Wie was Toussaint Louverture? Wat heeft hem in de herinnering doen voortleven en zijn naam onsterfelijk gemaakt? Toussaint Louverture werd als slaaf geboren in de Franse kolonie Saint-Domingue (het huidige Haïti). Hij leerde als jongen lezen en schrijven, wat uitzonderlijk was voor een negerslaaf. Hij werd tevens ingewijd in de geheimen van de geneeskunst. Zijn intelligentie en kunnen brachten hem tot de positie van opzichter van een plantage en koetsier van zijn meester. Toussaint was een fervent katholiek.
In de nacht van 22 op 23 augustus 1791 wordt Saint-Domingue opgeschrikt door een, zoals al snel blijkt goed georganiseerde, slavenopstand. In deze zogenaamde 'vuurnacht' trekken de slaven van plantage naar plantage en laten een spoor van vernieling na. Vele blanke kolonisten worden hierbij gedood en vele (ex-)slaven sluiten zich bij de opstand aan. Zo ook Toussaint Louverture, die naar alle waarschijnlijkheid een aantal jaren daarvoor zijn vrijheid en een stuk land heeft verworven. De 'vuurnacht' zou slechts het begin van een strijd zijn die uiteindelijk op 1 januari 1804 resulteerde in het uitroepen van de onafhankelijke 'zwarte' republiek Haïti. Een gebeurtenis die Toussaint niet meer zou meemaken.
Twee jaar eerder had de Assemblée Nationale in Frankrijk de privileges van adel en kerk afgeschaft en de rechten van de mens en burger geproclameerd. De leuzen van de Franse Revolutie bleken echter al snel voorbehouden aan blanke Franse burgers. Ondanks het Parijse lobbywerk van pleitbezorgers voor het toekennen van burgerrechten aan vrije mulatten en negers in de koloniën, achtte het nieuwe regime de tijd niet rijp voor dergelijke ingrijpende maatregelen. Het zou de precaire politieke situatie in Frankrijk en de koloniën alleen nog maar verder verslechteren. De slavernij diende in veler ogen weliswaar afgeschaft te worden, maar dit zou een geleidelijk proces moeten zijn. Gedacht werd bijvoorbeeld aan een periode van zeventig jaar. Toen in 1790-1791 eerst de vrije mulatten en daarna de negerslaven op Saint-Domingue het heft in eigen hand namen, reageerden de Fransen in het moederland en in de kolonie met louter afwijzing en repressie.
Toussaint Louverture fungeerde in eerste instantie als arts in het leger der slaven. Hij viel echter al snel op door zijn snelheid, behendigheid en nooit aflatende energie. Toussaints guerrillatactieken bleken zeer succesvol en hij werd dan ook binnen korte tijd één van de leiders van de opstand.
De inzet van de opstand was van het begin af aan vrijheid en een einde aan de onderdrukking en onmenselijke behandeling. Sommige opstandelingen wilden de kolonie geheel ontdoen van blanken, gedeeltelijk uit wraak en deels omdat de blanken de
door de slaven eigenhandig afgeschafte slavernij nooit zouden accepteren. Anderen, zoals Toussaint, koesterden het ideaal van een welvarende, gezonde kolonie, waar negers, mulatten en blanken in vrijheid vreedzaam met elkaar zouden kunnen leven. Toussaint was geen voorstander van afscheiding van Frankrijk. Hij wenste een gemenebestconstructie met het moederland onder gouverneurschap van hemzelf. Door de vrijheid van iedereen, ongeacht huidkleur, te erkennen en het leiderschap van Toussaint en de zijnen te accepteren zou Frankrijk, in de visie van Toussaint, eerder winst dan verlies boeken, zowel op politiek, economisch als militair gebied.
Het mocht echter niet zo zijn. Frankrijk zond in de periode 1792-1802 verschillende kommissies, begeleid door Franse troepen, naar Saint-Domingue, die allen de opdracht hadden de rust en orde in de kolonie te herstellen. Geen enkele kommissie slaagde hierin.
De oorlog met Spanje en Engeland, die in 1793 uitbrak, creëerde een gevaarlijke situatie voor Frankrijk, zowel in Europa als in de overzeese gebiedsdelen. De Spanjaarden uit de aan Saint-Domingue grenzende kolonie Santo Domingo (de huidige Dominicaanse Republiek) voorzagen Toussaint, reeds voordat de oorlog uitbrak, van wapens en munitie. Toen de oorlog een feit was traden Toussaint en zijn leger in Spaanse krijgsdienst. Toussaint hoopte op deze manier zowel de Fransen als de Spanjaarden tot concessies te dwingen met betrekking tot de strijd van de zwarten. Het leidde er inderdaad toe dat Sonthonax, een Jakobijns commissaris, op eigen gezag de slavernij in Saint-Domingue afschafte (augustus 1793) teneinde de slavenopstandelingen in het Franse kamp te trekken. Echter pas drie maanden nadat de Franse Conventie (de opvolger van de Assemblée) de slavernij afschafte - in februari 1794 - sloten de troepen van Toussaint zich bij de Fransen aan. Deze afschaffing van 1794 was weliswaar een radicale politieke beslissing, maar wel een die achter de feiten aanholde. Immers, onder leiding van Toussaint Louverture waren de Fransen hun gezag in de kolonie al kwijt geraakt. De afschaffing van de slavernij was een zelfbevochten vrijheid en niet een naar aanleiding van een politieke beslissing van Franse revolutionairen.
De afschaffing van de slavernij door Frankrijk was veeleer een noodgreep om weer vat te krijgen op de kolonie en haar gekleurde en zwarte bevolking. Franse politici en bestuurders konden en wilden niet accepteren dat Toussaint, een neger, een ex-slaaf, gelijkwaardig was aan hen, laat staan dat hij de leiding over de eens zo rijke 'parel van de Franse Antillen' zou hebben. Gelijkwaardig behandeld en benaderd worden, dat was waar Toussaint herhaaldelijk voor pleitte. Had hij niet bewezen dat hij in niets onderdeed voor blanken, had hij niet zijn loyaliteit aan het Franse moederland betoond, had hij, met andere woorden, niet laten zien dat huidkleur geen criterium was om onderscheid tussen mensen te maken. De opstand was nodig en bleef nodig zolang de blanken niet erkenden dat alle mensen gelijk waren en evenveel recht op vrijheid hadden, zolang de blanken een dubbele moraal hanteerden, waarmee ze de eigen hypocrisie en misdaden legitimeerden.
Le général en chef de Saint-Domingue, zoals Toussaint Louverture zichzelf betitelde, had de kolonie al die jaren -
met succes - verdedigd tegen Engelse en Spaanse invallen, waarbij hij een groot militair en tactisch inzicht tentoonspreidde. Het was dan ook in die hoedanigheid dat Toussaint zich tot Napoleon richtte, die vanaf 1799 in enkele jaren zijn 'dictatuur' in Frankrijk vestigde. Het verbaasde en kwetste Toussaint dan ook zeer dat Napoleon, zelf een groot militair van eenvoudige komaf en getrouwd met een mulattin afkomstig van Saint-Domingue, zijn militaire en politieke prestatisch niet wilde erkennen. Napoleon koos voor het tegenovergestelde: die neger, die met zijn eigengereidheid het gezag van Napoleon tartte, diende voor eens en voor altijd de mond gesnoerd te worden, waarna de slavernij opnieuw ingevoerd zou worden. De slavernij werd inderdaad weer ingevoerd en wel in 1802, enkele weken voordat Toussaint door Leclerc gevangen werd genomen. Deze herinvoering werd in het geval Saint-Domingue nooit geëffectueerd. Napoleon leed een onvoorziene nederlaag in de kolonie. De enige 'winst' die hij behaalde was het gevangennemen en deporteren van een 'oude neger'. De kolonie was voor Frankrijk verloren en zou voortaan de naam Haïti dragen.
Toussaint Louverture heeft menige bijnaam gekregen in de loop der tijd, variërend van negerhoofdman, zwarte Jacobijn (van C.L.R. James) tot zwarte Napoleon. Hij is symbool geworden voor de zwarte, linkse strijd. Hij is bewonderd en verguisd. Hij is gebruikt en misbruikt. Hij is als lichtend en als afschrikwekkend voorbeeld naar voren gehaald.
Toussaint heeft zijn plaats in de geschiedenis 'verdiend'. Hij was een veelzijdig, intelligent mens én hij had een ideaal.
Reactie toevoegen