Venezuela's commerciële media en de internationale media zijn duidelijk: de regering is verantwoordelijk voor het geweld.
Ten eerste wordt er gezegd dat de regering schutters opdracht gaf het vuur te openen op vreedzame demonstranten en dat het geweld van de oppositie slechts een reactie is op het brute optreden van de politie en het leger.
Maar er is aanzienlijk bewijs dat het geweld, inclusief dat van ongeïdentificeerde motorrijders tegen demonstranten, het werk is van delen van de oppositie. Neem het volgende in aanmerking:
1. Sinds de coup in 2002 heeft de oppositie gebruik gemaakt van geweld. Sinds 2003-2004 roepen oppositieleiders op tot geweld als het enige middel om te voorkomen dat er een 'dictatoriaal regime' gevormd wordt in Venezuela.
2. Op 11 april, 2002, de dag dat president Hugo Chavez tijdelijk door een coup ten val werd gebracht, toonden Venezolaanse en internationale media en het Witte Huis beelden van Chavisten die schoten losten in Caracas, gevolgd door beelden van vreedzame betogingen door de oppositie. Op deze manier werd de coup gerechtvaardigd.
Maar, zoals onder andere de documentaire The Revolution Will Not Be Televised heeft laten zien, werden die betogingen heel ergens anders gehouden, ver weg van de plaats waar de Chavisten hun wapens gebruikten in reactie op sluipschutters.
Als sluipschutters verantwoordelijk waren voor de 15-20 doden (zowel Chavisten als demonstranten van de oppositie) waarvan de dood gebruikt werd om de coup van 2002 te rechtvaardigen, is er dan reden om te twijfelen dat de ongeïdentificeerde personen die nu demonstranten aanvallen ook handelen in opdracht van delen van de oppositie?
3. Het geweld dat Venezuela in de afgelopen weken heeft getroffen richtte zich tegen overheidsgebouwen zoals het kantoor van de openbare aanklager, de publieke televisiezender Channel 8, het overheidsbedrijf Banco de Venezuela, het huis van de gouverneur van Táchira (een Chavist), vrachtwagens van levensmiddelenketen PDVAL (ook een overheidsbedrijf) en tientallen bussen van het openbaar vervoer in Caracas.
4. Geen van de oppositieleiders heeft het geweld van oppositiedemonstranten duidelijk veroordeeld. Burgemeesters die tegenstander zijn van de landelijke regering zetten de politie niet in om het geweld in te tomen.
5. De zogenaamd 'vreedzame' demonstranten veroorzaken chaos door het blokkeren van cruciale toegangswegen en proberen zo het verkeer lam te leggen. Waar ik woon, tussen de steden Barcelona en Puerto La Cruz, bezetten demonstranten twee van de drie rijstroken in elke richting van de snelweg waardoor er kilometerslange files ontstonden. Er zijn berichten over enkele noodgevallen waarin mensen niet op tijd een ziekenhuis of kliniek konden bereiken.
6. De term 'salida' (uitgang), de belangrijkste slogan van de demonstranten, impliceert regime change. De oppositie roept niet op tot het aftreden van Maduro, in welk geval hij - zoals de grondwet voorschrijft - zou worden vervangen door de voorzitter van het parlement, de vooraanstaande Chavist Diosdado Cabello. Regime change is een radicale slogan en impliceert radicale tactieken.
7. Politicoloog en Venezuela specialist David Smilde van de Universiteit van Georgia, geen supporter van het Chavisme maar vrij evenwichtig in zijn commentaar, wijst erop dat de Venezolaanse regering niks te winnen heeft bij het geweld.
8. De regering heeft niks te winnen bij het geweld omdat de media voor het grootste deel op de hand van de oppositie zijn en de schuld voor het geweld direct of indirect bij de regering leggen. Neem bijvoorbeeld het voorpagina artikel van 20 februari in 'El Universal', een van belangrijkste kranten van Venezuela. Onder de kop 'Nachtelijk geweld in hoofdstad' schrijft de krant: “Gisternacht viel de Nationale Garde en de politie vrijwel gelijktijdig verschillende demonstraties aan in verschillende delen van de hoofdstad”, “In de confrontaties vielen schoten [en werd] traangas [gebruikt] terwijl mensen in protest tegen de regering vanuit hun raam op potten en pannen sloegen.”
9. De Venezolaanse regering heeft terughoudend opgetreden tegen het geweld en de ordeverstoringen van de oppositie. In bijna elke ander land in de wereld zou het blokkeren van verkeer in grote steden leiden tot grootschalige arrestaties.
10. Regeringen, vooral ondemocratische regeringen, die geen actieve steun genieten onder het volk en de media controleren, onderdrukken dissidenten. Dat is niet het geval in Venezuela. Geen van de commerciële nieuwszenders en kranten (waar de grote meerderheid van de Venezolanen hun nieuws uit krijgen), steunt de regering en de meerderheid is overtuigd tegenstander van de regering.
Ten slotte, in tegenstelling tot regeringen die grootschalige repressie organiseren (zoals die van Moebarak in Egypte), kan de Chavistische regering- en beweging meer mensen op de been brengen dan de oppositie en heeft zij vooral onder de lagere sociale klassen meer aanhang. Zoals Smilde zegt, het gebruik van geweld door de regering zou onzinnig zijn.
Steve Ellner doceert sinds 1977 aan de Universidad de Oriente in Puerto La Cruz, Venezuela. Hij schreef meerdere boeken over de Venezolaanse politiek. Dit artikel verscheen eerder op www.greenleft.org.au.
Reactie toevoegen