Oude wijn in nieuwe zakken? – De Chinese Communistische Partij (CCP) viert haar honderdjarig bestaan

18.07.2021

Peter Wong schrijft over het eeuwfeest van de CCP en stelt dat het ronduit dwaas is om het China van vandaag of de CCP als 'communistisch' of 'socialistisch' te omschrijven. [leestijd 8 minuten]

Begin juni van dit jaar, een maand voor de viering van het eeuwfeest van de CCP, hebben de autoriteiten een stel Maoïsten opgepakt, waaronder Ma Houzhi die pas in 2019 werd vrijgelaten uit een gevangenisstraf van tien jaar voor het plegen van het misdrijf van het oprichten van een Chinese Maoïstische Communistische Partij - een poging om Mao's China nieuw leven in te blazen.

Ongeveer tegelijkertijd voert Peking ook de repressie op tegen de oppositie in Hongkong die algemeen kiesrecht eist. De partij had vaag algemeen kiesrecht voor Hong Kong beloofd in zijn basiswet, maar is niet van plan dit na te komen. Nu beweert de CCP nog steeds de trouwe opvolger te zijn van de grote algemene staking van 1926-27 in Kanton-Hongkong (die werd geleid door de CCP), maar één ding bewijst dat ze dat niet is. Een van de centrale eisen van het toenmalige stakingscomité was, niet meer en niet minder, de eis van algemeen kiesrecht voor Hongkong.

Het is ronduit dwaas om de huidige CCP of China als 'communistisch' of 'socialistisch' te omschrijven. Zelfs de term 'progressief' is niet op zijn plaats, tenzij hij wordt toegepast op de manier waarop Marx dat ooit deed in zijn kritiek op het kapitalisme in het algemeen - als het kapitalisme op de een of andere manier progressief is, dan is dat alleen omdat de snelle ontwikkeling van de productiekrachten de basis legde voor het proletariaat om de macht te veroveren en de maatschappij te reorganiseren volgens de principes van gelijkheid en broederschap. Door China te veranderen in een wereldwijde sweatshop heeft de CCP tegelijkertijd haar leiders verrijkt en het land geïndustrialiseerd en verstedelijkt in een tempo dat ongekend is in de wereldgeschiedenis. In 1949 bestond de bevolking van China voor 90 procent uit boeren, nu is dat gedaald tot 40 procent. Wat de actieve beroepsbevolking betreft, zijn de cijfers nog indrukwekkender. In 2019 is niet alleen het aandeel van de agrarische beroepsbevolking gedaald tot een kwart van het totaal, waardoor het totale aandeel van zowel de verwerkende industrie als de dienstensector 74 procent is geworden, wat ook vermeldenswaard is, is het feit dat de dienstensector zijn aandeel aanzienlijk heeft vergroot tot bijna de helft van het totaal (47 procent) en 360 miljoen mensen telde - een patroon dat steeds meer lijkt op dat van ontwikkelde landen.

Met zo'n grote sprong voorwaarts in de industrialisatie is het aantal leden van de werkende klasse opgelopen tot 570 miljoen mensen. Het spookbeeld van een opstandige arbeidersklasse blijft de Partij achtervolgen. Dankzij haar volharding in het onderdrukken van alle vormen van vrije organisatie onder haar bewind, is ze er vanaf 1949 - nee, vanaf 1942 - zeer goed in geslaagd dit spook af te wenden. Ondanks alle zwenkingen in haar politieke lijn, nu eens links dan weer rechts, loopt er één rode draad door de periode van 1942 tot 2021, namelijk haar monolithische en autocratische karakter.

Dat brengt ons tot een bespreking van 'zes belangrijke momenten van de CCP' hieronder, die voor de lezers nuttig kunnen zijn om te begrijpen hoe deze ooit revolutionaire arbeiderspartij ontaardde in een partij van bureaucraten, kapitalisten en moordenaars, al moet daaraan worden toegevoegd dat deze partij ook de industrialisatie van het land bevorderde, zij het in een halsbrekende vaart met onnodige en enorme kosten.

1921

1921 was het jaar waarin de CCP werd opgericht. Vóór 1925 was het nog een heel kleine partij met minder dan duizend leden. Toen kwam de grote Chinese revolutie van 1925-27, toen miljoenen arbeiders en boeren in opstand kwamen om te vechten tegen zowel het Westerse kolonialisme als de Chinese krijgsheren. Hierdoor kon de jonge partij snel uitgroeien tot bijna 60.000 leden, waarvan de helft arbeider was (de rest was ofwel student, intellectueel of boer). Op een gegeven moment was de partij, door drie arbeidersopstanden te leiden, in staat de regering van de krijgsheren van Shanghai omver te werpen en decontrole over deze vitale stad te vestigen. Ironisch genoeg vochten de vele duizenden partijleden, in plaats van onder hun eigen vlag, in feite onder de vlag van de Kuomotang (KMT - Chinese Nationalistische Partij) en haar discipline - een gevolg van het beruchte beleid van 'toetreding tot de KMT' dat de CCP door de Komintern was gedicteerd, ondanks bezwaren van de partijleider, Chen Duxiu. Dit bezegelde het lot van de partij toen de KMT haar in de rug aanviel. De revolutie was verloren en haar leden werden vermoord of vervolgd.

1928

Het jaar 1928 begon met de tragische nederlaag van de opstand van de CCP in Guangzhou eind 1927. In tegenstelling tot eerdere opstanden werd deze uitgevoerd toen de revolutie al was neergeslagen. De opstand was de CCP opgedrongen door Stalin, die graag kunstmatig een opstand wilde creëren om zijn gezicht te redden toen hij de Chinese revolutie naar een grote nederlaag had geleid. Deze suïcidale opstand hielp de KMT om meer dan 90% van de stedelijke strijdkrachten van de CCP uit te schakelen. Vanaf dat moment zou de partij haar basis verplaatsen naar het platteland en zichzelf omvormen tot een partij van boeren terwijl het aandeel van arbeidersleden verwaarloosbaar werd. Zowel de stalinisering van de partij als haar betrokkenheid bij voornamelijk guerrillaoorlogen veranderden het eens zo levendige interne democratische regime van de partij nu verder in een top-down benadering.

1942

1942 betekende een nieuwe ommekeer in de evolutie van de partij. Het was het jaar waarin Mao zijn beruchte 'Yanan rectificatie beweging' uitvoerde. Volgens het boek van de historicus Gaohua How the Red Sun Rose was deze 'beweging' in wezen een zuivering van de laatste overblijfselen van de democratische erfenis van de Partij, overgeërfd van de grote Vier Mei Beweging van 1919 en de Nieuwe Cultuur Beweging. Geen wonder dat Mao na de zuivering officieel door de leiding werd erkend als de hoogste leider die de uiteindelijke beslissingen voor de partij zou nemen. Mao's persoonlijkheidscultus was letterlijk gebouwd op de lijken van degenen die erin geluisd waren en gezuiverd werden en ook op de definitieve dood van 'meneer democratie en meneer wetenschap' - een metafoor die Chen Duxiu gebruikte om deze waarden uit te dragen toen hij de onbetwiste leider van de Nieuwe Cultuur Beweging was. De Partij was nog steeds bezig met een revolutie tegen de KMT, maar met een autocratisch leiderschap en een persoonlijkheidscultus die de overhand kregen. Qua politieke vorm kwam ze steeds meer op één lijn te liggen met de traditionele Chinese slecht benoemde 'boerenrevolutie' . In de geschiedenis van het keizerlijke China eindigen deze altijd als een Yixinggeming, een revolutie die slechts 'een verandering van de familienaam van de Keizer' teweegbracht. In sociaal opzicht was het anders. Maar politiek gezien was de Partij in 1942 niet meer dezelfde partij als toen ze werd opgericht.

1949

In 1949 versloeg de CCP op beslissende wijze de KMT en stichtte de Volksrepubliek China. In het hele land werd een grote landhervorming doorgevoerd. Deze werd echter overschaduwd door de verdere consolidering van de monolithische partij en de autocratische leider, voorzitter Mao. Niet alleen waren er nooit echt vrije verkiezingen en werden oppositiepartijen verboden, maar het ging zelfs zo ver dat de meeste autonome burgerverenigingen praktisch buiten de wet werden gesteld.

Ondertussen maakten de vervolgde Chinese Trotskisten zich zorgen dat het programma van de 'Nieuwe Democratie' van de Partij (een alliantie van vier klassen waarin ook de bourgeoisie was opgenomen, die de ontwikkeling van het kapitalisme verder zou bevorderen) de mogelijkheid van een ommekeer naar links zou uitsluiten als de klassenstrijd tussen de landheren / bourgeoisie en het werkende volk zich zou verscherpen. Tot verbazing van de Chinese trotskisten liet de Partij in enkele jaren tijd abrupt haar programma van de Nieuwe Democratie varen en koos in 1953 voor de 'algemene lijn van het socialisme', die al snel uitgroeide tot de waanzin van de 'Grote Sprong Voorwaarts' naar het 'communisme'. Het land van kleine boeren werd geconfisqueerd door plaatselijke communes, kleine kooplieden en ambachtslieden werden opgenomen in de zogenaamde coöperaties, terwijl kapitalisten zouden worden geëlimineerd, niet noodzakelijk fysiek, maar zeker als een klasse. Deze plotselinge ultralinkse wending werd mogelijk gemaakt door Mao's eenmansdictatuur. Onder de topleiders was hij bijna de enige die ervoor pleitte het oude programma van de Nieuwe Democratie in de vuilnisbak te gooien en te beginnen met de invoering van het 'socialisme'. Het in 1942 ingestelde autocratische regime garandeerde Mao's absolute autoriteit om deze wending door te zetten.

Het was deze wending die ons herinnert aan de beperking van het definiëren van de CCP in haar guerrilla-oorlog periode als 'boerenpartij' pur sang. Het was ook een partij die een zeer sterke band had met de Sovjet-Unie en voortdurend op zoek was naar haar leiderschap. Als dit dus een 'boerenpartij' was, dan was het er een die praktisch geleid werd door een buitenlandse staat die, althans oorspronkelijk, was opgericht door het Russische proletariaat. Dit internationale element bepaalde voortdurend de koers van de CCP. Bij de oprichting van de nieuwe staat had Mao al opgeroepen tot het kopiëren van het 'model' van de USSR, dat later zou uitgroeien tot totale nationalisatie en collectivisatie.

De grote 'linkse' wending leek applaus te verdienen van links. Maar socialisme gaat niet alleen over 'nationalisatie'. Het kiezen van een juiste timing en de juiste manier om het te doen is even belangrijk als het doel zelf en dit impliceert volledige democratie, initiatieven van onderop en handelen binnen de objectieve economische en technische grenzen. Door het tegenovergestelde te doen heeft de CCP onder Mao met de Grote Sprong Voorwaarts een van de grootste tragedies in de menselijke geschiedenis veroorzaakt.

Het feit dat Mao's avontuur jammerlijk mislukte, deed hem niet bij zinnen komen. Een gezichtsverlies lijdende Mao zou spoedig een andere waanzinnige campagne opzwepen, de Culturele Revolutie, om die leiders zoals Liu Shaoqi die het waagden te mopperen op de Grote Sprong Voorwaarts uit te roeien. De logica van de verrotte autocratie werkte nu volledig door, ondanks alle retoriek over marxisme en socialisme. Juist door deze tragedies had Mao het idee van het socialisme zelf diep in diskrediet gebracht, waarmee hij de basis legde voor een toekomstig rechts tegenoffensief.

1967

Toen Mao in 1976 stierf, was het land totaal uitgeput door deze ultra-linkse waanzin. De 'oude kaders' kwamen snel weer aan de macht. Zij waren praktischer en zouden spoedig afrekenen met de communes, de erfenissen van de Culturele Revolutie enzovoort en kondigden aan dat de Partij van nu af aan, in plaats van zich te concentreren op 'klassenstrijd', de 'vier moderniseringen' zou verdedigen. Hun terugkomst symboliseerde echter ook de uiteindelijke overwinning van de bureaucratie. Mao, de keizer zonder kroon, onderging hetzelfde lot van talloze keizers in het keizerlijke China - hij kon elke bureaucraat doden die hij wilde, maar uiteindelijk zou de bureaucratie zelf altijd winnen - ze zou groter en groter worden en een steeds groter deel van het sociale meerproduct opslokken (tot ze steeds ondraaglijker werd voor het volk).

1979

Maar toen Deng in 1979 het nieuwe hoofd van de bureaucratie werd, werden zijn beloften van 'modernisering' verwelkomd door de mensen die het einde van Mao's waanzin wilden. Voor Deng vormden de tragische ervaringen van Mao's 'communisme' nu het beste argument voor de Partij om zich tot het kapitalisme te wenden en zich te verrijken. Uiteindelijk zouden de belangrijkste takken van de economie van het land worden gecontroleerd door een handvol families van de 'tweede rode generatie' en de 'nakomelingen van regeringsambtenaren'. Het was ook een moment waarop de Partij een budget voor binnenlandse veiligheid moest uitgeven dat groter of vergelijkbaar was met het defensiebudget - ze weet heel goed wie haar belangrijkste vijanden zijn, namelijk het volk zelf.

De democratische beweging van 1989 was het antwoord van het volk op het bureaucratisch kapitalisme van de Partij - een soort kapitalisme waarbij de heersende partij zowel de politieke als de economische macht in eigen handen liet samensmelten. Ironisch genoeg was het de CCP die in de jaren dertig het bewind van de KMT beschuldigde van een vorm van 'bureaucratisch kapitalisme'. Het bloedig neerslaan van de beweging door de partij betekent niets anders dan de volledige en onomkeerbare degeneratie van de regerende partij tot een bureaucratisch-kapitalistische partij. Geen wonder dat de dominante sociale samenstelling van deze partij nu ambtenaren zijn. Dertig jaar later zal de Partij opnieuw hard optreden tegen het volk, ditmaal tegen de democratische beweging in Hong Kong, ten einde haar project van de opbouw van een perfecte Orwelliaanse maatschappij in China te voltooien. In die zin heeft de CCP de oorspronkelijke betekenis van 'revolutie' - een loop der gebeurtenissen die uiteindelijk terugvoert naar het beginpunt - het meest perfect tentoongespreid. Men zou kunnen zeggen dat het China van de CCP gewoon een herboren KMT-regime van de jaren 1930 is, alleen is het deze keer veel succesvoller dan zijn voorganger.

Dit artikel stond op Anti Capitalist Resistance. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.