Stellingen voor een ecosocialistische kritiek op kunstmatige intelligentie

Deze tekst gaat voornamelijk over generatieve AI. De formulering in stellingen (die niet allemaal even uitgebreid zijn) is niet bedoeld om zekerheden te stellen, maar om het debat te vergemakkelijken door de beknoptheid van de uiteenzetting.

Intelligenties en menselijke intelligenties

1. Wat wij intelligentie noemen, is datgene wat ons in staat stelt verschillen te begrijpen, nieuwe dingen te begrijpen en te anticiperen op het mogelijke in de loop van de gebeurtenissen die de tijd markeren.

2. Intelligentie is een product dat voortkomt uit de niet-lineaire evolutie van het leven.

De natuur maakt sprongen. Dode dingen zijn niet intelligent. Symbiotische organisaties van planten en schimmels communiceren en passen zich aan gebeurtenissen aan zonder te anticiperen of bewustzijn. Intelligentie zoals hier gedefinieerd komt voor in het dierenrijk, waar ze verschillende vormen en gradaties kent. Bij eencellige organismen en organismen zonder hersenen valt ze samen met het 'overlevingsinstinct' (overlevingsmechanismen).

3. Menselijke intelligentie combineert een groot abstractievermogen op basis van een klein aantal gegevens, geavanceerde communicatie, denken en een ontwikkeld spiritueel leven dat tot uiting komt in complexe symbolische prestaties, zowel individueel als collectief.

4. Homo sapiens herkent vanaf zeer jonge leeftijd de regelmatigheden en symmetrieën in zijn omgeving, dus ook wat zeldzaam of ongewoon is. Die vaardigheid, die bij andere primaten ontbreekt, vormt de basis voor het vermogen van onze soort om objecten op basis van rede te classificeren en hun mechanismen door middel van wetenschap te doorgronden.

5. Zonder menselijke samenleving, zonder communicerende en samenwerkende lichamen, is er geen reflexieve intelligentie, geen spiritueel leven, geen bewustzijn.

De kenmerken van onze intelligentie zijn zowel het resultaat van fysieke eigenschappen (het volume en de structuur van de hersenen, het rechtop lopen, de specialisatie van de hand, het spraakapparaat) als van het feit dat de Homo sapiens een sociaal zoogdier is. De jongeren van onze soort kunnen alleen overleven dankzij langdurige ouderlijke zorg, we communiceren via een complexe syntactische taal en onze sociale relatie met de rest van de natuur wordt bemiddeld door werk, uitgevoerd met behulp van gereedschap. Die eigenschappen geven de Homo sapiens meerdere vormen van intelligentie en een groot aanpassingsvermogen, wat cruciaal is voor het begrijpen van de ontogenetische ontwikkeling van de mensheid.

6. Geest, denken en bewustzijn zijn afhankelijk van de ontwikkeling/werking van de hersenen, maar ook van die van het lichaam in het algemeen.

Geest, denken en bewustzijn zijn niet in een bepaald deel van de hersenen te lokaliseren. Die eigenschappen worden als het ware afgescheiden in het individuatieproces waardoor mensen zich fysiek, psychisch en collectief ontwikkelen.

7. De menselijke intelligentie is niet alleen sociaal, maar ook ecosystemisch.

Het vermogen van jonge mensen om vormen, regelmatigheden en uitzonderingen te herkennen en te classificeren wordt gevormd door het klimaat, de seizoenen en de biotopen. Onze intelligentie wordt verrijkt door de uitzonderlijke diversiteit van de fauna en flora op aarde en door de complexiteit van hun relaties met de fysieke wereld.

8. Intelligentie combineert noodzakelijkerwijs rede en emotie, de kennis van wat is, de herinnering aan wat niet meer is en het verlangen naar wat zou kunnen zijn.

Emotie – etymologisch 'wat in beweging brengt', 'wat uit jezelf naar buiten komt' – is wat voortkomt uit de spanning tussen het zelf en het andere; de gewenste wereld en de wereld zoals die is; het project en de realisatie ervan; het bestaande en het afwezige. Ze vormt de basis van de ethiek en is dus veel meer dan een aanvulling op de rede: ze is een essentieel onderdeel van onze intelligentie. Zonder emotie, zonder empathie, zonder ethiek zou de rede gevaarlijk pathologisch zijn.

9. De vormen van menselijke intelligentie variëren historisch en ecologisch.

In de sociale productie van hun bestaan ontwikkelen mensen kennis, technieken en productiewijzen. Ze transformeren de samenleving, de natuur en hun metabolisme daarmee, dus ook de omstandigheden waarin ze communiceren en samenwerken – en bijgevolg hun intelligentie. Homo sapiens dacht waarschijnlijk niet op dezelfde manier voor en na de uitvinding van het schrift, zijn artistieke creaties waren niet identiek voor en na de stoommachine, zijn symbolische werelden verschillen in de arctische toendra, in het tropisch regenwoud, in de megasteden van ijzer en beton.

AI, intelligentie, machines en kapitalisme

10. De doorbraak van AI versnelt de destructiviteit van de kapitalistische vooruitgang.

De opkomst van het kapitalisme wordt gekenmerkt door wetenschappelijke vooruitgang. De sprongen voorwaarts in kennis hebben de productiemiddelen ontwikkeld, de handel uitgebreid en nieuwe horizonten geopend. Maar die vooruitgang is tegenstrijdig. Door intelligentie te reduceren tot rede, en rede tot winstberekening, verminkt het kapitaal beide. De waardewet maakt de rede absurd en dompelt de emotie onder in 'het ijskoude water van egoïstische berekening'. De implementatie van AI versnelt die tendensen: het versterkt de vernietiging van gemeenschapsbanden en biodiversiteit, waardoor de sociale en ecosystemische bronnen van intelligentie worden uitgeput. Hoewel het getuigt van meer uitgebreide kennis dan ooit tevoren, beperkt het de onderzoeksgebieden van de wetenschap en stimuleert het feedbackloops in het onderzoek.

11. Ondanks haar prestaties is AI niet intelligent en kan ze dat ook niet zijn.

Onderzoek naar AI bevordert het begrip van de werking van de hersenen. Met name de beheersing van taal door kunstmatige neurale netwerken is een belangrijke wetenschappelijke doorbraak. Maar AI denkt niet, droomt niet, verbeeldt zich niets. Het 'praat' zonder te weten waarover het praat, omdat het geen wereld heeft. De toekomst die het projecteert, is afgeleid van wat in het verleden statistisch gezien dominant was. Zijn inventarisatievermogen is zowel duizelingwekkend als gedeeltelijk, omdat zijn gegevens (onze gegevens, die het zich toe-eigent!) beperkt zijn tot het deel van de collectieve menselijke kennis dat op het internet circuleert.

12. AI is menselijk, niet 'kunstmatig'. Het versterkt het kapitalistische extractivisme, zijn instrumentele redenering en de onderwerping van arbeid.

De algoritmen zijn in handen van kapitalistische ingenieurs die winst willen maximaliseren. Dankzij hun monopoliepositie en hun wereldwijde invloed onttrekken de digitale giganten zich aan de egalisatie van de winstvoet. Het is dat mechanisme van het afromen van de door arbeid gecreëerde waarde dat hen in staat stelt gigantische inkomsten te vergaren. Die zijn geworteld in de kenmerkende mechanismen van het systeem: de uitbuiting van de arbeidskrachten (met name bij de winning en raffinage van zeldzame aardmetalen die door de natuur ter beschikking worden gesteld) en het gratis toe-eigenen van opgebouwde menselijke kennis. De tech-magnaten streven naar absolute macht, die overeenkomsten vertoont met die van de heersende klasse onder het ancien régime, maar het digitale kapitalisme is geen feodalisme.

13. De marxistische kritiek op de machine is doorslaggevend voor het begrijpen van AI.

Voor Marx reduceert de machine de proletariër tot een reeks handelingen die nuttig zijn voor de kapitalistische valorisatie. [1] Zijn knowhow wordt tot gruis gereduceerd, zijn vervreemde arbeid 'dooft' zijn creativiteit; hij wordt een accessoire van de machine; zij heeft zijn plaats ingenomen, hij verliest zijn waardigheid. Wanneer de machine automatisch is, wordt de toe-eigening van levende arbeid door dode arbeid een feit van het productieproces; de machine geeft zo haar meest adequate vorm aan het Kapitaal. Vanaf dat moment domineert de collectieve intelligentie die door de kapitalist wordt toegeëigend – het geobjectiveerde werk – volledig het levende werk; de machine verschijnt zowel als een 'vijandige kracht' als de voorwaarde voor de productie. De formele onderwerping van het werk aan het kapitaal wordt reëel. Die marxistische kritiek op 'de machine' is perfect van toepassing op AI.

14. Het gevaar schuilt niet in het feit dat de machine 'intelligenter' zou kunnen worden dan wij – 'superintelligent'. Het schuilt in het feit dat AI de 'vijandige kracht' bij uitstek is, de instrumentele rede in zuivere vorm, de geobjectiveerde kapitalistische onmenselijkheid. Door haar macht te vergroten, vergroten we de macht van datgene wat ons domineert en ons naar de afgrond leidt.

AI, lange golf en uitbuiting van arbeid

15. Wat arbeid betreft, 'belichaamt' AI de logica van het kapitaal beter dan de kapitalist zelf.

In een niet-kapitalistische wereld zouden andere AI's de mensheid kunnen ontlasten van vervelende en repetitieve taken. In het onderwijs, de gezondheidszorg en de zorg voor ecosystemen zouden specifieke AI's het mogelijk maken om het levende werk te concentreren op sociale en ecologische interacties, waardoor die worden verrijkt in een menselijke logica van 'zorgzaamheid'. In de echte kapitalistische wereld is 'zorgzaamheid' – het opsporen van kanker, weersvoorspellingen, enzovoort – echter ondergeschikt aan winst.

AI is ingesteld op het automatisch, zonder pauze of rust, tot de laatste druppel uitbuiten van meerwaarde. Ze vervangt nog meer levend werk door dood werk, breidt de reële onderwerping uit tot administratieve en dienstverlenende taken en droogt creatieve beroepen uit. Algoritmen perfectioneren de tayloristische logica van werkcontrole: de activiteit van de arbeider, zijn handelingen, zijn locatie, de opeenvolging van zijn handelingen, zijn werktijden en verplaatsingen kunnen op afstand, rechtstreeks worden aangestuurd, geëvalueerd en beloond (en vooral bestraft). In plaats van het werk te verlichten, maakt AI het intenser en zwaarder.

16. De beloften van een nieuw gouden tijdperk door AI zijn ongegrond. Geen enkele technologie kan het kapitalisme uit de tegenstrijdigheden van de waardeproductie halen.

De prognoses voor productiviteitsstijgingen door de implementatie van AI variëren momenteel tussen 0,07 en 0,7 procent per jaar gedurende tien jaar. Dat is onvoldoende om een langdurige groeigolf te voeden. AI stimuleert de accumulatie niet, maar verscherpt de systemische tegenstrijdigheden. We komen weer bij Marx terecht: mechanisatie impliceert een enorm vast kapitaal dat 'niet meer gericht is op onmiddellijke waarde', maar op 'productie om te produceren'; de afschrijving van machines vereist daarom dat het circulerende deel zich richt op 'consumptie om te consumeren'. Maar dan moet de meerwaarde wel regelmatig worden gerealiseerd, gedurende een voldoende lange periode.

Na veertig jaar loonmatiging en in een wereld waarin grootmachten strijden om de hegemonie, is dat precies waar de schoen wringt: wie kan garanderen dat de goederen die door miljarden smartphones worden gepromoot, duurzaam worden afgezet? In overeenstemming met de intuïtie van Ernest Mandel sluiten de ernst van de systemische eco-sociale crisis en de klassieke tegenstrijdigheden van de waardeproductie waarschijnlijk elke nieuwe lange golf van kapitalistische expansie uit.

17. AI zal niet leiden tot een herstel van de werkgelegenheid, maar tot een verdere de verdieping van de sociale en ecologische roofbouw.

In tegenstelling tot eerdere technologische revoluties zal het banenverlies als gevolg van AI waarschijnlijk niet worden gecompenseerd door de ontwikkeling van nieuwe, gelijkwaardige functies. Aangezien de enorme ontwikkeling van het vaste deel van het kapitaal de winstmarge doet dalen, neemt het kapitaal zijn toevlucht tot de bekende tegenbewegingen: toenemende plundering van gratis natuurlijke hulpbronnen en uitbuiting van onderbetaalde arbeidskrachten. De dematerialisatie van de economie is een mythe. In werkelijkheid gaat de doorbraak van AI gepaard met een toenemende materiële brutaliteit in de imperialistische toe-eigening van ecosystemen en de meest wrede uitbuiting van de proletariërs (platformkapitalisme, kinderarbeid, nulurencontracten, enzovoort). Die mechanismen versterken tegelijkertijd koloniale ongelijkheden en discriminatie op basis van handicap, ras en geslacht.

18. AI blaast een nieuwe zeepbel van fictief kapitaal op en versterkt de tendens tot militarisering.

De astronomische bedragen die een handvol oligopolies investeren in de ontwikkeling van AI weerspiegelen de ongekende overvloed aan kapitaal, het gewicht van de financiële sector in het hedendaagse kapitaal en de zeer hoge mate van concentratie/centralisatie ervan. Maar het techniekfetisjisme in combinatie met een specifieke concurrentie tussen oligopolies verblindt de investeerders. Op zich bieden hun investeringen geen oplossing voor het valorisatieprobleem. AI levert niet de verwachte resultaten op, is te duur, klanten geven de voorkeur aan menselijk contact, enzovoort. AI blaast zo een nieuwe zeepbel van fictief kapitaal op. Vroeg of laat zal het technologisch kapitaal, om de schok te verzachten, het gebruik en de betaling opleggen van wat vandaag de dag een prachtige gratis dienst lijkt.

Maar dat zal niet volstaan. De stormloop op AI heeft alles in zich om een nieuwe grote financiële crisis te ontketenen en de neiging van het kapitaal in crisis om te investeren in de productie van wapens als redding te versnellen.

Wereldwijde ongelijkheid, beschaving en 'technofascisme'

19. AI vergroot de kloof tussen imperialistische metropolen en perifere landen.

Alleen de machtige monopolies van de meest ontwikkelde kapitalistische landen kunnen de enorme hoeveelheden kapitaal mobiliseren die nodig zijn voor AI-infrastructuur. De razendsnelle ontwikkeling ervan is nu al een extra factor die de ongelijkheid tussen de meest ontwikkelde kapitalistische landen (met name de VS en China) en de lage- en middeninkomenslanden (LMIC's). Die kloof stimuleert de mechanismen van de meest brute imperialistische en koloniale overheersing en moedigt de imperialistische mogendheden aan om hun barbaarse beheer van de migratiestromen nog verder te verscherpen.

20. Vanuit algemeen sociaal oogpunt tast algemene AI de intelligentie, creativiteit, empathie, ethiek en volksgezondheid (met name de geestelijke gezondheid) aan, vooral die van kinderen.

Communicatie en samenwerking zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vandaag de dag nemen algoritmen de eerste over, zoals stoommachines vroeger de tweede hebben overgenomen. De giftige trends die hieruit voortvloeien, reiken verder dan de werksfeer. In de samenleving in het algemeen wordt het contact met de altijd andere, menselijke en niet-menselijke ander, beconcurreerd door het omgaan met hetzelfde in een narcistische bubbel; de machine vervangt de vertrouweling; de hyperstimulatie door informatie knipt de vleugels van het dwalende denken af; de vreugdevolle zoektocht naar de waarheid wordt vervangen door de trieste verslaving aan virtuele realiteiten en hun leugens; de hoop op een andere toekomst gaat verloren in de statistische compilatie van een geobjectiveerd verleden.

21. Door het kapitaal te helpen het werk als nooit tevoren te onderwerpen, helpt AI het om de hele samenleving als nooit tevoren te onderwerpen.

Op het gebied van reproductie vergroot AI via 'sociale' netwerken de mogelijkheden om de meerwaarde die door de exploitatie van arbeid wordt geproduceerd, te realiseren. Het versnelt het verkeer van goederen en intensiveert de consumptiegerichte onderwerping van de geest. De machinerie van de industriële revolutie ontkwalificeerde de vakkennis van de producent door hem de controle over het arbeidsproces te ontnemen. AI ontkwalificeert als het ware de 'levenskunst' – de vorming van verlangens en bewustzijn. De vrije toegang tot de machine die lijkt te praten, te begrijpen en zelfs mee te leven, creëert emotionele afhankelijkheden die later te gelde worden gemaakt. De onderwerping van het werk groeit uit tot een onderwerping van het leven.

22. Door haar onvermogen om waarheid van leugen te onderscheiden, bevordert AI machtswellust, het recht van de sterkste, de eliminatie van de zwakken, het doel dat de middelen heiligt in de strijd van allen tegen allen.

Kinderen verwerven het begrip waarheid door socialisatie en het leren van taal. Aangezien AI noch levend, noch sociaal is, is het begrip moraal haar vreemd – alien.

De machine wordt 'zelflerend' genoemd, maar kan zelf niet de gigantische hoeveelheden gegevens verwijderen die zijn gecorrumpeerd door leugens, haat en perversie. Duizenden onderbetaalde 'klikproletariërs' hebben de taak om haar 'waarden' bij te brengen. Die vloeien voort uit het wereldbeeld van hun werkgevers. Het is dan ook geen wonder dat AI zelfmoordenaars helpt om zelfmoord te plegen, oplichters om op te lichten en verkrachters om te verkrachten. Ze 'liegt', 'bedriegt', 'sluipt' en 'voorkomt dat ze wordt uitgeschakeld'... net als haar makers.

23. AI is het perfecte instrument ten dienste van een malafide kapitalisme dat zijn ongegeneerde politieke uitdrukking vindt in een ‘technofascisme’ dat onverdraagzaam, racistisch, seksistisch, LHBT-foob, koloniaal, anti-ecologisch en neo-malthusiaans is.

Algemene AI bevordert de opkomst van extreemrechts, gevoed door meer dan veertig jaar neoliberalisme. Fascisten gebruiken het om de massa's via sociale netwerken te manipuleren en verkiezingen te vervalsen. Autoritaire machten gebruiken het om de bevolking te controleren op een manier die nog nooit eerder in de geschiedenis is vertoond. Overheden (die steeds minder democratisch zijn) gebruiken het om migranten te volgen en tegenstanders te registreren. AI heeft een ongeëvenaard vermogen om mensen van mening te doen veranderen.

Het genereren van beelden en teksten is een krachtig middel voor indoctrinatie dat inspeelt op de hersenmechanismen van 'rigide denken'. Sommige neurowetenschappers denken dat die mechanismen epigenetische veranderingen teweegbrengen die over meerdere generaties kunnen worden doorgegeven (een mogelijkheid die Darwin al zag). Als dat klopt, zou AI het potentieel hebben om de mensheid duurzaam onder het juk van irrationele overtuigingen te brengen.

AI, ecologie en cataclysme

24. AI versnelt de sociaal-ecologische catastrofe, met name op klimatologisch gebied. De ontwikkeling ervan versnelt het overschrijden van 'omslagpunten'.

Amerikaanse datacenters verbruikten in 2023 17 miljard liter water en dat cijfer zal tegen 2028 meer dan verdubbelen. Wereldwijd verbruikten de 8.000 datacenters in 2024 460 TWh elektriciteit per jaar, waaraan in 2026 nog eens 160 tot 590 TWh (ten opzichte van 2022) zou moeten worden toegevoegd – respectievelijk het jaarlijkse verbruik van Zweden en Duitsland. Volgens het IEA (Internationaal Energieagentschap) zal de CO2-uitstoot van die infrastructuren tussen 2020 en 2035 verdrievoudigen.

De winning van zeldzame aardmetalen die nodig zijn voor AI veroorzaakt wereldwijd 13 miljard ton afval per jaar en sommige studies voorspellen dat dat in 2050 meer dan honderd keer zoveel zal zijn. De armen in arme landen worden het hardst getroffen door die effecten, hetzij rechtstreeks door de mijnbouw en de uitputting van watervoorraden die worden opgepompt door gedelokaliseerde datacenters, hetzij onrechtstreeks door het verlies aan biodiversiteit en extreme weersomstandigheden.

25. AI vergroot de risico's – die inherent zijn aan de kapitalistische concurrentie – van grote technologische rampen.

AI is de belangrijkste inzet geworden in de concurrentiestrijd tussen tech-monopolies die nauw verweven zijn met de strijdende staten, voornamelijk China en de Verenigde Staten. Daardoor is de race om AI meteen ook een race om de militaire toepassingen ervan. Het onderzoek is ondoorzichtig en wijkt af van de wetenschappelijke praktijk van 'georganiseerd scepticisme'. Die situatie bevordert geheimhouding, wat de gevaren vergroot. Het zelfstandig invoeren van nog krachtigere AI in tal van systemen zou basisdiensten kunnen onderbreken, gevaarlijke virussen kunnen produceren, een nucleaire aanval kunnen uitlokken, zonder dat we precies weten hoe... Het onvermogen van het kapitalistische systeem om de klimaatverandering (die door de wetenschap perfect gedocumenteerd is) een halt toe te roepen, toont aan dat die scenario's geen sciencefiction zijn.

Sporen voor een noodzakelijke uitwerking

26. Een publiek initiatief is onontbeerlijk om de risico's te identificeren en onmiddellijke maatregelen te nemen om de samenleving tegen de gevolgen van AI te beschermen.

Een breed democratisch debat, naar behoren geïnformeerd door wetenschappelijke expertise die onafhankelijk is van kapitalistische belangen, zou zich moeten uitspreken over het maatschappelijk nut van AI en met name de volgende problemen en maatregelen ter discussie moeten stellen:

  • Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van AI moet uit handen van kapitalistische groepen worden genomen en worden onderworpen aan de procedures van de wetenschappelijke gemeenschap;
  • volledige transparantie over het ontwerp van modellen, het trainen van algoritmen en de technische methodologieën die door bedrijven worden gebruikt;
  • verbod op AI op het gebied van artistieke en literaire creatie. Bestrijding van gegevenspiraterij;
  • bescherming van coöperatieve initiatieven voor het gebruik van digitale technologieën (Wikipedia...) tegen concurrentie van AI en piraterij door AI;
  • gezien het risico van ontmenselijking van sociale relaties door het gebruik van AI, behoud en uitbreiding van de werkgelegenheid in de zorgsector (onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang en ouderenzorg, preventie van geweld tegen vrouwen, enzovoort); garantie dat de loketten voor het publiek in de overheidsdiensten open blijven;
  • verbod op AI-toepassingen in het leger en bij de politie;
  • verbod op racistische, seksistische en LHBT-fobe inhoud;
  • beperking van de toegang tot sociale netwerken voor kinderen onder de zestien jaar; onderwijs over technologieën en de risico's ervan;
  • hervorming van de leerplannen met het oog op de ontwikkeling van samenwerking, het gevoel deel uit te maken van de natuur en respect voor het leven.

27. AI confronteert de arbeidersbeweging met de noodzaak van een strijdbare internationale vakbeweging, radicaal antikoloniaal, die strijd voert op alle niveaus van de waardeketen en de controle door de arbeiders weer op de agenda zet.

De macht van het rentenierskapitalisme van Big Tech is gebaseerd op de uitbuiting van miljoenen arbeiders, arbeidsters en kinderen in de mijnbouw, de raffinage van zeldzame aardmetalen en de elektronica-industrie. De consequente strijd tegen die roofzuchtige monopolies en hun technofascistische project vereist de eenwording van de arbeiders op alle niveaus van de waardeketen. Erkenning van vakbonden en vakbondsvrijheid overal. Verplichte raadpleging van arbeiders over de invoering van AI op het werk. Vetorecht voor vakbonden. Arbeiderscontrole op de ontwikkeling van de werkdruk, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tegen ontslagen als gevolg van de invoering van AI in bedrijven, verkorting van de arbeidstijd zonder loonverlies.

28. Een moratorium op de bouw van datacentra en andere zware AI-infrastructuur is onontbeerlijk. Elke nieuwe stap moet ondergeschikt zijn aan de goedkeuring van een globale ecologische en sociale strategie. Met name: een strategie om sociale ongelijkheden terug te dringen, duurzaam beheer van hulpbronnen (water, mineralen), herstel van verwoeste ecosystemen en een nauwkeurig plan voor een bindende vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, in overeenstemming met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs.

29. Een tegencultuur ontwikkelen tegenover AI. In sociale bewegingen collectieve praktijken invoeren om weerstand te bieden aan de verslechtering van sociale relaties en het debat over ideeën door AI.

De vorming van een collectieve intelligentie kan niet zonder collectieve actie die democratisch wordt beslist en geëvalueerd tijdens 'face-to-face' uitwisselingen, waarbij verbale en non-verbale expressie mogelijk is. Sociale netwerken zijn geen plaats voor debat. Links moet de fascinatie voor 'sprekende machines' bestrijden, bewust werken aan het verbieden van het gebruik van smartphones tijdens vergaderingen en gedrukte publicaties rehabiliteren die gericht zijn op de uitwisseling van standpunten en diepgaande analyses.

30. Een ander digitaal, openbaar en democratisch systeem is mogelijk.

In het kader van een noodzakelijke herverdeling van rijkdom moeten lokale, regionale en nationale autoriteiten over de middelen beschikken om gratis een openbare infrastructuur voor berichtenverkeer, gegevensopslag en sociale netwerken onder democratische controle te waarborgen, met bescherming van de gegevens van gebruikers en ontwikkeling van AI per domein.

31. De strijd tegen het kapitalisme in het tijdperk van AI versterkt de noodzaak van een radicale hervorming van links.

De doorbraak van AI werpt een grimmig licht op de verwarring binnen links. Het versterkt de noodzaak om het marxisme, en links in het algemeen, te zuiveren van productivisme, instrumentalistische ideologieën ('het doel heiligt de middelen'), de cultus van vooruitgang en het idee van 'technologische neutraliteit'. De wereldwijde greep van Big Tech vanuit Silicon Valley, Shenzhen en andere imperialistische centra onderstreept de absurditeit van kampdenken: de breuk met het kapitaal kan alleen worden opgevat in het internationalistische perspectief van een revolutie die voortdurend moet worden voortgezet totdat het kapitalisme wereldwijd is afgeschaft.

Afgezien van het marxisme moet links breken met postmoderne concepten zoals de 'actor-netwerktheorie': om de gevaarlijke gevolgen van de vreemde aard van AI volledig te kunnen overzien, moet namelijk het idee worden losgelaten dat technische apparaten die als prothesen van menselijke activiteit functioneren, omdat ze een sociaal effect hebben, als sociale actoren moeten worden beschouwd. Het zijn mensen die hun geschiedenis smeden, niet machines.

32. De bedreigingen van AI onderstrepen de urgentie van een revolutionaire, ecosocialistische breuk met de kapitalistische groeicivilisatie.

De bedreigingen van AI vloeien niet alleen voort uit het kapitalisme. Ongeacht de productieverhoudingen zullen neurale netwerken structureel niet in staat blijven om waarheid van leugen te onderscheiden en een andere toekomst te projecteren.

De vervanging van kapitalistisch eigendom door collectief eigendom zou op zich niet volstaan om de ecologische voetafdruk van AI binnen de grenzen van de duurzaamheid van de aarde te brengen. Het idee dat AI zou fungeren als een wondermiddel waarmee de markt de verschrikkelijke problemen die door de markt zijn gecreëerd, kan oplossen, is magie, niet van de rede. Het enige perspectief dat verenigbaar is met de menselijke waardigheid en het voortbestaan van de soort is de ecosocialistische degrowth van de totale materiële productie, gepland in sociale rechtvaardigheid, gericht op een wereldeconomie die voldoet aan de democratisch bepaalde werkelijke behoeften, met respect voor de ecosystemen, hun grenzen en hun kwetsbare, onvervangbare schoonheid.

In verschillende stadia van het schrijven hebben deze stellingen geprofiteerd van de opmerkingen van Marius Gilbert, Cédric Leterme, Léonard Brice, Michaël Löwy, Christine Poupin, Julia Steinberger en Mélodie Vandelook, die ik bedank voor hun aandacht.

Noot

1. In de marxistische theorie verwijst valorisatie (Verwertung) naar het proces waarbij kapitaal zijn waarde verhoogt door meerwaarde te onttrekken aan arbeid in het productieproces.

Daniel Tanuro is een Belgisch landbouwingenieur, ecosocialistisch activist en auteur. Tot zijn werken behoren Green capitalism: why it can't work (Merlin Press, 2013), Trop tard pour être pessimistes! (Te laat om pessimistisch te zijn!) (Textuel, 2020) en Écologie, luttes sociales et révolution [Ecologie, sociale strijd en revolutie] (La Dispute, 2024). Hij coördineerde het werk voor het door de Vierde Internationale aangenomen Manifest voor een ecosocialistische revolutie – Breken met kapitalistische groei.

Dit artikel stond op A l'encontre. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel
Reactie van:

Henk Paulisse

vr, 02/20/2026 - 18:59

Tanuro bepleit een materiaalverbruik en energieverbruik binnen de grenzen die natuur en milieu stellen. Praktisch gaat het om een vermindering van materiaal- en energieverbruik. Openbaar personenvervoer is bijvoorbeeld zuiniger dan particulier personenvervoer. Een uitbreiding van het OV gaat dan gepaard met een mindering van particuliere vervoer en per saldo moet dan sprake zijn van minder materiaal- en energieverbruik. Er lijkt mij echter een derde factor te zijn naast materiaal en energie: het aantal personen. Is een pleidooi voor degrowth niet meteen een pleidooi voor kleinere gezinnen? Als we de demografische voorspellingen mogen geloven gaat het de goede kant op maar de vraag blijft of de natuurlijke bevolkingskrimp voldoende is. Speelt dit gegeven een rol in de linkse analyses? Hopelijk is het onderwerp geen taboe.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop