voor een multiculturele, solidaire samenleving

We moeten de strijd aangaan met het beleid dat ten grondslag ligt aan de opkomst van het rechtse populisme van Pim Fortuyn en Leefbaar Nederland. Met de mythes van de vrije markt – de praktijk van privatiseringen, uitsluiting en uitholling van de democratie. Het roer moet radicaal om en wel naar links.
Het kan anders! Rechts is alleen te stoppen door bewegingen op te bouwen waarin betrokken mensen hun weerzin tegen verharding, onverdraagzaamheid en ontwrichting kunnen omzetten in een strijd voor een solidaire, democratische en rechtvaardige samenleving. De ‘antwoorden’ van populistisch rechts staan daar lijnrecht tegenover. Fortuyn trekt het neoliberale beleid van Paars onbeschaamd door. Hij en andere rechtse helden zijn niet de tegenpool van Paars maar de uiterste consequentie van het paarse beleid – de Paarse partijen en het CDA schuiven vervolgens mee naar rechts en roepen wat ze eerst niet durfden.
De ‘ommezwaai’ die nu in Nederland dreigt is uiterst gevaarlijk: een economie die nog meer alleen aan ondernemers wordt overgelaten, een beleid gericht op het afbreken van solidariteit. Het is een uitvloeisel van de verharding die onder Van Agt, Lubbers en Kok is ontstaan – een ideologie waarin de balans tussen individuele en maatschappelijke verantwoordelijkheid naar rechts is doorgeslagen. De oorzaken van armoede en sociale uitsluiting worden bij de slachtoffers zelf gezocht.
Die benadering moet bestreden worden. In bewegingen en initiatieven waarin mensen samenwerken voor een sociale politiek, voor een multiculturele samenleving, voor een cultuur waarin problemen uitdagingen zijn om het beter te doen. De SAP biedt geen programma aan, wel bouwstenen voor een ander verhaal, een cultuuromslag, een brede, linkse en strijdbare beweging. Uitgangspunt is steeds dat alleen een fundamentele breuk met het neoliberalisme de huidige verrechtsing kan stoppen.

Breken met het neoliberalisme
In de vakbeweging, samen met WAO’ers en werklozen, moeten we vechten voor uitbreiding van sociale voorzieningen en investeringen in de collectieve sector, tegen sociale afbraak. Alleen door in te zetten op brede participatie en gelijke kansen kunnen we een samenleving opbouwen waarin mensen vertrouwen hebben in eigen kunnen, waarin solidariteit voorop staat. Een echt alternatief voor Paars en voor populistisch rechts betekent breken met de mythes van de vrije markt en privatiseringen en een strijd vóór democratie op de werkvloer.
Niet alleen daar, maar in de gehele samenleving is een radicale democratisering nodig. Mensen moeten zeggenschap krijgen over hun directe leefomgeving. In plaats van te vertrouwen op de traditionele politici of een mediagenieke populist, willen we het heft in eigen hand nemen. Experimenten met directe democratie, de terugroepbaarheid van gekozen bestuurders en vooral ook het initiatiefrecht (inclusief referenda) zijn hier voorbeelden van en zijn essentieel om de samenleving weer kleur te geven.
Die kleur moet ook terug in de buurten. Daar moeten mensen goed, groen en goedkoop kunnen wonen – daar mag geen ruimte zijn voor verpaupering, voor huisjesmelkers en achterstallig onderhoud en worden mensen betrokken bij de inrichting van hun buurt.

Een multiculturele samenleving
In de buurten staan mensen samen voor de uitdaging van het vormgeven aan een sociale, multiculturele samenleving. Daarvan kunnen en moeten we iets moois maken. Dat betekent dat de veranderingen die de maatschappij heeft doorgemaakt een plek moeten krijgen zonder de problemen te ontkennen. De strijd voor de multiculturele samenleving is een strijd tegen racisme en tegen uitsluiting.
De critici van het multiculturalisme benaderen de hedendaagse samenleving vanuit een nauw gedefinieerde ‘autochtone’ of nationale cultuur en sluiten aan bij een trend. Van links tot rechts, zowel door VVD’er Frits Bolkestein als door sociaal-democraat Paul Scheffer werd de afgelopen jaren benadrukt dat er fundamentele verschillen bestaan tussen de ‘waarden en normen’ van Nederlanders en die van allochtonen; dat de Nederlandse cultuur onder druk staat en dat mensen zich daarom aan moeten passen. Net als Fortuyn bepleiten zij een platte opvatting van de ‘moderniteit’ – iets waartoe andere culturen niet zouden behoren.
Maar ‘normen en waarden’ zijn niet in zulke algemeenheden te vangen. Niet alle Nederlanders hebben dezelfde normen en waarden of delen dezelfde cultuur. Integendeel, cultuur is een dynamisch geheel: de inhoud ervan wordt dagelijks onderhandeld en uitgevochten, op straat, in ontmoetingen, door allerlei vormen van sociale strijd. Dat moeten we vooral niet overlaten aan de schrijvende elite, aan imams, priesters of dominees, aan CDA of ChristenUnie, laat staan aan een voormalige hoogleraar die beroepspoliticus wil worden.

Alleen door van elkaar te leren door met elkaar te praten, door te communiceren, kan een samenleving ontstaan waarin verschillen worden geaccepteerd zonder dat dat tot onderdrukking en uitsluiting leidt. Meer dan ooit krijgt onze cultuur en identiteit vorm binnen het kader van een wereld die onherroepelijk in beweging is, grensoverschrijdend en mondialiserend. De Nederlandse samenleving is niet cultureel homogeen en dat hoeft ook helemaal niet! De nadruk moet liggen op de strijd tegen de sociaal-economische uitsluiting van grote groepen migranten, op scholing, werk en inkomen voor iedereen. Bovendien moeten nieuwe groepen serieus genomen worden, hun taal en cultuur een plek krijgen: een eerste stap zou zijn om van minderhedentalen, te beginnen met Arabisch, Berbers, Turks, Spaans, Portugees en Surinaams, keuzevakken te maken in het middelbaar onderwijs.

Een strijd voor een rechtvaardige, multiculturele samenleving is een strijd tegen het Fort Europa, voor open grenzen. Het vluchtelingenprobleem wordt niet door de vluchtelingen zelf veroorzaakt, maar door de toestand in de wereld. Die kan alleen verbeteren als gebroken wordt met de winstlogica van grote multinationals, als vakbonden en progressieve organisaties in de Derde Wereld de kans krijgen, als repressieve regimes en groepen niet langer financieel en militair worden gesteund door de rijke landen. Het moet anders in de wereld – om te beginnen in Nederland. Laten we de strijd aangaan voor een generaal pardon voor alle illegalen, voor het recht om te werken voor vluchtelingen. Voor een ieder die in Nederland verblijft moeten dezelfde rechten gelden. Geen mens is illegaal!

De menselijke maat in plaats van meer repressie
Mensen moeten zich veilig voelen – waar ze ook zijn. Een stad of buurt waar mensen het gevoel hebben niet veilig over straat te kunnen is onacceptabel. Bovendien is het koren op de molen van rechts en populistisch rechts, die oplossingen in de trant van meer repressie, meer camera’s, meer blauw naar voren schuiven. Het zijn schijnoplossingen die tot een verdere verharding zullen leiden en tot stigmatisering van die groepen die nu als ‘mogelijk of waarschijnlijk crimineel’ beschouwd worden. De strijd tegen geweld op straat moet anders – gevoerd met die mensen die zich nu bedreigd voelen, tegen de oorzaken van criminaliteit.
Rechts probeert steeds electoraal te scoren door mensen bang te maken – de roep om harde maatregelen heeft een groeiende angst voor ‘criminelen’, straatrovers en tasjesdieven tot gevolg. Dat populisme moet bestreden worden. Alleen als mensen vertrouwen hebben, zelfverzekerd zijn, zich de straat eigen durven maken kunnen ze zich prettig en veilig voelen.

Wij beweren natuurlijk niet dat er niets aan de hand is en dat er geen problemen zijn. Een kleine, maar zichtbare groep jongeren – voornamelijk kansarme jongens – ‘ontspoort’, vlucht in crimineel en gewelddadig gedrag. Sterker nog, een deel van die groep haalt daaruit een vorm van zelfrespect en identiteit. In een samenleving die structureel groepen mensen marginaliseert, geen kansen biedt, geen opleiding, werk en loon, verworden deze jongens tot vorsten in hun eigen koninkrijkjes. Waar ze het volle, beloonde burgerschap onthouden wordt gaan ze de straat op – de enige plek waar ze wel gezien en gehoord worden. Waar ze op groffe, hardhandige en gewelddadige wijze respect afdwingen. Ze zijn onderdeel van een ondergrondse, informele economie en met hun absurd dure sportschoenen, kleding, mobiele telefoons, scooters, eerst en vooral karikaturen van de moderne manager, de dure IT-er. Het is de andere kant van dezelfde vermarkte, vervreemde, consumentistische medaille.

De strijd tegen deze ‘ontsporing’ en dit geweld is daarom een strijd tegen de oorzaken van crimineel gedrag, tegen sociale uitsluiting en voor gelijke kansen. Een beleid gericht op repressie zal de situatie alleen maar verergeren. In plaats daarvan moet de omgang en bestraffing van delinquent gedrag ‘vermenselijkt’ worden. Dat betekent een verdere uitwerking van alternatieve straffen en voorkomen dat jongeren in de gevangenis belanden. Het betekent ook dat drugs uit de criminele sfeer moeten. Links moet – samen met hulpverleners, specialisten en verslaafden – de strijd aan voor legalisering van alle drugs en het uitwerken van een beleid op gratis verstrekking aan verslaafden. Psychiatrische patiënten die verslaafd zijn hebben recht op hulp en behandeling – solidariteit met patiëntenorganisaties is daarom nodig. Daklozen die dat willen moeten onder dak – hoe dat gaat gebeuren moet samen met hen besproken worden.

Terugkijkend
Hoe komt het dat we zo’n hevige verrechtsing zien – waarom zo weinig vertrouwen in eigen kracht en waarom de roep om meer autoriteit? Waarom ontbreekt het aan antwoorden die gebaseerd zijn op solidariteit en verdraagzaamheid?
Twintig jaar neoliberaal snoeien in de verzorgingsstaat laat zich vandaag gelden. De acht jaar van Paars waren het toppunt – onder Kok werd zelfs meer bezuinigd en afgebroken dan onder de christen-democratische leiding van Lubbers. De opkomst van Leefbaar Nederland en Fortuyn is een onmiddellijk gevolg van de maatschappelijke ontwrichting waarvoor de paarse regeringspartijen verantwoordelijk zijn. Wie had acht jaar geleden durven denken dat zelfs in ons brave polderlandje een zo sterke opkomst van populistisch rechts zou plaatsvinden? Het chagrijn daarover van een Melkert en een Dijkstal verhult hun verantwoordelijkheid.
Waar we van de VVD niet veel meer kunnen verwachten dan een nog hardere retoriek, schreeuwt de misplaatste zelfgenoegzaamheid en de arrogantie van Melkert om het duidelijk aan de kaak stellen van de teloorgang van de sociaal-democratie. De Partij van de Arbeid is rechts doorgeschoten en heeft nu - onder druk van Fortuyn – de koers nog verder verrechtst. Acht jaar Paars heeft de sociaal-democratie doen verbleken. De afgelopen periode markeert het einde van een sociaal-democratie die nog mensen weet te binden, solidariteit probeert te organiseren. Rood is niet alleen paars geworden, maar vooral grijs en grauw. Door de ontwrichting die het Paarse beleid veroorzaakte is de PvdA medeverantwoordelijk voor de opgang van Fortuyn.

Paars stond - zo werd verkondigd – voor politieke vernieuwing, democratisering, een einde aan het regenteske beleid van de christen-democratie. Maar regeren zonder het CDA leverde slechts een andere, paarse regentenkliek op. De puzzel ‘zoek de verschillen in de Nederlandse politiek’ werd steeds moeilijker op te lossen. De paarse partijen èn het CDA hebben op geen enkel moment proberen te breken met de cultuur van achterkamers en elitepolitiek. Zij hebben de laatste jaren in toenemende mate het contact met de democratische basis – de mensen die ze pretenderen te vertegenwoordigen – verloren.

De partijen links van de sociaal-democratie weten niet of nauwelijks te profiteren van de onvrede over Paars. Speelde fractievoorzitter Paul Rosenmöller lange tijd de facto de rol van oppositieleider, nu lijken hij en zijn club aan geloofwaardigheid in te boeten, staat de virtuele winst op het spel en gaat het al met al niet zo best met de club. Hoe is dit mogelijk, juist onder het huidige anti-paarse gesternte?
GroenLinks lijdt onder de huidige verrechtsing omdat de partij zich kwetsbaar heeft gemaakt. Door dicht tegen het politieke establishment aan te schurken – in principe de linkervleugel ervan te willen zijn – kan ze zich onvoldoende profileren als oppositiepartij. Hun op belangrijke punten nog steeds linkse programma wordt niet omgezet in een strijdbare uitstraling. Waar de partij zich zou moeten verzetten tegen de neoliberale politieke praktijk van paars en de christen-democratie, richt de partij zich vooral op de parlementaire politiek. Het pluche lonkt en die verleiding maakt GroenLinks machteloos. Hun progressieve standpunten op het gebied van het vluchtelingenbeleid en allochtonen – punten waarop ze zich positief onderscheiden van de SP – komen te weinig voor het voetlicht.
Ook inhoudelijk lijdt GroenLinks onder de verrechtsing. De reactie op de zogenaamde Nieuwe Oorlog is daar het meest duidelijke en trieste voorbeeld van. Juist op het moment dat GroenLinks het hardst nodig is – om de beweging tegen de rechtse oorlogsretoriek van Bush en zijn bondgenoten op te bouwen – laat de partij het afweten. Waar GroenLinks de aanslagen in september en de reactie van de Verenigde Staten en bondgenoten had moeten gebruiken om de neoliberale wereldwanorde te ontsluieren, de Amerikaanse en Europese steun aan de Israëlische repressie voor het voetlicht te brengen en de mythes over de Islam te bestrijden, koos de partij in principe de kant van de gevestigde (wereld)orde.
De verrechtsing die binnen GroenLinks heeft plaatsgevonden drukt zich op meer fronten uit. De partij trapt in de neoliberale val door privatisering van een deel van de collectieve sector te bepleiten. En waar GroenLinks in ieder geval nog het krediet had een democratische partij te zijn waarin ruimte was voor echte discussie, is daarvan sinds het interne debat over de oorlog weinig over. De partij kiest de weg van de concessie, niet die van de confrontatie.
Toch moeten we GroenLinks door dit alles niet ‘afschrijven’. Voor veel mensen blijft GroenLinks de belangrijkste linkse stem in het parlement, in de publieke sfeer. Juist daarom moet die club de straat weer op, haar achterban mobiliseren, een brede beweging voor een andere samenleving helpen opbouwen. De partij neemt het consequent op voor asielzoekers en allochtonen en zet zich in voor een inhoudelijke, niet-populistische reactie op ‘zinloos geweld’ en kleine criminaliteit, voorbij de schreeuw om repressie. Laat de partij dan ook buiten de parlementaire organen – samen met anderen - de strijd daarvoor aangaan.

Van de SP moet gezegd dat de partij zich in gemeenteraden, in het parlement en af en toe ook op straat consequent verzet tegen sociale verdeling en tegen het neoliberale beleid in het algemeen. De partij gaat niet mee in de algemene consensus dat het ‘goed gaat met de BV Nederland’ zolang het goed gaat met ondernemers, met de rijken en de welgestelde middengroepen. Terecht verzet de partij zich tegen de destructieve invloed van het neoliberale beleid op de collectieve sector, op onderwijs en zorg. Terecht neemt de SP het op voor uitkeringsgerechtigden, WAO’ers en mensen met lage lonen – voor wie acht jaar paars vooral een verdere marginalisering heeft betekend. De partij heeft goed zicht op de cultuur van het neoliberalisme en staat voor alternatieven. De Socialistische Partij durfde zich als enige tegen de oorlog te verzetten en heeft zich zo bovendien sterk gemaakt tegen de diabolisering van islamitische Nederlanders.
Toch lukt het de SP ook niet echt te profiteren van de onvrede met Paars. De SP overtuigt te weinig door een oubollige uitstraling, een beperkt sociologisch profiel – het ontbreekt aan echte aantrekkingskracht op progressieve jongeren en nieuwe maatschappelijke groepen. Daarbij komt dat de SP te vaak leunt op een sterke, wat autoritaire staat. De partij gaat mee in de roep om ‘meer blauw op straat’ in plaats van zich te concentreren op de oorzaken van criminaliteit. De partij staat voor een hard drugsbeleid, is tegen experimenten met vrije drugsverstrekking en is op dat punt ronduit populistisch te noemen. Als het aankomt op het vluchtelingenbeleid onderscheidt de SP zich van rechts, maar toch zien Marijnissen en co de vluchtelingen te veel als een probleem, in plaats van als een uitdaging. Hetzelfde geldt voor hun standpunten over integratie van migranten: zo zijn ze lokaal vaak tegen eigen taalonderwijs binnen de reguliere uren en zijn ze tegen algemeen kiesrecht voor alle migranten. Onder druk van Fortuyn lijken ze vandaag terug te grijpen naar standpunten uit het verleden: een orientatie op autochtone arbeiders, met pleidooien voor een ‘spreiding’ van allochtonen en wat dies meer zij. Als de SP inderdaad zo’n draai maakt keert ze de solidariteit tussen allochtonen en autochtonen de rug toe. De SP geeft dan precies het verkeerde antwoord op Fortuyn en rechts in het algemeen.

Veel activisten in sociale bewegingen storen zich aan de manier waarop de SP inhoud geeft aan samenwerking met anderen. In plaats van in te zetten op de opbouw van werkelijk brede bewegingen lijkt het belang van de eigen partij steeds voorop te staan. Dat, gecombineerd met het weinig transparante en niet erg democratisch interne functioneren van de partij maakt dat veel actieve linkse mensen een zekere afstand van de SP bewaren.

Er moet gestemd worden, ook als er te weinig muziek zit in wat de twee belangrijkste linkse krachten te zeggen hebben. De beste stem tegen paars en tegen voortzetting van het neoliberale beleid is een stem ter linkerzijde van de PvdA, op GroenLinks of de SP.

Er staat veel op het spel
Acht jaar paars markeert de poging om in Nederland een dominant neoliberalisme te vestigen. Het wilde het Nederlandse slotstuk zijn van een internationaal offensief tegen de verworvenheden van decennia van sociale strijd. En er heeft zich een duidelijke culturele of ideologische omslag voorgedaan. De crisis van het projekt van radicale maatschappijverandering is een crisis van de maatschappij in het algemeen. De idee dat niet de samenleving als geheel verantwoordelijkheid draagt voor individuen moet steeds ruimer baan maken voor een rechts soort individualisme. Er ontstaat een grotere nadruk op ‘individuele verantwoordelijkheid’, wat vooral betekent dat mensen zichzelf maar moeten redden. Waar Thatcher in de jaren tachtig zei ‘there is no such thing as society’ wordt hetzelfde sentiment nu uitgedrukt door Annemarie Jorritsma in Opzij: ‘er is te veel solidariteit’. Die opvatting wordt in brede kring gedeeld en heeft zijn weerslag op de hedendaagse politieke praktijk, op de keuzes die mensen maken.

Het rechtse offensief voor een nieuw soort individuele politiek kreeg in de afgelopen decennia in zekere zin steun van de globalisering, namelijk van het ontstaan van immigratiesamenlevingen in West-Europa – ook in Nederland. Nieuwe groepen veranderden de samenstelling van Nederland – een ontwikkeling die in heel Europa tot een defensieve, nationalistische en vaak racistische politiek leidde. Terwijl het links te weinig is gelukt de solidariteit te bewaren heeft in toenemende mate rechts het primaat op de discussies over (im)migratie en allochtone groepen gekregen. Zo ontstond een boom met twee takken. Een neoliberale ideologische praktijk dat aan de ene kant de solidariteit ondermijnt door een rechts individualistisch verhaal – de slachtoffers hebben zelf schuld, ze moeten zichzelf maar redden – en dat aan de andere kant doet door mensen tegen elkaar op te zetten, de problemen te definiëren in termen van door nieuwe (allochtone) groepen veroorzaakte ontwrichting.
Het is een maatschappelijk opschuiven naar rechts, dat zelfs door Paars niet helemaal waar gemaakt kon worden. Niet voor niets wordt nu gezegd dat Fortuyn het rechterbeen van de VVD afhakt. Voor rechts bleef Paars te veel hangen in polderpolitiek, niet hard genoeg, te weinig gericht op confrontaties met de vakbeweging en links in de PvdA. Dat is de eerste basis voor Fortuyn – een ‘nieuw’ rechts dat al een tijd een harder beleid wil en een breuk met het poldermodel.
Tegelijkertijd heeft Fortuyn met zijn populisme gebruik weten te maken van de ontwrichting die het gevolg is van het verminderen van de solidariteit. Allerlei ‘gewone mensen’ vinden ook dat ‘het de schuld is van de buitenlanders’, dat de grenzen dicht moeten en junks, daklozen en andere ‘lastige groepen’ hard aangepakt. Zij voelen zich in hun onvrede met Paars door Fortuyn vertegenwoordigd. Pim Fortuyn weet dat de eerste groep ‘nieuw rechtsen’ van cruciaal belang is, maar dat hij zonder die tweede groep ontevredenen geen doorbraak kan maken. Het is hem voorlopig – in Rotterdam - gelukt dat wel te doen. Het gevaar dat dat ook landelijk gaat gebeuren is groot.
Links moet daarom nu – samen – in het offensief. Waar de SAP en Grenzeloos niet mee doen aan de verkiezingen, roepen we op te bouwen aan een alternatief, een radicale beweging die op alle fronten de strijd aan gaat met de rechtse onzin van Fortuyn, Balkenende en Dijkstal en met een sociaal-democratie die noch haar sociale, noch haar democratische component waar maakt.

Een andere samenleving – multicultureel en solidair - is mogelijk.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop