen de winsten en verwachtingen van de heersende klassen.

Dat verhoogt de druk op de arbeidersklasse aanzienlijk, zowel materieel als ideologisch: enerzijds door nationalistische propaganda en de wens om de industrie en de samenleving op grote schaal te militariseren – in Duitsland gebeurt dat altijd onder het motto 'de Russen komen eraan' –, anderzijds door de de-industrialisatie van het land, die banen en leefomstandigheden vernietigt.

Duitsland blijft weliswaar een centrale macht in de EU, maar heeft niet de mondiale bancaire macht van Groot-Brittannië, de militaire suprematie van de Verenigde Staten of zelfs maar de dominante economische positie van China. Zelfs in de hoogste regionen van de vakbonden zijn er leiders die hopen dat militarisering hen per saldo ten goede zal komen en dat Duitsland met hun hulp, indien nodig, terrein zal kunnen terugwinnen in de race om concurrentievermogen.

Dat belemmert ook de dagelijkse strijd. Zolang er geen sterke hoop is op een betere toekomst, zal elke beweging belemmerd blijven. Dat is de taak waar de linkse politiek vandaag de dag voor staat. We moeten klimaatrechtvaardigheid organiseren, in het parlement en op straat.

Welke rol speelt extreemrechts in deze situatie?

De AfD is een heterogene verzameling van rechtse stromingen. Aanvankelijk bekritiseerde ze de Europese Unie en mobiliseerde ze de zogenaamde middenklasse, hoewel haar kiezersbasis vanaf het begin grotendeels bestond uit werkende mensen die zich in de steek gelaten voelden door het politieke systeem.

Tegenwoordig varieert het spectrum van conservatief-nationalisten en voorstanders van drastisch economisch liberalisme tot regelrechte fascisten die zich weten te profileren als radicale oppositie; ze proberen echter al geruime tijd hun diensten aan te bieden aan de CDU als regeringspartner.

Door voortdurende polarisatie hebben ze hun racistische agenda stevig verankerd in de samenleving, en hun eisen – zoals de afschaffing van het asielrecht – zijn door andere partijen overgenomen en omgezet in regeringsmaatregelen.

We zien momenteel een verschuiving naar rechts in het hele politieke spectrum (met uitzondering van Die Linke), wat het leven van migranten, arbeiders, LHBTQ+-mensen en alle sociaal kwetsbare mensen elke dag moeilijker maakt.

De angst voor het ontstaan van een massale fascistische beweging zet aan tot het zoeken naar een centraal antwoord in het kader van zo breed mogelijke allianties, die zich uitstrekken tot de CDU/CSU, de SPD en de Groenen, om de AfD op alle niveaus te blokkeren. Er is momenteel geen massale fascistische beweging in Duitsland.

Maar we moeten er rekening mee houden dat de CDU, de SPD en zelfs de Groenen politieke raakvlakken met de AfD zullen vinden – in de praktijk is dat al het geval. Dat is precies waar we ons tegen moeten verzetten...

De afgelopen maanden hebben we niet alleen een verschuiving naar rechts gezien, maar ook een polarisatie, die vooral zichtbaar is in de groei van Die Linke. Een groeiend deel van de jongere generatie zoekt naar radicalere antwoorden en is bereid om actie te ondernemen. Reacties op de verschuiving naar rechts moeten zich daarom niet alleen richten op allianties tegen de AfD, maar moeten ook een socialistisch perspectief naar voren brengen als alternatief voor militarisering, nationalisme en sociale desintegratie.

Hoe reageren de vakbonden?

We worden regelmatig geconfronteerd met felle aanvallen op het stakingsrecht en de vakbondsrechten. De huidige regering valt bijvoorbeeld openlijk de achturige werkdag aan. In de jaren 2000 hebben de Duitse vakbonden de kans gemist om hun illusies over de sociaaldemocratie te laten varen. Toegegeven, er zijn nu best veel vakbondsfunctionarissen die duidelijk links zijn, maar tegelijkertijd zijn er veel minder leiders uit de arbeidersklasse op de werkvloer. Die ontwikkeling begon zich al in de jaren 1980 af te tekenen. Tegelijkertijd nemen de sociale conflicten die de algemene aandacht trekken af, na een korte opleving aan het einde van het vorige decennium en het begin van dit decennium.

We zien momenteel geen grote, spraakmakende strijd zoals die enkele jaren geleden bij Amazon, de postdienst, ziekenhuizen en de ambtenarij plaatsvond. Natuurlijk zijn er altijd belangrijke initiatieven en campagnes die ons hoop geven en die we met alle kracht moeten steunen. Hiervoor worden steeds vaker zogenaamde organisingmethoden [1] toegepast. Maar die blijven nauw verbonden met de kaders, beslissingen en perspectieven die door de centrale vakbondsapparaten worden bepaald.

We zien ook de opkomst van rechtse ondernemingsraden, vooral in kleine en middelgrote bedrijven, en de oprichting van concurrerende rechtse vakbonden. Om dat aan te pakken is strijdbaar vakbondswerk nodig, want ze vallen aan waar het pijn doet: waar ondernemingsraden en commissies die verantwoordelijk zijn voor het onderhandelen over collectieve arbeidsovereenkomsten voortdurend compromissen sluiten die uiteindelijk niet de wensen van hun collega's weerspiegelen.

Een belangrijke taak blijft het vormen van kerngroepen op de werkplek die zich inzetten voor het benadrukken van klassenstrijd en het ontwikkelen van een sociaal perspectief. Maar zonder een socialistische organisatie die kan laten zien wat de volgende stap moet zijn en die ook tot een goed einde kan brengen, blijven we steken in het stadium van defensieve strijd. Dat is precies wat we nu meemaken: veel kleine gevechten, maar bijna geen enkel gevecht dat echt een rol speelt in het maatschappelijke debat. In de dienstensector zijn er pogingen gedaan om hiervoor burgercoalities te vormen, bijvoorbeeld door samen te werken met de beweging voor energietransitie in het vervoer tijdens loononderhandelingen over het openbaar vervoer.

Onze vrienden op de werkvloer streven ernaar het vakbondswerk te veranderen, te democratiseren en te radicaliseren, maar vaak ook gewoon te reorganiseren. Die Linke kan hierbij een grote hulp zijn, maar niet als we ons opsluiten in werkplekcellen die onze partijpolitiek buiten dat vakbondswerk om proberen te implementeren.

Hoe ziet het beleid van de sociaaldemocratie eruit?

In tijden van crisis is de SPD nooit in staat geweest om een onafhankelijk beleid te ontwikkelen in het belang van de arbeidersklasse, omdat voor haar succes onlosmakelijk verbonden is met dat van het kapitaal. In dat opzicht is er niets veranderd. En omdat ze haar wortels in de arbeidersklasse grotendeels heeft verloren, maakt ze steeds minder een punt van het voeren van klassenpolitiek. Ze valt langzaam uit elkaar.

Naar mijn mening is de rol van de Groenen interessanter. In het buitenland wordt het belang dat de Groenen hebben of hebben gehad in de Duitse samenleving vaak onderschat – ze zijn onlangs in de peilingen achter Die Linke gezakt. Ze hebben lang hoop gegeven op vernieuwing: ecologisch, progressief en pacifistisch, ook al hebben ze in werkelijkheid altijd toegegeven aan de belangen van het kapitaal en de reactie en Duitsland naar zijn eerste oorlogen sinds de Tweede Wereldoorlog geleid.

Tegenwoordig staan ze in het midden van de samenleving, maar ze zijn de partij geworden van 'menselijk racisme', die de grenzen openhoudt ten gunste van het kapitaal, en van 'humanitaire oorlog'. Ze zijn een belangrijke partij geworden, vooral onder de middenklasse, maar het verraad van hun eigen oorsprong is naar mijn mening al lang verleden tijd.

Degenen die nu op de Groenen stemmen, weten heel goed wat ze ervoor terugkrijgen: een beleid dat het kapitaal begunstigt, met elektrische auto's en biologische koffiepads.

Welk beleid denk je dat Merz zal voeren?

Dat is nog niet duidelijk. De CDU – en daarmee ook de SPD, haar coalitiepartner – staat voor een dilemma. Ze grijpen terug op het bekende kapitalistische recept: harde bezuinigingen, militarisering van de samenleving, sluiting van de EU-grenzen voor vluchtelingen en grote investeringen in Europees kapitaal. Ze hopen met een nieuw ‘economisch wonder’ ruimte te creëren voor herverdeling.

Maar er zijn goede redenen om aan te nemen dat ze er deze keer, in de context van de algemene economische crisis, niet met een overvloed aan euro's uit zullen komen – de economische crisis gaat namelijk gepaard met ingrijpende internationale omwentelingen in de moderne productiewijzen, naast een imperialistische reorganisatie van de krachtsverhoudingen. Het herbewapeningsprogramma alleen zal de situatie niet kunnen veranderen – het zal het risico op oorlog alleen maar vergroten en verspreiden.

Op dit moment zien we dat de CDU/CSU en de SPD zich steeds meer aansluiten bij de racistische en nationalistische slogans van de AfD. Waarom zou Merz dan op een dag niet de sprong durven wagen en een minderheidsregering vormen die wordt gesteund door de AfD? Dat zou rampzalig zijn voor de Duitse bevolking, maar het is een realistisch scenario.

De burgerlijke media en grote industriële concerns zetten zich met alle macht in voor een conservatieve regering. Ze hebben het voortdurend over crises binnen de coalitie, maken van elk meningsverschil een catastrofe en verdedigen een concept van democratie waarin regeringen zonder tegenspraak of discussie 'dingen door kunnen drukken', met het argument dat dit nu eenmaal een noodzaak is die door deze crisis wordt opgelegd.

Dat is precies waar wij socialisten ons profiel kunnen aanscherpen: wij zijn democraten. Wij nemen diversiteit van meningen en open conflicten serieus, omdat we ervan uitgaan dat collectieve oplossingen alleen kunnen voortkomen uit confrontatie en brede participatie. Dat is een heel andere opvatting van democratie dan die van het autoritaire 'doordrukken' van het burgerlijke centrum.

Kun je ons iets vertellen over Die Linke? Wat is de algemene politieke oriëntatie van die partij? Wat is de impact geweest van de massale toestroom van jonge mensen?

Om Die Linke volledig te begrijpen, moet je de geschiedenis ervan kennen. Aanvankelijk was de partij het resultaat van de fusie van twee facties: de opvolger van de voormalige staatspartij in het oosten, de PDS, en de Wahlalternative für Arbeit und soziale Gerechtigkeit (WASG), die in West-Duitsland was ontstaan.

De WASG ontstond halverwege de jaren 2000 als reactie op de radicale aanval van de regering-Schröder (SPD) op sociale verworvenheden, de zogenaamde 'Hartz-hervormingen'. De partij werd gevoed door teleurgestelde leden van de SPD, maar ook door elementen uit meer radicaal-linkse kringen, van wie velen een marxistische oriëntatie hadden.

Vanaf het begin was het duidelijk dat Die Linke niet zomaar een politieke partij was, maar het resultaat van het samenkomen van verschillende ervaringen en tradities, zowel politiek als tussen Oost en West. Haar profiel is in de loop van haar geschiedenis verschillende keren veranderd en zal ook in de toekomst blijven evolueren. Haar succes is namelijk altijd verbonden geweest en zal altijd verbonden blijven met haar vermogen om zich aan te passen aan nieuwe sociale dynamieken.

Tegenwoordig is Die Linke – en hier ontstaat vaak een misverstand – minder een partij in de klassieke zin van het woord dan een massale organisatie, een massaal verzamelpunt.

Wat bedoel ik daarmee? De partij bepaalt weliswaar politieke oriëntaties, maar legt niet op dat die uniform worden gevolgd en geeft er de voorkeur aan ze binnen de bewegingen ter discussie te stellen. Ze brengt zowel pragmatische linkse sociaaldemocraten als revolutionair socialisten samen, zonder dat dit over het algemeen leidt tot verdeeldheid, uitsluiting of een gebrek aan solidariteit. Iedereen beseft dat het om een gemeenschappelijk project gaat dat ruimte moet bieden aan verschillende stromingen. Haar centrale doelstelling is de verdediging van sociale verworvenheden, in combinatie met het debat en de strijd voor een socialistisch perspectief, rekening houdend met diverse ervaringen, zowel vanuit het oogpunt van de geschiedenis van Oost- en West-Duitsland als vanuit dat van de verschillende bewegingen.

De politieke oriëntatie van Die Linke is daarom moeilijk in één zin samen te vatten en dat is precies waar veel waarnemers over struikelen. Ze willen definitieve, ondubbelzinnige woorden, maar zo werkt de partij niet. Haar oriëntatie wordt bepaald door de mensen die er actief in zijn.

Dat is een van haar sterke punten: wie zich erbij aansluit, kan invloed uitoefenen op de manier waarop het werk van de partij zich ontwikkelt. De lijn die op centrale kwesties wordt gevolgd, evolueert voortdurend en past zich aan de bewegingen aan.

Het debat over hoe om te gaan met de opkomst van extreemrechts is daar een voorbeeld van: sommigen pleiten voor brede allianties tegen de AfD, ook binnen het parlement, terwijl anderen willen laten zien dat er meer ruimte is voor manoeuvre binnen het kapitalisme. Ik ben bijvoorbeeld tegen beide standpunten. In werkelijkheid is de objectieve manoeuvreerruimte voor hervormingsgezinde strategieën in Europa, en met name in Duitsland, kleiner geworden in een context van de-industrialisatie en autoritarisme.

We bevinden ons momenteel in een vrij comfortabele, maar moeilijke situatie: de partij heeft meer dan twee keer zoveel leden gekregen, velen komen rechtstreeks uit sociale bewegingen, anderen behoren tot een generatie die nog maar net begint te politiseren. Alleen al het feit dat die jongeren hebben besloten om zich bij Die Linke aan te sluiten, is veelzeggend. Ze keren zich daarmee bewust af van de Groenen, een partij die vaak als links-liberaal wordt beschouwd, maar die in werkelijkheid deels een rechts-liberaal beleid voert. Deze generatie is zich ervan bewust geworden dat het hele partijenstelsel in Duitsland naar rechts is opgeschoven en dat alleen Die Linke op haar plaats is gebleven: als een bron van hoop, als een tegenwicht tegen uitsluiting en ontneming van rechten.

En wat verwachten die jongeren van de partij?

Ik denk dat ze niet zozeer willen dat specifieke eisen worden ingewilligd, maar dat ze deel willen uitmaken van deze oppositie die hoop geeft. In het beste geval, en dat zien we op veel plaatsen, zien ze in Die Linke een plek waar ze effectief kunnen optreden in de politiek. Wat het ook mogelijk heeft gemaakt om dit punt te bereiken, is het feit dat de partij sinds het vertrek van Sahra Wagenknecht erin geslaagd is om zich te onttrekken aan publieke ruzies, dat ze erin geslaagd is om met de kwestie van de huurprijzen een centraal thema te vinden en dat het met de huis-aan-huiscampagnes mogelijk is om op basisniveau te gaan handelen en buiten kleine, gesloten kringen contact te leggen met mensen op basis van wat ze dagelijks meemaken.

We hebben hier een historische kans: de parlementsleden en partijfunctionarissen zijn waar ze nu zijn omdat ze ervoor kozen om aan dit project te beginnen op een moment dat het onmogelijk leek om op die manier carrière te maken in de politiek. Nog afgelopen najaar werd Die Linke als ten dode opgeschreven beschouwd. Iedereen die zich kandidaat stelde, deed dat vanuit de diepe overtuiging dat er een links alternatief nodig was. Dat is precies waar we vandaag de dag van kunnen profiteren om aan de toekomst te bouwen.

Wat betreft de solidariteitsbeweging met Palestina: is er een nieuwe dynamiek, met name in arbeiders- en immigrantenwijken?

De solidariteitsbeweging met Palestina is momenteel een van de grootste bewegingen in Duitsland. Ze wordt voornamelijk geleid door immigranten. Zoals in veel landen is de repressie streng en werkt ze racisme verder in de hand. Het is daarom altijd belangrijk om onderscheid te maken tussen de 'gepubliceerde' opinie en de publieke opinie. Onder de bevolking als geheel is een meerderheid tegen wapenleveranties vanuit Duitsland, maar dat is nog niet zichtbaar op straat.

Je zult jongeren, maar ook veel arbeiders en bepaalde delen van de bevolking als geheel niet meer kunnen bereiken als je solidariteit met Palestina in het algemeen bestempelt als een 'probleem' of 'antisemitisch'. Die visie is al lang doorgedrongen in sociaal links, niet in de laatste plaats vanwege de verschrikkelijke geschiedenis van Duitsland.

Het blijft natuurlijk zo dat hoe meer mensen in hun dagelijks leven – via hun werk of in hun privéleven – verbonden zijn met staatsinstellingen, hoe meer de oude druk van het ‘staatsbelang’ voelbaar is. Dat blijft een obstakel.

Maar dat vormt geen groot probleem voor een socialistische strategie. Want we richten ons vooral tot degenen die niet in dit systeem zijn geïntegreerd, maar er wel onder lijden. En juist hier krijgt solidariteit met Palestina, ondanks alle aanvallen, een nieuwe dynamiek.

Hoe verloopt de strijd tegen onderdrukking? Kan die worden overwonnen? Kan de beweging sterker worden dan de onderdrukking?

Natuurlijk heeft onderdrukking effect, vooral op degenen die het dichtst bij de staat werken of handelen of die op de een of andere manier afhankelijk zijn van staatsinstellingen. Op sommige plaatsen wordt de onderdrukking duidelijk, bijvoorbeeld als Joodse vrouwen wordt verboden zich in het openbaar uit te spreken omdat ze zich duidelijk tegen het Israëlische beleid verzetten, of als rechtbanken achteraf het brute politieoptreden veroordelen en later het verbod op bepaalde slogans opheffen. Binnen de solidariteitsbeweging zien we regelmatig nieuwe vorderingen, omdat nieuwe bevolkingsgroepen zich bij de beweging aansluiten en er belangrijke doorbraken worden bereikt.

Het feit dat steeds meer organisaties niet langer een oogje dicht kunnen knijpen, heeft hier ook aan bijgedragen. Degenen die eenmaal hun angst hebben overwonnen, zijn des te vastberadener. De houding van de staat schokt het fundamentele vertrouwen van veel mensen in het systeem. Binnen de solidariteitsbeweging bestaan nog steeds uiteenlopende standpunten, van een nadruk op humanitaire eisen tot antizionistische standpunten.

Het grote probleem in Duitsland is op dit moment heel anders: de strijd tegen depressie en het gevoel dat er geen uitweg is. De federale regering weigert al lang hardnekkig om beslissingen te nemen die druk op Israël zouden betekenen. We zijn dus tegen de staat, maar de staat geeft geen krimp. Het Duitse 'staatsbelang' hangt als een donkere wolk boven alles en doordringt het hele buitenlandse beleid.

Veel activisten hebben daarom het gevoel dat ze tegen windmolens vechten. Voor degenen die al decennialang campagne voeren uit solidariteit met Palestina, wordt deze periode gedomineerd door de gruwelen van wat er in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in de hele regio gebeurt.

Tegelijkertijd betekent deze fase een grote stap voorwaarts: een nieuwe generatie activisten en partijleden is naar voren gekomen, die niet langer gevangen zit in het idee dat elke kritiek op Israël inherent antisemitisch is. Die vooruitgang heeft misschien niet onmiddellijk effect, maar het creëert een solide basis van waaruit we de komende jaren een radicaler internationalistisch perspectief kunnen opbouwen.

Hoe zie je je rol als parlementslid in deze situatie?

Ik benader mijn rol als parlementslid altijd met de vraag naar de relatie tussen het parlement, de beweging en de partij in gedachten.

Gelukkig zijn er de afgelopen jaren veel debatten geweest en is er duidelijke vooruitgang geboekt binnen Die Linke. We hebben lessen geleerd over hoe die relatie gestructureerd moet worden en hebben precieze regels ingevoerd, bijvoorbeeld voor financiële betalingen of het regelmatig houden van sociale raadplegingen. Het is heel duidelijk dat de parlementsleden met wie ik nu samenwerk, zich niet uit professionele ambitie, maar uit overtuiging kandidaat hebben gesteld. Natuurlijk blijft er binnen de partij een oude manier van functioneren bestaan, waarbij parlementsleden de neiging hadden zich in kleine werkgroepen te organiseren. Dergelijke tendensen duiken om structurele redenen regelmatig weer op. Maar we zijn begonnen die logica te doorbreken. En ik denk dat we op de goede weg zijn, ook al staan we nog maar aan het begin.

Concreet onderscheid ik drie aspecten in mijn werk.

Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat bewegingen kunnen profiteren van bestaande middelen. Ik heb het niet in de eerste plaats over geld, maar over informatie, netwerken en mogelijkheden om gehoord te worden. Dat wordt vaak gereduceerd tot louter financiële steun. Maar wat cruciaal is, is dat we bewegingen voorzien van analyses, stellingen, evaluaties, indrukken en een goed begrip van de tegenstander. Dat zijn middelen waarover wij als parlementsleden beschikken.

Ten tweede gaat het erom een rolmodel te zijn. We moeten aan die rol niet het doel verbinden om ooit deel uit te maken van het heersende blok van de machtigen en de regering. Als parlementsleden moeten we laten zien dat we niet verdwijnen zodra we in de Bondsdag zitten. In Kassel, met name in de wijk Rothenditmold, heb ik samen met veel kameraden een buurthuis opgericht. Na mijn verkiezing vroegen velen zich af of ik nu 'weg' was.

Maar voor mij was één ding duidelijk: werk in het parlement en lokale wortels hoeven niet tegenstrijdig te zijn [2]. Daarom blijf ik maatschappelijk werk doen, daarom steun ik de huurdersbeweging – die in deze crisissituatie, en dat is geen toeval, een centraal werkterrein is geworden voor de hele partij. Op die manier laten we zien dat het mogelijk is om binnen het burgerlijke parlement te werken zonder 'politici' te worden.

Ten derde: we moeten het parlementaire platform op een baanbrekende manier gebruiken. In deze tijden van oorlog en klimaatramp is het belangrijk om de strijd voor klimaatrechtvaardigheid en tegen imperialistische belangen zo veel mogelijk onder de aandacht te brengen. Dat is de grote taak die voor ons ligt, maar die mag niet los worden gezien van de klassenstrijd zoals die zich nu ontvouwt. Integendeel, het is een uitbreiding daarvan. Ik zou blij zijn als over twee of drie jaar juist deze kwesties – organisatiewerk, basiswerk en activiteiten voor en met de arbeidersklasse – de basis zouden vormen van onze interne partijdebatten. En ik heb er alle vertrouwen in dat we hieraan kunnen bijdragen. We hebben namelijk al laten zien dat een oriëntatie op links en op de basis geen karikatuur is, maar ons juist in staat stelt om in tijden van polarisatie punten te scoren.

Noten

[1] Violetta Bock is de Duitse vertaler van het belangrijke boek The Seven Components of Transformative Organizing Theory (2010) van Eric Mann, die de baas is van het Labor/Community Strategy Center in Los Angeles.

[2] Violetta Bock heeft, samen met onze kameraad Thomas Goes, Ein unanständiges Angebot? Mit linkem Populismus gegen Eliten und Rechte (Een onfatsoenlijk voorstel? Links populisme tegen de elites en rechts, 2017) geschreven. Daarin pleiten ze voor een 'socialisme voor gewone mensen' en 'de organisatie van een tegenmacht om laboratoria van hoop en een achterland van solidariteit te creëren'. Ze beschrijven Sahra Wagenknecht daarin als een 'mislukte populist'.

Violetta Bock is lid van de Vierde Internationale in Duitsland.

Foto: 'Friedrich [Merz - leider van de CDU/CSU] + Alice [Weidel - vicevoorzitter van de AfD]: rechtse vrienden. Schaam je!', demonstratie 'Hand in hand zijn wij de firewall tegen extreem rechts', Berlijn, 16 februari 2025.

Dit artikel stond op International Viewpoint. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop