Japan: rechts-conservatief wint, links in crisis

De algemene verkiezingen van 8 februari eindigden in een verpletterende overwinning voor de traditionele regeringspartij, de rechts-conservatieve Liberaal-Democratische Partij (LDP), die meer dan tweederde van de zetels in het parlement veroverde. De belangrijkste oppositiepartij, de middenpartij Centrist Reform Alliance CRA leed een catastrofale nederlaag.

Hoewel deze uitslag op zich al schokkend genoeg was, was voor ons nog belangrijker de nederlaag en marginalisering van de linkse partijen in het parlement, bestaande uit de Japanse Communistische Partij (JCP), de Sociaaldemocratische Partij (SDP) en Reiwa Shinsengumi, een progressief-populistische partij. Ook de meer progressieve vleugel van de CRA werd verzwakt

Een andere belangrijke verandering was de overwinning van de LDP in de Okinawa regio. Daar versloeg de ze de 'All Okinawa'-krachten, een netwerk van bewegingen tegen Amerikaanse militaire bases. De anti-militaristen verloren alle zetels in het Huis van Afgevaardigden. Juist nu de regering van LDP premierTakaichi haar rechtse agenda versnelt – door aan te dringen op uitbreiding van het leger, wapenexport en de transformatie van Okinawa en de Nansei-eilanden tot militaire forten – hebben de mensen die zich verzetten tegen de militarisering in Okinawa en elders hun belangrijkste stem in het parlement verloren.

Het herstellen van links is een urgente taak.

Veranderingen in de politieke situatie

De kenmerkende aspecten van deze algemene verkiezingen zijn: (1) de verpletterende overwinning van de rechts-conservatieve Liberaal-Democratische Partij (LDP),; (2) de verpletterende nederlaag van de middenpartij de Centrist Reform Alliance; (3) de verdere isolatie en marginalisering van links in het parlement; en (4) het verlies van zetels voor de 'All Okinawa'-beweging.

Voordat we deze punten analyseren, kijken we eerst naar de opkomst. Die bedroeg 56,26 procent, een stijging van 2,82 procent ten opzichte van de vorige verkiezingen (2024) en 0,34 procent ten opzichte van de verkiezingen daarvoor (2021). Ondanks de enorme populariteit van premier Takaichi was de opkomst echter nog steeds de op vier na laagste in de naoorlogse periode. Hoewel er nog geen leeftijdsgebonden gegevens beschikbaar zijn, bleek uit een steekproef van het ministerie van Binnenlandse Zaken naar de verkiezingen voor het Hogerhuis van vorig jaar duidelijk dat de opkomst onder jongeren toeneemt (met name onder jongeren van eind twintig, van 38,19 procent in 2024 tot 51,97 procent).

Het is redelijk om aan te nemen dat die trend zich zal voortzetten of zelfs versnellen. Zelf was ik de hele dag als waarnemer aanwezig in een stembureau in een wijk met veel oudere inwoners en merkte dat er onverwacht veel jongeren kwamen opdagen. Dit impliceert dat, terwijl een nieuwe groep jonge kiezers naar de stembus gaat, een andere groep zich terugtrekt uit het stemproces. Of dat verband houdt met de nederlaag van het politieke centrum kan op dit moment niet worden vastgesteld.

Overwinning LDP door hoge opkomst jongeren

De LDP behaalde 316 zetels. Dat aantal ligt nog hoger dan bij de vorige verkiezingsoverwinningen van die partij. Het aantal stemmen voor de LDP overtrof zelfs het aantal stemmen dat nodig was geweest om al hun kandidaten te laten verkiezen. Als de partij er niet voor had gekozen om enkele regio’s aan andere partijen te gunnen, had de LDP nog meer zetels behaald kunnen hebben. In verschillende regio's waar de oppositie onder leiding van de CDP eerder zetels had gewonnen, behaalde de LDP nu een bijna totale overwinning.

Uit verschillende exit polls bleek dat het percentage jongeren dat op de LDP stemde in 2024 weliswaar lager was, maar deze keer onder 18- tot 29-jarigen tot 38 procent was gestegen. Uit een exit poll bleek dat 44 procent van de tieners en 37 procent van de twintigers op de LDP had gestemd. Bij de verkiezingen voor de Senaat vorig jaar waren die cijfers respectievelijk slechts 12 procent en 11 procent. Premier Takaichi is duidelijk populair bij jongeren.

Analisten verklaren dat de overwinning van de LDP te danken was aan het feit dat de verkiezingen werden gepresenteerd als een simpele keuze: 'Takaichi of niet'. De politieke stijl van Takaichi – het vermijden van de achterkamertjespolitiek en wederzijdse eerbetoon tussen partijbaronnen – en wat gezien wordt als duidelijke en begrijpelijke retoriek hebben waarschijnlijk veel jongeren aangetrokken.

Volgens exit polls stemde 48 procent van degenen die het kabinet-Takaichi 'steunden' specifiek op de LDP, een cijfer dat niet veel verschilt van dat van andere recente LDP-premiers.Het verschil zit hem in hoe enthousiast de supporters van de premier zijn. Zoals de krant Asahi Shimbun opmerkte: 'De achterban van de kabinetsleden is gegroeid in vergelijking met de laatste twee verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden. De steun voor het kabinet weerspiegelt vaak de persoonlijke populariteit van de premier en men kan stellen dat de persoonlijke populariteit van premier Takaichi heeft geleid tot zetelgroeivoor de LDP.' Bovendien steeg de steun voor de LDP onder zwevende kiezers.

Een factor die bijdroeg aan die hoge steun was Takaichi's verklaring dat ‘een noodgeval voor Taiwan een noodgeval voor Japan’ zou zijn. Dat leidde tot spanningenmet Beijing dat in deze opmerkingen een belofte zag van Japanse steun aan Tawian in het geval met een conflict met China. Takaichi weigerde echter haar woorden terug te nemen.

De jongere generatie die Takaichi steunt, is opgegroeid in tijden van lage economische groei. Voor die generatie klonk Takaichi’s belofte van 'een sterk en welvarend Japan' waarschijnlijk als een uiting van hoop, een tegengif tegen een gevoel van stagnatie en onzekerheid over de toekomst.

Wat betreft de kwestie van strengere regelgeving voor buitenlanders – een discussie die de extreemrechtse Sanseito-partij een aanzienlijke impuls gaf bij de verkiezingen voor de Senaat vorig jaar en ook de weg vrijmaakte voor de overwinning van de uitgesproken rechtse Takaichi in de strijd om het leiderschap van de LDP – deed zich een andere trend voor. Volgens exit polls steeg het aandeel van de LDP onder degenen die prioriteit gaven aan ‘migratie beleid’ tot 28 procent, waarmee het de Sanseito met 26 procent (die voorheen met 43 procent dominant was in dit segment) voorbijstreefde. Dat wijst erop dat rechtse kiezers die eerder waren overgelopen naar de Sanseito, terugkeerden naar de LDP.

De LDP domineerde ook de sociale media, en presteerde beter dan Sanseito en de rechtse Democratische Partij voor het Volk (DPFP), twee partijen die bekend staan om hun reikwijdte op sociale media. Naar verluidt werden de korte video's van premier Takaichi 140 miljoen keer bekeken en werden er enorme bedragen uitgegeven aan tv-commercials en geautomatiseerde telefoonberichten met haar stem.

Met deze overwinning heeft de regering-Takaichi nu de macht om wetsvoorstellen opnieuw in te dienen in het Huis van Afgevaardigden, zelfs als ze door het Huis van Raadgevers worden verworpen. Dat geeft de partij aanzienlijke vrijheid bij de uitvoering van het beleid. In het Huis van Raadgevers zal de overweldigende meerderheid van de LDP in het Huis van Afgevaardigden het gemakkelijker maken om op bepaalde kwesties allianties te vormen met de DPFP of Sanseito.

Naar verwachting zal de regering zich in de toekomst richten op pogingen om economische groei te bewerkstelligen door steun aan het bedrijfsleven en wijzigingen in het defensiebeleid. Specifiek streeft Takaichi naar wijziging van artikel 9 van de grondwet; volgens dat artikel zweert Japan het voeren van oorlog af en heeft het land officieel geen leger, slechts ‘zelfverdedigingskrachten’. Andere prioriteiten zijn de oprichting van een nieuw Nationaal Inlichtingenbureau, het opstellen van een ‘antispionagewet', strengere wetgeving met betrekking tot migratie en mogelijk herziening van het Japanse verbod op kernwapens. Ten slotte heeft Takaichi verklaard vast te willen houden aan de wet dat alleen mannelijke leden van keizerlijke familie in aanmerking kunnen komen voor de troon.

De Keidanren, de Japanse bedrijfsfederatie, heeft de regering opgeroepen tot ‘hervormingen’ van het arbeidsrechts, belastingbeleid en sociale zekerheid. De vraag is nu hoe oppositiebewegingen zich kunnen voorbereiden om de verwezenlijking van dat beleid op tegen te gaan.

Het einde van centrum-links

Hoewel de Centrist Reform Alliance (CRA) een verpletterende nederlaag leed met slechts 49 zetels, was de echte verliezer specifiek de centrum-linkse vleugel van deze alliantie De CRA is voortgekomen uit een fusie van de centristische Komeito en de gematigd linkse Constitutional Democratic Party (CDP). De ex-CDP stroming behaalde slechts zeven zetels in kiesdistricten met één zetel en 14 via evenredige, landelijke vertegenwoordiging. Zeven daarvan werden echter in feite 'afgestaan' door de LDP. Zonder die zetels zou die vleugel van de CRA slechts 14 zetels hebben behaald – een tiende van hun kracht vóór de verkiezingen. Het aantal landelijke stemmen voor de CRA daalde tot iets minder dan 10,14 miljoen, een drastische daling ten opzichte van de 17,53 miljoen stemmen die de coalitiepartners bij de vorige verkiezingen samen hadden behaald.

Onder partij-leider Yoshihiko Noda maakte de CDP al eerder een duidelijke verschuiving naar 'centrumrechts'. Nadat ze de eerdere strategie van samenwerking met progressieve partijen zoals de Communistische Partij in de ban hadden gedaan, konden kandidaten van de CDP niet langer in hun eentje kiesdistricten met één zetel winnen. Daarom draaiden ze naar rechts in een poging nieuwe kiezers te winnen. Dat was de achtergrond voor de vorming van de Centrist Reform Alliance met de middenpartij Komeito. Na het vormen van die alliantie werd de CDP ontbonden. De manier waarop dat alles was georganiseerd, grotendeels in achterkamertjespolitiek zonder betrokkenheid van de leden, leidde echter tot enorme verwarring onder de aanhang. Bijgevolg stemde slechts 64 procent van degenen die vorig jaar nog op de CDP hadden gestemd, deze keer op de CRA. De teleurstelling was waarschijnlijk enorm voor degenen die zagen hoe de CDP – oorspronkelijk opgericht in 2017als een expliciet progressieve hervormingspartij – haar kernwaarden inzake kernenergie en defensie liet varen.

In een verkiezing die werd gekaderd als de keuze voor de leider – 'Takaichi of niet' – was de 'krachtige houding' van partijleiders de doorslaggevende factor. In die populistische arena werd het CRA-leiderschap online bespot als dat van de '5G' (‘Vijf ouwe knarren’) en miste het de aantrekkingskracht om onafhankelijke kiezers te bereiken. Uit een peiling na de verkiezingen bleek dat 81 procent van de mensen de overwinning van de LDP toeschreef aan 'verwachtingen ten aanzien van de politieke houding van premier Takaichi', terwijl 64 procent 'een gebrek aan aantrekkingskracht van de oppositieleiders' noemde.

Het ernstigste gevolg voor ons is dat de progressieve vleugel binnen de voormalige CDP bijna volledig is weggevaagd. Waarom konden die progressieve wetgevers zich niet verzetten tegen de ontbinding en beleidswijziging van hun partij? Het is een zeer betreurenswaardige uitkomst. Hoewel sommigen suggereren dat de CRA weer uiteen zal vallen in Komeito en CDP delen, is het twijfelachtig of de voormalige CDP-fractie nog de energie heeft om opnieuw voor samenwerking met links te kiezen. Als ze die energie hadden gehad, zouden ze al bij de oprichting van de CRA voor een splitsing hebben gekozen. In plaats daarvan is het waarschijnlijker dat ze zullen worden opgeslokt door een of andere vorm van centrumrechtse herschikking onder leiding van Komeito.

Links verder verzwakt

De grootste verliezers bij de verkiezingen waren links in het parlement: de Communistische Partij, JCP, het links-populistische Reiwa Shinsengumi en de Sociaal-Demcoratisch Partij, SDP. Die drie partijen daalden van 18 zetels naar slechts 5. Ernstiger dan het aantal zetels is echter het proportionele stemmenaantal. Sinds Reiwa Shinsengumi in 2019 voor het eerst meedeed aan nationale verkiezingen, haalden de drie partijen samen consequent 7 tot 8 miljoen stemmen – een stabiele basis voor links. Deze keer haalden ze niet eens vijf miljoen. Voorheen compenseerde de groei van Reiwa Shinsengumi de achteruitgang van de JCP en SDP, maar die structuur is ingestort; de bodem is weggevallen.

De JCP behaalde 2,5 miljoen stemmen, maar de achteruitgang duurt voort. Hun oproep tot 'linkse samenwerking' om de verschuiving naar rechts in de Japanse politiek tegen te gaan, kon geen weerklank vinden bij de voormalige liberalen die de CDP steunden. De JCP-activisten worden ouder, waardoor de toekomst van de partij onzeker is. Zelfs hun gerenommeerde dagblad Akahata zou in financiële moeilijkheden verkeren. Te midden hiervan werden enkele nieuwe initiatieven genomen. Zo is er in sommige gebieden een vorm van samenwerking tussen de JCP, de SDP en de groene New Socialist Party tot stand gekomen en werd in bepaalde districten een beperkte electorale samenwerking met Reiwa Shinsengumi geprobeerd. Of die initiatieven zullen worden overgenomen als algemeen beleid van de betrokken partijen, valt nog te bezien.

Ondertussen zakte de SDP ver onder de een miljoen stemmen, een historisch dieptepunt, en faalde voor het eerst om ook maar één zetel te behalen in de algemene verkiezingen. Het voortbestaan van de partij staat op het spel.

De zichtbaarheid van Reiwa Shinsengumi kelderde doordat partijleider Taro Yamamoto om gezondheidsredenen afwezig was tijdens de campagne. De partij blijft heel sterk afhankelijk van de charismatische uitstraling van Yamamoto, voorheen een populaire acteur. Hun stemmenaantal daalde tot ongeveer 44 procent van hun vorige totaal, waardoor ze slechts één zetel behaalden. Bovendien verloor de partij een sterk argument toen de regerende partij gedeeltelijk het 'afschaffen van de consumptiebelasting' – het kenmerkende beleidsvoorstel van Reiwa Shinsengumi – begon over te nemen.Een andere ernstige nederlaag was het verlies van alle vier de zetels in Okinawa. De anti-militaristische 'All Okinawa'-kandidaten werden in elk district verslagen en slaagden er zelfs niet in om landelijke zetels te behalen. Als gevolg daarvan is de stem van Okinawa tegen de bouw van de nieuwe militaire basis in Henoko uit de Kamer van Volksvertegenwoordigers verdwenen. Interne wrijving binnen het 'All Okinawa'-kamp, met name een openbaar geschil tussen de centrale leiding van de SDP en de lokale afdeling in Okinawa over de selectie van kandidaten, droeg bij aan de wederzijdse vernietiging.

Ook centrum-rechtse partijen zagen hun zetels dalen. De DPFP verloor weliswaar stemmen, maar bleef na de LDP de tweede keuze voor jonge kiezers tot dertig jaar. In de aanloop naar de verkiezingen van 2028 kunnen we een verdere herschikking van de centrumrechtse krachten verwachten. Dergelijke partijen zullen ernaar streven om hun affiniteit met de regering-Takaichi te tonen.

Uitdagingen voor het herstel van links

Zoals we na de verkiezingen voor het Hogerhuis vorig jaar al aangaven, is links grotendeels onzichtbaar voor de jongere generatie en fungeert het niet langer als een middel voor politieke participatie. We moeten beginnen met die realiteit onder ogen te zien. We hebben behoefte aan een brede uitwisseling van meningen en ervaringen, buiten onze eigen kringen, om te begrijpen waarom onze boodschap de jongeren niet bereikt.

De regeneratie van links is onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen militaire expansie en tegen het herzien van artikel 9 in de grondwet, met solidariteit met lokale bewegingen in Okinawa en met het aanpakken van de economische eisen van de kwetsbare onderklasse. Bovendien moeten we een eco-socialistisch project concretiseren als alternatief voor de dreigende klimaatramp.

Die taken zijn nog urgenter geworden nu de parlementaire linkse partijen zijn ingestort. Wat nu nodig is, is een fundamentele langdurige discussie over hoe we de boodschap van links aan jongeren kunnen overbrengen. Dat proces omvat het overleven van het huidige rechtse politieke klimaat, het samenwerken met radicale bewegingen en het leggen van de ideologische basis voor een toekomstige wederopbloei. Onze bijdrage moet zijn om het beeld van een eco-socialistische samenleving en de overgangseisen daarvan zo te verwoorden dat het aanslaat bij de jongere generatie.

Toshizo Omori is lid van de Vierde Internationale in Japan.

Dit artikel stond op International Viewpoint. Nederlandse vertaling en bewerking redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop