Op 6 juni 2025 bestond PSOL, Partij voor Socialisme en Vrijheid, 20 jaar sinds zijn legalisering. De partij werd opgericht in 2004, na de uitsluiting van parlementsleden die weigerden te stemmen voor de pensioenhervorming van de regering-Lula, en werd in 2005 officieel erkend. De oprichting ervan betekende een politieke en ideologische breuk met de Partido dos Trabalhadores (PT), die op dat moment haar aanpassing aan de burgerlijke orde en het beleid van allianties met de bourgeoisie consolideerde.
Vanaf haar oprichting heeft de PSOL de vlag van klassenonafhankelijkheid en het socialistische strategische perspectief hoog gehouden, ook al heeft de partij in de loop van haar bestaan stromingen met verschillende reformistische en revolutionaire tradities bijeengebracht. Die positie was geen louter tactische keuze, maar het resultaat van een lange reeks ervaringen en nederlagen van de arbeidersbeweging in de loop van de twintigste eeuw.
De geschiedenis leert ons dat telkens als de arbeidersklasse probeerde te regeren in alliantie met delen van de bourgeoisie, het socialistische programma op de achtergrond raakte. Rosa Luxemburg hekelde die fout al in 1899, toen ze kritiek uitte op de toetreding van Alexandre Millerand tot de burgerlijke regering van de Derde Franse Republiek. De diepgaande analyse van Rosa Luxemburg laat zien dat de aanwezigheid van een socialist in een kapitalistische regering leidde tot een verwatering van het revolutionaire programma en een aanpassing aan de logica van de bestaande orde. [1]
Decennia later leidden de volksfronten die werden verdedigd door de Communistische Internationale onder leiding van het stalinisme tot dezelfde misvatting. Door de arbeiderspartijen ondergeschikt te maken aan de hegemonie van de 'democratische' bourgeoisie tegen de fascistische dreiging, ontwapende de politiek van de volksfronten de arbeidersklasse, wat leidde tot historische nederlagen in Frankrijk, Spanje en andere landen, waardoor de fascisten gemakkelijker aan de macht konden komen in plaats van moeilijker.
In Brazilië heeft die tragische ervaring van allianties met de bourgeoisie ook diepe sporen achtergelaten. De strategie van de Braziliaanse Communistische Partij (PCB) om in te zetten op een vreedzame weg naar het socialisme en op allianties met de zogenaamde nationale bourgeoisie, heeft uiteindelijk het verzet van de arbeiders verzwakt en de staatsgreep van 1964 vergemakkelijkt, die 21 jaar militaire dictatuur en brute onderdrukking van de volksbewegingen tot gevolg had.
In het geval van de PT heeft de keuze voor bestuurbaarheid door middel van allianties met burgerlijke partijen, vanaf de Carta ao Povo Brasileiro (Brief aan het Braziliaanse volk) in 2002 tot het huidige fiscale kader, geleid tot het afzien van het historische programma van structurele hervormingen voor de arbeidersklasse.
In de huidige regering van Lula heeft de logica om de markt tevreden te stellen in naam van de bestuurbaarheid ertoe geleid dat de partij de strijd voor hervormingen uit de campagnebeloften heeft opgegeven. Die waren gericht op het terugdraaien van de neoliberale maatregelen die door Temer en Bolsonaro waren doorgevoerd: het afschaffen van het uitgavenplafond, de intrekking van de hervormingen op het gebied van arbeid, sociale zekerheid en middelbaar onderwijs, de hernationalisering van Eletrobras en de terugname van de geprivatiseerde raffinaderijen van Petrobras.
Zo kwam de PSOL naar voren als erfgenaam van een kritische traditie die, op basis van historische ervaring, wees op de opbouw van een onafhankelijk links alternatief als enige weg naar de historische structurele veranderingen die in Brazilië al zo lang zijn uitgesteld. Met dat beleid heeft de PSOL zich in de eerste jaren geconsolideerd als linkse oppositie tegen de PT-regeringen, waarbij ze de neoliberale politiek en de verzoening tussen de klassen aan de kaak stelde. Die positie was van fundamenteel belang om een socialistisch alternatief levend te houden in een context waarin een groot deel van links zich had aangepast aan het burgerlijke regime.
Sindsdien heeft de partij tactische flexibiliteit getoond om de situatie te begrijpen. Geconfronteerd met de crisis van het kapitaal en het offensief van reactionaire sectoren en het imperialisme om de rechten van de arbeidersklasse af te nemen, heeft de PSOL zich opgesteld voor de verdediging van de eenheid van links en de sociale bewegingen tegen de staatsgreep van 2016, tegen de gevangenneming van Lula en voor zijn vrijheid, evenals voor de opbouw van een links front in de straten en bij de verkiezingen tegen extreemrechts.
Bij al die tactische veranderingen zijn de principes van de partij en haar strategische horizon nooit ter discussie gesteld. De verdediging van de eenheid tegen extreemrechts ging altijd hand in hand met de noodzaak om de linkse beweging te reorganiseren op basis van een socialistisch alternatief.
Bij de verkiezingen van 2022 was er verdeeldheid op het PSOL congres over de vraag of de partij in de eerste ronde een eigen kandidatuur moest verdedigen of vanaf het begin Lula moest steunen. Maar toen de tweede optie de meerderheid behaalde, verenigde de partij zich rond de campagne van de toenmalige ex-president en speelde ze een fundamentele rol in het aansturen van de volksmobilisatie tijdens de campagne, vooral in de tweede ronde, toen de strijd intensiever werd.
Het is belangrijk op te merken dat de steun van PSOL aan Lula geen 'blanco cheque' was. De steun was gebaseerd op duidelijke programmatische afspraken met de PT, zoals het verdedigen van het afschaffen van het uitgavenplafond. Tegelijkertijd presenteerde de partij haar eigen regeringsvoorstel, het Plataforma Direito ao Futuro (Platform Recht op de toekomst), dat een reeks structurele hervormingen schetste om concrete vooruitgang te garanderen op het gebied van rechten, de levenskwaliteit van de arbeidersklasse en de bescherming van het milieu.
Met de overwinning van Lula ontstond een intern debat over de vraag of PSOL al dan niet zou deelnemen aan de nieuwe regering. De meerderheid van de partij verenigde zich rond resoluties [2] die aangaven dat de weg om extreemrechts te verslaan 'confrontatie en niet verzoening' was. Tegenover de regering van Lula 3 zou de partij strijden 'voor de versterking van het sociale en milieubeleid en de rechten van de meerderheid'. Er werd ook gesproken over de 'urgentie van structurele veranderingen' om 'nu al te strijden voor de PEC da Transição (grondwetswijziging) en het behoud van de Bolsa Família van 96,42 euro, voor het einde van het uitgavenplafond, de geheime begroting en voor een intensieve ‘revogaço’ (intrekking) van de neoliberale en conservatieve agenda die in het land de overhand had'.
Een ander belangrijk onderdeel van die documenten was de kritiek op de mogelijkheid dat 'leiders van extreemrechts toetreden tot de regeringscoalitie' of zelfs op akkoorden om de ongrondwettelijke misdrijven van de bolsonaristas 'door de vingers te zien', wat een conservatief perspectief op bestuurbaarheid zou versterken.
Om zijn rol te vervullen, wezen de resoluties erop dat de PSOL onafhankelijk van de regering zou optreden, zowel op het vlak van klasse als op politiek vlak, zonder afstand te doen van zijn standpunten of zijn vrijheid van handelen, waarbij de fractie 'haar vrijheid van kritiek en initiatief' zou behouden ten aanzien van alle maatregelen die ze in strijd achtte met haar programma, en zonder functies in ministeries – met uitzondering van Sônia Guajajara als minister van Inheemse Volken, maar als hun vertegenwoordiger, niet van PSOL. Bovendien moesten leden die, indien ze daartoe werden uitgenodigd, functies in de federale regering zouden bekleden, zich terugtrekken uit de partijleiding, en zou hun eventuele aanwezigheid in die functies niet de deelname van de PSOL vertegenwoordigen.
Ten slotte gaven de resoluties aan dat de weg naar de uitvoering van maatregelen van algemeen belang zou lopen via mobilisatie van het volk. Zo wilde de partij de agenda van de regering politiek bestrijden vanuit links, met behoud van de 'verantwoordelijkheid om een vernieuwd en strijdbaar links te vertegenwoordigen, de sociale strijd tegen het neoliberalisme te versterken, de eenheid van de partijen en bewegingen van het volk te bevorderen en een antikapitalistische agenda te voeren'.
Dat was de tactiek van de PSOL eind 2022 en begin 2023, die niet alleen de meeste stromingen binnen de partij verenigde, ongeacht de strategische meningsverschillen tussen hen, in een minimale overeenkomst over de tactiek om het extreemrechtse front het hoofd te bieden, maar ook de relatie van de partij met de regering-Lula politiek versterkte.
Centrale figuren van de partij die behoren tot de PSOL de Todas as Lutas (PTL), meerderheidsstroming, zwegen echter over neoliberale maatregelen, zoals het fiscale kader, de Selic-rente van 15 procent [beleidsrente van de Braziliaanse centrale bank], bezuinigingen op sociale rechten en de financiering van publiek-private partnerschappen (PPP's) via de BNDES.
De recente aankondiging van de toetreding van Guilherme Boulos tot de regering van Lula verdiept een debat dat al aan het groeien was tussen de verschillende vleugels van de PSOL. De leider van de MTST, Beweging voor Daklozen, symboliseert dat proces op emblematische wijze. Van strijdbare leider en een van de meest creatieve stemmen van radicaal links in Brazilië, is hij veranderd in een institutioneel figuur van het regeringskamp, die de rol van woordvoerder van het lulisme op zich heeft genomen.
De rechtvaardiging voor zijn toetreding tot het secretariaat-generaal van het presidentschap, die door alle stromingen en publieke figuren van de PTL wordt toegejuicht, is dat hij tot taak zal hebben 'de regering naar de straat te brengen'. Boulos zal echter aan de zijde staan van representatieve figuren van de bourgeoisie, zoals Alckmin, Tebet, Fufuca en co. De vraag die blijft is: zal de minister van de PSOL onafhankelijk zijn en 'vrijheid van kritiek en initiatief' hebben om zich te positioneren ten opzichte van alle maatregelen die de partij in strijd acht met haar programma? In de praktijk betekent de toetreding van de federale afgevaardigde tot het ministerie het afstappen van het beleid dat in onze resoluties is vastgelegd en, wat nog ernstiger is, zonder enig debat met de partijleden.
Ondanks een beredeneerde verschuiving naar links en progressieve maatregelen in de afgelopen periode, zoals het verdedigen van de belasting op grote vermogens en de vrijstelling van inkomstenbelasting voor mensen die tot 803,20 euro verdienen, houdt de regering Lula 3 de basis van het sociaal-liberale economische programma intact en geeft ze geen enkel teken van breuk met de burgerlijke sectoren. Integendeel, het zijn de vertegenwoordigers van de bourgeoisie die dreigen te breken met het brede front.
Zoals we al eerder hebben gezegd [3], staat het voor ons buiten kijf dat de belangrijkste taak van de activisten vandaag de dag is om extreemrechts en het imperialisme in Brazilië en de wereld te verslaan, en al helemaal dat het nodig is om de regering-Lula te verdedigen tegen de aanvallen van het bolsonarisme. Wat we willen zeggen is dat, geconfronteerd met de belangrijkste uitdaging van onze generatie, de PSOL verdeeld is over twee tactieken:
Aan de ene kant is er een meerderheidsvleugel die is gezwicht voor de brede frontpolitiek van de PT en zich heeft aangesloten bij de hegemonische strategie van de PT om tegemoet te komen aan de belangen van de burgerlijke fracties, zogenaamd om extreemrechts te isoleren. Die lijn verdedigt de onvoorwaardelijke steun aan de regering-Lula en ziet af van de politiek-ideologische strijd tegen de neoliberale bezuinigingen.
Aan de andere kant is er een linkervleugel in de PSOL die krachtig opkomt voor klassenonafhankelijkheid, een anti-neoliberaal programma van een antineoliberaal programma van sociale, nationale, democratische en ecosocialistische hervormingen en die gelooft dat de organisatie van het volk de noodzakelijke weg is om extreemrechts en het imperialisme te verslaan. Voor die groep is het nu dringend noodzakelijk om de arbeidersklasse, de volksbewegingen en de jongeren te mobiliseren rond een links alternatief dat geworteld is in de strijd. De prioriteit ligt bij directe actie, organisatie vanaf de basis en het opzetten van een project dat het kapitaal trotseert en structurele hervormingen voorstelt, zonder toe te geven aan de illusies van allianties met burgerlijke sectoren in naam van de strijd tegen extreemrechts.
Deze tactische verschillen weerspiegelen een strategisch impasse: zal de PSOL een partij blijven die structurele hervormingen voor het land verdedigt, of zal ze veranderen in een sociaal-liberale kiespartij, die een beleid van inclusie verdedigt, maar het neoliberalisme niet aanpakt, allianties met de bourgeoisie aanvaardt en zich aansluit bij het burgerlijke regime?
De komende jaren zullen beslissend zijn. Het vermogen van de partij om zich duidelijk te positioneren ten opzichte van de grenzen van de burgerlijke institutionaliteit kan bepalend zijn voor haar toekomst als nuttig instrument voor de arbeidersklasse.
De strijd tegen extreemrechts wordt niet gevoerd door allianties met de bourgeoisie of door ondergeschiktheid aan brede fronten die de transformerende inhoud van ons project verwateren. Het vereist in de eerste plaats programmatische moed en strategische durf. De PSOL heeft een geschiedenis die gekenmerkt wordt door strijd, overwinningen en de compromisloze verdediging van de rechten van de werkende bevolking. Nu de partij twintig jaar bestaat, staat ze voor een beslissend moment: kiezen tussen het herbevestigen van haar engagement voor een antikapitalistisch, antiracistisch, anti imperialistisch en ecosocialistisch project, of toegeven aan de verleidingen van de institutionele macht en de labyrinten van Brasilia.
Van onze kant roepen we de activisten op: het is tijd om met overtuiging en onafhankelijkheid een socialistisch centrum op te bouwen dat het politieke en strijdbare erfgoed dat aan de basis lag van de PSOL in stand houdt. De toekomst van links in Brazilië zal afhangen van ons vermogen om collectief weerstand te bieden, ons te organiseren en te dromen.
Noten
1. Rosa Luxemburg, Mogen socialisten deelnemen aan een burgerlijke regering?, MIA.
2. PSOL com Lula contra o Bolsonarismo e pelos direitos do povo Brasileiro en Resolução de orientação da relação da bancada parlamentar do PSOL com o novo governo.
3. Zie Instagram.
Vinicius Machado is historicus, docent geschiedenis, lid van het uitvoerend comité van PSOL ES en van het regionale collectief Alternativa Comunista (AC).
Dit artikel stond op Movimento. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen