Voedselcrisis: Stop de sancties?

10.09.2022

“Chernozem”, “Zwarte aarde”, is een uiterst vruchtbare bodem met een hoog gehalte aan organisch materiaal (5 procent) tot op een diepte van één meter of meer. Historisch gezien bezorgde deze “Zwarte aarde” Oekraïne zijn reputatie als “graanschuur” van het Russische Rijk en Europa. Onder de neoliberale globalisering is de broodmand mondiaal geworden: in 2018 was Oekraïne mondiaal de vijfde grootste producent van maïs, achtste grootste producent van tarwe, grootste producent van zonnebloem, derde grootste producent van boekweit. Twaalf procent van de graaninvoer in de wereld komt uit Oekraïne, en sommige landen zijn er sterk van afhankelijk – vooral in het Midden-Oosten en Afrika (Libanon 51 procent, Tunesië 41 procent, Egypte 21 procent, Somalië 70 procent). Rusland is ook een belangrijke producent, zodat een derde van de tarwe in de wereld uit de twee landen afkomstig is.
 

Imperialistische plundering

Het kan niet genoeg worden benadrukt dat de toe-eigening van de “chernozioms” en de productie daarvan een van de economische doelstellingen is die het Groot-Russisch imperialisme nastreeft met zijn aanvalsoorlog tegen het Oekraïense volk. Het gaat erom dat het Kremlin zijn geostrategisch gewicht op het wereldtoneel versterkt door in te spelen op de onmetelijkheid van zijn grondgebied dat rijk is aan hulpbronnen (mijnbouw, energie en landbouw), en door dit grondgebied uit te breiden door middel van verovering. Er zij op gewezen dat ongeveer 40 procent van de Oekraïense tarwe wordt geproduceerd in de oostelijke en zuidelijke regio’s, die het meest rechtstreeks door Moskou worden begeerd. “Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen”, zei Clausewitz. De blokkade van havens, het verbranden van oogsten, het ontginnen van akkers, het afvuren van raketten op graansilo’s en de vernietiging van Oekraïense haveninstallaties maken hier deel van uit, evenals de inbeslagneming van voorraden (ongeveer 500.000 ton gestolen via de Krim, volgens Kiev), de bezetting van boerderijen en de diefstal van landbouwmachines in de tijdelijk door het Russische leger bezette gebieden.
 

Istanboel: een broos akkoord

De akkoorden van Istanboel over de hervatting van de Oekraïense graanexport betekenen niet dat Poetin dit doel heeft opgegeven. De aanval op de haven van Odessa daags na de ondertekening van de twee teksten (Rusland en Oekraïne ondertekenden elk twee afzonderlijke overeenkomsten, met Turkije en met de Verenigde Naties) toont aan dat dit niet het geval is. Het is waarschijnlijker dat Moskou om een aantal redenen heeft besloten de overeenkomst te ondertekenen: militaire (de toegenomen aanvalsmogelijkheden van het Oekraïense leger in de Zwarte Zee, zoals bleek uit de herovering van Slangeneiland), diplomatieke (het cultiveren van het imago van een verantwoordelijke grootmacht, vooral tegenover de landen in Afrika en het Midden-Oosten die het meest door de voedselcrisis worden bedreigd) en economische (hoewel de Russische graanexport niet door de sancties wordt getroffen).

De chantage van een wereldwijde voedselcrisis – met wijdverspreide prijsstijgingen en hongersnood in het Zuiden – blijft deel uitmaken van Ruslands arsenaal van “hybride oorlogsvoering”.  Poetin zal niet aarzelen het opnieuw te gebruiken om de versoepeling van de westerse sancties of de stopzetting van de leveringen van moderne wapens aan Oekraïne te eisen. Hij hoeft alleen maar een voorwendsel te kiezen dat past bij zijn slachtofferpropaganda over “Rusland dat wordt aangevallen” (de Oekraïense aanvallen op Russische bases op de Krim, bijvoorbeeld?).
 

De impact van oorlog, pandemie en opwarming van de aarde

Als deze overeenkomsten van Istanboel worden nageleefd, zal Oekraïne de 20 tot 25 miljoen ton graan die in zijn silo’s geblokkeerd zijn, kunnen uitvoeren.(1) Goed nieuws voor de mensen die er het meest van afhankelijk zijn.

Op langere termijn is het spookbeeld van een wereldwijde voedselcrisis echter slechts een beetje vervaagd. In de eerste plaats omdat de vernietigingsoorlog van Poetin een totale oorlog is, die zowel de velden als de steden treft: sinds het begin hebben de schade aan de landbouwgronden en het probleem voldoende arbeidskrachten te vinden de Oekraïense maïsproductie met 51 procent en de tarweproductie met 53 procent doen dalen… Het effect zal volgend jaar, en nog vele jaren daarna, voelbaar zijn.

Ten tweede omdat de stijging van de landbouwgrondstoffenprijzen begon vóór de Russische invasie in Oekraïne. In november 2021 lag de FAO-index van de voedselprijzen zelfs iets boven het recordniveau van 2008 (midden in de “financiële” crisis). Vanuit cyclisch oogpunt is deze stijging nauw verbonden met die van de energieproducten, als gevolg van de knelpunten en desynchronisatie-verschijnselen die de mondiale kapitalistische groei hebben beïnvloed naarmate de pandemie (tijdelijk?) tot een einde kwam.

Maar er zijn ook meer structurele en verontrustende factoren in het spel, in de eerste plaats de uitputting van de bodem door de productivistische agro-industrie en de gevolgen van de klimaatverandering (in 2021 hebben extreme gebeurtenissen de oogsten in Canada, het Amerikaanse westen, Brazilië en Rusland zwaar getroffen). Deze structurele factoren liggen ten grondslag aan het feit dat het aantal mensen die hongerlijden in de wereld de laatste tien jaar weer is gaan toenemen, terwijl het tussen 1970 en 1990 was afgenomen.

De stijgende voedselprijzen treffen de werkende klassen hard, vooral in het Zuiden van de wereld. De jaarlijkse voedselinflatie bedroeg 22 procent in juli 2022 in Nigeria, 11,60 procent in juli in Peru en 75,8 procent in juni in Sri Lanka. In deze drie landen besteden de huishoudens gemiddeld respectievelijk 59, 22,6 en 69,6 procent aan voedsel. In de VS bedroeg de jaarlijkse stijging van de voedselprijzen in juli 10,9 procent, maar het gemiddelde aandeel van voedsel in de huishouduitgaven bedraagt slechts 7,1 procent (BBC World Service, 17/8/2022). De gegevens voor de Europese Unie zijn vergelijkbaar, maar de inflatie voor levensmiddelen bedraagt in sommige EU-landen meer dan 20 procent, en het gemiddelde aandeel van de huishouduitgaven voor levensmiddelen bedraagt meer dan 20 procent in de armste EU-landen, alsook onder de armste bevolkingsgroepen in het algemeen.
 

De schuld van de sancties?

Samen met de stijgende energieprijzen zorgt deze situatie voor veel ontevredenheid onder de werkende klasse. Populisten proberen dit uit te buiten door de prijsstijgingen vooral te wijten aan de westerse sancties tegen Poetins Rusland: “Sancties zijn nutteloos en maken het leven onbetaalbaar voor de arbeidersklasse thuis, laten we de sancties afschaffen”, zeggen ze in wezen.

Dit discours wordt niet alleen aangehangen door extreemrechts – van Marine Le Pen in Frankrijk tot Viktor Orban in Hongarije – voor wie Poetin een referentie is, maar ook door verschillende stromingen ter linkerzijde: degenen die anti-NAVO-“kampisme” verwarren met internationalisme, bepaalde marginale stromingen binnen de pacifistische beweging (die sancties zien als deel uitmakend van een escalatie van de oorlog) en populistische partijen ter linkerzijde.

In een video op YouTube slaagt Marc Botenga, Europees parlementslid van de Belgische PVDA, er bijvoorbeeld in te praten over de invloed van de oorlog op de stijging van de voedselprijzen zonder de blokkade van de Oekraïense havens door de Russische vloot te vermelden. De sancties “verergeren de prijsstijging in eigen land”, vooral voor brood, zei hij. Hij concludeerde dat “wij de arbeiders straffen in plaats van Poetin”. Soortgelijke verklaringen werden afgelegd door linkse volksvertegenwoordigers in onder meer Duitsland, Italië en Spanje.

Voor een authentiek internationalistisch links (een links waarvoor internationalisme gebaseerd is op solidariteit met volkeren in strijd en dat overgaat tot een concrete analyse van de concrete situatie), is het van belang te betogen dat we anders uit de voedselcrisis kunnen komen dan door het agrarisch productivisme verder op te voeren, zonder het nationalisme te vleien, en zonder Poetin straffeloosheid te bieden voor zijn misdaden. Kunnen we dat? Nee: we moeten dat doen, omdat het de enige manier is om structurele oplossingen te vinden, oplossingen van “rechtvaardige degrowth” die de aarde en haar bewoners respecteren.

Hoe kan dit gedaan worden? We zullen twee voorbeelden nemen.

Voedselverspilling: 1,3 miljard ton

In de eerste plaats moet een doortastend beleid worden gevoerd om voedselverlies en -verspilling tegen te gaan (we spreken hier over verlies in de productie-, opslag- en transportfase van de groothandel; en over verspilling in de distributie- en consumptiefase). Wereldwijd gaat meer dan een derde van de voedselproductie verloren of wordt het verspild. Dit komt neer op 1,3 miljard ton voedsel. De productie van deze 1,3 miljard ton neemt 28 procent van de landbouwgrond in beslag, stoot 3,3 miljard ton broeikasgassen uit (alle gassen samen) en leidt tot de omleiding van een derde van het water dat door de landbouw wordt verbruikt (d.w.z. een derde van de 70 procent van het zoetwater dat door de mensheid wordt verbruikt!). Bovendien komt deze 1,3 miljard ton voedsel overeen met viermaal de jaarlijkse voedselbehoeften van de 800 miljoen mensen die hongerlijden. Vier keer…

Er zijn vele verklaringen voor dit enorme schandaal: de mondialisering, die de logistieke ketens van bederfelijke levensmiddelen verlengt, speculanten die voorraden aanleggen in afwachting van een prijsstijging, de onderuitputting van de producenten in de landen van het Zuiden, de zeer lage prijzen die de agro-industrie de landbouwers oplegt, de hebzucht van de grote distributieconcerns (het is te weinig geweten dat deze concerns zelf de uiterste houdbaarheidsdatums van hun producten vaststellen om meer winst te maken; 10% van het afval in de EU wordt toegeschreven aan deze vorm van “geprogrammeerde veroudering”!

Direct of indirect houden al deze verklaringen verband met of zijn zij structureel verbonden met dezelfde oorzaak: de concurrentie om de kapitalistische winst, die rijkdom concentreert aan een kant va van de samenleving en armoede aan de andere, terwijl zowel de ecosystemen als de arbeidskracht worden geruïneerd. Het antwoord moet daarom bestaan uit publieke, ecologische en sociale reguleringsmaatregelen waarover democratisch wordt gedebatteerd en die democratisch worden aangenomen.

Direct of indirect houden al deze verklaringen verband met of zijn zij structureel verbonden met dezelfde oorzaak: de concurrentie om de kapitalistische winst, die rijkdom concentreert in de ene pool van de samenleving en armoede in de andere, terwijl zowel de ecosystemen als de arbeidskracht worden geruïneerd. Het antwoord moet daarom bestaan uit openbare, ecologische en sociale reguleringsmaatregelen waarover democratisch wordt gedebatteerd en die democratisch worden goedgekeurd.
 

Minder vlees, minder auto’s

Naast de strijd tegen deze verspilling moet ook de structuur zelf van de kapitalistische landbouw ter discussie worden gesteld, met name het feit dat een steeds groter deel van de productie wordt afgeleid naar de industriële productie van vlees (sociaal, ecologisch en ethisch niet-duurzaam) en naar de productie van agrobrandstoffen. Het is onfatsoenlijk te beweren dat er in Europa een tekort aan tarwe is en dat dit tekort de prijsstijging verklaart, terwijl we weten dat meer dan 50 procent van het in de EU geproduceerde graan wordt gebruikt om vee te voederen (hoewel runderen herbivoren zijn, geen graaneters!) en om auto’s te laten rijden. Het hoeft geen betoog dat deze strijd, net als de vorige, een overheidsbeleid impliceert dat de kapitalistische logica van overproductie voor winst durft te trotseren, om de agro-industrie te vervangen door agro-ecologie.
 

“Rechtvaardige degrowth” als strategische as

Dit zijn twee invalshoeken van waaruit een linkerzijde die naam waardig een antwoord op de voedselcrisis kan en moet ontwikkelen. Mutatis mutandis geldt deze algemene benadering ook voor het antwoord op de energiecrisis: in beide gevallen komt het erop aan te werken rond de as van de “rechtvaardige degrowth”, omdat dit de enige oplossing is die tegelijk sociaal, ecologisch, democratisch (met respect voor het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren) en internationalistisch is.

Wij kunnen deze of gene sanctie van het westerse imperialisme zeker aanvechten, bijvoorbeeld omdat zij niet gericht is tegen de echte schuldigen van Poetins regime. Maar zwaaien met “Stop de sancties” als slogan, als wondermiddel om de inflatie tegen te gaan, is de essentie verdonkeremanen, terwijl men Poetin helpt om het bloedbad voort te zetten en een “eigen volk eerst” – discours gevaarlijk in de kaart speelt. “Stop de sancties” is een slogan voor populistisch, nationalistisch en demagogisch uiterst rechts, niet voor links.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Commons: Journal of Social Criticism | Спільне. Nederlandse vertaling: redactie Sap-Rood.

(1). Begin september, na de ondertekening van de akkoorden van Istanbul, kon slechts ongeveer 1,3 miljoen ton graan vanuit Oekraïense havens worden geëxporteerd, wat wijst op de geringe efficiëntie van een dergelijke graancorridor en nieuwe bedreigingen voor de opslag en export van de oogst van 2022 – noot van de redactie

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.