Na de MAS toont de arbeidersklasse opnieuw haar kracht in Bolivia

De nieuwe rechtse regering van Bolivia keurde bij uitvoerend decreet een pakket neoliberale hervormingen goed. Maar na de grootste mobilisatie van de vakbeweging in de afgelopen vijf jaar werd ze gedwongen om terug te krabbelen.

'Kracht, kracht, kracht! Kracht, kameraden!', riep een man met een mijnwerkershelm door een megafoon. Demonstrerend in de zonnige straten, gehuld in een wolk luidruchtige vuurwerkbommen, kwamen duizenden mijnwerkers, arbeiders, boeren, maatschappelijke organisaties en inheemse organisaties uit Bolivia begin deze maand bijeen in de stad La Paz voor de grootste sociale mobilisatie van de afgelopen vijf jaar. Buiten de stad legden wegblokkades onder leiding van lokale vakbonden het vervoer in het hele land bijna volledig lam. In de straten was het motto 'Bolivia is niet te koop'.

De massale protesten tegen de conservatieve regering van de nieuw gekozen Rodrigo Paz duurden bijna een maand. Hoewel het werd gepresenteerd als de afschaffing van de brandstofsubsidie, die de benzineprijzen kunstmatig laag houdt, zou decreet 5503 ook belangrijke natuurlijke hulpbronnen hebben geprivatiseerd en een breed scala aan bezuinigingsmaatregelen hebben doorgevoerd.

Het indrukwekkende machtsvertoon van de arbeiders, in combinatie met een effectieve onderhandelingsstrategie van de vakbondsconfederatie, de Central Obrera Boliviana (COB), dwong de regering terug te krabbelen en aan te kondigen dat ze een nieuw decreet zou opstellen in overeenstemming met de vakbonden. Hoewel de brandstofsubsidie niet terugkomt, is het gelukt om de andere neoliberale maatregelen tegen te houden.

'We kunnen met trots zeggen: missie volbracht, Boliviaanse bevolking. Het doel is bereikt, kameraden', verklaarde COB-leider Mario Argollo na afloop van de onderhandelingen. Wat de overwinning van de COB aantoont, is dat, hoewel de Movimiento al Socialismo (MAS) vorig jaar na twee decennia aan de macht als electorale kracht is verpletterd, haar sociale bewegingen zich hebben geheroriënteerd en de dominantie van rechts hebben uitgedaagd.

Decreet 5503

Het is veelzeggend dat de brandstofsubsidie, een explosief onderwerp in de Boliviaanse politiek, een van de minst controversiële punten bleek te zijn in het decreet van Rodrigo Paz. Gezien de verdieping van de economische crisis in het land leken alle politieke actoren het erover eens te zijn dat de tijd ervan voorbij was.

De geschiedenis van de brandstofsubsidie is lang en controversieel. Ze werd voor het eerst ingevoerd in 1997 door voormalig dictator Hugo Banzer, tijdens zijn tweede democratische presidentschap, als middel om de inflatie te beteugelen. Evo Morales probeerde in 2010 tevergeefs de subsidie te verminderen, een poging die ook op massale protesten stuitte, en Luis Arce probeerde het opnieuw in 2024, met een voorstel voor een referendum dat uiteindelijk nooit plaatsvond.

Vóór decreet 5503, dat eind december werd uitgevaardigd, werd een liter diesel en benzine in Bolivia verkocht tegen een gesubsidieerde prijs van 0,45 euro, een beleid dat de staat bijna 1,7 miljard euro per jaar kostte. De afschaffing van de subsidie maakt deel uit van een reeks bezuinigingsmaatregelen om het begrotingstekort van Bolivia en de economische onrust als gevolg van het tekort aan dollars en gas en de stijgende inflatie van de afgelopen twee jaar aan te pakken. De brandstofprijzen zullen nu met 86 procent stijgen voor benzine en met 162 procent voor diesel.

Toen de aankondiging vlak voor Kerstmis werd gedaan, kwamen de vakbonden die de chauffeurs en de transportsector vertegenwoordigen in opstand. Nadat de regering echter een geheime overeenkomst had gesloten met de vakbonden in de transportsector, bleven alleen de COB en later ook de boerenvakbond, de Confederación Sindical Única de Trabajadores Campesinos de Bolivia (CSUTCB), over om zich tegen het decreet te verzetten.

Op elke straathoek in La Paz werden pamfletten met de tekst van het decreet uitgedeeld. Een blik op de kleine lettertjes leert dat het venijn echt in de details zit. Zoals de COB betoogde, was de brandstofsubsidie slechts het topje van de ijsberg. Met 121 artikelen zou het decreet de weg hebben vrijgemaakt voor een reeks radicale neoliberale hervormingen, van het toestaan van potentieel risicovolle financiële programma's door de Centrale Bank van Bolivia tot een versnelde procedure voor het goedkeuren van winningsprojecten van buitenlandse bedrijven, buiten de gebruikelijke controles en waarborgen om. Om het decreet wat te verzachten, verhoogde Paz ook het minimumloon tot 3.300 bolivianos per maand (406 euro), hoewel dat alleen ten goede komt aan degenen die in de formele economie werken, ongeveer 17 procent van de arbeiders volgens de Internationale Arbeidsorganisatie.

Terwijl de pers de kwestie presenteerde als beperkt tot brandstofsubsidies, voerde de COB aan dat het decreet particuliere belangen boven het algemeen belang zou stellen en niets minder was dan een bedreiging voor de Boliviaanse democratie zelf. Kawi Kastaya, een ervaren vakbondsleider uit El Alto, legde aan Jacobin uit:

'Als de grondwet van de staat bepaalt dat de Wetgevende Vergadering verantwoordelijk is voor het opstellen van wetten, dan is het aan hen om wetten op te stellen om de kwestie van subsidies aan te pakken of om instellingen toe te staan natuurlijke hulpbronnen te exploiteren. Wat het decreet betreft, heeft de president dus besloten dat deel van de grondwet van de staat te schenden. Daarom hebben veel vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties zich hierover uitgesproken.'

In een Facebookbericht wijst econoom Gonzalo Colque van de ngo Fundación Tierra er zelfs op dat het decreet bedoeld was om de staat in handen te laten vallen van 'opportunistische minderheden'.

De voormalige vakbondsleider en Aymara-gemeenschapsactivist Roberto Pacosillo Hilari was het er in een verklaring aan Jacobin mee eens dat het decreet een verontrustende overschrijding van de uitvoerende macht betekende: 'Het is niet democratisch (...) Geen enkele regering heeft het recht om bij decreet te regeren'. Hij uitte zijn bijzondere bezorgdheid over het risico dat de exploitatie door buitenlandse bedrijven vormt voor de natuurlijke hulpbronnen van Bolivia, dat door het decreet nog groter zou kunnen zijn geworden. 'Alle activiteiten, zoals mijnbouw, hebben een impact op het milieu', waarschuwde hij.

De COB, een overkoepelende vakbondsorganisatie die wordt gedomineerd door de mijnbouwvakbond, de Federación Sindical de Trabajadores Mineros de Bolivia, en momenteel wordt geleid door Mario Argollo, is al lange tijd een machtige kracht in Bolivia en speelde bijvoorbeeld een cruciale rol in de Nationale Revolutie van 1952. Velen betwijfelden echter of ze nog steeds de nodige politieke invloed had om de neoliberale hervormingen effectief aan te vechten. Getroffen door de ineenstorting van de MAS bij de recente verkiezingen en geplaagd door langdurige interne strijd en beschuldigingen van corruptie, werd er gespeculeerd of ze wel in staat zou zijn haar vakbonden te mobiliseren.

De krachtige reactie van de COB kwam duidelijk als een verrassing voor Paz. Volgens Kastaya 'zou Bolivia zonder het akkoord [van begin januari] vrijwel lamgelegd zijn geweest, aangezien steeds meer organisaties, onder meer uit de transportsector, zich aansloten. Daarom heeft [Paz] uit angst een stap terug gedaan'.

Zowel de COB als de boerenvakbond CSUTCB hebben een lange geschiedenis van strijd voor mensenrechten sinds de dictaturen van de jaren zeventig en de terugkeer naar de democratie in 1982. In 2020 kwamen de COB en de CSUTCB in actie om Jeanine Áñez met succes te dwingen verkiezingen te houden na een jaar van ongekozen extreemrechts bestuur na de staatsgreep tegen voormalig president Morales.

Neoliberalisme keert terug in Bolivia

Decreet 5503 weerspiegelt de neoliberale missie van de regering van Paz en haar toewijding om het extractieve model te verdiepen ten koste van arbeiders, boeren en inheemse volkeren, een toewijding die niet zal verdwijnen met de intrekking van het decreet.

De regering van Paz heeft ook haar voornemen uitgesproken om haar betrekkingen met de Verenigde Staten te verdiepen, nadat de MAS het Amerikaanse Bureau voor Internationale Ontwikkeling (USAID) en de Drug Enforcement Administration (DEA) had uitgezet wegens inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Bolivia. Terwijl de VS hun imperialistische aanval op Latijns-Amerika uitbreiden, heeft de regering van Paz zich ingespannen om zich aan te passen aan de nieuwe imperialistische wereldorde van Donald Trump. Begin deze maand kwam de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) naar Bolivia en kondigde aan dat ze het land een hulppakket van 4,5 miljard dollar zou aanbieden, zes keer meer dan de vorige toewijzing van de bank. Het geld zal worden gebruikt om onder andere de agro-industrie en de mijnbouw te ondersteunen, volgens de bank.

Lokale beelden suggereren ook dat de DEA met drones en helikopters boven de regio Chapare vliegt, waar voormalig president Morales onder bescherming staat van zijn coca-telende aanhangers.

Tegelijkertijd is de regering van Paz haar belofte om het Nationaal Flora- en Faunareservaat van Tariquía te beschermen niet nagekomen. Dat is een biodivers reservaat in het oosten van het land waar inheemse groepen en lokale boeren zich al lange tijd verzetten tegen initiatieven voor olieboringen. Te midden van de protesten drong de politie met geweld een controlepunt in het gebied Quebrada Las Vacas binnen om de Braziliaanse oliegigant Petrobras toegang te geven tot de locatie van de proefboring Domo Oso X-3 (DMO-X3). Milieuactiviste en boerin Nelly Coca verklaarde tegenover de lokale pers:

'We dachten dat deze regering verandering zou brengen voor ons; we hadden hoop dat ze Tariquía zouden respecteren. Toen hij senator was, kwam [Rodrigo Paz] bij mij thuis en tekenden we een overeenkomst waarin hij beloofde geen oliebedrijven toe te laten en het reservaat te verdedigen. Nu is hij echter de eerste die de veiligheidstroepen stuurt om ons tegen te houden en te vertrappen.'

Wraak in een post-MAS Bolivia

Sinds Paz in november 2025 aan de macht kwam, heeft hij zich voorgenomen om een einde te maken aan de MAS en de sociale bewegingen die de MAS in 2005 aan de macht brachten. De wiphala werd onmiddellijk verwijderd van de officiële presidentiële sjerp toen Paz aan de macht kwam.

Voormalig president Arce zit momenteel in de gevangenis, samen met MAS-leider Lidia Patty, van de inheemse kallawaya-natie, op beschuldiging van corruptie in verband met het Inheemse Fonds, een uitgavenprogramma uit het tijdperk van Evo Morales dat middelen herverdeelde onder de armste inheemse gemeenschappen van Bolivia.

Hoewel het programma al lange tijd werd geplaagd door beschuldigingen van ongepaste uitgaven, is het feit dat de overwegend witte regering haar aandacht heeft gericht op een programma dat fondsen herverdeelde onder inheemse groepen en dat onder toezicht stond van de inheemse volkeren zelf, een duidelijke boodschap.

Ondertussen werd Áñez, de kortstondige dictator die in 2019 tijdens de staatsgreep tegen Evo de macht greep, onmiddellijk vrijgelaten, samen met twaalf andere personen die werden beschuldigd van deelname aan het bloedbad onder ongewapende burgerdemonstranten in Senkata en Sacaba tijdens de staatsgreep. Volgens Amnesty International kwamen meer dan vijfendertig mensen om het leven bij de gewelddadigheden die volgden op haar machtsovername in 2019. De aanklacht tegen Áñez werd vernietigd wegens vermeende schendingen van de rechtsgang tijdens haar proces. Zoals de zaken er nu voorstaan, is niemand ter verantwoording geroepen voor die daden van staatsgeweld, een verontrustend teken van straffeloosheid.

De recente mobilisatie van de volkssectoren maakt echter duidelijk dat de positie van Paz onstabiel is. 'De regering van Paz dacht waarschijnlijk dat ze macht had, legitimiteit verkregen in de verkiezingen', zegt Kastaya. 'Maar de meerderheid van de bevolking stemde op haar vicepresident, de heer Lara.'

In Bolivia is een vreemde politieke dynamiek ontstaan, waarbij vicepresident Edmand Lara, die vorig jaar samen met Paz werd gekozen, zich steeds luider tegen Paz heeft gekeerd. Lara, een voormalig politieagent uit Cochabamba met trouwe volgers op TikTok en een eenvoudig gedrag, geniet de gunst van de plattelandsbevolking en de stedelijke arbeidersklasse. Zijn populariteit staat in contrast met de stedelijke afkomst van Paz, die uit de witte elite komt. Paz komt uit een lange lijn van politici, aangezien zijn vader, Jaime Paz Zamora, tussen 1989 en 1993 president was.

Als reactie hierop heeft Paz Lara gemarginaliseerd en een ander decreet uitgevaardigd dat de autoriteit van de vicepresident verzwakt door te garanderen dat hij geen uitvoerende macht kan uitoefenen als de president in het buitenland is.

Komt er een gewelddadige reactie?

Tijdens de protesten begonnen de door rechts gecontroleerde media in Bolivia een reeks berichten tegen de COB te verspreiden, waarin werd verwezen naar de hoge salarissen van COB-functionarissen en hun betrokkenheid bij de vermeende corruptie tijdens het MAS-tijdperk. Paz heeft gewaarschuwd tegen het gebruik van dynamiet bij de protesten, hoewel er geen bewijs is dat dat bij de recente demonstraties is gebruikt.

Hoewel dat de steun voor het verzet van de vakbond tegen het decreet niet heeft verminderd, heeft het autoritaire discours van rechts over de blokkades aanhangers gekregen onder de stedelijke middenklasse. De regering van Paz wil een wet invoeren die blokkades reguleert, een traditionele vorm van protest in Bolivia en een hoeksteen van de boerenmobilisatie in dat land zonder kustlijn. Het wetsontwerp voorziet in straffen tot twintig jaar gevangenisstraf voor degenen die blokkades organiseren of eraan deelnemen, wat een zware klap zou betekenen voor het recht op protest. De CSUTCB heeft verklaard dat ze zich zal verzetten tegen de pogingen van de vertegenwoordigers van de door rechts gedomineerde wetgevende macht om blokkades illegaal te maken.

In de afgelopen weken, temidden van het post-MAS-klimaat, is een hernieuwde COB opgekomen als een gedurfd instrument van de macht van de arbeiders in hun verzet tegen de autoritaire regering. Paz weet dat hij nu in het nadeel is, aangezien de COB een belangrijke overwinning voor de democratie en de rechten van de arbeiders in Bolivia heeft behaald door decreet 5503 in te trekken. Maar het valt nog te bezien of dat een nieuwe cyclus van klassenstrijd inluidt in een van de armste landen van Latijns-Amerika.

Dit artikel stond op Jacobin. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop