In het artikel van vorige week over de bloedige confrontaties in de Syrische provincie Suwayda schreef ik dat Israël 'zeker hoopt op een escalatie van het geweld om daarvan te profiteren en de invloed te versterken van de minderheid onder de Syrische druzen die een druzenemiraat onder Israëlische bescherming wil stichten' ('Syrië en de gevaren van spelen met vuur', Grenzeloos, 20 juli 2025).
In dit verband is het de moeite waard om een standpunt in herinnering te brengen dat al lang binnen de zionistische beweging wordt aangehangen. Met name de 'havikachtige' vleugel vindt dat het in het belang van het zionistische project is om het Arabische Oosten te versnipperen door entiteiten op te richten, gebaseerd op sektarische en etnische minderheden en onder Israëlische bescherming. De zionistische staat zou daarmee een regionaal imperium op kunnen bouwen dat ondergeschikt is aan hem als grootste militaire macht in de regio.
Hoewel dit plan lijkt te komen uit de fantasie van 'complottheoretici', is het belangrijkste document hierover verre van fictie. Het bestaat uit de dagboeken van Moshe Sharett (1894-1965), een van de oprichters van de staat Israël en sinds eind 1953 de tweede premier van het land, nadat David Ben-Gurion was afgetreden, een functie die hij twee jaar later weer opnam. De dagboeken van Sharett, die als een van de ‘duiven’ van Israël wordt beschouwd, zijn aantekeningen die hij tussen 1953 en 1957 in een privé-dagboek schreef (niet bedoeld voor publicatie). Ze werden in 1979 in het Hebreeuws gepubliceerd in acht delen.
Die delen werden grondig bestudeerd door Livia Rokach, een Israëlische journaliste die in de jaren zestig voor de Israëlische radio werkte voordat ze een criticus van het zionistische bewind werd (ze pleegde in 1984 zelfmoord). Rokach maakte de belangrijkste onthullingen uit de Sharett Papers bekend via fragmenten die ze in het Engels vertaalde en van commentaar voorzag in een boek dat begin 1980 verscheen, uitgegeven door de Association of Arab-American University Graduates (AAUG). Hiervan was Nasir Aruri (1934-2015), een vooraanstaande Palestijnse intellectueel en politiek activist, medeoprichter en voorzitter. Aruri schreef het voorwoord van het boek, dat werd voorafgegaan door een inleiding van Noam Chomsky.
De dagboeken van Sharett brachten veel kwesties aan het licht die binnen de machtselite van de zionistische staat onderwerp van discussie waren. Het ging onder meer om plannen om Zuid-Syrië te bezetten, een Maronitische staat in Libanon op te richten, de Gazastrook te onttrekken aan de Egyptische controle (waaronder de strook viel tot de bezetting door Israël in 1967) en de Palestijnse vluchtelingen die afkomstig waren uit het gebied dat in 1948 door de zionistische staat was veroverd, te verdrijven uit alle gebieden tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, te beginnen met de verdrijving van de Palestijnse vluchtelingen uit de Gazastrook naar Egyptisch grondgebied.
In 1982 publiceerde de AAUG nog een zionistisch document, vertaald in het Engels en geannoteerd door Israel Shahak (1933-2001). Hij was hoogleraar scheikunde aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en overlevende van de nazi-genocide. Hij werd een van de meest prominente Joodse critici van het zionisme en stond aan het hoofd van de Israëlische Liga voor Mensenrechten en Burgerrechten. Het document werd in februari 1982 in een zionistisch tijdschrift gepubliceerd. Later werd het bekend als het 'Yinon-plan', naar zijn auteur, Oded Yinon. Hij was een hoge ambtenaar bij het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken en voormalig adviseur van Ariel Sharon, destijds een belangrijke leider van zionistisch extreemrechts. Sharon leidde de bezetting van Libanon in 1982 als minister van Oorlog in de regering van Menachem Begin, de eerste regering van Israël die werd geleid door de extreemrechtse Likud-partij.
De titel van Yinons artikel luidde 'Een strategie voor Israël in de jaren tachtig'. Het schetste een plan dat onder meer voorzag in de oprichting van een Koptische staat in Egypte. Dat zou leiden tot de opsplitsing van Egypte en vervolgens tot de opsplitsing van de buurlanden Soedan en Libië. Het omvatte ook de opsplitsing van Libanon, Syrië en Irak in entiteiten op basis van religieuze en etnische scheidslijnen (waaronder een Druzenstaat in Syrië, waaraan volgens Yinons visie de Golanhoogte zou kunnen worden toegevoegd). Het omvatte ook het verwerven van de controle over Jordanië door de Palestijnen. Dat zou de weg zou vrijmaken voor de verplaatsing van alle andere Palestijnen naar het oosten van de rivier.
De laatste jaren werd er niet meer zo veel over dit oude zionistische plan gepraat. Het paste niet bij wat de Verenigde Staten wilden, namelijk de kaart van de regio houden zoals na de Europese koloniale overheersing na de Eerste Wereldoorlog, toen het Ottomaanse Rijk uit elkaar viel. (Maar let op: tijdens de bezetting van Irak waren er in de VS mensen die het goed vonden om Irak op te splitsen volgens het zionistische idee.) De rechtse koers van de Israëlische samenleving en politiek, nu op zijn hoogtepunt onder Benjamin Netanyahu, heeft het plan nieuw leven ingeblazen en een krachtige impuls gegeven.
Deze regering greep de kans die werd geboden door de operatie 'Al-Aqsa Flood' van Hamas op 7 oktober 2023 om niet alleen de Gazanen aan te vallen, maar alle delen van het Palestijnse volk tussen de rivier en de zee. Ze viel ook Libanon, Syrië en Jemen aan, drie landen die een burgeroorlog hebben meegemaakt of nog steeds meemaken op basis van sektarische verdeeldheid. Irak, een vierde land in dezelfde situatie, is tot nu toe gespaard gebleven van directe Israëlische agressie nadat de Verenigde Staten het land in 1991 verwoestten en vervolgens sinds 2003 probeerden te herbouwen op basis van 'verdeel en heers'.
En dan hebben we het natuurlijk nog niet eens over de opdeling van Libië, Soedan en Jemen. Het komt erop neer dat de omstandigheden in het Arabische Oosten – met name in de drie landen die dicht bij de zionistische staat liggen: Libanon, Syrië en Irak – nu gunstiger zijn dan ooit voor een opdeling van die staten volgens het zionistische perspectief.
Het huidige gedrag van Israël ten opzichte van Syrië en Libanon past precies in dat plaatje. Die ambitie van Israël botst met de belangen van de Arabische staten die invloed hebben op Washington – de rijke Golfstaten – en met die van de Turkse staat. Zij willen een dergelijke, voor de regio zeer destabiliserende, verdeling voorkomen. Die tegenstelling heeft nu zijn hoogtepunt bereikt en is de reden waarom de regering-Trump haar ongenoegen heeft geuit over het gedrag van haar Israëlische bondgenoot, met name ten opzichte van Syrië.
Dit artikel stond op Al-Quds al-Arabi. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Gilbert Achcar is emeritus hoogleraar ontwikkelingsstudies en internationale betrekkingen aan SOAS, Universiteit van Londen. Hij is auteur van verschillende boeken waaronder het recente The Gaza Catastrophe. Hij is lid van Anti*Capitalist Resistance, onze zusterorganisatie in Engeland en Wales.
Reactie toevoegen