Iran: oorlog als versneller van de precarisering van werkenden

De officiële cijfers van het Iraanse Bureau voor de Statistiek voor maart 2026 spreken voor zich: een jaarlijkse inflatie van 50,6 procent, een stijging van 71,8 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar en meer dan 112 procent voor levensmiddelen.

Achter die statistieken schuilt een harde sociale realiteit: de werkende bevolking wordt geconfronteerd met een voortdurende verslechtering van haar levensomstandigheden. Zich voeden, huisvesten en verzorgen wordt elke dag moeilijker. Inflatie is niet langer een economisch gegeven: het is een mechanisme van massale verarming.

De oorlog heeft die situatie niet veroorzaakt. Ze heeft haar versneld. Zelfs vóór de huidige escalatie verkeerde de Iraanse economie al in een crisis: sancties, recessie, structurele corruptie en instabiliteit op de arbeidsmarkt. In die context werkt de oorlog als een brute versterker. Elke extra schok – logistieke verstoringen, onzekerheden over de productie, politieke spanningen – vertaalt zich onmiddellijk in banenverlies, achterstallige lonen en prijsstijgingen.

In de Darugar-fabriek in Teheran blijven de arbeiders produceren ondanks maandenlange achterstallige lonen. Volgens het persbureau ILNA, dat onder het ministerie van Arbeid valt, hebben sommige arbeiders slechts drie tot vijf maanden loon ontvangen, terwijl anderen zeggen dat ze hun gezin niet meer kunnen voeden.

Het fenomeen is structureel: in Iran is werken geen garantie meer voor het ontvangen van een loon. Achtergestelde betalingen worden een instrument om de crisis te beheersen door de kosten af te wentelen op de arbeiders. Schulden, ontberingen en het onvermogen om plannen voor de toekomst te maken, worden de norm.

In de stad Ilam hebben de arbeiders van de gasraffinaderij van Chavar gedemonstreerd na het schrappen van meer dan 150 van de ongeveer 350 banen. Officieel gaat het niet om ontslagen, maar om 'afgelopen contracten'. Die werkwijze maakt het mogelijk om de banenverliezen onzichtbaar te maken en elke directe verantwoordelijkheid van de baas te ontlopen. Tussen het bedrijf, de onderaannemers en de lokale autoriteiten vervagen de verantwoordelijkheden. Maar de gevolgen zijn wel degelijk reëel: werkloosheid, inkomensverlies en een totaal gebrek aan bescherming.

Het systeem van onderaanneming is niet zomaar een manier om het werk te organiseren. Het is een centraal mechanisme geworden voor het creëren van onzekerheid. Het maakt het mogelijk om arbeiders jarenlang aan projecten te houden zonder hen enige stabiliteit te garanderen. Zodra er een crisis uitbreekt, worden ze louter 'afgelopen contracten', zonder verhaal.

Het is onmogelijk om de verantwoordelijkheden van particuliere bedrijven en de staat van elkaar te scheiden. De eersten ontslaan of stellen de betaling van lonen uit, de laatsten tolereren, organiseren of normaliseren die praktijken. Dat is geen gebrek aan regulering: het is een logica van crisisbeheer waarbij prioriteit wordt gegeven aan het beschermen van de winsten, ten koste van de bestaansmiddelen.

In die context wordt oorlog ook een politiek en sociaal instrument. Ze maakt het mogelijk om ontslagen te rechtvaardigen, de uitbetaling van lonen uit te stellen, protesten te criminaliseren en het idee op te leggen dat dit niet het moment is voor eisen, maar voor berusting. Maar in de praktijk vertaalt dit opgelegde 'geduld' zich in honger, onbetaalde huur, uitgestelde medische zorg en een dagelijkse verslechtering van het leven.

De huidige crisis reikt veel verder dan alleen de kwestie van lonen of werkgelegenheid. Het is ook een crisis van macht en vertegenwoordiging. In veel gevallen wenden arbeiders zich tot de instellingen zonder antwoord te krijgen. De officiële mechanismen lijken ineffectief, of zelfs totaal los te staan van de sociale realiteit.

De strijd blijft versnipperd: hier onbetaalde lonen, daar ontslagen, elders productiestilstanden. Door die versnippering kan de macht elk conflict reduceren tot een lokaal of technisch probleem. Juist daarom is de kwestie van de onafhankelijke organisatie van arbeiders, van arbeiderscomités en van solidariteitsnetwerken zo cruciaal. Niet als abstract principe, maar als concrete noodzaak in het licht van de verslechtering van de levensomstandigheden.

Massale inflatie, in beslag genomen lonen, verkapte ontslagen en wijdverbreide onzekerheid schetsen een duidelijk beeld: de arbeidersklasse is een fase ingegaan van structurele verslechtering van haar levensomstandigheden. Een fase die noch de officiële verklaringen, noch de oproepen tot 'stabiliteit', noch de rechtvaardigingen in verband met de oorlog kunnen verbergen.

Houshang Sepehris is activist van Solidarité avec les travailleurs en Iran (STI) en redacteur van Échos d’Iran. Hij leeft in ballingschap in Frankrijk en is lid van de Vierde Internationale.

Dit artikel stond op Échos d’Iran. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop